Sociale media en kennisactivisme: Preken voor eigen parochie is goed

11817227_1612928478958581_4721509041506213861_n

Jan Blommaert 

Ik ben nu een tijdje actief op sociale media en wil even terugblikken op mijn ervaringen. Vooreerst: de beslissing om een eigen Facebook profiel op te maken was moeilijk, en deels heb ik me er met tegenzin in gestort. Maar deze beslissing was vooraf gegaan door een paar jaar grondige observatie van Facebook door mezelf en enkele andere leden van mijn onderzoeksgroep, in een zoektocht naar de bepaling van wat werkt en wat niet werkt op dat medium.

We constateerden dat Facebook een medium is met bijzonder grote beperkingen en beladen met heel veel illusies. Die illusies zijn kwantitatief – de idee, of het gevoel, dat een groot aantal vrienden of grote aantallen “likes” voor berichten meteen ook grote invloed en impact betekenen. Dat is niét zo, en mensen die zich bezig houden met internetmarketing zullen dat bevestigen. Op Facebook kan men via “shares” potentieel heel veel mensen bereiken als publiek, maar de invloed van deze brede verspreiding op aankoopgedrag zelf is vooral een zaak van hoopvolle vermoedens, niet van feiten. Facebook is dan ook niet meteen een efficiënte “megafoon”: grote aantallen volgers of likes wijzen op nieuwe sociale handelingsvormen die gestalte geven aan kortstondige en “lichte” groepen, maar niet op goed gestructureerde en trouwe gemeenschappen.

We constateerden echter tevens dat men Facebook bijzonder effectief konden hanteren als een informatiemedium van beperkte reikwijdte. Kleine groepen zijn in staat te fungeren als reële informatie- en kennisgemeenschappen die via Facebook toegang zoeken tot kennis die anders over duizenden plaatsen verspreid zou liggen. Dit vergt een methode die een zekere discipline inhoudt. Het vereist een zeer grote “editoriale” stabiliteit inzake toon en aanpak, inzake de keuze van thema’s en inzake de manier waarmee men discussies voert. Plaats dus niet eender wat op je profiel, maar beperk je tot een reeks thema’s waarin effectief een informatieve meerwaarde kan geboden worden – hanteer, met andere woorden, Facebook als een gespecialiseerd medium voor standpunt-ontwikkeling, niet gewoon voor het loslaten van “opinies”, sentimenten of opstoten van emotie. Rond de gekozen thema’s zijn campagnes nodig: periodes waarin veel en degelijke informatie wordt geboden over de thema’s, in relatie tot het publieke debat erover. De campagnes moeten dus een accent hebben – ze moeten zo veel mogelijk een andere, afwijkende standpunt-ontwikkeling mogelijk maken.

Mijn Facebook profiel is daardoor een soort “krant” geworden: de keuze van de thema’s is overwogen, en updates worden via reacties aangevuld met nieuwe en additionele informatie, zodat er kleine themagebonden “dossiers” ontstaan. Het profiel is ook gelinkt aan een blog – degene waarop ik deze tekst plaats – zodat een kleinere selectie van volgers langere en meer complexe argumenten kan lezen en zich zo kan “specialiseren”; een zeer kleine groep kan nog verder, richting wetenschappelijke studies over relevante thema’s. En tenslotte probeer ik woeste scheldpartijen te vermijden door zowel op mezelf als op anderen die reacties plaatsen een mate van debathygiëne op te leggen. Er zijn voldoende plekken op het Internet waar men naar hartelust tekeer kan gaan en z’n gal kan spuien, dus hier hoeft het niet. Trollen worden geblokeerd en misplaatste reacties worden verwijderd. Dat beheerste debatgedrag is deel van het proces van standpunt-ontwikkeling, want het markeert het onderscheid tussen cafépraat en meer rustige, bedachtzame en daardoor productieve dialoog. Noteer dat dit uiteraard geen emoties uitsluit – het begrenst ze wel.

Eén van de dingen waarvan we vaststelden dat ze niét werken, is uitgebreid in debat gaan met mensen of groepen waarmee men nauwelijks uitgangspunten of standpunten deelt. “Oorlog voeren” is soms nuttig – tegenstemmen moeten toonbaar aanwezig zijn – maar wie denkt dat dergelijke gedachtewisselingen in wisseling van gedachten resulteert vergist zich, want dit gebeurt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. Preken voor de eigen parochie, met het oog op een verbeterde en verdiepte standpunt-ontwikkeling, is oneindig veel productiever dan met gebrekkige wapens de strijd aan te gaan met tegenstrevers wier debatcultuur volkomen irrationeel is.

Ik heb in de twee jaar Facebook-activiteit sommige van mijn “volgers” zien evolueren van mensen die overwegend lezen en kort reageren, naar mensen die zelf zeer puntige en gedegen standpunten op hun profiel posten. Ik beschouw dit als de grootste verwezenlijking van dit werk: het preken voor de eigen parochie resulteert in meer autonoom denkende stemmen, sterker stemmen in de debatten die ze zelf aangaan op hun profiel. Het werkt dus – niet voor iedereen, niet altijd en niet in gelijke mate, maar het werkt wel degelijk. We denken nogal snel dat de eigen parochie zonder zonde is, en ook dat is een illusie. Het is net in de eigen gemeenschap dat men bijzonder veel arbeid moet verzetten en bijzonder grote resultaten van dit werk kan zien. De strijd tegen populisme en “fact free politics” moet bij onszelf beginnen. Vermits elk van de leden van die gemeenschap uitgebreid genetwerkt is met honderden andere individuen, is een versterking van de capaciteit van die gemeenschap een wezenlijk resultaat – een verbeterd “massamedium”, zo je wil, waarin uitstekende informatie circuleert en waarin mensen steeds beter weten waarover ze praten..

Die netwerken zijn niet enkel digitaal. Het zijn ook netwerken in de “offline” wereld, in buurten, werkplaatsen, huiskamers. In een tijd waarin men zo massaal mogelijk moet mobilseren voor verzet tegen zaken die een zekere mate van deskundigheid inhouden, is zowel het online als het offline informeren van bijzonder groot belang. Wanneer mensen zich niet langer ergeren aan een compleet onzinnige one-liner, maar eermee lachen en ‘m zonder de geringste moeite inhoudelijk kunnen onderuit halen, dan heeft men het verzet versterkt. En wanneer men persoonlijke beledigingen niet langer ervaart als ergerlijk of kwetsen maar op diezelfde spotlach trakteert – het is een teken van inhoudelijke armoede, symptoom van een inhoudelijke nederlaag – dan heeft men burgers sterker en weerbaarder gemaakt.

In een samenleving die krom loopt onder het gewicht van informatie heeft men meer dan ooit behoefte aan structuur en selectie binnen dat enorme informatiecomplex. Die oefening doet men best in kleine leergemeenschappen – de eigen parochie – want elke leergemeenschap schept andere leergemeenschappen. Each one shall teach one, was de slogan van de ANC-gevangenen op Robben Eiland. Hij is relevanter dan ooit, want wanneer de grote media ons niet afdoend informeren hebben we nu, als eerste generatie in de geschiedenis, de beschikking over middelen om het zelf te doen. We gebruiken het potentieel van deze middelen onvoldoende, we kunnen veel en veel beter. En hier komt een laatste observatie van twee jaar Facebook: ik sta ervan versteld hoeveel idioten er in deze samenleving zitten, maar evengoed over hoeveel uiterst verstandige, scherpzinnige en knappe mensen er zijn. Actie!

Links

https://www.academia.edu/8403164/Conviviality_and_collectives_on_social_media_Virality_memes_and_new_social_structures_Varis_and_Blommaert_

https://jmeblommaert.wordpress.com/2014/02/19/de-deskundige-burger-welkom-in-een-verbeterde-democratie/

https://jmeblommaert.wordpress.com/2015/01/20/publieke-debathygiene/

https://jmeblommaert.wordpress.com/2013/02/21/hoe-vlaanderen-debatteert-deel-2/

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s