Effecten van BTW verhoging: een oefening

ER consumptie achilleshiel fig 1

Jan Blommaert 

Vermits Van Overtveldt er weinig voor voelt om zijn tax shift in de richting van een vermogensbelasting te duwen – de rijken zijn immers een zegen voor de samenleving – overweegt hij een verhoging van de BTW als middel om de inkomsten van de staat te verhogen. Ik ga het hier niet hebben over het feit dat een neoliberale regering die de verkiezingen introk met slogans over de “pestbelastingen” van “socialistische” regeringen nu zelf forse belastingverhogingen moet invoeren (BTW staat voor Belasting op Toegevoerde Waarde, dames en heren) en er dus blijkbaar niet in slaagt haar staathuishouding via de aangekondigde receptuur te saneren. Ook het feit dat Van Overtveldt zelf – toen nog docent economie en hoofdredacteur van Trends – twee jaar terug een BTW-verhoging verketterde en dan ook nu als een ordinair, ietwat wanhopig politicien politichien zonder duidelijke overtuiging te kijk staat laat ik terzijde. De vraag of deze regering het mandaat van haar kiezers nog volgt is hùn probleem, niet het mijne.

Laat ons gewoon eventjes nuchter kijken naar realistische effecten van een dergelijke BTW-verhoging. Een BTW-verhoging is lineair, ze raakt ieder product voor elke consument, rijk of arm – en is daardoor zowat de meest onrechtvaardige belasting die er is. Noteer ook dat een BTW-verhoging zowel rechtstreekse als onrechtstreekse gevolgen heeft. De factuurbedragen die we direct betalen stijgen via de rechtstreekse verhoging van de BTW; maar in die facturen is de BTW-verhoging van de productiekosten eveneens ingerekend. Producten worden dus zowel zonder als mét BTW duurder. De prijs van een bemeubelde studentenkamer, bijvoorbeeld, zal de BTW-stijging in de kosten voor de particuliere verhuurder weerspiegelen.

Consumptie wordt dus in z’n geheel duurder, en consumptie is om evidente redenen een nogal essentieel deel – hét centrale gegeven zelfs – van het economische proces: als er niets gekocht wordt is productie niet echt nuttig en worden er niet al te veel winsten gemaakt. Het verhogen van de kost van consumptie wordt hier merkwaardig genoeg gezien als een middel om “de economie” aan te zwengelen, en dit in weerwil van een hele reeks studies die aantonen dat een daling van de consumptie de achilleshiel is van het anticrisisbeleid dat men nu voert – zie de links beneden voor voorbeelden.

1. Simulatie: de hardwerkende Vlaming

We gaan even een simulatie doen. We gaan ervan uit dat Van Overtveldt alle BTW-voeten met één procent verhoogt – 6% wordt 7%, 21% wordt 22% en zo voort. En we passen dit in eerste instantie toe op een middenklasse-gezin dat een netto-jaarinkomen heeft van 43.000 Euro. Daarna extrapoleren we even naar een gezin dat het dubbele bedrag verdient.

Met een inkomen van 43.000 Euro is dit geen gezin van sukkelaars. Vader en moeder zijn tweeverdieners, veertigers, in het bezit van een eigen woning en een wagen (waarvoor leningen lopen). Het jongste kind zit op de secundaire school, het oudste is eerstejaars hoger onderwijsstudent die in een andere stad “op kot” woont. Het gezin consumeert modaal maar heeft, gegeven de gezondheidsperikelen uit het verleden, een aanvullende hospitalisatieverzekering.

In de simulatie zal ik de vaste maandelijkse kosten van dit gezin oplijsten, aangevuld met twee keuzen: een jaarlijkse gezinsvakantie van het Neckermann-type, en geregelde maaltijden in goedkopere restaurants en bistro’s – het gezin gaat al eens naar de Quick na afloop van de wekelijkse boodschappenronde, en vader en moeder gaan ook al eens exotisch eten na een dag overwerk. Ik zal het dus niét hebben over het “vrije” consumptiegedrag van dit gezin – voeding, kleding, abonnementen, luxeproducten.

Het maandelijkse bedrag waarover het gezin netto beschikt is 3584 Euro. Hier komen de maandelijkse uitgaven in Euro:

a. Nutsvoorzieningen:

-Energie: 200

-Water: 150

-Telecom (incluis TV): 90

-GSM (prepaid): 60

b. Verzekeringen

-Autoverzekering: 50

-Brandverzekering: 41

-Familiale verzekering: 9

-Mutualiteit: 10

-Zorgverzekering: 9

-Hospitalisatieverzekering: 84

c. Transport

Benzine: 60

Openbaar vervoer: De Lijn: 40

Openbaar vervoer: NMBS: 129

d. Studiekosten (boeken, studie-infrastructuur, diverse noodzakelijke kosten)

-Middelbare school: 50

-Universiteit: 50

-Kot: 400

e. Keuzen

-Jaarlijks verlof: 267

-Horeca-uitgaven: 250

De totale maandelijkse uitgaven van dit gezin bedragen in deze simulatie 1949 Euro; het gezin houdt daardoor maandelijks 1635 Euro over. Van die “rest” moeten wel nog de hypotheek en de autolening betaald worden; laat ons dit afronden op 635 Euro, waardoor het gezin netto 1000 Euro per maand overhoudt voor de dagelijkse uitgaven aan voeding, kleding, het leefgeld voor de kotstudent en zo meer, en voor sparen – 250 Euro per week, zeg maar.

De impact van een BTW-verhoging is niet moeilijk te berekenen: tel 1% bij het bedrag van 1949, en we zien dat het gezin maandelijks zo’n 20 Euro meer betaalt, of ongeveer 240 Euro per jaar. Dat is het equivalent van één weekbudget voor “vrije” consumptie en sparen. Het is ook ongeveer het bedrag dat het gezin maandelijks aan restaurantbezoekjes uitgeeft, en eveneens de orde van grootte van het bedrag dat het gezin in één maand apart zet voor het jaarlijkse verlof.

Ik ben in deze simulatie uitgegaan van (a) de huidige prijzen van deze goederen, terwijl we weten dat de kost van bijvoorbeeld openbaar vervoer zal stijgen los van een BTW-verhoging; (b) een stabiliteit van deze netto-prijzen, terwijl we weten dat BTW ook een indirect effect heeft op de prijzen, want de BTW-verhoging in de productiekost wordt eveneens doorgerekend; (c) de indexsprong, die ervoor zorgt dat het gezinsinkomen niet aangepast wordt aan de levensduurte. We zien dat de BTW-verhoging van 1% een aanzienlijk effect heeft: één week uitgaven aan voeding, kledij en allerhande andere dagdagelijkse consumptie moet worden bespaard indien dit gezin z’n uitgaven onder controle wil houden en, bijvoorbeeld, z’n spaarvolume op peil wil houden. Het gezin zal dus z’n consumptiegedrag moeten aanpassen, en de opties daarvoor zijn beperkt. Restaurantbezoek is een voor de hand liggende bezuiniging, een verlaging van het jaarlijkse vakantiebudget is ook een optie.

Het effect op het consumptiegedrag van dit gezin is dan ook wezenlijk, en ik herhaal dat het hier niet gaat over een gezin van sociaaleconomische sukkelaars. Dit is de “hardwerkende Vlaming” die doorgaans ook stevig consumeert. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit gezin geregeld electronica aankoopt, bijvoorbeeld – laptops, tablets, smartphones, PlayStation en zo meer – dat er hobby’s worden uitgeoefend – sport, muziekschool, ga maar voort – dat men een tweede wagen overweegt omdat de kotstudent een rijbewijs heeft, en dat men wat cultuur consumeert – bioscoop, boeken, kranten, magazines, museumbezoek, evenementen zoals Tomorrowland. Het consumptiegedrag van deze hardwerkende Vlaming, waarbij mensen nagenoeg alles wat ze verdienen uitgeven aan consumptie, is de hoeksteen van onze economie.

2. De iets rijkere Vlaming

De iets rijkere Vlaming consumeert immers niet spectaculair meer dan het gezin dat ik zopas beschreef. Een gezin met dezelfde structuur (tweeverdieners met twee studerende kinderen) dat het dubbele verdient – 86.000 Euro per jaar of 7168 per maand – zal ongeveer dezelfde vaste kosten hebben als de hierboven beschreven hardwerkende Vlaming. Misschien heeft dat rijkere gezin al een tweede wagen, maar is de kans groot dat één van de beschikbare wagens een bedrijfsvoertuig is, waardoor men op autolening, verzekering en benzine fors kan besparen. Misschien bewoont het een grotere woning met hogere energie-uitgaven – maar een BTW-verhoging op een dubbel zo hoge energiefactuur kost dit rijkere gezin slechts 2 Euro per maand. Een rijk gezin eet en drinkt ongeveer even veel als een minder rijk gezin, koopt ongeveer even veel broeken, sokken en ondergoed als een minder rijk gezin, en verslijt er dus slechts even veel. De laptop van het rijkere gezin, de tablets en de smartphones zijn precies even duur in beide gevallen. Rijkere gezinnen zijn dus niet noodzakelijk spectaculair royaler consumenten. Een BTW-verhoging zal dan ook geen spectaculaire toename van de absolute belastinginkomsten genereren omwille van het consumptiegedrag van de rijkere gezinnen.

Laat ons ervan uitgaan, niettemin, dat dit rijkere gezin voor hetzelfde pakket aan uitgaven 50% meer spendeert. De maandelijkse uitgave is dan ook niet 1949 Euro maar 2923 Euro. Het gezin houdt dan netto 4245 Euro per maand over voor “vrije” consumptie en spaargeld. En een stijging van 1% op de BTW-aanslag kost dit gezin zo’n 30 Euro per maand, of 360 Euro per jaar. De kans dat dit rijkere gezin omwille van deze gestegen kosten z’n consumptiegedrag moet aanpassen is bijzonder gering, de dwang of behoefte om dit te doen is veel en veel kleiner dan bij het eerste gezin. De relatieve impact van een BTW-verhoging is veel groter op het eerste gezin dan op het tweede, en het eerste zal z’n consumptiepatronen moeten aanpassen. Het feit dat het tweede gezin dat niet moet doen genereert, zoals we zagen, niet noodzakelijk veel hogere BTW-inkomsten.

Bij wijze van voetnoot: zowel een gezin met een inkomen van 43.000 als een gezin met een inkomen van 86.000 worden doorgaans onder één noemer geplaatst. Ze zijn allebei “middenklasse”. Die “middenklasse”, dat weten we uit de literatuur, is traditioneel de slechtst beschreven sociale categorie. En deze eenvoudige simulatie toont al aan dat we dringend meer verfijnde en preciezer categorieën nodig hebben in onze sociale analyse. Want de ene middenklasse is duidelijk niet de andere.

3. Het probleem van Van Overtveldt

Met zijn dwaze idee om de tax shift in de richting van consumptiebelasting te duwen loopt Van Overtveldt regelrecht een nieuw economisch probleem tegenmoet. Het is vermoedelijk zo dat een BTW-verhoging op zeer korte termijn een stijging zal opleveren van de fiscale inkomsten van de Staat. Prima voor de korte-termijn boekhouder, zouden we zeggen. Op middellange termijn hakt die maatregel evenwel in op de consumptiepatronen van precies die zeer grote groep die de consumptie in dit land op gang houdt: de zo bejubelde hardwerkende Vlaming die we in onze simulatie centraal stelden. Het is die groep die, aangezien de lonen niet stijgen, het leven voelbaar duurder zal zien worden en daardoor minder zal uitgeven. Er is immers bij hen een duidelijke grens aan wat kan worden uitgegeven per maand: het nul-streepje op het rekeninguittreksel, en dat ligt bij hen flink lager dan bij het tweede gezin dat we hier bespraken. De “sex appeal” van een BTW-verhoging ligt in het feit dat het om kleine bedragen gaat – enkele Eurocenten per aankoop; het cumulatieve effect ervan is echter niet gering, reëel voelbaar, en ook zichtbaar voor iedereen die een huishoudboekje met allerlei limieten bijhoudt.

Het ligt voor de hand dat gezinnen met een jaarlijks inkomen van 86.000 Euro per jaar de maatregel van Van Overtveldt met de nodige onverschilligheid zullen bekijken, en dat ze die maatregel zeker zullen prefereren boven een vermogensbelasting. Het ligt echter ook voor de hand dat gezinnen met een inkomen van 43.000 Euro per jaar deze maatregel als zeer onrechtvaardig zullen ervaren en als een echte aanslag op hun levensstandaard zullen aanvoelen. Als de crisis en het zogenaamde anticrisisbeleid van deze regering nog geen realiteiten waren voor dit soort gezinnen, zullen ze allebei spoedig effectief ervaren worden. Terwijl deze middenklassers zichzelf tot nog toe niet tot de bedreigde sociale diersoorten rekenden, zal dit dankzij Van Overtveldt snel veranderen: ze worden nu effectief en voelbaar slachtoffers van de crisis.

Gezinnen met een lager inkomen – dat ligt voor de hand – worden er uiteraard nog zwaarder door getroffen. En de Horeca-uitbaters die door deze maatregel hun tafeltjes niet meer bemand zien door hardwerkende Vlamingen die een snelle maaltijd komen nuttigen na een lange werkdag met weinig zin om zelf te koken – de reactie van die ondernemers kan men zich wel inbeelden (zeker nu de “witte kassa” hun prijzen omhoog dreigt te jagen). De vastgoedverkopers die door de dalende spaarvolumes van deze middenklasse zullen geconfronteerd worden met uitgestelde of afgestelde vastgoedaankopen zullen dit ook binnen enkele jaren ervaren, evengoed als de aannemers die de vraag naar nieuwbouw en verbouwing zullen zien dalen, de autodealers die de vraag zullen zien dalen, de touroperators en reisbureaus die een belangrijk marktsegment aangetast zien, en zowat elke andere handelaar die leeft van de marge voor “vrije” consumptie en spaargeld die de middenklasser zoekt in z’n inkomen..

Dus, Van Overtveldt, doe rustig verder. De economische gevolgen die ik hier heb overlopen zijn geen verzinsel en geen doembeelden; ze zijn al jaren in hopen studies gedocumenteerd. Van Overtveldt is econoom, en dus ga ik ervan uit dat hij deze literatuur kent, maar irrelevant vindt – althans sinds kort, zie de link beneden. Dat laatste doet hij op eigen risico. Aangezien elk economisch probleem ook een sociaal en politiek probleem is, zal hij daarvoor de prijs betalen. Een middenklasse die niet meer het gevoel heeft middenklasse te zijn is hét recept voor politieke instabiliteit, want precies de tevredenheid van die middenklasse – en dus niet van de rijken alleen – was het recept voor politieke status-quo in politieke en economische systemen zoals de onze.

Het sociaal protest zal er wel bij varen.

Links

http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/consumptie-is-de-achilleshiel-van-de-nederlandse-economie

http://krugman.blogs.nytimes.com/2008/02/10/income-and-consumption-inequality/

https://critiqueofcrisistheory.wordpress.com/crisis-theories-underconsumption/

http://trends.knack.be/economie/beleid/een-loonmatigingsbeleid-is-slecht-voor-de-binnenlandse-consumptie-paul-van-rompuy/article-normal-227907.html

https://jmeblommaert.wordpress.com/2014/12/07/de-diepe-wortels-van-het-protest/

https://jmeblommaert.wordpress.com/2014/09/27/wie-steunt-een-besparingspolitiek-nog/

http://www.knack.be/nieuws/de-vervelende-gevolgen-van-een-btw-verhoging/article-opinion-44292.html

10953973_10206232171913360_541197512611283592_n

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s