De frame van de slimme en de domme

gorilla-populisme-502

Jan Blommaert

Bij elke verkiezing, bij elk referendum krijgen we allerhande zogenaamde analyses. We krijgen die, merkwaardig genoeg, vaak al lang voordat mensen hebben gestemd. En die analyses volgen een vaste frame: de slimme en de domme. De frame gaat over “waarom” mensen op bepaalde manieren stemmen, en hanteert de volgende aannamen:

  1. Men gaat ervan uit dat elke stem voor een kandidaat en/of partij een rechtstreekse weergave is van de slogans, het platform en het programma van die kandidaat of partij.
  2. Men gaat daarbij uit van sociologische stereotypen: laagopgeleiden stemmen slaafs, zonder echt te begrijpen wat ze hebben goedgekeurd door hun stem; hoogopgeleiden stemmen op basis van uitstekende informatie die ze heel goed begrijpen. De dommen zijn het kanonnenvlees van het populisme, de slimmen hebben een grondig politiek begrip en stemmen uit rationele overtuiging.
  3. Simpele opiniepeilingen en exit-polls kunnen op die manier mooie lineaire correlaties leggen: leg gewoon een verband tussen 1 en 2, en je krijgt een helder politiek landschap.

Geen enkele van deze drie aannamen is zomaar waar, ze a priori als waar voorstellen is dan ook gevaarlijk en onverstandig. Hier zijn enkele empirische overwegingen:

Wat de band tussen kiezen en programma’s betreft, het volgende. Men kan voor een partij of kandidaat stellen voor een zeer uiteenlopende reeks redenen, en volledig akkoord met het geheel van de standpunten is daarbij niet alleen slechts één mogelijkheid, het is in realiteit een grote uitzondering.

  • Men kan op een kandidaat/partij stemmen op grond van één element waarmee men zeer sterk akkoord gaat, terwijl men grote meningsverschillen behoudt over alle andere (zoals een links denkende flamingant N-VA kan stemmen ook al heeft hij/zij moeilijkheden met de neoliberale voorkeuren ervan).
  • Men kan ook op een kandidaat/partij stemmen om anderen te straffen – de zogenaamde “foert”-stem – en daarbij is het enige punt van overeenstemming de antipathie voor de anderen die door kiezer en kandidaat/partij gedeeld wordt (wat verklaart waarom talloze populisten graag, snel en vaak over “het establishment” spreken, ook al behoren ze er zelf toe).
  • Men kan ook op een kandidaat/partij stemmen uit een soort van pragmatisme, wanneer de eigenlijke voorkeur hetzij niet kiesbaar is, hetzij in de ogen van de kiezer geen verschil zou uitmaken. In dat geval is het niet ondenkbaar dat de kiezer een bolletje kleurt voor iemand met wie hij/zij inhoudelijk eigenlijk niets deelt. (Dit laatste is de reden waarom behoorlijk wat linkse mensen jarenlang op de sp.a stemden – het minste kwaad, en zeker verkozen).

Wat laagopgeleiden en hoogopgeleiden betreft: dit onderscheid kan op geen enkele manier uitgebreid worden naar politiek inzicht. Opleidingsniveaus scheppen onderscheiden in de samenleving tussen bepaalde types van arbeid – blue collar tegenover white collar, bijvoorbeeld, of lager tegenover midden- en hoger kader. Dat is zowat het enige effect dat men met enige zekerheid kan afleiden uit het onderscheid in opleidingsniveaus. Een hoger diploma zorgt echter op geen enkele manier voor een beter en preciezer begrip van de samenleving – het zorgt doorgaans enkel voor een sterk geloof dat men dat inzicht bezit (iets wat men op sociale media in volle glorie vertolkt ziet). Maar er zijn héél veel hoger opgeleiden die klakkeloos overnemen wat in de doorsnee massamedia platgestreken wordt en wat door populisten in een pseudo-logica wordt uitgespuwd. En omgekeerd is het niet ongewoon wanneer een basismilitant van een vakbond een veel beter gefundeerd en preciezer verhaal vertelt over “de economie” dan zijn/haar manager of bankier; dat een landbouwer een bijzonder goed en grondig begrip tentoon spreidt van de effecten van EU-subsidies en quota; dat een langdurig zieke de best mogelijke informant is om te achterhalen hoe het met de kosten en kwaliteit van gezondheidszorg is gesteld; of dat een thuiswerkende partner veel beter weet en snapt wat er in zijn/haar buurt omgaat dan een buurtmanager, een mobiliteitsadviseur of politiek mandataris.

Tenslotte: wie denkt dat dingen zoals racisme en kort-door-de-bocht stereotyperingen het voorrecht zijn van de laagopgeleiden moet maar even kijken naar de structuur van de Islamofobie hier en elders: het is een aangelegenheid van hooggeschoolden, vaak nog met academische titel. De hoeveelheid quatch die de afgelopen decennia die in dit land door de Yves Desmets en Mia Doornaerts van dienst is verspreid – aan een hoogopgeleid publiek van “kwaliteitskranten” – is niet meer te meten.

Wat dan die opiniepeilingen en exit polls betreft: ze kunnen behoorlijk accuraat weergeven wat mensen hebben gestemd, maar geven ons geen enkel inzicht in waarom ze dat hebben gestemd. Die oefeningen en pseudo-analyses scheppen dan ook vaak een volkomen illusoire realiteit die pas vele maanden later wordt achterhaald door ernstig onderzoek. Bij dat laatste gaat men zorgvuldiger te werk, combineert men diverse onderzoekstypen (vragenlijsten, lange narratieve interviews, focus groups) en houdt men rekening met zaken die afwijken van de beginhypothese. De inzichten uit zo’n onderzoek geven doorgaans een ander beeld van wat mensen dreef in hun keuze.

Dat beeld speelt echter op dat moment nog nauwelijks een rol. De drang naar onmiddellijkheid in de berichtgeving – we moeten die exit-poll NU hebben – zorgt voor wekenlang politiek-mediatiek gespin waarbij men dezelfde uitgangspunten en dezelfde oppervlakkige “bevindingen” herkauwt, uitbreidt, opneemt als “mandaat van de kiezer” of vertaalt als “maatschappelijk draagvlak” of beter nog, als “probleem”.

Zo zit men vandaag bezig over het feit dat de Brexit vooral een zaak van laaggeschoolden zou zijn, dat die laaggeschoolden racisten en nationalisten zijn omdat Farage dat is, en dat een referendum in Nederland ook tot een “nexit” zou leiden omdat er in Nederland nogal wat laagopgeleiden zijn.

De realiteit biedt niét dat soort intellectueel comfort (een eufemisme, zoals we weten, voor dwaasheid). Wie er zich in wentelt en het voor waar aanneemt (en vaak horen hoger opgeleiden daar bij, zie nogmaals de sociale media) leeft in een bubbel. Samenlevingen veranderen, en ze veranderen snel. De frame waarmee men die samenleving te lijf gaat is hopeloos gedateerd, en de mens van vandaag kan heus wel een iets complexer verhaal aan.

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s