Het K-woord bespreekbaar gemaakt

kapitalisme-voor-beginners

Jan Blommaert

Vivek Chibber, Kapitalisme voor Beginners. Berchem: EPO-Lava Media, 2019. 155pp.

In een recente column op Diggit maakte Christian Chun de volgende opmerking. We praten vandaag graag over neoliberalisme, en voor heel velen is dat neoliberalisme de kwaal van de hedendaagse samenleving. Maar neoliberalisme – zo zegt Chun – is eigenlijk gewoonweg kapitalisme in z’n huidige gedaante. En als neoliberalisme een kwaal is, dan zit die kwaal eigenlijk al ingebakken in kapitalisme. In de kritiek op neoliberalisme is de veronderstelling vaak dat het om een uitwas gaat, en dat de oplossing ervoor de terugkeer is naar het ‘gewone’ liberalisme. Chun legt uit dat de oplossing voor neoliberalisme moet gezocht worden in de fundamenten van het economische, sociale en politieke systeem dat kapitalisme heet.

Chuns interventie is niet uniek maar blijft ongewoon, want kapitalisme is al heel erg lang wat Roland Barthes zo mooi beschreef als het systeem zonder naam, het ding dat je niet bij naam noemt omdat het uitspreken ervan dat ding meteen ook ernstig in vraag zou stellen. Kapitalisme gaat door het leven met behulp van een reeks neutrale termen die het onzichtbaar maken, en de meest voorkomende ervan is simpelweg “de economie”.

Een klassieke benadering

Dat is dan ook het eerste punt dat Vivek Chibber maakt in Kapitalisme voor Beginners: de economie is niet zomaar ‘de’ economie, maar een heel specifieke inrichting ervan. En die specifieke inrichting heet kapitalisme. Wanneer we zeggen ‘de economie is in crisis’ dan moeten we eigenlijk zeggen ‘het kapitalisme is in crisis’, een crisis in de hele specifieke economische inrichting die onze samenlevingen beheerst. En Chibbers boek doet een mooie poging om het specifieke karakter van kapitalisme begrijpelijk en met veel overtuigingskracht uiteen te zetten, waar door het ‘K-woord’ bespreekbaar wordt gemaakt.

Chibber is hoogleraar sociologie aan New York University, maar we kennen hem vooral als een van de figuren achter Jacobin Magazine, een tijdschrift dat dank zij een eindeloze reeks van scherpe en onderbouwde artikels snel het leidende opiniemedium voor de Engelstalige (of Engels lezende) progressieve intellectuelen is geworden. Het etiket  van Jacobin is een kwaliteitswaarmerk natuurlijk, en ja, het boekje doet precies wat het moet doen. Het biedt een mooi en puik uitgewerkte inleiding tot kapitalisme voor mensen die met de term, en de traditie van analyse die erachter schuil gaat, niet vertrouwd zijn.

Die analytische traditie heeft uiteraard haar beide voeten in het werk van Marx, en in vele opzichten volgt Chibber in het boek een behoorlijk klassieke Marxistische lijn. Dat blijkt al uit de structuur. De drie grote hoofdstukken in het boekje zijn, in volgorde, ‘het kapitalisme begrijpen’, ‘het kapitalisme en de staat’ en ‘het kapitalisme en de klassenstrijd’. We krijgen dus drie grote thema’s uit de Marxistische traditie; de analyse van het kapitalisme zelf als systeem, de analyse van hoe kapitalisme zich verhoudt tot de hedendaagse liberale democratie, en de analyse van klassenstrijd als politieke strategie.

Focus op macht

Maar Chibber heeft die klassieke lijn een kleine draai gegeven. In het boek zal je vergeefs zoeken naar technische uiteenzettingen over winstaccumulatie, de arbeidswaardetheorie of ander centrale elementen uit het economische werk van Marx en z’n vele volgelingen en critici. Het werk is wat dat betreft echt geschreven voor beginners, en wie meer eist moet zich tot andere bronnen wenden.

Nee, Chibber bespreekt kapitalisme vanuit het standpunt van macht. Kapitalisme wordt gekenmerkt door een structureel onevenwichtige machtsverhouding; Chibber identificeert die, en neemt dat gegeven als Leitmotiv voor het hele boekje. Die onevenwichtige machtsverhouding is in wezen snel geschetst: kapitalisten (d.w.z. zij die productiemiddelen bezitten) beschikken over een veel groter arsenaal aan machtsmiddelen dan de rest van de bevolking, die enkel zijn of haar arbeid ter beschikking kan stellen en daarvoor een loon kan ontvangen. Een eenvoudig voorbeeld: een arbeider in een bedrijf kan ontslagen worden door de eigenaar ervan, en het omgekeerde is niet waar. Of die eigenaar kan beslissen dat het tempo van het werk omhoog moet voor alle arbeiders, en hij of zij kan die beslissing ook afdwingbaar maken, terwijl een arbeider die beslissings- of uitvoerende macht niet heeft. De arbeider moet volgen, in ruil voor een loon. Chibber vat het zo samen: “Wat onder het kapitalisme het economische lot van de mensen bepaalt is niet hun inspanning maar hun macht. En werkgevers hebben altijd meer macht dan werkers” (p. 51).

Het is die ongelijke machtsverhouding die een hele reeks effecten heeft. Ze zorgt in de eerste plaats voor structurele uitbuiting. Kapitalisme is immers gebaseerd op een eindeloze concurrentie voor hogere winsten, en vermits arbeid een belangrijke productiekost is voor de kapitalist zal deze laatste altijd streven naar een zo laag mogelijk loon in ruil voor zo veel mogelijk arbeid vanwege de werkenden. Ze zorgt er ook voor dat kapitalisten veel zwaarder wegen op het beleid van de staat dan arbeiders, want in een staat die een kapitalistische economie voert heeft de overheid de investeringen van kapitalisten nodig om te overleven. En ze zorgt ook voor een structurele zwakte voor de individuele werkende – wie in z’n eentje protesteert tegen het management van een bedrijf staat doorgaans snel op de keien. Daardoor is klassenstrijd nodig: de werkenden moeten zich collectief organiseren, want wanneer duizend werkenden protesteren tegen het management dan ligt het bedrijf plat. En gezien de alliantie tussen kapitaal en staat heeft de werkende klassie niet enkel de kapitalisten als tegenstanders, maar ook de overheden.

Ik vereenvoudig de zaken hier uiteraard – ook deze recensie is voor beginners – en Chibber geeft vanzelfsprekend een veel complexer uiteenzetting. Maar wat ik hier wil onderstrepen is hoe het motief van machtsongelijkheid, als fundamenteel kenmerk van kapitalisme, productief werkt doorheen het boek en het geheel van een heldere en overtuigende verhaallijn voorziet. Het verklaart bijvoorbeeld de vele beleidsmaatregelen waarvoor geen enkel draagvlak bestaat bij de werkenden: de precarisering van arbeid, de afbouw van sociale zekerheid, van pensioen en werkloosheidsuitkeringen, verregaande besparingen in publieke voorzieningen en/of de privatisering ervan – maatregelen die de overheden doorgaans motiveren als belangrijk voor ‘de economie’. En de eigenlijke betekenis van dat woord kennen we inmiddels. Dat hiermee meteen een complex probleem is geschetst voor wat we begrijpen als democratie, is ook duidelijk.

Van Marx naar vandaag

Chibber, zo zei ik al, geeft ons een behoorlijk klassieke Marxistische analyse-met-een-draai. En ja, we lezen wel wat dingen die heel erg belegen lijken – “Hieruit volgt dat het traditionele engagement van links voor de klassenstrijd als kern van de politieke strategie niet alleen verstandig maar ook noodzakelijk is” (p150) is zo’n zin die ook in 1957 had kunnen geschreven zijn. Of de these klopt of niet is niet aan de orde hier; zaak is dat je wel wat passages vindt in het boek die geschreven zijn volgens de robuuste canon en in de overjaarse fraseologie van de klassieke arbeidersbeweging.

Er zijn echter ook nogal wat passages die ervan afwijken, en ik zal er twee uitlichten waarin Chibber heel erg relevante opmerkingen maakt over het hier-en-nu. Het eerste voorbeeld haal ik uit het besluit van het deel over kapitalisme en de staat.

Chibber beklemtoont doorheen het gehele boek de unieke positie van de werkende klasse: “daarom blijft de werkende klasse, zolang we in het kapitalistische systeem zitten, de centrale kracht in de politieke strategie. Er is gewoonweg geen andere sociale kracht die het kan opnemen tegen de klasse van de werkgevers en de overheid” (p148). Het extreme belang van arbeid in de kapitalistische productiewijze zorgt ervoor dat enkel de georganiseerde arbeidersbeweging wezenlijke verandering kan brengen. Dit is een klassieker in de progressieve literatuur.

Maar in de passage die ik hier in het vizier heb schetst hij een veel breder plaatje: “ook al loopt de weg naar progressieve hervormingen door het huis van de arbeid, hij hoeft niet daar te beginnen” (p.107). Chibber wijst hier naar de enorme rol die de afgelopen decennia is gespeeld door allerhande sociale bewegingen die niet vanuit de arbeidersbeweging ontstaan zijn (en dus ook niet socialistisch van inslag zijn), maar die wel hebben gewogen op het herscheppen van een politieke cultuur. Hoe dan wel? “Ze krikten de moraal op, verhoogden de politieke ambitie en zetten delen van de arbeidersbeweging weer op gang” (p107). Meer nog: vaak haalden massabewegingen zoals Occupy Wall Street of #YouthForClimate de hele progressieve politieke gemeenschap uit haar winterslaap en dwong ze die organisaties tot herbronning en zelfs koerswijzigingen.

Dit punt verdient veel meer aandacht dan wat Chibber er in dit boekje aan toekent, want net hier zien we een zwakte van de arbeidersbeweging zoals Chibber ze beschrijft. Die arbeidersbeweging is – in dat beeld – koel, berekend en ze werkt volgens een vastgelegd patroon en plan, dat op een ideologische rots staat. Terwijl de politiek die mensen in beroering brengt emotief, moreel, onvoorspelbaar en ad hoc is – enorme massa’s van mensen die zich mobiliseren uit verontwaardiging, zonder een strakke organisatie en zonder een welomlijnd politiek doel (buiten het stopwoord “verandering”). Zulke mobilisaties zijn progressief, jazeker, maar in evenveel gevallen zijn ze begeesterd door extreem nationalisme en xenofobie (nogal wat voorbeelden zijn op Diggit gedocumenteerd). Het gaat hier om een nieuw type van online-offline politieke actie waarmee de georganiseerde arbeidersbeweging nog steeds z’n relatie moet bepalen.

Om dit duidelijk te maken: niet iedereen die de campagne van Bernie Sanders in de VS steunt is een ideologisch socialist, maar zeer velen onder hen willen rechtvaardigheid, oprechtheid en … verandering in het systeem waarvan ze de stellige indruk hebben dat het hen tot slachtoffer maakt. Sanders hanteert het jargon van de klassieke arbeidersbeweging (en noemt zichzelf ook gewoon socialist); maar zijn boodschap trekt veel meer en heel andere mensen aan dan diegene die we tot de arbeidersklasse moeten rekenen. Hier ligt een politiek-strategisch vraagstuk van aanzienlijke omvang.

In de tweede passage die ik hier wil aanhalen wijst Chibber op de nieuwe vormen van identiteitspolitiek die, vooral maar niet alleen in de VS, krachtige factoren van massamobilisatie zijn. Discriminatie op basis van ras en gender, zo schrijft Chibber (p148-149) wordt vaak gezien als de blinde vlek op het netvlies van de traditionele linkerzijde, die vasthoudt aan het primaat van klasse. Ook Chibber huldigt dat primaat – dat zagen we al – maar hij wijst erop dat men dergelijke vormen van verzet tegen discriminatie ernstig moet nemen. Zij het op een bepaalde manier: “Het feit dat discriminatie op basis van ras en gender niet kan herleid worden tot klassenonderdrukking betekent niet dat ze los van de klassenmobilisatie kan bestreden worden” (p148). Immers, de strijd tegen discriminatie is een strijd tegen elke discriminatie ondergaan door elk mens, en die strijd moet gevoerd worden door “een serieuze herverdeling van inkomen en economische middelen” (p148) – een strijd tegen de structurele machtsonevenwichten in het kapitalisme met andere woorden.

Er zullen critici zijn die Chibber hier beschuldigen van klassenessentialisme, en ja daar lijkt het op. Maar er is wel meer dan dat. Chibber vermeldt het niet, maar hier hanteert hij een van de meest waardevolle ideologische elementen uit de traditie van de georganiseerde arbeidersbeweging: haar universalisme, ook gekend als het gelijkheidsbeginsel. Het is een oude linkse slogan, dat niemand echt vrij is zolang een enkele andere mens in onvrijheid leeft. Tegenover een identiteitspolitiek die het graag heeft over specifieke en extreme gevallen en die daar op nogal wat momenten graag essentialiserend mee omgaat, plaatst hij het eenvoudige beginsel van universele gelijkheid, in rechten en in feiten, materieel zowel als immaterieel. Vermits kapitalisme een systeem is van winners en losers en discriminatie in die zin institutionaliseert (onder het label van, bijvoorbeeld, ‘meritocratie’), houdt elke ernstige aanpak van discriminatie een systeemkritiek in, geen casuïstiek.

Een inleiding met doordenkertjes

Chibber heeft een mooi en nuttig boekje geschreven, zeer laagdrempelig en daardoor echt wel toegankelijk voor de absolute beginner. Maar die beginner krijgt wel iets meer mee dan de klassieke kritiek op het kapitalisme van de oudere linkerzijde, en heel veel meer dan zij die kritiek spuien over neoliberalisme maar het K-woord met grote zorg vermijden. De beginner krijgt, via de focus op macht, meteen een heel concreet handvat om kapitalisme te begrijpen als veel meer dan een ingewikkeld (en liefst mathematisch beschreven) spel van markten, producten en prijzen. Het is een systeem dat de hele maatschappij bepaalt en satureert, op zowat alle vlakken. Het zou heel nuttig zijn wanneer die beginner na lezing van dit boekje telkens de vertaalslag maakt: ‘economie’ betekent ‘kapitalisme’, iets wat heel algemeen wordt voorgesteld is eigenlijk heel specifiek en concreet.

Bovendien kan die beginner ook wat doordenken over zaken die anders als een onoverkomelijk probleem kunnen overkomen: gepercipieerde tegenstellingen tussen – bij wijze van voorbeeld – een sterke betrokkenheid op de klimaatproblematiek en een afkeer van de vakbonden, of een hevige afwijzende reactie op racisme en een even afwijzende reactie op stakingen van luchtverkeersleiders die protesteren tegen de arbeidsdruk die zij ondergaan. Wat Chibber verwezenlijkt in dit boekje is: hij geeft al deze dingen een plaats, en een plaats in een coherent en eenduidig veld dat een duidelijke richting heeft. Die richting is een grondige kritiek van het systeem waarin we leven, een kritiek van het echt bestaande kapitalisme. Chapeau.

by-nc.eu

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

2 Responses

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s