De Burger als Homo Economicus

aaa

Jan Blommaert

(Deel van een langere tekst uit 2010)

Woorden veranderen vaak heel grondig van betekenis terwijl men steeds de indruk heeft dat ze stabiel blijven in gebruik. Men gebruikt dezelfde woorden als eertijds, maar ze dekken nu een heel andere realiteit en moeten dus opnieuw gewikt en gewogen worden. Men kan denken aan het lot doorheen de twintigste eeuw van termen zoals ‘democratie’, ‘de economie’ (met het lidwoord), ‘vrijheid’ en zo meer als illustraties.

Het begrip ‘burger’ beleeft heel gelijklopende verschuivingen. Wanneer we teruggaan naar de klassieke definities en omschrijvingen uit de periode van het klassieke liberalisme, dan heeft die burger een welbepaalde reeks eigenschappen. Hij (de burger van die tijd is een man) is de drager van een aantal onvervreemdbare rechten en vrijheden die op hun beurt een reeks plichten oproepen, zoals de plicht tot democratie. De locus classicus hiervoor is uiteraard de Amerikaanse Declaration of Independence. Die vrijheden staan centraal in de politieke en sociale identiteit van de burger, en regeringen hebben tot taak – tot eerste en absolute taak – die vrijheden te verzekeren, te vrijwaren, en te realiseren.

Doorheen de 19de en 20ste eeuw heeft men gezien hoe eerst Liberale hegemonieën en vervolgens Christen-Democratische en Sociaal-Democratische steeds uitgingen van dit klassieke beeld van de burger, ook al trad daarin een gedeeltelijke verschuiving op van een elitaire en hiërarchische naar een solidaire en egalitaire interpretatie. Het eindpunt daarvan is de klassieke Westerse welvaartstaat – iets wat maar een heel kort leven heeft gekend maar kan gezien worden als een uitkomst van twee eeuwen waarin dit burger-begrip wordt geoperationaliseerd.

In de welvaartstaat ontleent het individu zijn sociale en politieke identiteit aan de volwaardige deelname aan collectief georganiseerde (en via solidariteit bekostigde) zorgen en diensten, en aan de plicht om deel te nemen aan het democratische bestel. De beschikbaarheid van deze zorgen en diensten is een automatisme: wie voldoet aan eenvoudige administratieve criteria, zoals bijvoorbeeld het bereiken van de pensioenleeftijd, heeft automatisch recht op deze zorgen en diensten. Zijn/haar relatie tot de staat is er één van solidariteit; hij/zij is solidair met de staat, en hij/zij ontleent aan die solidariteit een reeks heel concrete rechten-op: op onderwijs, arbeid, pensioen, gezondheidszorg, infrastructuurgebruik, koopkracht en zo verder. Die rechten worden trouwens niet zomaar geschonken, ze zijn al betaald door de burger via het systeem van solidariteit met de staat.

Wanneer deze rechten nu, zoals eerder geschetst, binnen een geheel andere bestuurlijke logica worden opgezogen (en vaak geeft men dit aan als de verschuiving van liberalisme naar neoliberalisme, d.w.z. naar de 19de eeuwse laissez faire doctrine), dan heeft dit uiteraard ook effecten op wat we verstaan onder de ‘burger’. En dit is gebeurd: de rechten-op zijn nu niet meer allemaal automatisch, maar in doorgedreven mate ‘gecommodificeerd’. Die commodificatie verloopt door de verregaande delegatie van publieke diensten naar de private sector. De vrije markt neemt taken van de overheid over en doet dit aan desnoods gesubsidieerde markttarieven en binnen een exclusief economische logica. Maar (en dit is belangrijk) ook waar dit niet gebeurt en de overheid zijn rol als provider blijft spelen, zien we dat dit eveneens gebeurt binnen een economische logica en binnen een model van bedrijfskundige efficiëntie: reductie van de kostprijs, verhoging van het rendement, verlaging van de verliesposten, optimalisatie van de winst (of van het resultaat).

Om dit alles eenvoudig samen te vatten: de welvaartstaat wordt niet langer gevat in een verhaal van rechten, maar in een verhaal van kosten. Diensten die tot dan toe binnen een model van solidariteit-als-herverdeling werden georganiseerd worden nu louter binnen een marktmodel georganiseerd, als diensten die een prijs hebben en worden aangeboden aan bepaalde groepen van ‘cliënten’. Dit laatste woord is overigens alsoluut centraal geworden in het vertoog over de publieke sector: men is nu een ‘cliënt’ in het onderwijs, de zorg, de pensioenen, het verkeer, de belastingen, de politie en zo meer.

Tot hier toe was m’n uiteenzetting algemeen en abstract; nu wordt ze concreet. De deelname aan het stelsel van collectieve voorzieningen was hetgeen de burger als burger definieerde. De burger was ‘burger’ precies omdat hij/zij toegang had tot het systeem van de welvaartstaat. Wanneer dit model nu wegvalt, dan valt ook de essentie van de klassieke visie op de burger weg, en wordt de burger in de praktijk vervangen door een consument, een homo economicus die beheert, rekent, risico’s afweegt, en consumeert. Aangezien het om consumptie gaat vervalt eveneens het egalitaire karakter van het burgerschap, en wordt de burger, net als de consument, een domein van ongelijke gedragingen en middelen: sommigen kunnen veel consumeren, anderen niet, en zo worden sommigen om economische redenen een beetje meer burger dan anderen, en worden die gradaties van burgerschap het gevolg van marktmechanismen, niet van fundamentele politieke beslissingen. We gaan zo over van een klassiek-liberaal concept van ‘burger’ naar – ja, naar wat? – een neoliberaal concept allicht.

Het gaat hier om een nauwelijks opgemerkte verschuiving in het discours – maar een verschuiving die bijzonder ingrijpende effecten heeft op ons begrip van de burger. Eén van die voor de hand liggende effecten is dat ‘inburgering’ wel een heel moeilijk te vatten begrip wordt. Wanneer de ‘burger’ een economisch begip is geworden, en mechanismen van de praktische realisaties van dit burgerschap hoofdzakelijk marktmechanismen worden, hoe wordt men dan burger? Of om het wat ouderwetser te formuleren: wat is nu integratie in een samenleving waarvan het kernbegrip economisch is omschreven? Het lijkt me dat hiermee een behoorlijk complex probleem is geschetst.

 

by-nc.eu

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s