Wie betaalt en wie “profiteert” in onze samenleving?

763

Jan Blommaert 

(een fragment uit “Geld en het leven: Wie kost het meest“, 2013)

Veel privéfortuinen konden slechts vergaard worden omdat de hele samenleving een fortuin had gespendeerd aan de toekomstig gefortuneerde.

We worden al jaren regelmatig bestookt met uitspraken waarin aspecten van het leven in geld worden omgezet. Roken “kost ons” zoveel, obesitas zoveel, en zelfs zelfmoord wordt als een onaanvaardbare kost voor de samenleving gezien. De financialisering van het leven is één van de kenmerken van het neoliberalisme. We zien die neoliberale kosten-en-baten logica uiteraard systematisch toegepast worden op de zwakkeren in de samenleving. Het zijn enkelen de zwakkeren, dus, bij wie we ons blijkbaar de vraag moeten stellen wat ze “ons” kosten en wat ze “ons” opleveren. Over de sterkeren spreken we niet.

Wel, laat ons de neoliberale logica eens echt op alles toepassen en zien waar we uitkomen.

De logica die zelden doorgetrokken wordt

Wat zien we? Leven kost geld: het simpele feit dat we allemaal bestaan, elk van ons, en een aantal jaren in deze samenleving rondlopen kan, zo men wil, in termen van kosten en baten geanalyseerd worden. Dat zal een dwaze oefening blijken, want elk van ons zal “ons” heel veel geld kosten en er in min of meerdere mate opbrengen. Dat is op zich vanzelfsprekend en dus niet direct een oefening die ons heel erg diepe inzichten in onze samenleving oplevert. Maar logisch gesproken zouden we dus best collectief zelfmoord plegen indien we “de samenleving” niets willen “kosten”.

Maar laat ons die oefening toch even doen, en ze toepassen op heel andere groepen in de samenleving dan die groepen die er nu het doelwit van zijn.

We beelden ons even een persoon in: een autochtone man van 55 jaar, gehuwd en vader van drie kinderen tussen 18 en 24 jaar oud. Deze man heeft na het gewone onderwijstraject ook nog universitaire studies gedaan – laat ons zeggen dat hij een vijfjarig programma als Burgerlijk Ingenieur met succes heeft afgerond aan de Universiteit van Gent. Zijn echtgenote, die hij heeft ontmoet aan de universiteit, is psychologe van opleiding. Ook zijn kinderen doen het goed: de oudste rondt zijn opleiding als geneesheer-cardioloog af; de middelste is net als pa zopas afgestudeerd als Burgerlijk Ingenieur, en de jongste is net begonnen aan studies Economie – allemaal aan de Universiteit van Gent.  De jongste is qua gezondheid een wat complex geval: na zijn premature geboorte spendeerde hij een tijdje op een neonatale afdeling, en hij is nu diabeticus. Het gezin bezit drie wagens, waaronder een luxueuze bedrijfswagen voor vader. De wagens worden permanent gebruikt, en vader staat haast dagelijks in de file met zijn bedrijfswagen.

Onze man is eigenaar, hoofdaandeelhouder en CEO van een behoorlijk groot bedrijf dat innovatieve producten ontwikkelt. De groei van het bedrijf wordt vergemakkelijkt door innovatiesubsidies van de overheid. Hij stelt een behoorlijk grote groep mensen tewerk, en krijgt daarvoor een aantal fiscale toegiften. De mensen moeten hard werken in het bedrijf, waarvan de resultaten conjunctuurgevoelig zijn. Diverse medewerkers hebben de afgelopen jaren gesukkeld met de gezondheid; een klein aantal lijdt aan burnout en is in langdurige therapie. Vorig jaar zijn nog tien oudere bedienden ontslagen en vervangen, deels door jongere gesubsidieerde krachten en deels door interim-medewerkers. Administratief is het bedrijf “fiscaal efficiënt” – onze man heeft een aantal fiscale offshore-constructies opgezet en maakt gebruik van elk gaatje in de wet om de belastingen zo laag mogelijk te houden. Een aantal topmedewerkers hebben overigens geen Belgisch contract, maar een contract dat is uitgeschreven door een dochteronderneming gevestigd in een belastingparadijs. De job van onze man houdt frequente reizen in, en voor korte reizen binnen Europa gebruikt hij de luchthaven van Deurne.

Onze man en zijn gezin leven gezond. De voeding en het leefcomfort zijn prima; er wordt frequent gereisd en gerust; de vader beweegt, hij speelt al jaren squash met enkele vrienden, en dit ondanks een kniekwetsuur die hem al een drietal keer op de operatietafel heeft gebracht. Hij laat zijn gezondheid ook nauwgezet in de gaten houden, ondergaat driemaandelijkse cardiologische controle-onderzoeken en slikt dagelijks geneesmiddelen tegen cholesterol, hoge bloeddruk en enkele kleinere ouderdomskwaaltjes. Hij is van een sterk geslacht, en hij zal leven tot de gezegende leeftijd van 93 jaar; zijn echtgenote, die eveneens bijzonder gezond leeft en een fysiek actief leven leidt, zal hem overleven: zij wordt 95 jaar oud.

Ziehier de ‘sterke” Vlaming; ziehier de figuur die het middelpunt vormt van het neoliberale universum. Wat kost die man “ons” nu?

Studeren wordt in dit land nagenoeg volledig publiek gefinancierd, en dit vanaf de kleuterklas tot en met het universitaire diploma. Wat dat diploma betreft: er zijn enorme verschillen in kost afhankelijk van de opleiding die men volgt; een opleiding tot Burgerlijk Ingenieur is daarin een zeer dure opleiding. De opleiding van de man, zijn echtgenote en drie kinderen zijn dan ook geen persoonlijke uitgaven geweest: ze zijn “door ons” betaald. En dat heeft zeer veel geld gekost.

Onze man is in goede gezondheid. En paradoxaal is dit iets wat “ons” nogal wat kost: de preventieve cardiologische onderzoeken, de geneesmiddelen en het oplapwerk na sportkwetsuren zijn zorgen die in onze samenleving eveneens hoofdzakelijk uit de publieke kas komen, dus “uit onze zak”. Ook de neonatale zorgen en de chronische gezondheidszorg van de jongste zoon vertegenwoordigen grote bedragen die door de solidaire gemeenschap worden gedragen. Wanneer onze man op z’n 65ste met pensioen gaat en 93 jaar oud wordt gebruikt hij 28 jaar pensioen – vrijwel een derde van zijn leven wordt dus deels gefinancierd vanuit een solidair herverdelingssysteem, en dat geldt ook voor zijn echtgenote. We gaan ervan uit dat hij en zij in hun oude dag niet teveel sukkelen met de gezondheid, en dus niet overdreven gebruik maken van door de overheid gesubsidieerde gezondheidszorgen.

Als ondernemer hanteert onze man het criterium: zoveel mogelijk krijgen van de overheid en zo weinig mogelijk geven. Hij is goed in het aanvragen en verkrijgen van elke vorm van steun die de overheid aan ondernemers biedt; en zijn administratief en fiscaal genie zorgt ervoor dat er een volstrekt minimum terugvloeit naar de staatskas. Hij gebruikt daarom een fiscaal voordelige bedrijfswagen, en daarmee gebruikt hij de mobiliteitsinfrastructuur die de overheid hem ter beschikking stelt. Die infrastructuur houdt ook het tonnen overheidsgeld zwelgende luchthaventje van Deurne in. De sociale kosten van het ondernemerschap van onze man worden afgerold op de overheid. Overwerkte of zieke werknemers maken gebruik van gesubsidieerde gezondheids- en revalidatiezorgen. De werkloosheidsuitkering, en eventueel de herscholing van de ontslagen werknemers vallen evengoed voor het overgrote deel ten koste van de gemeenschap.

Dus: wat heeft onze man “ons gekost” op het einde van zijn zeer succesvolle leven? Ik durf m’n hoofd erop verwedden: meer dan een sociaal zwakkere, laag opgeleide, zwaarlijvige en rokende man die op zijn 61ste overlijdt ten gevolge van zijn “risicogedrag”. Degenen die het meest voordeel halen uit onze welvaartstaat en haar herverdelingsmechanismen zijn immers degenen die er alle mogelijkheden van kunnen gebruiken: alle deelsystemen inzake opleiding, gezondheidszorg, mobiliteit en ondernemen, alle fiscale stimuli en privileges – kortom, alle mogelijkheden om de persoonlijke risico’s af te wentelen op de samenleving. Mensen die slechts kleine delen van dit systeem gebruiken “kosten” ons minder, ook al lijkt het niet zo.

Merkwaardig?

De oefening hierboven kan vreemd over komen; als dat zo is toont het aan hoe gewend we inmiddels zijn geworden aan het selectieve gebruik van een neoliberale logica als stigma voor de sociaal zwakkeren. Als we die partijdigheid uit de logica weghalen en de kosten-baten analyse koel en afstandelijk toepassen op iedereen, dan komen we tot vreemde effecten. Dan blijken immers diegenen die men ophemelt als voorbeelden van succes, als de perfecte neoliberale burger, de grootste voordelen te halen uit een systeem dat draait op solidariteit en herverdeling. Dan blijken, kortom, de voordelen van het systeem van herverdeling in onze samenleving nogal systematisch te vloeien naar de hoger opgeleiden, de langst levende gezondheids- en lifestyle afficionados, de zogenaamd dynamische en hoogproductieve elementen in onze economie, de “betere burger” die vaak beweert niets van dit alles nodig te hebben (en het daardoor graag wil ontzeggen aan zij die het wel nodig hebben).

Men vergeet nogal vaak dat een systeem dat draait op solidariteit en herverdeling een systeem is voor iedereen, en niet enkel voor de armen, de werklozen, de gepensioneerden, de chronisch ziekenIedereen heeft er dus op bijzonder vele momenten in het leven voordeel aan gehad. Meer nog: voor zowat iedereen is deelname aan dit systeem een kritische factor geweest in maatschappelijk en sociaaleconomisch succes. Er bestaan in ons systeem in dat opzicht geen self made men, en er is ook geen American Dream: elk sociaal traject is in grote mate bepaald door de toegang die men had, en het gebruik dat men heeft gemaakt, van de hefbomen voor herverdeling in onze samenleving; karaktereigenschappen en sterke of zwakke persoonlijkheden spelen binnen dit systeem slechts een secundaire rol. Elke in dit land opgeleide ingenieur, arts, manager of wat dan ook heeft dankzij dit systeem van herverdeling – dankzij het systeem van belastingen derhalve – een voorsprong gekregen die men in de meeste andere landen gewoonweg niet kan krijgen.

Het is zeker zo dat die persoonlijke eigenschappen een rol spelen naast de kansen en mogelijkheden die vanuit het solidaire systeem van herverdeling worden geschapen. Maar wie het tweede belicht zonder het eerste die verwart het kleine met het grote. Het zou goed zijn indien zij die dit sociaal systeem nu aanvallen zouden beseffen dat hun sociale positie vrijwel geheel aan dat systeem te danken is. En dat veel privéfortuinen slechts konden vergaard worden omdat de hele samenleving een fortuin had gespendeerd aan de toekomstig gefortuneerde.

Er zijn gevallen bekend van succesvolle anti-welvaartsstaat en antibelasting activisten die in hun diepste binnenste “dank U, belastingbetaler” mompelen wanneer ze de, scheurend van de ambitie voor hun kinderen, de inschrijvingstarieven van Stanford of Harvard zien, of het zorgverzekerings- en pensioenplan van hun Amerikaanse medewerkers en collega’s onder ogen krijgen. De verstandige onder hen beseffen dan immers dat die brave belastingbetaler hun enorme voordelen schenkt en dat het terugschroeven van dit systeem van solidariteit en herverdeling niet enkel de betrekkelijk armen straft, maar even goed de betrekkelijk rijken.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s