Voor de onderzoeker: hoe men over taal debatteert

9d97f930-c3a7-012b-d817-0050569428b1

Jan Blommaert 

Raf Feys is een oud-leraar die al jaren campagne voert tegen wat hij “taalachterstandsnegationisten” noemt. Hij doet dat hoofdzakelijk via de Onderwijskrant, een medium waarvan hij niet enkel “hoofdredacteur” is maar dat hij ook nagenoeg op z’n eentje vol schrijft. Wanneer hij het dus heeft over “(artikels in) de Onderwijskrant”, dan spreekt hij over zichzelf.

De volgende tekst plaatste hij op 9 december 2016 op de Onderwijskrant-Blog, en hij postte hem ook als een commentaar op een stuk van mezelf over de meest recente PISA-studies. Ik bied hem hier aan als studiemateriaal voor wie een kritisch discours-onderzoekje wil doen over een bepaald, nogal fanatiek, soort van Vlaams-nationale debatkunst. Of over uitgesproken vormen van taalideologie in rechts Vlaanderen.

De tekst is zonder enige correctie of redactie overgenomen, als data, en de orthografische fouten erin zijn “sic”. Wat de inhoudelijke problemen betreft: men kan mijn werkelijk standpunt makkelijk vergelijken met de weergave van dhr. Feys. Met het publiceren van zonneklare leugens en verzonnen standpunten helpt hij de discussie mijn inziens niet echt vooruit.

25 jaar ontkenning taalproblemen door Blommaert, Agirdag …en een 30-tal universitaire taalachterstansnegationisten: “Probleem van Nederlands spreken is vals probleem en is aangekaart.” Een overzicht 

Vooraf: Eddy Bonte: ”De waarheid luidt dat het valse discours van Ico Maly, Jan Blommaert e.a. invloedrijke allochtonen er ook toe aanzet de kennis van het Nederlands te contesteren en zo de derde en binnenkort de vierde generatie verder het getto zal induwen”.

Op woensdag 7 december stelden minister Crevits een paar leden van de commissie onderwijs dat het GOK-beleid blijkbaar gefaald had, gezien de grote (taal)problemen van veel 15-jarige allochtone leerlingen. Dit is niet verwonderlijk.

De overheid heeft vooreerst de GOK-ondersteuning in handen gegeven van drie universitaire Steunpunten die zich al vlug tegenstander van invoering van NT1 verklaarden. Het ging tegelijk om Steunpunten die een constructivistische en onsystematische aanpak van het leerproces propageerden, die haaks staat op een effectieve (achterstands)didactiek. Onderwijskrant heeft tijdige gewaarschuwd, maar de overheid sponsorde enkel die drie steunpunten, een slordige 75 miljoen Bfr per jaar va 1990 tot 2010.

De taalplannen van de opeenvolgende ministers werden steeds in vraag gesteld en heftig bestreden, niet enkel door de GOK-Steunpunten maar ook nog door tal van andere academische taalachterstandsnegationisten -waarbij ook veel onderwijssociologen als Orhan Agirdag. En zo is er nog steeds geen intensief NT2 vanaf de eerste dag van het kleuteronderwijs.

Het zijn ook dezelfde taalachterstandsnegationisten die voortdurend kritiek formuleerden op het feit dat de leerkrachten – maar ook de ouders van allochtone leerlingen – meenden en menen dat de anderstalige leerlingen gestimuleerd moeten worden om zoveel mogelijk binnen en buiten de klas Nederlands te spreken. Per week is dit al bij al nog een vrij beperkte tijd om Nederlands te leren spreken in vergelijking met de tijd waarin ze veelal hun eigen moedertaal spreken.

Nog gisteren en vandaag relativeerde de socioloog Orhan Agirdag in de kranten ten zeerste de taalproblematiek. Hij bekritiseerde hierbij in scherpe bewoordingen de recente uitspraken van minister Crevits over de taalproblematiek. Hij kon hierbij op de steun rekenen van tal van collega’s sociologie als Dirk Jacobs en van prf. Jan Blommaert.

Een kort overzicht van de negatie van het taalprobleem
1.Koen Jaspaert, de eerste directeur van het Steunpunt NT2 stelde in 2014 nog: ‘Het probleem van het Nederlands spreken wordt aangepraat als een probleem’. En de huidige pedagogische directeur van de katholieke onderwijskoepel die voorheen bij het Steunpunt NT2 werkte, stemde daar volmondig mee in.

Het Steunpunt NT2 kreeg gedurende 20 jaar (1990-2010) per jaar een 25 miljoen Bfr om al heel vroeg te poneren dat NT2 (vanaf de eerste dag van het kleuteronderwijs) totaal overbodig was

2.Ides Nicaise (HIVA) poneerde in 2007: “De jonge allochtone leerlingen zijn taalkundig niet gehandicapt; het gaat enkel om achterstelling in de maatschappij en op school.” NT2 is gebaseerd “op het deficit-model, op de theorie van de ‘socioculturele handicap’ (De School van de Ongelijkheid).

3.Volgens de Gentse socioloog Orhan Agirdag was met de pleidooien voor het aanleren van Nederlands “het voorlopige hoogtepunt van ‘taalracisme’ bereikt: de ongegronde overtuiging dat het gebruik en kennis van ‘witte’ talen superieur zijn aan het gebruik en kennis van ‘zwarte’ talen. In tijden waar het biologisch racisme alle politieke geloofwaardigheid heeft verloren, bedient de uitsluitingspolitiek zich uitvoerig van het taalracisme“, Taalbadmodel van Bart De Wever is diefstal, De Wereld Morgen, 25.06.13).

Voorstanders van NT2 – ook Onderwijskrant – worden door Agirdag bestempeld als mensen die allochtonen willen uitsluiten, als ’taalracisten’. Ook volgens Ico Maly (KifKif) wordt “hier spreekt men Nederlands’ gebruikt om te discrimineren”. Volgens veel taalachterstandsnegationisten werkt het “Nederlands leren bij allochtonen niet emanciperend, maar discriminerend.” Dergelijke uitspraken lokten terecht veel verontwaardiging uit bij leerkrachten en bij veel burgers.

Eddy Bonte repliceeerde: ”De waarheid luidt dat het valse discours van Ico Maly, Jan Blommaert e.a. invloedrijke allochtonen er ook toe aanzet de kennis van het Nederlands te contesteren en zo de derde en binnenkort de vierde generatie verder het getto zal induwen”.

4.Op initiatief van Agirdag verspreidden niet minder dan 21 universitaire taalachterstandsnegationisten verspreidden in 2009 een petitie met als titel: Gok Van Pascal: mythes over taalachterstand en onderwijs’ (DM, 30.10. 09). De ondertekenaars – sociologen van UGent, HIVA-Leuven en UA, medewerkers van GOK-steunpunten, neerlandici … gingen niet akkoord met de stelling dat veel anderstalige leerlingen een grote taalachterstand hebben en onder meer omwille hiervan opvallend minder presteren. Ook zij herleiden de problemen tot sociale discriminatie en bestreden acties voor ’meer Nederlands’.

5.De directeurs van de drie GOK-steunpunten (Kris Van den Branden, Piet Van Avermaet & Ferre Laevers) ontkenden resoluut de specifieke taal- en leerproblemen bij heel wat allochtone leerlingen. Volgens hen was NT2 perfect overbodig. NT2=NT1, stelden ze.

In een gezamenlijke publicatie van 2004 luidde het zo: “Van zodra kinderen van een andere etnische afkomst slechter presteren (b.v. minder goed Nederlands kennen), is er sprake van systematische kansenongelijkheid en discriminatie. Het leerpotentieel en de bereidheid leerinspanningen te leveren zijn immers gelijk verdeeld over de verschillende volkeren en bevolkingslagen” (Steunpunt GOK, ‘Beter, breder en met meer kleur, 2004).

Het was dan ook niet verwonderlijk dat de drie Steunpunten Zorgverbreding/GOK geen effectief voorrangs- en achterstandsonderwijs uitwerkten en de invoering van NT2 tegenwerkten.

En in het handboek taal (Acco) voor de lerarenopleiding (2010) stelden Kris Van den Branden en Co stelt dat er in dit handboek met opzet geen aandacht werd besteed aan de vakdidactiek/methodiek voor NT2, omdat daar niets specifieks over te vertellen viel Gewoon taalonderwijs samen met de andere leerlingen was voldoende.

Prof. Bea Cantillon stelde op een KBS-studiedag (2007) dat “het herleiden van de problemen van de allochtone leerlingen tot ”sociaaleconomische discriminatie een heel grote vergissing is. De problemen zijn ook cultureel, religieus, levensbeschouwelijk. Verder zijn er ook de taalproblemen. Kleuters beginnen al met een grote achterstand. De leerproblemen hebben verder ook te maken met het feit dat de ouders niet geïntegreerd zijn of zich niet laten integreren. Zij vormen een gesloten gemeenschap.”

Deze specifieke problemen worden jammer veelal ontkend of sterk gerelativeerd. Deze waarheid past niet binnen het politiek correcte denken over de multiculturele samenleving en over gelijke kansen. Politica Zuhal Demir (Turkse roots) betreurde in Knack van 22 januari 2015: “Vandaag zijn er allochtone leerlingen van de derde generatie die slecht Nederlands spreken, dat kunnen we niet dulden.” Ze voegde er aan toe: “Ik geloof sterk in het belang van inburgering.”

Als uitsmijter, een Tweet van dhr. Feys waarin hij blijkbaar een “citaat” geeft van iets wat ik nooit gezegd of geschreven heb. Boeiende oefening in virtuele realiteit.

screenhunter_364-dec-13-18-13

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s