Mogen de soldaten nu eindelijk van de straten?

bee1370e-9e27-11e4-8b31-01f088e93644_web_scale_0-234375_0-234375__

Jan Blommaert 

Ze zijn inmiddels al bijna twee jaar lang deel van het straatbeeld in een aantal steden, de zwaarbewapende soldaten die de acute terreurdreiging in ons land moesten helpen bezweren. Een bilan.

Het was in januari 2015, na de aanslag tegen Charlie Hebdo in Parijs, dat Bart De Wever zijn pedalen verloor. In ons land, zo luidde het, was de terreurdreiging nu zo acuut dat we soldaten naast de politiemensen moesten zetten. Dat zou de potentiële terroristen bij ons wel afschrikken, en bovendien ook aantonen dat het menens was voor onze regering. Vooral (ik citeer) Antwerpen had zoiets nodig, want als er één doelwit was op de lijst van de Jihadstrijders, dan was het Antwerpen wel. Met name de Joodse buurt daar. En met name het diamantcentrum in die buurt.

En zo geschiedde. Soldaten mogen in dit land bij wet slechts worden ingezet wanneer nationaal terreurdreigingsniveau 3/4 is bereikt, en enkel wanneer de politiemacht tekort schiet (vergeef de woordspeling) voor het uitoefenen van de voorziene taken. Wat ook de situatie elders te lande moge zijn, in Antwerpen is volgens de Burgemeester steeds aan beide voorwaarden voldaan. Dat verklaart waarom er sinds zijn aantreden een ongekende militarisering is opgetreden van het politiekorps, met oorlogswapens, nieuwe commandotrucks en speciale commando-eenheden als oogverblinders. Zet daar nog eens wat soldaten bij, en ja, Antwerpen moet wel veilig zijn. Omdat men in dit land uiteraard niet enkel voor Antwerpen bestuurt, althans niet officieel, moesten er ook soldaten ingezet worden in elke stad en op elk knooppunt dat als terreurgevoelig werd beschouwd. Centrum-Brussel en Luik, de grote treinstations, en de luchthaven van Zaventem kregen bewaking-in-kaki zodat Antwerpen veilig kon worden gehouden.

Zo dacht men ook in Parijs. Toen Charlie Hebdo werd aangevallen liepen er al een tijdje gewapende soldaten door de Parijse straten. Toen een goed half jaar later ook de Bataclan en het Stade de France het doelwit werden, eveneens – er was toen zelfs een nog veel groter dispositief ontplooid. En toen in maart 2016 bommen ontploften in de vertrekhal van Zaventem liepen er in en rond die hal gewapende militairen rond.

Er zullen er altijd wel zijn die zeggen dat het nog veel erger zou zijn geweest zonder die militairen op straat – het verhaal van de boer die geel poeder op z’n akker strooit om olifanten weg te houden vormt nu eenmaal de kern van de veiligheids- en risicopsychose. Om de zaak rationeel te houden: voor dat standpunt is geen enkel bewijs te verzinnen. Voor het standpunt dat militairen in het straatbeeld geen terreuraanslagen verijdelen hebben we inmiddels al een behoorlijk aantal zeer spijtige bewijzen. Wie deze maatregel heeft aangekaart en verdedigd moet deze bewijzen onder ogen zien: het werkt niet. De aanslagen in Brussel zijn een bikkelhard bewijs van het ongelijk van zij die deze militarisering hebben voorgesteld als het wondermiddel om ons land veilig te houden.

Inmiddels weten we dat Brussel eigenlijk een beetje en stoemelings een doelwit is geworden: een half-geïmproviseerd plan dat werd ineengebokst omdat het eigenlijke plan – een nieuwe aanslag in Frankrijk – niet uitvoerbaar bleek. Wat leren we daar dan uit? Dat we, inderdaad, het risico lopen op aanslagen, maar dat we geen primair doelwit zijn, in vergelijking met bijvoorbeeld Frankrijk. De aanslagen in Nice en Rouen tonen dat laatste wel heel helder aan. Nodeloos te zeggen dat er voor de stelling van De Wever, als zou de Antwerpse Joodse wijk de moeder aller doelwitten is, geen grein bewijs bestaat – behalve dan in de verhitte fantasieën van Michaël Freilich en zijn Antwerpse Wilders-adepten, voor wie de Koran duidelijk aangeeft dat de Pelikaanstraat het uiteindelijke doel van de eeuwige Jihad is. Als er al een aanslag in Antwerpen zou komen, dan zal dit gebeuren ondanks de enorme uitbouw van het lokale beveiligingsapparaat van Burgemeester De Wever. Want het werkt niet.

Wie wél werkt, dat zijn de soldaten. Vanaf dag één van hun inzet in de straten was er bij monde van hun vakbonden (én van die van de politie) bezwaar. Militairen waren opgeleid voor heel andere types van actie, en hun inzet zorgde paradoxaal voor een potentieel nieuw risico: het gebruik van zware oorlogswapens in een omgeving waarin die niet thuis horen. Vlak voor de aanslagen in Brussel luidden de vakbonden van de soldaten de alarmbel: de soldaten waren overwerkt en liepen gefrustreerd rond – ze waren, om voetbaltermen te hanteren, “niet meer in vorm”. Men kan zich enkel inbeelden hoe ze zich moeten hebben gevoeld na de aanslagen, toen de nutteloosheid van hun dag-en-nachtwerk in weer en wind, en vaak zonder veel sympathie van zij die door hen werden “beveiligd”, pijnlijk duidelijk werd.

Bijna twee jaar lang staan we te kijken op een schouwspel dat geen enkele reële functie lijkt te vervullen buiten die van de massage der geesten – ja, onze leiders doen er alles aan om ons veilig te houden. Meer nog, zelfs die functie blijkt in de feiten niet vervuld. Het is een oefening in beeldvorming die tonnen geld kost, de soldaten uitput en demoraliseert, en letterlijk niéts oplevert, tenzij we in sprookjes geloven. Mogen die soldaten dan nu eindelijk van onze straten? En hun door vele overuren opgespaarde verlofdagen opnemen? Het lijkt me vanuit het standpunt van redelijk bestuur een voor de hand liggende vraag.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s