Zullen we eens wat zaken benoemen, ja?

11836703_1615892805332487_2746913497865873419_n

Jan Blommaert

Het is weer de tijd waarin men vindt dat men “zaken moet durven benoemen”. Het gaat zoals steeds over onze Moslimgemeenschappen, en dat “durven benoemen” komt zoals steeds neer op de productie van massale hoeveelheden ongeïnformeerde en soms ronduit belachelijke kletskoek. Ook zoals steeds: er is niets nieuws aan de zaken die men “durft benoemen”. De kletskoek gaat in haast identieke formuleringen al een kwarteeuw mee, en heeft een rechtstreekse pedigree die naar het Vlaams Blok leidt.

Dàt, dames en heren, wordt dan nog voorgesteld als iets wat niét politiek correct is. Terwijl er niets zo politiek correct is als het debiteren van dat soort sutra’s. De meest recente producent van deze zooi is John Crombez, enthousiast gevolgd door het geradicaliseerde deel van zijn sp.a-achterban.

Ervan uitgaande dat de “zaken” die men moet “durven benoemen” iets met feiten te maken moeten hebben, ga ik in wat volgt ook even meedoen. Ik ga enkele zaken benoemen.

  1. De zogenaamde “radicalisering” die onze gedachten bezighoudt is een zaak van een uiterst kleine minderheid van de Moslims, zowel op wereldschaal, als lokaal. Met zo’n 700 Belgische Syriëstrijders op 700.000 Belgische Moslims is de verhouding geschetst: 1 tegen 999. Er waren destijds procentueel meer Vlaamse Oostfrontstrijders dan er nu Syriëstrijders zijn. Nevenbedenking: toegegeven, misschien hadden we die Oostfrontstrijders destijds nog wat harder moeten aanpakken.
  2. Wie deze “radicalisering” wenst toe te schrijven aan het wezen zelf van “de Islam” moet dan ook uitleggen waarom 99 procent van de Moslims niét voldoen aan het geschetste “typische” profiel. En dus een uitzondering zouden vormen op “het wezen van de Islam”.
  3. Wie dit gegeven aanhaalt ontkent die “radicalisering” niet, en is ook niet “blind” voor het gevaar dat deze uiterst kleine minderheid vertegenwoordigt. Hij of zij plaatst het fenomeen en de dreiging evenwel in een juist perspectief. Die dreiging, die is objectief minimaal. Wie ze groter maakt dan ze is, die is met een heel ander spelletje bezig dan “terreurbestrijding”.
  4. De slachtoffers van die “geradicaliseerde” Moslims zijn overwegend Moslims, en wel op diverse niveaus. Eén: de fysieke slachtoffers van IS en andere organisaties zijn in overweldigende mate Moslims. Twee, de voornaamste slachtoffers van “radicalisering” bij ons zijn de Moslimgemeenschappen zelf. Het zijn hun kinderen die berserk gaan, en het stigma dat ze daardoor afroepen op hun familie en gemeenschap is verschrikkelijk.
  5. Volgens de logica die men in de politieke correctheid “durft benoemen” betekent dit vorige punt dat de “geradicaliseerden” niet alleen “onze Westerse waarden” en “onze way of life” aanvallen, maar ook die van Moslims.
  6. Onze Moslimgemeenschappen proberen dit al decennia uit te leggen, telkens weer, keer op keer, en zonder dat men daar rekening mee houdt.
  7. Meer nog, onze Moslimgemeenschappen “distantiëren” zich bij ieder geval van Moslimterreur; ze doen dat zonder dat ze worden aangepord, oprecht, emotioneel en zeer kordaat. Niettemin slaagt de politieke correctheid erin telkens weer de vinger vermanend in de lucht te steken naar hen toe. Keer op keer worden ze gestraft voor zaken waaronder ze zelf ernstig te lijden hebben.
  8. Onze Moslimgemeenschappen vragen ook al vele jaren steun in hun eigen strijd tegen “radicalisering”. Ze zijn, met andere woorden, een objectieve bondgenoot in de strijd tegen “radicalisering”, geen tegenstrever, ongeacht wat meneer Jambon hierover weet te vertellen. Hun vragen worden telkens weer van de hand gewezen.
  9. Wat betreft de doorsnee Islamkritiek, incluis die van “deskundigen” van het slag van Etienne Vermeersch: die overstijgt zelden het niveau van de cafépraat. Men rijgt de stereotypen en overdrijvingen aaneen, weigert te zoeken naar context en accurate informatie, en men vermijdt boven alles de standpunten van Moslims zelf.
  10. We bewijzen onze samenleving dan ook geen dienst met dat politiek correcte irrationele geneuzel. Wie “problemen wil benoemen” moet ze correct en accuraat benoemen, want met een dwaze of onzinnige benoeming is er geen probleem geïdentificeerd, maar is er een nieuw probleem geschapen.
  11. Dit probleem is racisme. En wat racisme betreft: wie meent dat racisme in de menselijke genen zit moet kunnen uitleggen waarom er zoveel uitzonderingen zijn. Meer nog, net zoals bij “het wezen van de Islam” moet men maar eens uitleggen waarom racisme alweer een minderheid karakteriseert, en waarom de meerderheid dan een “uitzondering” zou zijn. Er is niets “normaal” of “vanzelfsprekend” aan racisme. Het is ook enkel “relatief” voor wie het begaat; voor slachtoffers ervan is het een aanslag op hun menselijkheid zelve.
  12. Deel van de politieke correctheid is de telkens weer geopperde veronderstelling dat Moslims (meer bepaald de “geradicaliseerden”) hun wetten en normen aan ons willen opleggen. Men mag mij eens uitleggen hoe men dit dan concreet zou wensen te verwezenlijken, gegeven de nietige omvang van de groep waarover men het heeft. Dit is zonder twijfel het meest bespottelijke aspect van deze politieke correctheid. Het is een verhitte fantasie.
  13. Men wijst eveneens een “politieke Islam” af. In een democratie nota bene, waarin elkeen het recht heeft zich te verenigen en vrij aan politiek te doen, onder welk banier ook. Daardoor tolereren we extreemrechtse partijen, en worden we al vrijwel de hele nationale geschiedenis bestuurd door een confessioneel-Christelijke politieke partij.
  14. Er zijn weinig zaken die ons “Moslimprobleem” zoveel deugd zouden doen dan het oprichten van een Moslim-democratische partij die zou deelnemen aan verkiezingen met een helder programma, en zich volgens de democratische spelregels dan ook moet schikken naar de uitslagen daarvan. Een meer politieke Islam zou dit schunnige debat eindelijk helderheid en democratische structuur geven.
  15. Bottom line. Er zijn veel belangrijker problemen dan degene die we denken te hebben met onze Moslimgemeenschappen. Inhakken op Moslims is al sinds Zwarte Zondag in 1991 de goedkoopste, makkelijkste en platste vorm van rechtse spektakelpolitiek. De gevolgen ervan zijn, zoals bij elke slecht geïnspireerde politiek, desastreus voor degenen die het doelwit van die politiek zijn. Zij worden gealiëneerd. En wanneer men al een kwarteeuw niet de geringste belangstelling heeft voor wat die mensen zelf te vertellen hebben, ligt de “radicalisering” van een deel van die mensen voor de hand.
  16. Wie dit zegt, alweer, ontkent niets en verdedigt “de islam” niet, laat staan dat hij of zij die Islam “ophemelt”. Hij of zij verdedigt gemeenschappen die al vele jaren lang het doelwit zijn van groteske publiek geuite beledigingen en discriminaties en op geen enkele wijze weerwerk kunnen bieden. Onze samenleving wordt niet “harmonieus” of “inclusief” door dit soort discriminaties nog langer aan te houden en goed te praten.

Zo, daarmee zijn wat zaken benoemd. Het is nu afwachten en hopen dat men het debat hierover niet zal ontwijken door zich achter politieke correctheid te verschuilen.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s