Rechtse taboes: de wet van Godwin

Godwins-Law

Jan Blommaert 

De “wet van Godwin” stelt dat hoe langer internet discussies doorgaan, hoe groter de kans wordt dat iemand een vergelijking maakt met Hitler en z’n Nazi’s. De sub-text daarbij is dat een dergelijke vergelijking altijd dwaas is, aantoont hoe weinig “inhoudelijke argumenten” men heeft, en dus een verloren kaart is.

cc371495b4b105acec0a3afd5de62e6d

Dit stukje folklore heeft het statuut van universele wijsheid verworven. Wie het kan inroepen heeft de stellige indruk dat hij/zij een discussie “gewonnen” heeft, of beter, dat de tegenpartij (die de Hitler-kaart trok) het debat verloren heeft. Gejuich op alle banken: (a) iemand heeft naar de Nazi’s verwezen, (b) dat is per definitie fout en (c) ik heb dus gelijk.

Die logica is uiteraard volkomen onnozel, want ze sluit een flinke brok geschiedenis uit van elke vorm van legitieme vergelijking. Ze reduceert de Nazi’s tot een historisch curiosum, een volstrekte uitzondering die na de vernietiging van Nazi-Duitsland blijkbaar volkomen heeft opgehouden te bestaan, en die als gedachtegoed sindsdien geen enkele invloed meer heeft en geen enkele volgeling of bewonderaar meer kent. Merkwaardig genoeg geldt dit statuut van absolute uitzondering enkel voor Hitler en z’n kliek, maar niet, bijvoorbeeld, voor Stalin – zij die de wet van Godwin met graagte inroepen hebben zelden bezwaar tegen het inroepen van Stalin bij alles wat ook maar bij benadering met Marxisme, communisme en socialisme te maken heeft. Enkel de Nazi’s hebben geen volgelingen of late sympathisanten in de geschiedenis.

Helaas. Er zijn niet alleen oud-nazi’s en neonazi’s in overvloed (en over de gehele wereld), maar de Nazi-ideologie heeft in diverse vormen en doorheen diverse transformaties, in z’n geheel of in diverse deelaspecten, en als algemeen model zowal als in de vorm van een concreet receptenboekje, niet alleen een zeer groot aantal aanhangers in de hedendaagse politiek. Het is een vast element van het naoorlogse politieke landschap gebleven, en we noemen het extreemrechts. De pedigree van extreemrechts is niet uitsluitend het Duitsland van Hitler. Maar Nazi-Duitsland ervan uitsluiten is historisch belachelijk. Weinig ideologische stromingen zijn zo constant invloedrijk gebleven als degene die we met Nazi-Duitsland vereenzelvigen. Het mengsel van extreem ethnocentristisch nationalisme, de zondebokstrategieën van racisme en anti-links, de sterke en antidemocratische leiding, de politiestaat die in naam van de volkse eenheid de sociale  tegenstellingen kortdaat onderdrukt, de nadruk op individuele moraal en karakter in plaats van burgerzin, en de alliantie van politiek en kapitaal: wie beweert dat dit ophield te bestaan toen Hitler een kogel door z’n hersens joeg maakt zichzelf wat wijs en beliegt anderen.

Vergelijkingen met Nazi-Duitsland zijn dan ook soms, en eigenlijk behoorlijk dikwijls best op hun plaats in analyses van hedendaagse politiek. If it walks like a duck, if it talks like a duck… En niet alleen abstract, ook heel concreet. Wanneer N-VA toplui feestjes van het Sint-Maartensfonds opleuken en daar de gevallen en nog levende Vlaamse ex-SS soldaten fêteren, dan leggen zij zelf rechtstreeks een verband tussen hun heden en het Nazi-verleden. Idem wanneer het KVHV over een notoire Vlaamse fascist in 2014 het volgende schrijft: “Joris van Severen was een boeiende persoonlijkheid, volkomen onbaatzuchtig, zeer moedig, strevend naar verfijning.” Of wanneer een OCMW-voorzitter eugenetische recepten komt bepleiten om sociaal onaangepaste mensen te beletten kinderen te krijgen, en een minister pleit voor het opheffen van de rechterlijke macht en de rechtsbescherming bij arrestaties – zaken die regelrecht uit het kookboek van de fascisten van de jaren 1930 geplukt zijn en sindsdien een mooie carrière van gebruik en misbruik hebben doorlopen.

Wie hierbij een verwijzing maakt naar de Nazi’s is boenk erop en biedt zelfs een onvermijdelijk en uitstekend “inhoudelijk argument” De betrokkenen hebben die verwijzing immers expliciet of impliciet zelf gemaakt.Wie die verwijzing niet maakt is dan ook dwaas.

Of politiek correct. Want de functie van de “wet van Godwin” is in wezen precies dàt: een belangrijke brok geschiedenis, een politieke en ideologische genealogie die vandaag de dag nog steeds speelt uit beeld houden, ze onbespreekbaar maken, ze tot rechts taboe uitroepen. “Maak die vergelijking ab-so-luut niét, want ze màg niet bestaan” – politieke correctheid te voeten uit. En net als alle politieke correctheid legt ze de tegenpartij, uit een soort pudeur, een riem om de tong. Toen Wilders elke band met Anders Breivik als “klinkklare nonsens” afdeed, ook al citeerde Breivik in z’n 1600 pagina’s tellende manifest weinig mensen even vaak als hij, was er geen enkele journalist die tegengas gaf. Godwin rules.

Jammer voor zij die dit soort politieke correctheid hoog achten: de geschiedenis heeft ook z’n rechten, noodzakelijke vergelijkingen moét men maken, en men moet de zaken “durven zeggen zoals ze zijn” (om even een rechtse slogan te pikken). Dus, wet van Godwin: foert.

 

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s