Wapens: een uitdaging voor de economische theorie.

H4KDZcw

Jan Blommaert 

Op 6 januari 2016 maakte de Vlaamse Minister-President Bourgeois bekend dat zijn regering een vergunning zou weigeren voor de levering van wapentuig aan Saudi-Arabië. Eén van de hoofdredenen die hij daarvoor gaf was dat het land zich op dit moment in een oorlogssituatie bevindt, zelfs “zeer actief” oorlog voert in Jemen. En daarom zal de Vlaamse Regering geen wapens leveren aan dat land.

De redenering is curieus. Immers, waarvoor dienen wapens? Men zou zeggen, en ook niet ten onrechte: wapens zijn oorlogswerktuigen. Ze dienen om ingezet te worden in oorlogssituaties. Ze dienen niet als speelgoed, niet als decoratie, niet als investering: wie ze aankoopt, koopt ze aan om een leger mee uit te rusten, en dat leger dient … om oorlogen te voeren, ook al doet het dat vrij zelden.

Men kan over het woordje “oorlog” uiteraard een semantische veldslag voeren, en onderscheiden invoeren tussen “offensieve”, “defensieve” of “preventieve” oorlogshandelingen, met “afschrikking” ergens als een middencategorie van – van wat?  behoort “afschrikking” tot “oorlog” of tot “vrede”? Punt is echter dat dit hier allemaal nauwelijks een rol speelt. Bourgeois zal geen wapens uitvoeren naar Saudi-Arabië, omdat dit land een preventieve oorlog beweert te voeren in Jemen, met de bedoeling toekomstige bedreigingen van de orde in die regio te voorkomen. Voor Bourgeois is dat voldoende. Het gaat dus niet om wat oorlog “is”, maar om wat telt als oorlog in concrete argumenten.

In de economische theorie (en ik baseer me hier even op de klassieker van Ernest Mandel, Inleiding in de Marxistiese Ekonomie) maakt men een onderscheid tussen twee vormen van waarde. Er is gebruikswaarde – het nut, zeg maar, waarvoor bepaalde waren kunnen worden aangewend. En er is ruilwaarde – de prijs, zeg maar, van die waren op de markt. En men gaat ervan uit dat kopers slechts een ruilwaarde hechten aan waren die een effectieve gebruikswaarde hebben. Concreet: dat men slechts geld wil geven voor zaken die nuttig zijn en kunnen ingezet worden voor de functie die ze vervullen. Eenieder die zich als consument af en toe op de markt begeeft (ik ga ervan uit dat dit elk van ons is) zal dit vanzelfsprekend vinden. We zijn immers boos wanneer we een “stofzuiger” kopen die achteraf een “broodrooster” blijkt te zijn, en we voelen ons bekocht wanneer een aangekocht voorwerp niet naar behoren blijkt te functioneren.

De logica die Bourgeois hier articuleert komt echter hierop neer: wapens hebben een ruilwaarde – men kan ze kopen en verkopen – maar geen gebruikswaarde – ze mogen niet worden ingezet voor het doel waarvoor ze zijn vervaardigd. Want wie oorlog wenst te voeren met de bestelde wapens, die zal ze niet krijgen.

Economen kunnen zich nog lange tijd het hoofd breken over het precieze statuut van wapens als waren op een markt, gegeven deze merkwaardige logica. En gewone mensen kunnen zich afvragen hoe de wapenhandel nu eigenlijk ineen zit? Worden wapens verhandeld als dingen waarvan men de functie naar eigen inzicht kan invullen – waardoor ze dus inderdaad als speelgoed, decoratie of investering kunnen worden verkocht en aangekocht? Waarom noemen we ze dan wapens? Kortom: wat is er waar aan wapens als koopwaar? En wat noemen we “oorlog” en wat niet?

Leuk toch dat onze Minister-President ons zo aan het denken kan zetten.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s