Vrijheid, meningen en schelden. De déja-vu van Benno Barnard

_77900542_77900541

Jan Blommaert 

(De Wereld Morgen en KifKif, April 2010)

Islam is al twintig jaar één van dat handvol cyclisch terugkerende themata van publiek debat, en het duikt al twintig jaar in precies dezelfde vorm op. Die vorm werd al in 1981 beschreven door wijlen Edward Said, in zijn Covering Islam – een boek dat iedereen absoluut zou moeten lezen, al was het maar om te concluderen dat de beeldvorming die Said schetst actueler is dan ooit. In Covering Islam stelt Said dat Islam geen subject in het debat is, maar een object: men praat niet mét de Islam, maar over de Islam, en men praat erover zonder de geringste kennis van zaken, uitgaande van irrelevante stereotypen en in een eenzijdig model waarbij elke Moslim die afwijkt van die stereotypen meteen afgedaan wordt als niet-representatief, of erger nog, als een huichelaar die zich open en democratisch voordoet maar onderhuids denkt in termen van Sharia en theocratie.

De taqqiya industrie

Men heeft voor dit laatste nu een leuke naam gevonden, een naam die suggereert dat het hier om een Islamitische doctrine gaat: de taqqiya, de strategische huichelarij van de mujahedin die erop gericht is de ongelovigen te misleiden en zo de jihad te winnen. Deze tweeledige beweging – ‘goede’ Moslims als niet-representatief zien, of ze in termen van taqqiya als ‘mollen’ discrediteren – zorgt ervoor dat er geen enkele Moslim als een degelijk gesprekspartner wordt aanvaard. Gematigden spreken enkel voor zichzelf, anderen praten ons na om ons achteraf te misleiden, en enkel zij die de stereotypen uitdragen – denk aan de gebaarde en getulbande militanten van sharia4belgium – vallen binnen ons blikveld. Niemand is een echte Moslim, in de zin dat hij/zij spreekt voor alleMoslims of de Islam, tenzij hij/zij beantwoordt aan het beeld dat in ons kraam past, en dat beeld is dat van een vijand, erop uit ons te verpletteren, vernederen, en terug te drijven naar een atavisme dat wij beschouwen als de ontkenning van alles waar wij voor staan.

Uit de enorme hoop lectuur en informatie die er de laatste jaren is verschenen over Islam lijkt men om precies dezelfde redenen die werken uit te pikken die dit beeld bevestigen: de Fitna van Wilders, de boekjes van Ayaan Hirsi Ali, het nieuwe Vlaamse genre van Islam-bashing met toppers zoals Wim Van Rooy en Benno Barnard, en dieper in de stromen van het debat de constante voeding vanuit extreem-rechtse en radicaal-liberale hoek, aangevoerd door de Liberales-site van Dirk Verhofstadt. Men leest die dingen en neemt ze voor feiten aan; de werken van Lucas Catherine, Sami Zemni of Ico Maly leest men niét, want – hoe verrassend! – ze worden op hun beurt hetzij als een uiting van taqqiya gezien en dus als een deel van een pro-Islamitisch complot, of afgedaan als de praatjes van verblinde linkse intellectuelen die ‘achter de kar van de radicale Islam’ lopen.

Zo ziet men de Moslimwereld door een smalle tunnel, en enkel wat zichtbaar is doorheen die tunnel wordt als feit aanvaard; de rest is argument, ideologie, leugen of verzinsel. Said beschreef dit patroon dertig jaar terug in het grootste detail. Ga gewoon eens na hoe toepasbaar het vandaag nog is, en heb begrip voor de moedeloosheid van zij die zich bekommeren om de kwaliteit van het maatschappelijke debat.

Dit alles is een lange aanloop om het even over het incident met Benno Barnard te hebben (wiens lezing werd verstoord door militanten van sharia4belgium). Zoals gezegd, het is één grote déja-vu, want Barnard neemt in de huidige discussie zowel de plaats in als de argumenten over van mensen zoals Guy Verhofstadt, Paula D’Hondt en Johan Leman twintig jaar terug. Ook zij zegden onomwonden dat Islam zich enkel ‘gematigd’ in onze samenleving mocht nestelen en dat een orthodox beleefde Islam niet in onze cultuur en samenleving paste. Ook zij hadden het toen al over hoofddoeken en radicale imams, over fatwa’s (zoals die tegen Salman Rushdie) en over een cultuurbotsing. Wie daarvan bewijzen zoekt moet maar eens teruggaan naar enkele boekjes die ik lang geleden samen met Jef Verschueren hierover schreef: Het Belgische Migrantendebat van 1991 en Antiracisme van 1994. Men vindt er een ruime bloemlezing van uitspraken die vandaag haast woordelijk uit de monden van Barnard, Van Rooy en anderen rollen.

Van marge naar centrum

Er is één verschil: de bewoordingen waarin de huidige Islam-bashers vandaag bewegen waren twintig jaar terug exlusief eigendom van het Vlaams Blok. We zien dus Verhofstadt-iaanse argumenten gekoppeld aan een antiek Vlaams Blok taalgebruik. En dit mengsel moet dan doorgaan voor – ik neem een losse greep uit de bewoordingen die zijn gebruikt om het Barnard-incident te duiden – vrije meningsuiting, oproep tot debat, democratisch spreekrecht. De mannen-met-baarden van sharia4belgium, die Barnards uiteenzetting verstoorden en onmogelijk maakten, worden voorgesteld als ‘typische’ Moslims: gasten die tégen de vrije meningsuiting zijn, het publieke debat vermijden of onmogelijk maken en iemand zijn democratisch spreekrecht ontzeggen, net omdat ze radicale Moslims zijn. De Stad Antwerpen spant om die reden een kortgeding aan tegen hen, de Staatsveiligheid houdt hun activiteiten daarom al geruime tijd in de gaten, en Dirk Verhofstadt roept om die reden op om intolerant te zijn tegen die intoleranten en te reageren vooraleer het te laat is.

Te laat? Voor wat? Wie de afgelopen dagen hierover de debatten in de pers heeft gevolgd komt tot de verbijsterende conclusie dat velen in dit land echt schijnen te geloven dat er van deze jongens een reële dreiging uitgaat, een fundamentele (of fundamentalistische) dreiging dan nog, een gevaar dat men hier voor we het beseffen de macht overneemt en de Sharia invoert. En let op, niet enkel hier, maar in heel Europa. De dreiging is heel simpel: Europa staat (volgens Dirk Verhofstadt en de zijnen) voor een oorlogskeuze. We staan op de rand van de afgrond want mede door de sussende geluidjes van (‘wereldvreemde’) linkse intellectuelen en progressieve multiculturalisten, en dankzij het sluwe taqqiya-werk van Moslim-schijngematigden zoals Tariq Ramadan staan de radicale Moslims op het punt hun Jihad tegen onze waarden en ons systeem te winnen. Niemand zegt erbij wanneer die overwinning verwacht wordt: volgende week? Volgende maand? Volgend jaar? We blijven daarover gissen. Maar het feit dat het gaat gebeuren is onomstotelijk: lees (zoals Van Rooy en Barnard) de Koran, luister naar wat imams in moskeeën preken, kijk naar de Arabische satellietzenders – het wijst er allemaal op dat de Islamitische revolutie slechts een kwestie van tijd is, van korte tijd, en dus moeten we nu de verdediging organiseren.

We doen dat door als eerste Westerse land de burka te verbieden, de hoofddoek te bannen uit openbare plaatsen, de Staatsveiligheid op pad te sturen om radicale Moslims in de gaten te houden, hun websites lam te leggen en hun Facebook accounts te infiltreren, zich akkoord te verklaren met de fascistoïde inreisvoorwaarden die de VS aan de rest van de ‘vrije’ wereld oplegt, op te roepen tot ‘dialoog’ wanneer Israel in weerwil van dozijnen VN-resoluties en vredesakkoorden beslist om zijn nederzettingenbeleid verder te zetten, en Abou Jahjah tot terrorist en dus persona non grata in het Koninkrijk uit te roepen.

We zijn nu slechter af dan twintig jaar terug, en zelfs Said had nooit kunnen vermoeden dat het allemaal die vorm zou aannemen. De redelijkheid is volkomen zoek, er worden karikaturale demonen opgeroepen en te lijf gegaan, en met wijst iedere vorm van deskundigheid af ten voordele van buikgevoelens, irrationele angsten en de rituele aanroeping van grote idealen.

Bang zijn van wie?

Om met die redelijkheid te beginnen: wie kan nu in alle ernst geloof hechten aan de bewering dat we onder een reële dreiging leven? Dit doet denken aan het dorp van Asterix, waar men van niets of niemand bang is dan van het gevaar dat op een dag de hemel op hun kop zal instorten. Dit doet ook denken aan die leuke klein-linkse rituelen van destijds, waarin men met uitgestreken gezicht beweerde dat de proletarische revolutie slechts een kwestie van maanden meer was (“de revolutie is voor woensdag de 14de op de Groenplaats, en bij slecht weer in het Sportpaleis”!). Wie op dergelijke volslagen absurde beweringen en angsten een beleid baseert, of wie daar nog maar zijn of haar analyse op baseert, is – permettez-moi – een idioot, en dus weet men wat ik vind van mensen zoals Barnard, Van Rooy, Wilders, Hirsi Ali, de Verhofstadt Brothers en Etienne Vermeersch. Onder het mom van rationele analyse van ‘feiten’ schotelen zij ons de meest groteske irrationaliteit voor. We zouden moeten geloven dat de Islam-fundamentalisten eenzelfde type dreiging voor ons betekenen als destijds Hitler en zijn Nazi’s of Stalin, Beria en de Komintern. Hiervoor haalt men dan ‘de geschiedenis’ aan: een gepruts en een bricolage van feiten en hypothetische verbanden gecombineerd met een voorstelling van de Koran als een historisch niet-beweegbare doctrine die ons toelaat precies dezelfde motor te zoeken achter voorvallen uit de 13de eeuw en voorvallen uit de 21ste eeuw.

Wie dit gebrouw ernstig neemt is niet goed snik; hij of zij kan me ook niet uitleggen waarom ik niet erg bang zou moeten zijn voor, bijvoorbeeld, de Mormonen. De Mormonen zijn met meer dan de Moslimfundi’s, ze hebben al één Amerikaanse staat in handen, ze houden van iedereen ter wereld een stamboom bij, en ze sturen mensen uit die aan mijn deur komen bellen en me vragen (met een Amerikaans accent) of ik “een minuutje heb voor de Blijde Boodschap”. Of waarom ik niet bang zou moeten zijn voor radicale Joden: die laatsten zijn ook met meer dan de Moslimfundi’s, hebben atoomwapens ter beschikking, zitten in de regering van Israel, hebben stevige banden met de VS, en bezitten een robuuste wereldwijde economische macht. Of van die rabiate en gemilitariseerde Amerikaanse Christenen uit de Midwest. Die zijn allicht met minder, maar ze zijn bewapend, hebben de zware terreuraanslag in Oklahoma alsook talloze moorden op abortusdokters op hun conto, krijgen ruime politieke steun in de VS, en ze beschouwen het Verlichte Europa als hun vijand. Ik lees op de websites van die knapen dingen die niet fundamenteel afwijken van wat ik op sharia4belgium aantref.

Zijn dit dwaze vergelijkingen? Ik denk het niet. Wie zichzelf angsten wil bezorgen moet eens een nachtje op het internet surfen naar allerlei ideologische groupuscules. Men zal er Russische nationalisten aantreffen die een veroveringsoorlog willen starten die hun rijk uitbreidt van Vladivostok tot Oostende, Duitse neonazi’s die het Reich terug willen bevrijden van al wat niet Arisch is, Zionisten die het gebruik van atoomwapens tegen Iran aanbevelen zodat er na een Derde Wereldoorlog een veiligheidszone ontstaat rond de staat Israel die reikt tot Noord-India, Vlaamse fascisten die zweren dat Jan Blommaert ooit wel eens voorgoed de mond zal gesnoerd worden, en Jihadstrijders die elkaar instrueren in het maken van bermbommen.

Genoeg om nachten lang niet meer te slapen, een riot-gun te kopen en aan de kinderen cyaanpillen te geven voor het geval dat ze door die vele bedreigers in het nauw worden gebracht. Het feit is: de wereld is vol dreiging, en enkel een redelijk onderzoek kan uitmaken welke van die dreigingen ernstig is en welke niet. Om voor mezelf te spreken heeft zo’n onderzoek ertoe geleid dat ik me meer zorgen maak over extreem-rechts in de VS en over de Israelische Zionisten dan over Bin Laden en zijn broeders. De eersten zijn immers oorzakelijk verbonden met de laatste, en enkel wanneer er een verandering komt in de houding van de twee eerste is er hoop dat de derde zich koest zal houden. Dat is een redelijk standpunt en ik heb er een overdaad van sluitende argumenten voor. Ik ga dus niet mee in de stroom van onredelijkheid waarin men mij nu – en al zo lang – over de dreiging van de Islam wil meesleuren. De feiten zijn wat ze zijn: Islamfundamentalisten zijn een minuscule minderheid; bovendien zijn zij gebaseerd in de economische en politieke marges van de wereld (incluis die van onze eigen samenleving); en we zouden moeten weten dat stoere en opruiende taal van een minderheid niet noodzakelijk de meerderheid in beweging brengt. Indien dit wel zo zou zijn dan zou West-Europa zestig jaar geleden communistisch geworden zijn.

Ik maak me dus niet druk om sharia4belgium. Die jongens kunnen voor mij rustig hun hobby blijven beoefenen, ik vind ze niet per se erger dan voetbalsupporters die er ieder weekend op uittrekken om anderen op hun gezicht te timmeren. Net zomin als met die voetbalsupporters heb ik met de aanhangers van het Kalifaat geen enkele affiniteit en vind ik wat ze doen onnozel en ergerlijk, zij het dat ik het niet de moeite vind om er grote drama’s rond te maken. Waarom vind ik dat? Omdat ik de erfenis van de Verlichting belangrijk vind en die erfenis verdedig. En hier kom ik tot een ander punt.

Bang zijn van onszelf

De werkelijke dreiging, een dreiging die ik ernstig neem en op geen moment wil onderschatten, ligt in de reactie op Moslimfundamentalisme in onze samenleving. De irrationele angst die ik zonet heb vermeld is al deel van die reactie. We reageren buiten elke proportie en in die reactie schuilt het gevaar. En het is op die manier dat we ons systeem, onze waarden en onze erfenis van de Verlichting te grabbel gooien. Wie de VS sinds 9/11 heeft bezocht weet waarover ik het heb. The Home of the Free is in twee decennia omgebouwd tot een verpletterende politiestaat, met een immigratie-controle die alle mogelijke fundamentele vrijheden overtreedt, een ‘rechtstaat’ waarin mensen zonder formele beschuldiging en zonder de gebruikelijke rechten van de verdediging kunnen opgepakt en vastgehouden worden, een maatschappelijk klimaat waarin verklikking, roddels en verdachtmakingen nu als patriottisch gedrag worden gezien, en ga zo maar voort. Op de Amerikaanse TV worden advertenties uitgezonden (en in scholen wordt die boodschap herhaald) die de mensen oproepen om bij ieder verdacht voorval of teken een noodnummer te bellen, uit hoofde (uiteraard) van ‘uw eigen veiligheid’. Da’s net hetzelfde dan wat de Stasi deed in de DDR. Zoals men weet bleek uit de Stasi-archieven dat 75% van de DDR bevolking ‘verklikker’ was van de Stasi – en men zag daarin het finale bewijs van het totalitaire karakter van de DDR. Wanneer men binnen enkele jaren de FBI-archieven opent, hoeveel Amerikanen zullen daar dan als ‘verklikker’ opduiken?

De VS is (het meest nog onder George W. Bush) de staat die wereldwijd de idealen van democratie, persoonlijke vrijheid en sociale mobiliteit uitdraagt. Het land blijft dat enthoesiast doen en Amerikanen worden nog steeds tot tranen toe bewogen wanneer hun president die grote woorden uitspreekt. In naam van de vrijheid wordt daar echter de vrijheid van anderen geschonden, in naam van de veiligheid wordt die van anderen aangetast, in naam van de democratie is men ondemocratisch geworden.

En dat, beste mensen, is het echte gevaar. Omwille van de vermeende, en volkomen buiten proportie opgeblazen bedreiging van onze erfenis van de Verlichting zijn we net die erfenis aan het vernietigen. De oude Liberale waarden – individuele vrijheid, gelijkheid voor iedereen, tolerantie, scheiding van kerk en Staat, vrijheid van meningsuiting – worden allemaal zonder omhaal opgegeven.

Het licht gaat uit bij liberalen

Opvallend: het zijn precies de hardcore Liberalen zoals Wilders, De Decker, Dirk Verhofstadt en Boudewijn Bouckaert die ze nu opgeven. En het is Links die ze nu verdedigt – en daardoor vanuit die Liberale hoek de verwijten krijgt die we eerder al aanhaalden. Het zijn mensen als Dirk Verhofstadt die er luidkeels voor pleiten de liberale vrijheden van radicale Moslims aan banden te leggen: hun vrijheid van meningsuiting, hun vrijheid van godsdienstbeleving door het dragen van een hoofddoek of een burka, hun vrijheid van politieke vereniging, noem maar op. Het was Patrick Dewael die na de moord op Theo Van Gogh meedeelde dat de websites van radicale Moslims nauwgezet gecontroleerd werden en dat zulke kerels niet moesten schrikken wanneer ze zouden worden opgepakt voor – voor wat? Voor een uiting van hun vrije mening? Voor een gedachten-delict? Het was de rector van de ULB die Tariq Ramadan verbood te spreken op zijn campus (want Ramadan beoefent de taqqiya, uiteraard), en het was de rector van de UA die na het Barnard-incident de banier van de vrije meningsuiting opstak om de vrije meningsuiting van sharia4belgium te veroordelen. Het zijn ook die figuren die de ‘wereldvreemde linkse intellectuelen’ er bestendig van langs geven omdat die laatsten ‘hun kop in het zand steken’, ‘multiculturele dogma’s’ verkondigen, of ‘politiek correct’ denken bepleiten en ‘taboes’ hanteren.

Maar het was wel de opper-Liberaal Guy Verhofstadt die destijds in het Parlement stond te schreeuwen dat als er geen wet bestond waarmee men Abou Jahjah kon veroordelen, die wet maar terstond vervaardigd moest worden. En kijk, daarvan krijg ik kippevel. Want Verhofstadt verandert op dat ogenblik zijn rechtstaat in een totalitaire staat, en Verhofstadt had (in tegenstelling tot de boys van sharia4belgium) toen echte macht en invloed. De afschuwelijke gelijkenis tussen Verhofstadt en George Bush die ik toen zag was volkomen gerechtvaardigd, want ik hoorde het opperhoofd van mijn democratische en verlichte stam hier meedelen dat we niet langer democratisch en verlicht waren.

Dat is het echte gevaar van Islam. Het is een gevaar dat voortkomt uit hoe wij erop reageren; het is dan ook een gevaar van binnenuit, niet van buitenaf. We zijn al jaren bezig met het hanteren van twee maten en twee gewichten wanneer het over radicale Moslims gaat. Hun meningen zijn ongewenst en mogen gerechtvaardigd uit het publieke debat gehouden worden; die van hun even radicale tegenstrevers horen daar wel thuis en vormen geen enkel probleem. Barnard mag zijn lezing aankondigen onder de titel ‘Leve God, weg met Allah’, want het buikgevoel van Barnard moet uit hoofde van de vrije meningsuiting gewoon kunnen. Mensen die daardoor beledigd zijn moeten echter hun standpunt en hun emotie inslikken en zich ‘aan de democratische regels houden’.

Wat die regels in de praktijk dan wel zijn is niet echt helder. In dit geval komt het erop neer dat één partij iets irrationeels mag zeggen en dat de andere partij daar enkel rationeel op mag reageren. Doen ze dat niet, dan ‘overtreden ze de democratische regels’, ‘ontzeggen ze spreekrecht’ aan degene die hen heeft beledigd, en vormen ze dan ook het doorslaggevende bewijs van datgene wat al jaren voor waarheid wordt gesleten: dat Moslims geen relativeringsgevoel hebben, geen grapje kunnen verdragen, op alle slakken zout leggen en daardoor dus intolerant zijn.

Men zou eindelijk eens moeten begrijpen dat we door het hanteren van die twee maten en gewichten de erfenis van de Verlichting belachelijk maken. Als de grote universele Liberale vrijheden waar we zo fier op zijn in de praktijk enkel blijken te gelden voor een deel van de burgers en niet voor anderen, dan bestaan die vrijheden niet meer. Ze zijn immers per definitie universeel, en het selectieve gebruik ervan heeft een naam binnen onze liberale democratie: het heet discriminatie. Het blijft me verbazen dat hardcore Liberalen die paradox niet blijken te begrijpen, en dat ze onnadenkend alles wat ze zeggen in dezelfde adem tegenspreken door de waarden, vrijheden en rechten die men inroept te ontzeggen aan degenen tegen wie men ze inroept. Surf naar www.liberales.be; op de frontpagina staat een tekst van Dirk Verhofstadt getiteld “We mogen niet langer tolerant zijn voor de intoleranten”. Dat net dàt een intolerant standpunt is lijkt deze grote ideoloog van wat dan nog een ‘progressief liberalisme’ wordt genoemd totaal te ontgaan. Dat net dàt standpunt op zichzelf de liberale waarden omvouwt tot instrumenten van discriminatie ontgaat hem eveneens. En dat we zo een einde maken aan de centrale plaats die de Verlichtings-ideeën in ons systeem innemen, daar lijken weinigen wakker van te liggen.

Ik vind die idealen nog steeds belangrijk, want ze garanderen mij spreekrecht, vrijheid van levensbeschouwelijke keuze en beleving, gelijkheid inzake rechten en plichten, en de mogelijkheid met anderen van mening te verschillen zonder dat ik daardoor juridisch in de problemen kom. Ik vind ze zo belangrijk dat ik opkom voor eenieder aan wie deze privileges ontzegd worden. En ik doe dat niet omdat ik sympathieën heb met Moslim-extremisten of wie dan ook; ik doe dat omdat ik door en door Westerling ben. Ik ben zo Vlaams als Filip Dewinter en Vlaamser dan Benno Barnard. Ik ben tevens een atheïst, wetenschapper en socialist – allemaal dingen die voortkomen uit de Verlichting. Ik vind die dingen essentieel en zal ze dus steeds verdedigen, ook al betekent dit dat ik me aan de zijde plaats van mensen met wie ik ideologisch, politiek of levensbeschouwelijk geen voeling heb – wiens visie ik zelfs in sommige gevallen weerzinwekkend vind. Die visie verdient in onze samenleving echter evenveel respect als de mijne of die van Dirk Verhofstadt, en ik heb op grond van de Verlichtingsidealen niet het recht mijn irrationele reflexen te laten overwegen op het rationele besef dat die rechten blijven gelden, zelfs voor mensen die ik haat en verafschuw. De Verlichting berust volledig op het primaat van de redelijkheid. Geeft men die op, dan geeft men zijn liberale vrijheden op.

Wat zijn we aan het worden?

Het is de hoogste tijd dat men dit begint te snappen: dat ons verschrikte en verwarde gedoe over Moslims ons systeem, onze waarden en principes bedreigt. En dat de echte strijd daarover gaat: over het intact houden van die waarden en principes. We gaan die strijd niet winnen door zelf die waarden en principes uit te hollen; we moeten ze net constant bevestigen en versterken. Wie het ernstig neemt met de vrijheid van meningsuiting zal ‘functionele beledigers’ zoals wijlen Theo Van Gogh, Geert Wilders, Filip Dewinter, Jean-Marie De Decker en Benno Barnard, maar even goed de jongens van sharia4belgium en andere radicale groupuscules erop moeten wijzen dat die vrijheid van meningsuiting onderworpen is aan regels – aan de regels van het debat, aan die van de redelijkheid en van het respect voor de tegenpartij. Die vrijheden bestaan immers maar indien ze worden gebruikt als instrument voor vrijheid, niet als instrument van macht, geweld en discriminatie. De diepe verruwing van het maatschappelijke debat, waarin men enkel nog een opinie lijkt te hebben wanneer die opinie rauw, ruw en radicaal is, maakt de vrijheid van meningsuiting tot een travestie van zichzelf. Schelden maar, de tegenpartij zal wel terugschelden – en dat noemen we dan een ‘democratisch debat’.

Wie met de erfenis van de Verlichting inzit moet de vrijheden die er de uitkomst van zijn soigneren en koesteren, erover waken dat ze in goeie vorm blijven en in staat zijn te werken als instrumenten in een open en vrije samenleving. Als we die instrumenten laten roesten, of er stukken afhalen, dan wordt onze samenleving er niet beter door – ze wordt dan net wat we niet willen dat ze wordt. We worden dan met zijn allen minder vrij, minder open, minder democratisch. Een samenleving hangt immers niet aaneen van de schone principes – iedere samenleving stelt zichzelf voor als open, vrij, tolerant, hardwerkend, geestig en verstandig. Ze hangt aaneen van de manieren waarop we die principes in de praktijk brengen. Als die praktijken in schril contrast staan met de retoriek die we erom wikkelen dan moeten we er niet van schrikken wanneer anderen ons ongeloofwaardig, leugenachtig of zelfs ridicuul vinden. We zijn in de ogen van die mensen géén democraten, niét tolerant en open, en allerminst verlicht. Ze hebben gelijk. Dat permanente kritische zelfonderzoek is de kern van onze Verlichting, het is de permanente kwaliteitszorg voor onze waarden en principes, en het is zo zeldzaam geworden.

Ik heb dit alles al zo vaak gezegd, en me al zo dikwijls beklaagd over het feit dat men zich zo vaak laat leiden door irrationele en dwaze hersenspinsels en goed klinkende blabla in plaats van op redelijke overwegingen en argumenten. We gaan ons te buiten aan het uitvergroten van het statistisch insignificante feit van zodra dat triviale feit meer dan een pagina in Het Nieuwsblad vult en Yves Desmet er een editoriaal aan wijdt.

Het is die uitvergroting die een fundamenteel probleem is. Mensen, hoeveel burka-dragers zijn er eigenlijk in dit land? Hoeveel kinderontvoerders waren er ten tijde van Dutroux? Hoeveel Ronald J’s zijn er? Of Kim de Gelders? Hoeveel terroristen telt ons land? En zet dat nu eens af tegen andere gegevens. Hoeveel werklozen zijn er? Hoeveel gepensionneerden die niet rondkomen met hun uitkering? Hoeveel verkeersslachtoffers? Hoeveel kinderen die in het onderwijs naar onderen worden door-georiënteerd? Hoeveel daklozen? Ik bedoel maar: moet ik me nu echt bezig houden met de persoonlijke angsten en nachtmerries van Benno Barnard of met de waandromen van de knapen van sharia4belgium? Moet ik bang zijn dat de hemel op mijn kop valt? Of moet ik me zorgen maken over veel belangrijker dingen die mijn wereld bedreigen, en die net door de uitvergroting van onbelangrijke zaken naar de marges van onze aandacht verdwijnen? U mag zelf de afsluitende zin schrijven.

by-nc

 

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s