Migratie en veiligheid even geherformuleerd

moslims-600x330

Jan Blommaert 

Voorpublicatie van een hoofdstuk uit “Let op je woorden: Taal, politiek en strijd” (Berchem: EPO 2016)

We zullen ons het jaar 2015 om vele redenen herinneren, maar twee elementen zullen we wel allemaal belangrijk blijven vinden: het was het jaar van de vluchtelingencrisis en het jaar van de terreuraanslagen in Parijs – één in januari tegen, onder andere, de redactie van Charlie Hebdo, en één in november tegen een aantal uitgaansgelegenheden, met gevolgen tot in Molenbeek. Migratie en veiligheid zijn de twee thema’s die de publieke opinie heftig hebben beroerd in dat jaar, en ze horen – jammer genoeg – al een hele tijd samen. Dat is op zich voer voor een analyse, maar die doen we later wel eens. Nu richten we ons op de fenomenale hoeveelheid kromspraak die omtrent die twee verweven thema’s is geproduceerd. Want, ja, we hebben al gezien hoe zowel de frames van economie als die van diverse vormen van arbeid gebukt lopen onder zeer vreemde vormen van logica. Maar dat is klein bier in vergelijking met wat we hier zullen zien.

De vluchtelingencrisis

Vanaf het late voorjaar van 2015 sprak men over de hele EU over een “vluchtelingencrisis”. Tienduizenden vluchtelingen kwamen vaak in gammele bootjes aanspoelen op de stranden – in Malta, Italië, en bovenal in Griekenland. Vanaf begin januari tot 1 december 2015 kreeg Griekenland zo’n 600.000 vluchtelingen te verwerken. Dat land was als gevolg van de Eurocrisis onder curatele geplaatst door de beruchte Trojka, had dus geen cent ter beschikking voor de infrastructuur en mankracht om die immigratie te verwerken, en liet de vluchtelingen dan ook doorstromen naar de rest van de EU – hoofdzakelijk Duitsland. Vanaf dat moment sprak men van een “crisis”, want de aantallen vluchtelingen die zich over de EU verspreidden waren groot en de stroom was ongecontroleerd en ongeordend.

Het was paniek op alle banken. Toen de crisis uitbrak was er geen enkele EU regering die a priori bereid was om een vluchtelingenvriendelijk beleid te voeren (met uitzondering, misschien, van Zweden). Overal waren regeringen aan het bewind die migratie wilden “beperken” en “controleren”, en die plannen werden lelijk gedwarsboomd door de tienduizenden nieuwe vluchtelingen die kwamen aankloppen (en, het weze gezegd, door honderdduizenden EU burgers die spontaan en kordaat solidariteit met die vluchtelingen betoonden). Diezelfde regeringen hadden zich de afgelopen jaren danig ingespannen om de budgetten en infrastructuur voor opvang van nieuwe migranten drastisch te beperken (men wilde er immers geen), en zagen zich plots genoodzaakt om behoorlijke hoeveelheden onvoorziene middelen precies aan dat ongewenste doel uit te geven. In eigen land sprak het gezicht van Staatssecretaris Theo Francken boekdelen. De heersende frame die snel tot stand kwam was deze (en let op de “tsunami” metaforen):

Dit is een ongecontroleerde vluchtelingenstroom die ons overspoelt en ons systeem dreigt weg te vagen.

Dat systeem is het neoliberale systeem van Euro-austeriteit – steeds minder middelen voor de sociale opvang van “ongewenste” mensen (zie de discussie over niet-actieven en niet-productieven uit het vorige hoofdstuk).  En via deze frame kregen we een beeld mee waarin niet de vluchtelingen, maar wel wij het slachtoffer waren van deze crisis. Wij werden bedreigd en liepen gevaar, wij leden pijn en verlies, niet de vluchtelingen.

In de media kregen we berichten over verkrachtingen van lokale meisjes door vluchtelingen, over diefstallen, vandalisme en vechtpartijen met en onder vluchtelingen. Op 9 november 2015, bijvoorbeeld, bestond het nieuws over vluchtelingen op de website van Het Laatste Nieuws uit de volgende zes items: (1) “Nederland pakt 41 verdachten op voor mensensmokkel”, (2) “16 Franse agenten gewond tijdens schermutselingen met migranten in Calais”, (3) “Rellen in Australisch detentiecentrum na dood vluchteling”, (4) “terrorist gevat op migrantenboot Lampedusa”, (5) “Schäuble: Capaciteit van Duitsland om vluchtelingen op te vangen is beperkt”; (6) “Drie verdachten voor mensensmokkel opgepakt na interventie fregat Leopold”. Bart De Wever riep dan ook meteen op om de Conventie van Genève te herzien, slaakte een “noodkreet” aan de EU in een open brief omwille van de “vloedgolf” die ons overspoelde, en waarschuwde dat de keuze er één was tussen de opvang van vluchtelingen of het behoud van onze sociale zekerheid. Samengevat:

Wij moeten ons verdedigen tegen deze grote nieuwe dreiging.

Waarom? Omdat het geen echte vluchtelingen waren. De Wever en anderen waren van oordeel dat men net zolang échte vluchteling was tot men over de grens in Turkije een veilig onderkomen had gevonden. Wie vanaf dat punt evenwel verder trok naar de EU deed dit niet meer om aan dood en vervolging te ontsnappen, maar om “een beter leven” te hebben – en dus ben je economisch vluchteling en verzaak je aan onze solidariteit. Terloops een snelle herformulering:

Mensen die dit land als fiscaal paradijs opzoeken, zoals Gerard Arnauld of Gérard Depardieu, zijn échte economische vluchtelingen.

 

Dat was één manier om de bokken van de schapen te scheiden. Een andere hebben we al gezien in de berichten van Het Laatste Nieuws: onder die vluchtelingen waren er misdadigers en zelfs terroristen. Vanzelfsprekend konden we de economische vluchtelingen, en nog minder de criminelen of terroristen, onder geen beding in ons land toelaten.

Ik heb hier niet de ruimte om in te gaan op de lange lijst van dwaasheden die in deze argumenten zijn geslopen en zal me dus moeten beperken tot enkele hoofdlijnen.

Eén: wiens crisis is dit? Het ligt nogal voor de hand dat niet wij in ons bestaan bedreigd worden door mensen die het regime van IS in Syrië ontvluchten (zeker wanneer we met de rest van de EU luidkeels schreeuwen dat de schurken van IS kapot gebombardeerd moeten worden), maar dat het net het gebrek aan, en het verwaarlozen van, de opvangstructuren is dat hun bestaan nog moeilijker maakt. Herformulering:

De echte vluchtelingencrisis is een crisis van de austeriteitspolitiek die de opvangmogelijkheden drastisch heeft beperkt, waardoor het systeem nu zeer snel “overloopt”.

Het is de onwil van onze overheden om de middelen voor administratieve en materiële opvang van vluchtelingen te voorzien (waartoe we via internationale akkoorden verplicht zijn, het is dus geen kwestie van politieke keuzen want die heeft men niet) die ervoor zorgt dat honderden mensen ’s nachts buiten slapen en maanden moeten wachten vooraleer hun asielaanvraag in behandeling kan genomen worden.

Twee: deze toevloed van aanvragers naar een veel te klein en zwak opvangsysteem zal bovendien een effect hebben dat we al kennen uit het verleden: vele aanvragers die jarenlang moeten wachten op de uitspraak over hun aanvraag. In een nogal brutale herformulering klinkt dat zo:

De huidige knoeiboel bij het aanpakken van de vluchtelingencrisis schept een nieuw migrantenprobleem voor de toekomst.

Immers, duizenden mensen zullen jarenlang in een zeer precaire administratieve en sociale toestand blijven hangen, met een zeer grote rechtsonzekerheid en met geen enkele mogelijkheid om hun toekomst te plannen. En dat ligt niet aan hén zelf, en evenmin aan de grote aantallen nieuwkomers die nu immigreren.

Want, en hier is een derde punt, het gaat hier zeker om behoorlijk hoge instroomcijfers. Maar men vergeet dat er al twintig jaar een immigratie is via asiel, met pieken die de huidige benaderen en overstijgen, en dat die vele tienduizenden nieuwkomers (die ook destijds steevast als een probleem voor ons werden gezien) inmiddels haast onzichtbaar zijn geworden. Ze zijn volkomen geabsorbeerd in de samenleving waarin ze zijn opgenomen, en ze zijn er winkelier, kapper, bouwvakker, boekhouder, opvoeder, buurtwerker en zelfs politieagent en ambulancier geworden.[1] Ook hier moet immers een mythe weerlegd worden: de vluchteling die in ons land mag verblijven leeft niét jarenlang van de bijstand; OCMW-steun en dergelijke zijn in de overgrote meerderheid van de gevallen zeer tijdelijk en worden gevolgd door een normaal economisch traject, waarin bij zeer velen onder hen zelfs snel naar het statuut van zelfstandige wordt overgegaan.[2] Dus:

zowel die nieuwkomers als onze samenleving blijken best in staat om behoorlijk grote aantallen nieuwkomers op te vangen. Wat is er immers met die vorige “golven” van vluchtelingen gebeurd?

Het antwoord is: die zijn allang geïntegreerd. Maar dat is natuurlijk een begrip dat op zijn beurt van dichterbij moet bekeken worden.

Integratie

Ik ga dit kort houden. Integratie (en z’n jongere broertje inburgering) behoren tot de woorden die men al decennia zeer intensief gebruikt zonder enig benul van wat ze precies betekenen.  Men gebruikt “integratie” alsof het een absolute, feitelijke toestand is waarvan het bestaan door niemand kan worden ontkend. Terwijl niemand precies weet hoe die feitelijke toestand dan wel moet omschreven worden. De algemene lijn kan zo samengevat worden:

Integratie (of inburgering) slaat op het feit dat mensen die buiten onze samenleving staan inspanningen moeten doen om er binnen te raken, via aanpassing aan ons.

Men merkt meteen allerhande problematische dingen: (a) iemand die hier al veertig jaar leeft kan nog altijd gezien worden als iemand die niet in onze samenleving leeft. Maar waar dan wél? (b) Het gaat in deze integratie-frame om een eenzijdig proces van aanpassing, terwijl verblijf in een buurt ook meteen de hele buurt verandert; (c) wat is de concrete betekenis van “ons” en van “binnen onze samenleving”? Wie is die “ons” eigenlijk? Zo meteen meer over dit laatste.

Net als bij de vorige begrippen zien we ook hier dat integratie een uitgesproken morele en politieke dimensie heeft:

Wie niet geïntegreerd is geeft blijk van onvoldoende integratiewil en kan nooit gelijke rechten verdienen.

Integratie (en inburgering) is dan ook een begrip – een zoveelste – dat door de ene groep over de andere kan worden gebruikt als een middel om die andere te stigmatiseren en te discrimineren; het is ook hier weer duidelijk iemands begrip.

Maar wiens begrip precies? Want eerder dan een herformulering hebben we hier een simpele maar vernietigende vraag klaar:

Wat is het eindpunt van integratie? Omschrijf eens precies en concreet wat “geïntegreerd zijn” is. En pas die elementen dan eens toe op de hele bevolking.

Ik stel die vraag al vijfentwintig jaar, en de stilte die er doorgaans op volgt is oorverdovend. Immers:

Men kan perfect geïntegreerd zijn in heel wat verschillende hoeken van de samenleving, incluis in de marges ervan.           

Want wat is de “mainstream”? Wie vertegenwoordigt de mainstream? Concreet en in de praktijk? Stel dat men antwoordt:

Men is “geïntegreerd” en “mainstream” wanneer men een vaste baan heeft, in een stabiele gezinssituatie leeft, een eigen woning bezit en standaard Nederlands spreekt en schrijft.

Dan zal blijken dat onze samenleving een veel smallere mainstream en een veel ruimere marge kent dan men doorgaans denkt. Meer nog: dat net omwille van het beleid dat men thans voert die marges steeds verder verdikken terwijl de mainstream verder versmalt, en dat dus, volgens dit criterium steeds meer mensen van alle slag te kampen krijgen met “integratieproblemen”. Het meest realistische wat men over integratie kan zeggen is dan ook:

Iedereen is goed geïntegreerd in bepaalde delen van de samenleving, matig tot slecht geïntegreerd in andere, en niet geïntegreerd in nog andere.

Je kan zeer goed geïntegreerd zijn in je werkplek en daar door iedereen op handen gedragen worden, maar heel matig in je buurt omdat je, bijvoorbeeld, chronisch conflicten hebt over parkeerplaats met je buren, slecht met je familie omdat je al jaren overhoop ligt met je oudere broer, en helemaal niét in de hiphop cultuur van je jongste zoon, ook al speelt die zich af onder je eigen dak. Ik denk dat dit beeld van “integratie” een stuk meer overeenstemt met het echte leven van mensen dan het volkomen abstracte, ongedefinieerde en daardoor discriminerende begrip dat men al zo vele jaren volkomen nutteloos in het beleid en de goegemeente hanteert.

De terrorist

We zagen al dat de vluchtelingenstroom vanuit IS-gebied enkele “terroristen” aan boord had. Terroristen, wie zijn dat in het huidige vertoog?

Terroristen zijn fanatieke Jihadistische Moslims die met extreem en willekeurig geweld onze Westerse levenswijze willen vernietigen en vervangen door een op de Sharia gebaseerde samenleving.

Althans, dat is hoe de term vandaag gebruikt wordt – de enige manier waarop die wordt gebruikt. En dat is bijzonder problematisch omwille van een hele reeks redenen. Eén daarvan kennen we inmiddels: de term klinkt objectief en wordt door de meeste mensen zonder slag of stoot in de mond genomen en geloofd als ware het een simpel feitelijk gegeven. Nochtans is het – gedenk onze vorige oefeningen – alweer overduidelijk een moreel en politiek begrip:

Terroristen zijn de ergste vijanden, zij verdienen geen mededogen en moeten vernietigd worden. Ze zijn zo slecht dat ook terreur van onze zijde daarvoor gerechtvaardigd is.

We weten inmiddels hoe deze frame werkt: er wordt geen diplomatieke weg bewandeld in het conflict met terroristen, “onze” vliegtuigen en drones bombarderen hun dorpen en doden daarbij ook vrouwen en kinderen, er worden gerichte politieke moorden uitgevoerd op hun leiders, er worden folteringen toegelaten en mensen worden zonder vorm van proces gearresteerd en jaren vastgezet – Guantanamo. Tevens wordt in naam van de strijd tegen terroristen de democratie even opgeschort, worden de mensenrechten eveneens voor een tijdje opgeheven, en wordt een brutale politie- en surveillantiecultuur geïnstalleerd die totalitair is – een veel effectiever vernietiging van “onze Westerse levenswijze” dan wat duizenden terroristen ooit hadden kunnen realiseren.

“Terrorist” is zware artillerie in het politieke vocabularium; het is zowat de meest negatieve politieke kwalificatie die men als vijand kan krijgen. En het heeft een uitgesproken propagandadimensie. We merken dat wanneer we vier termen op een rijtje zetten – vier mogelijke herformuleringen die telkens precies dezelfde organisaties of personen kunnen aanduiden, maar telkens een andere politiek evaluatie ervan weergeven:

Vrijheidstrijder – rebel – opstandeling – terrorist

Wie in de ogen van de tegenstrever een “terrorist” is, is in de ogen van de medestanders vaak en om overduidelijke reden een “vrijheidstrijder”. Wie de vrouwen en kinderen van die “vrijheidstrijders” doodt of verminkt, bijvoorbeeld door de inzet van jachvliegtuigen, drones of gespecialiseerde commando’s, die is in de ogen van hun nabestaanden wellicht evengoed een “terrorist”. En elk van beide partijen zal de tegenstrever uiteraard afschilderen als de baarlijke duivel, met wie geen compromis of verzoening mogelijk is en voor wie enkel de meest helse kwellingen moeten voorzien worden. Dus we denken even na:

Wat doen we wanneer wij terroristen zijn in de ogen van anderen en door hen van precies dezelfde daden worden beschuldigd?

Je ziet, we kunnen onze gebruikelijke analyse doen: wiens begrip is het? Wie is “terrorist” in wiens ogen? In de ogen van het Apartheidsregime was de latere Nobelprijswinnaar voor de Vrede Nelson Mandela een terrorist, en dat leverde hem zijn lange jaren op Robbeneiland op. Nog een andere Nobelprijswinnaar voor de Vrede, de Israelische premier Menachem Begin, was lid van de Zionistische militie Irgun (een “terroristische organisatie” voor de Britten), en gaf het bevel voor de dodelijke bomaanslag op het King David Hotel in Jeruzalem in 1946. Yasser Arafat en zijn PLO waren jarenlang “terroristen”, tot wanneer ze tot een vredesakkoord met Israel kwamen en Arafat een legitiem politicus werd. En ook de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

Enzovoort: het lijstje van “terroristen” die op een zeker ogenblik in hun leven, door de grillen van de geschiedenis, plots “helden”, “bevrijders” of “staatslieden” werden, is heel erg lang. Er is dus niets absoluuts aan die term: hij duikt op en verdwijnt als gevolg van specifieke vormen van conflict. Wanneer dat conflict een uitkomst krijgt, verdwijnt het begrip “terrorist” even snel. Dat is belangrijk, want dat betekent dat de kwalificatie van “terrorist” – en dit kan schokkend klinken – niét afhangt van de aard van de handelingen die gesteld worden, van de vormen van geweld die gebruikt worden. Er is ook een politieke context nodig waarin die handelingen als “terreur” bestempeld kunnen worden.

Maar die handelingen zijn toch absoluut en onbetwistbaar slecht, zal men zeggen. Vanzelfsprekend zijn ze dat: onthoofdingen, brandstapels, massale verkrachtingen, verminkingen, willekeurige slachtpartijen op onschuldige mensen en andere “terroristische” gruwelen zijn zondermeer schokkend. En het is toch dààrom dat we IS een “terreurorganisatie” noemen? Omwille van het absolute kwaad dat ze vertegenwoordigen, de gruwelen die ze verrichten zonder enig respect voor de menselijkheid van hun slachtoffers?

Ik wou dat het zo simpel en duidelijk was. Maar precies dezelfde gruwelijke feiten treden op in een heel ruime waaier van omstandigheden, en we geven hen dan heel andere namen. De onbeschrijflijke gruwelen die in Auschwitz plaatsgrepen noemen we “holocaust”, en de eindeloze slachtpartij die in 1994 Rwanda ten gronde richtte noemen we “genocide”. Terwijl net daden werden uitgevoerd die we evengoed als “terroristisch” zouden kunnen benoemen. Dezelfde gruwelen werden in het begin van de jaren 1990 door verschillende milities uitgevoerd in ex-Joegoslavië, waar we ze “etnische zuivering” noemden. Oprukkende legers laten vaak een spoor van dode, verminkte en verkrachte mensen achter – we noemen dat “oorlogsmisdaden”. De traditie, levendig tot in het midden van de twintigste eeuw, waarbij zwarte mannen in de Zuidelijke staten van de VS werden opgehangen, verbrand, verminkt, gecastreerd, verdronken of doodgeslagen noemen we “lynching”. Er is een rijke literatuur over de gruwelijke folteringen en de eindeloze creativiteit in moord door de georganiseerde misdaad in de VS, Rusland, Latijns-Amerika en China, en die meteen een déjà vu van de IS filmpjes oproept. En, tenslotte, de praktijken zoals waterboarding en psychische folteringen die we zijn gaan associëren met Guantanamo en de War on Terror heten in het jargon gewoon “gespecialiseerde verhoortechnieken”. Het is geen toeval dat IS z’n slachtoffers vaak aankleedt in de oranje overalls die de Guantanamo-gedetineerden dragen.

Het etiket “terrorist” krijg je dus niet vanzelf, als iets wat simpel en feitelijk af te lezen is van een bepaald (“objectief”) niveau van barbaarsheid. Die barbaarsheid is helaas maar al te ruim verspreid, ook in domeinen en rond personen of organisaties die we nooit als “terroristen” zullen bestempelen. Als een algemene term voor dat soort barbaarse handelingen wil ik, gewoon om een min of meer plausibel en accuraat begrip te hanteren, het woord “banditisme” gebruiken. Want ook de Bende van Nijvel – “zwaar banditisme” noemden we dat – ging zich te buiten aan willekeurige moorden op onschuldige burgers. Het onderscheid in actie tussen de aanvallen van de Bende van Nijvel op de supermarkt in Aalst, en die van de IS-strijders in de Joodse supermarkt in parijs in januari 2015 of op het Joods Museum in Brussel later dat jaar, is zeer klein. En ja, ook de Bende van Nijvel opereerde met een strakke planning en vanuit een sterke organisatie. Dus, hier komt een herformulering, of althans een lastige vraag die moet gesteld worden.

Waarom noemen we het soort banditisme zoals in Parijs eigenlijk “terrorisme”?

Stel de vraag en wacht geduldig op een steekhoudend antwoord. Het antwoord moet politiek zijn, want anders houdt het geen steek.

De geradicaliseerde

Het antwoord zal wellicht op de ene of andere manier verwijzen naar Moslims: banditisme wordt terrorisme wanneer het vergezeld gaat van de kreet “Allahoe Akbar!”. Op 2 december 2015 was er in de Amerikaanse stad San Bernardino een schietpartij waarbij een man en een vrouw na afloop van een trainingssessie hun collega’s met oorlogswapens neerkogelden: meer dan een dozijn mensen lieten het leven. De eerste uren werd het incident gezien als gewoon een zoveelste wilde schietpartij van het “Columbine” type. Maar toen bleek dat de dader en z’n vrouw allebei van Pakistaanse origine waren, Moslim waren, en naar verluidt Arabische frazen hadden geroepen tijdens het schieten – toen werd het incident meteen een geval van “terreur”.

De eenvoudige zin “Allahoe Akbar” (God is de grootste) is op enkele jaren tijd veranderd – indexicaal – van een simpel gebed dat elke devote Moslim uitspreekt, tot een kreet die terreur aankondigt en die mensen van angst doet wegduiken. En het Arabisch – de taal van honderden miljoenen mensen – is evengoed een “verdacht” ding geworden, een “aanwijzing” die voldoende kan zijn voor een agressieve identiteitscontrole en ondervraging. Het is de uitkomst van drie decennia waarin in een belangrijk deel van onze samenleving geleidelijk een zeer diep verankerd vijandbeeld is gegroeid:

De Islam is de vijand van het Westen, en de waarden van de Islam zijn fundamenteel onverzoenbaar met die van het Westen.

De nonsens die hierachter schuil gaat zal ik op een andere plek moeten beschrijven. Hier is het punt dat die Islam ook “bij ons” aanwezig is (er zijn zo’n 700.000 Moslims in België), en dat daar uiteraard goeie mensen bij zijn, maar ook slechten. En die slechten  heten sinds kort “geradicaliseerden”. Tegen hen hebben we nu een “deradicaliseringsbeleid” met “deradicaliseringsambtenaren”. En waar hebben we het over in het dagelijkse vertoog wanneer de term “geradicaliseerde” valt?

Geradicaliseerde Moslimjongeren zijn jongeren die effectief of potentieel “Syriëstrijder” zijn en bij hun terugkeer terreurdaden kunnen stellen.

Zelden was een politieke term zo dwaas. Want – hier gaan we weer – de term wordt gebruikt alsof hij een waarneembare en feitelijke, absolute realiteit aangeeft (men is geradicaliseerd of men is het niet). Het Laatste Nieuws wist in die zin op 3 december te Tweeten “voor het eerst geradicaliseerde baby’s naar Syrië vertrokken” – men wordt vandaag de dag blijkbaar als geradicaliseerde geboren. Maar natuurlijk is er ook aan déze term simpelweg niéts objectiefs.

Ten eerste, “radicaal” is wat men een “gradatieterm” noemt. We hebben dit al in de eerste hoofdstukken van dit boekje vermeld: “radicaal” is meer en erger dan “normaal” of “gematigd”. Dus om te weten wat “radicaal” is, moet men eerst weten wat “normaal” is. Radicaal in vergelijking waarmee? Wat is het nulpunt vanaf hetwelke we kunnen beginnen nagaan of en hoeverre iemand “radicaal” is? Dus:

Om te weten wat “geradicaliseerd” is moet men eerst weten wat “normaal” is.

Ten tweede, de term is ook pure interpretatie van iets – maar de vraag is, van wat precies? Bepaalde fenomenen zijn niet radicaal, we vinden ze radicaal, ze worden als radicaal beoordeeld. Maar welke fenomenen dan wel? Vaak wijst men op uiterlijkheden: een jonge man met kaalgeschoren hoofd en baard, en in een lang wit kleed, die “Allahoe Akbar” roept of in het Arabisch aan z’n smartphone hangt: dat moét wel een geradicaliseerde zijn. Maar toch:

Geef eens de concrete eigenschappen van “radicalisering”. En pas ze daarna toe op iedereen.

Ten derde: die “radicalisering” moet iets met het geloof van de Moslims te maken hebben. Dus, ja, wij (niet-Moslims) interpreteren er wel op los, maar zijn wij degenen die met precisie, gezag en recht van spreken kunnen bepalen wat “normaal” is en wat “radicaal” is binnen het geloof van Moslims? Dus:

Hoe bepalen niet-Moslims de mate van “radicalisering” van de geloofsovertuiging van een Moslim?

Het is duidelijk: we zijn daar als niet-Moslims niet al te best voor gewapend. Dus:

Waarom vragen we niet aan de niet-“geradicaliseerde” Moslims om te bepalen wat zij binnen hun godsdienst als “normaal” en “radicaal” bepalen?

Met andere woorden: waarom voeren we het gesprek over “radicalisering” niet met de overgrote meerderheid van de Belgische Moslims die daar ook zo hun gedacht over hebben? Er zal snel blijken dat er een concrete grens is: jongeren die naar Syrië vertrekken om daar aan de zijde van IS te strijden en te leven zijn wel degelijk een probleem, ook (en vooral) binnen de Moslimgemeenschap. Maar:

Waarom gebruiken we een woord dat op een vorm van geloofsbeleving slaat (“radicalisering”) voor een zeer uitzonderlijke daad die zelfs voor de meeste “radicale” Moslims ondenkbaar is (naar Syrië gaan strijden)?

De “geradicaliseerde” heeft ons zo tot bij de “Syriëstrijder” gebracht: twee woorden die we als synoniem zien, maar zonder een enkele goede reden. Men kan een zeer radicale versie van het geloof aanhangen en dat geloof op de strengste wijze beleven, maar dat betekent niet dat men daarom de wapens opneemt en zich aan de kant van een suïcidale militie schaart. We moeten hier dringend een nieuw en beter woord uitvinden.

Onze veiligheid

De Syriëstrijder bedreigt niet alleen onze veiligheid, hij (en af en toe ook zij) bedreigt ons hele samenlevingsmodel. Althans, zo hebben we het duizenden keren gehoord. Daarom moeten we hen genadeloos bestrijden, de mensenrechten opschorten, de Conventie van Genève herbekijken en doorheen dit alles toch vooral onze waarden en normen blijven benadrukken. Voilà.

Begin december 2015 kregen we op nagenoeg dezelfde dag drie nieuwsberichten. Het eerste meldde dat er in 2015 vanuit de Provincie Antwerpen acht (8) Syriëstrijders waren vertrokken, minder dan het jaar tevoren (maar wel met geradicaliseerde baby’s, zoals we al zagen). Het tweede bericht vertelde dat er dit jaar alweer zo’n 700 verkeersdoden waren gevallen op de Belgische wegen, en dat ons verkeer helaas niet minder dodelijk wordt. En het derde – het was de periode van de Klimaattop in Parijs – bracht ons op de hoogte van het feit dat luchtvervuiling in ons land jaarlijks 11.000 vroegtijdige overlijdens veroorzaakt.

Het gaat drie keer over levensbedreigende zaken, en in die zin over ernstige veiligheidskwesties; ik denk dat iedereen het hierover eens kan zijn. Maar omtrent het eerste hebben we een heuse militarisering van het veiligheidsapparaat meegemaakt, met gewapende soldaten en pantserwagens in de binnensteden van dit land. Omtrent het tweede weigeren onze regeringen al decennia lang fundamentele maatregelen aan te nemen die het gebruik van openbaar vervoer drastisch zouden aanmoedigen. En wat het derde betreft: onze regeringen maakten zich onsterfelijk belachelijk door op de Parijse klimaattop te verschijnen zonder een nationaal klimaatplan. En betogingen voor het derde werden verboden omwille van het eerste.

Bovendien: de afbouw van de sociale zekerheid en de toenemende armoedeproblematiek scheppen allerhande zeer ernstige vormen van onveiligheid. Er is toenemende onveiligheid op de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, de ouderenzorg; er is financiële onveiligheid, onveiligheid inzake onderwijskansen – noem maar op. In elk van die domeinen zijn er “dreigingen” voor de levenstandaard van mensen, en die dreigingen zijn zeer ernstig en vaak dramatisch. Dus:

Waarom kijken we slechts naar één “dreiging” en zoeken we slechts één vorm van veiligheid, terwijl we zovele andere vormen van onveiligheid toelaten?

Of iets militanter geformuleerd:

Ik voel me meer bedreigd door een aanslag op de lonen en de pensioenen dan door een aanslag op een cinema, want de kans dat ik slachtoffer van het eerste word is oneindig veel groter dan van het tweede.

Er zijn dreigingen van allerlei aard. Sommige zien we, andere blijven grotendeels onzichtbaar, ook al zijn ze even ernstig of zelfs ernstiger. Het is tijd dat we de compleet eenzijdige blik op “veiligheid” die men ons opdringt dramatisch verbreden.

Noten

[1] Het is de instroom van vluchtelingen uit zowat alle delen van de wereld die over de afgelopen paar decennia de overgang van “diversiteit” naar “superdiversiteit” demografisch heeft vorm gegeven. Een behandeling van dit thema valt buiten het bestek van dit boek, maar zie Ico Maly, Jan Blommaert & Joachim Ben Yakoub (2014) Superdiversiteit en Democratie. Berchem: EPO.

[2] Er bestaat geen betere bron over deze en vele andere sociale thema’s dan de website “Non Profit Data” van de socioloog Jan Hertogen. www.npdata.be

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s