Een verhaal van foute beslissingen

resim2yi8

Jan Blommaert 

Laat ons in het belang van het publieke debat even een Gedankenspiel houden, en de Griekse crisis lezen als een aaneenschakeling van foute beslissingen, eerder dan als een clash van rationele en geplande strategieën, complotten en heldere ideologische beginselen.

We kunnen beginnen bij het Memorandum of Understanding van de Trojka (het MoU), en zelfs bij de Trojka zelf. Want zowel het instrument zelf van de crisisbestrijding als de concrete road map ervoor kunnen we zien als zeer slecht geïnspireerde beslissingen. Het eerste is een comité van “deskundigen” die instellingen vertegenwoordigen die niet de geringste democratische legitimiteit hebben en dus geen enkele democratische verantwoording schuldig zijn; hun actieradius is uitsluitend financieel en technisch, en als ze in het kader daarvan ruimere bevoegdheden bestrijken – de bevoegdheid over de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid, het onderwijs en de gezondheidszorg, en zo meer – dan staan die bevoegdheden nog steeds in het teken van een financiëel resultaat. Wat het plan betreft, het MoU: dat is gebaseerd op een volkomen abstracte invulling van een theorie (austeriteit) die, telkens ze in de realiteit getest werd precies het tegenovergestelde resultaat produceerde dan datgene wat de aanhangers beweren dat deze theorie moet genereren. Slechte opties dus, en het feit dat de regering-Samaras dit memorandum met de Trojka ondertekende was vanzelfsprekend een slechte beslissing.

Noteer terloops dat ook de zogenaamde “Eurogroep” geen helder insititutioneel statuut heeft. Dit informele vehikel groepeert bovendien hoofdzakelijk politici van de rechterzijde, voert alweer een technocratisch beleid dat daarenboven nog eens “Realpolitisch” is, in de zin dat de zwaargewichten – vooral de Duitse neoliberale hardliner Schäuble – uitgesproken dominant zijn. De Eurogroep maakt geen verslagen van haar beraadslagingen – het is, zoals gezegd, een informele constructie die niemand verantwoording verschuldigd is – waardoor de grofste vormen van machtspolitiek rond de tafel mogelijk zijn. Het feit dat deze slecht gedefinieerde en ideologisch gekleurde groep een centrale rol in het drama toegewezen kreeg is even goed een zeer slechte beslissing.

Toen Syriza verkozen werd, en dan tot verbazing van heel wat kiezers en waarnemers verklaarde dat de nieuwe Griekse regering zich gebonden achtte aan de door Samaras aangegane verbintenissen, was dit vanzelfsprekend een nieuwe foute beslissing. Syriza had zich eerder vanuit de oppositie heftig verzet tegen het MoU, en had zelfs grondwettelijke bezwaren aangehaald omdat het MoU het afstaan van nationale souvereiniteit betekende. Het was een hoofdthema geweest tijdens de verkiezingen. Nu trok Varoufakis naar Brussel, en het allereerste wat hij daar meedeelde was dat zijn regering de verantwoordelijkheden die voortkwamen uit dit akkoord aanvaardde.

Als er al een rangschikking is in de vergissingen, dan is dit wellicht de grootste. Vanaf dat moment was de grote richting van het debat immers bepaald: het zou enkel nog over austeriteit gaan, en de knokpartij die daarop volgde zou enkel nog gaan over de concrete modaliteiten en voorwaarden voor de implementatie van austeriteit. Foute beslissing, want het vernauwde de opties van de Syriza-regering aanzienlijk, en het dwong die regering om vanaf dat ogenblik de logica van de Trojka en de Eurogroep te volgen. Het grote thema in de verkiezingscampagne van Syriza, geen austeriteit meer, werd vanaf dat moment de facto verlaten. Ook geen goede zaak.

De houding van de Eurogroep dan, was van dag één bijzonder slecht geïnspireerd. Er was een duidelijke ideologische afkeer van een “linkse” regering die trouwens op een expliciete anti-Trojka en anti-austeriteitsagenda was verkozen, en die de meer gedweeë Griekse politici waarmee men tot dan toe zaken deed had weggevaagd naar de marges van het Griekse politieke front. Die ideologische afkeer zorgde voor een doctrinaire (en volkomen onhoudbare) opstelling: links of rechts aan de macht maakt niet uit, de regels van de Eurozone zijn niet open voor discussie en verdragen geen democratische plebiscitering, zo hoorden we vanaf de eerste Eurogroep-vergaderingen. Niet meteen een veelbelovende openingszet tegenover een enthoesiaste nieuwe regering die het daarmee onmogelijk eens kan zijn. Fout.

De pleidooien van Varoufakis, die enerzijds de doelstellingen van schuldafbouw, economische relance en fiscale sanering uitdrukkelijk onderschreven maar ze vergezeld lieten gaan van een klemtoon op de democratische legitimiteit van de Griekse regering als enige uitvoerende actor in het proces, en een klemtoon op sociale en fiscale rechtvaardigheid – die pleidooien waren best zinnig binnen een debat over de modaliteiten van austeriteit, maar ze werden vanaf het begin radicaal en compromisloos afgewezen. Buigen of barsten is in de wereld van de diplomatie, zelfs binnen de EU, altijd een slechte optie, want ze luidt uiteraard een ramkoers in. Een foute beslissing dus, en ze schiep een aaneenschakeling van foute beslissingen.

Men kan immers moeilijk veel positiefs herkennen in de handelingen van de kredietverstrekkers sinds februari dit jaar. Het weigeren van elke toegeving, zelfs een symbolische, schiep een loopgravenoorlog die geen van beide partijen konden winnen. De beslissingen van de ECB om Griekenland effectief en letterlijk financieel droog te zetten schiepen een risico van een nieuwe bankencrisis en, erger nog, van een chronische politieke en sociale instabiliteit in Griekenland, die ook een nieuwe reactionaire regering onmogelijk zou weten te beteugelen. Het was moreel, politiek en ideologisch gewoonweg insane. De voorlopige kroon op het werk is het tweeledige voorstel van Schäuble – vijf jaar Grexit met strenge begeleiding van de EU of een “Treuhand” constructie waarin overheidsbezittingen ter waarde van 50 miljard in handen worden gegeven van (alweer) een informele club van boekhouders, die ze dan verkopen in ruil voor steunkredieten. In beide scenario’s wordt Griekenland onder curatele gesteld van – van wie eigenlijk? – en dus een klassiek protectoraat wordt. En dit voorstel schendt op die manier zowat elk Europees handvest of verdrag. Het toont aan hoe knettergek men intussen is geworden rond de onderhandelingstafel. Zéér slecht idee.

Zeker omdat op korte tijd twee dingen gebeurd zijn. Eén, de belangstelling voor datgene wat zich in en rond Athene afspeelde nam spectaculair toe, en dit ondanks een bijzonder eenzijdige beeldvorming in de media. De strijd van en met de Grieken schiep dus, paradoxaal in het licht van de zovele gefaalde eerdere inspanningen, een Europese publieke opinie, die nu zeer kritisch is en haar systeemmedia wantrouwt. De droom van Jürgen Habermas wordt waar via deze onwaarschijnlijke route. En dat is uiteraard niet wat de Europese elites willen, want de onverschilligheid van de Europese bevolkingen was altijd een prima middel om business as usual te bedrijven. Plots kijken miljoenen kritische burgers hen op de vingers.

Twee, als gevolg van die toenemende belangstelling leed de EU waarlijk immense en blijvende imagoschade. De smerige en brutale machtspolitiek, het volstrekt ondemocratische (en antidemocratische) karakter van de instellingen die de toon zetten van de debatten, het rechtse neoliberale karakter van de EU-macht, de rol van corrupte elites in het spel, en het feit dat het grootste deel van de EU zich moet opstellen als vazal van een steeds imperialer acterend Duitsland: dat alles plakt vanaf nu aan het beeld van de EU. Het feit dat de Duitsers, om een deel van die beeldvorming te verhullen, beetje bij beetje ook de “kleine” Eurolanden opvoerden als woordvoerders tegen Griekenland (Estland, Slowakije of Finland bijvoorbeeld), trok ook deze laatsten het bad in van de negatieve beeldvorming en sloot hen uit als mogelijke probleemoplossers. De hele EU is nu schuldig aan de drooglegging van een lidstaat van tien miljoen mensen, gewoon – zo ziet men het in brede kring – omdat die mensen een linkse regering hadden verkozen die beloofd had hun leven ietwat te verbeteren. De EU maakt zich schuldig aan doelgerichte verarming van een lidstaat, bouwt er met voorbedachte rade het onderwijs, de medische voorzieningen en het staatsapparaat af, bedrijft permanent een ideologisch gefundeerde chantage en doet dat via de Euro – die munt die, zo zei men ons, een fenomenale verbetering van de sociale omgeving in de Eurozone zou brengen.

Zeer slechte beslissingen dus. En dan het OXI-referendum. Enerzijds had het zin als signaal naar Brussel toe, dat het Griekse volk z’n regering steunde en de Brusselse eisen afwees. Maar wanneer er al een verregaande polarisering geschapen is, dan leidt de uitslag ervan meteen tot een nog verdere vernauwing van de opties voor zij die de zaak moeten oplossen. Tsipras kon vanaf dat moment niet meer terug naar z’n voorgaande posities – de laatste voorstellen – terwijl ook de Eurogroep en de Trojka dit moeilijk anders dan als een blamage konden ervaren die een overwinning van deze laatsten noodzakelijk een antidemocratisch cachet geeft. Slechte beslissing dus.

Er volgde meteen nog een slechte beslissing: Tsipras die het grootste deel van de rechtse oppositie rondom zijn regering groepeerde en in gesloten falanx Brussel op de hoogte bracht van z’n wil om verder te praten. De condities voor dit verder praten zijn al geschetst. Maar er was nog iets: het verhoogde de argwaan van de linkerzijde binnen Syriza – van bij aanvang een koel minnaar van de door Varoufakis en Tsipras gehanteerde strategie. Foute beslissing.

Wanneer Tsipras daarop net datgene deed wat hij niet had moeten doen, terugkeren naar een update van z’n laatste voorstellen eerder dan naar een radicale afwijzing van het gehele (op de MoU gebaseerde) plan en het aannemen van een “propere lei” – dan aliëneerde of verwarde hij meteen een belangrijk deel zijn OXI-stemmers en van z’n eigen partij terwijl hij pragmatisch moest opschuiven in de richting van de verfoeide rechtse oppositie. Uiteindelijk had hij de stemmen van die verfoeide oppositie nodig om die merkwaardige reeks bewegingen doorheen zijn parlement te krijgen. Foute boel.

Of de Eurogroep dit finale voorstel nu goed- of afkeurt maakt weinig uit: het zal hoe dan ook een heel slechte beslissing zijn. Het is dan de uitkomst van een sequens van foute opties die allerhande ongewenste effecten hebben uitgelokt, die telkens weer de ruimte beperken waarbinnen de partijen te werk kunnen gaan en die in elk scenario weinig goeds voor de toekomst inhouden. Elk mogelijk script zal ook daarna telkens weer naar de prullenmand verwezen worden, de ene slechte improvisatie en wanhoopsdaad volgt de andere op, en de kansen die zich rationeel links en rechts tijdens het proces voordoen worden steevast verkwanseld en vervangen door nog penibeler uitkomsten.

Het feit dat intussen ook binnen de Eurozone tweespalt is ontstaan is eveneens weinig hoopgevend. Hollande zag in de laatste Griekse voorstellen een moment om enerzijds zijn sociaaldemocratie opnieuw een ietwat “sociaal” élan te geven, en anderzijds een kans om de blafferige en neoliberale Duitse leiding van de EU (als vanouds) publiek tegen te werken. Het plaatst de Fransen in een lastig parket wanneer de Eurozone op z’n standpunt blijft – moeten ze nu terug extreem-neoliberaal worden? En het kan evengoed (als vanouds) de Duitse hielen nog dieper in het zand duwen, en zo een nog harder neoliberale en Realpolitische koers in de Eurozone inluiden. Opnieuw een slechte zaak.

Het resultaat van dit alles kan dan zijn: een EU die al z’n geloofwaardigheid kwijt is en nu een zeer brede nieuwe vorm van euroscepsis moet trotseren – een linkse, sociale eurokritiek die zich richt op het antidemocratische en neoliberale hart van de Unie. De scheppingsmythe van Europa, als het morele en politiek-democratische geweten van de wereld behoort tot het verleden, amper een paar jaar nadat de het Nobelprijscomité deze mythe een Prijs voor de Vrede waard had geacht. Vermits er tot nader order nog verkiezingen gehouden worden in de lidstaten (verkiezingen verbieden is zowat de enige foute beslissing die nog niét is genomen) zal zich dat laten voelen. Ook de Euro heeft voorgoed z’n opgeblazen status van supermunt verloren – een illusie die forse propaganda er bij de Eurogebruikers heeft ingeduwd – en mensen kunnen zich nu een toekomst zonder de Euro (en zelfs buiten de EU) inbeelden. En zij die deze zooi, zogezegd namens ons, beheren hebben elke geloofwaardigheid verloren. Dijsselbloem zal bij velen een scheldwoord worden. Verhofstadt was dat al. A fine mess indeed.

De uitkomst in Griekenland is een voortzetting van de ellende van grote delen van de bevolking – het land zit nu al op het niveau van een derdewereldnatie in economische termen – maar nog aangevuld met een chronische politieke en sociale instabiliteit. Alle hoop op politieke integriteit van eender welke leider is dan vergooid, en tenzij Varoufakis terugkeert als de redder des vaderlands is het moeilijk te bedenken wie deze toestand van politieke wanhoop kan doorbreken. Die ziekte kan, gegeven de effecten op Europa, makkelijk andere delen van de EU aansteken. Als de EU zijn mythes verliest en enkel nog als een totalitaire dreiging in de handen van cynische elites bestaat, verliest het ook de betrokkenheid en de loyauteit van zijn burgers. Dat is een oud en fundamenteel probleem van de EU: het Europese project heeft nooit het enthoesiasme van z’n bevolkingen opgewekt. Maar ook nooit de haat van die bevolkingen – apathie was de regel – en dat kan nu veranderen.

Als historici later het voorjaar van 2015 beschrijven zullen ze allicht op zoek gaan naar heldere lijnen, klare beginselen en goed doorgesproken plannen bij de centrale actoren. Meestal worden die dingen achteraf geconstrueerd. Maar ik kan als dag-na-dag waarnemer nauwelijks enige lineariteit, enige rationele strategie, zelfs enig duidelijk complot onderscheiden. Wel zie ik een sequens van heel erg foute beslissingen gebaseerd op intuïtie, vooringenomenheid, ergernis, dwaasheid, uitputting of overmoed, die op hun beurt foute beslissingen aansturen ingegeven door dezelfde krachten.

Het lijkt op de manier waarop de eerste wereldoorlog begonnen is; of hoe de tweede wereldoorlog werd voorbereid in het Verdrag van Versailles. En de uitkomst is natuurlijk, net als toen, een ramp.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s