Het debat over racisme: een historiek

3073949

Jan Blommaert 

In 1992 en 1994 brachten Jef Verschueren en ikzelf achtereenvolgens Het Belgische Migrantendebat uit, en Antiracisme. Beide boeken zijn niet meer in de handel te vinden, en dat is jammer. De discussies over racisme in dit land, gevoed onder meer door uitspraken van Liesbeth Homans, Bart De Wever en andere N-VA coryfeeën, en aangewakkerd door de hele discussie over de oorzaken van zogeheten “radicalisering” van moslimjongeren, vertoont immers enorme gelijkenissen met de discusssies die we in de vroege jaren negentig beschreven in beide boekjes. Meer nog, er is een rechtstreekse lijn te trekken, een volmaakte continuïteit dus, tussen de debatten van twee decennia terug en de huidige debatten. Ik geef enkele punten aan, en begin in het verleden.

1. Toen het Vlaams Blok z’n eerste electorale doorbraak forceerde in Antwerpen (1988) en daarna nationaal (1991), deed ze dat op een agenda die achteraf door de rechter als racistisch werd bepaald. De slogan “Eigen Volk Eerst”, gekoppeld aan een uitgesproken anti-immigratieretoriek die in toenemende mate Moslims ging viseren, bleken uitmuntende electorale artillerie te zijn, en nadat het succes ervan was gebleken in 1991 ging het Vlaams Blok nadrukkelijk dat racistische profiel centraal stellen. In 1992 publiceerde Filip Dewinter het “70-punten plan”, of preciezer, “Immigratie: de oplossingen. 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem.” Centraal daarin stonden (a) de oproep om geen verdere immigrantie in dit land toe te laten; (b) de aanwezige migranten te dwingen tot assimilatie, en (c) hen een aantal rechten en voorrechten te ontzeggen, gekoppeld aan (d) een criminaliseringsstrategie die aspecten van de identiteit van allochtone Belgen tot vergrijp herdefinieerde. Het was die cocktail die in 2004 door de rechter werd veroordeeld als racisme, een overtreding van de Antiracismewet van 1981 (dus gestemd in tempore non suspecto).

2. Hierop aangevallen gebruikte het Vlaams Blok systematisch een reeks argumenten.

  • Hun uiting van racisme werd voorgesteld als vrijheid van meningsuiting, het eenvoudige stellen van de waarheid, en het durven benoemen van de feiten, het op de agenda zetten van migratie als probleem. Het Vlaams Blok schiep een discursieve wereld waarin zij de stem van het volk vertolkte – de slogan “WIJ ZEGGEN WAT U DENKT was een bepalend campagnemiddel. Het Blok zegde wat “de elite” niet wilde zeggen, maar wat de “gewone mensen” wel voelden en dachten. Het Vlaams Blok had het voortdurend over dingen “bespreekbaar maken”, de zaken “durven zeggen zoals ze zijn” – en schiep zo een imago van oprechtheid, volksheid, en democratie.
  • Het Vlaams Blok schiep in die wereld een tegenstrever: de elite, of preciezer, de linkse hoogopgeleide elite die “taboes” had uitgeroepen over de problemen die met migratie gepaard gingen. De wereld werd, met andere woorden, ingedeeld in een volkse massa, vertegenwoordigd door het Vlaams Blok, en een hoogopgeleide en cosmopolitische elite, vertegenwoordigd door de andere partijen. Die volkse massa woonde in de “gemengde” wijken en had dus een directe ervaring met de nadelen en problemen van diversiteit; die elite woonde in rustige wijken waarin men zelden een migrant ontmoette, en had dus “makkelijk praten” als het over migratie en diversiteit ging. Het aan bod laten komen van de stem van zij die niet tot die elite behoorden werd voorgesteld als een democratische daad, een daad van verzet tegen de elite die de macht in dit land in handen had. Zich daartegen verzetten kreeg snel het etiket van politieke correctheid (wat vreemd genoeg een negatief begrip is).
  • Een aantal stemmen werd daardoor meteen gediskwalificeerd. Allochtonen waren vanzelfsprekend betrokken partij, en vermits zij het doelwit waren van de stigmatiserende veroordelingen van het Vlaams Blok – de “beklaagde” in het proces, zeg maar – konden zij onmogelijk “neturaal” en “onbevooroordeeld” zijn. Zij waren dus geen stem in het debat – wanneer het Vlaams Blok met minderheden sprak, had ze het over de noodzaak van die minderheden om “hun verantwoordelijkheid op te nemen” en “de problemen in hun gemeenschap” niet langer te verdoezelen maar aan te pakken. Idem met experts en opiniemakers: die werden voorgesteld als “spreekbuizen”, “vazallen” of “collaborateurs” van de allochtonen, als leden van de elite (“gesubsidieerde” academici, bijvoorbeeld, of “linkse” journalisten), en dus evengoed als bevooroordeeld en niet neutraal.
  • Deze retoriek was nieuw en werd als een alternatief voorgesteld: het Vlaams Blok herschiep de uitgangspunten van wat men onder “democratie” begreep (die democratie moest “volks” zijn en niet elitair), polariseerde de debatten rond een as van “waarheid versus leugen”, waarbij de “waarheid” stond voor ongefilterde racistische stellingen en de “leugen” voor deskundige of politieke nuances, voor antiracisme en linkse samenlevingsmodellen. Wie de visie van het Vlaams Blok niet deelde stond dus niet achter de waarheid, verborg zich achter taboes en “gedachtencontrole”, hield het volk voor de gek en was dus een antidemocraat.

3. Vermits dit verhaal vanaf 1991 electoraal bijzonder lonend bleek (en nonstop, tot 2006, lonend bleef), was het effect ervan enorm.

  • De eerste electorale doorbraak van het Vlaams Blok werd beantwoord door de Regering met de oprichting van een nieuwe instelling, het Koninklijk Commissariaat voor het Migrantenbeleid, onder leiding van de Christendemocratische politica Paula D’Hondt. In november 1989 bracht het KCM een eerste rapport uit, “Integratie(beleid): Een werk van lange adem”. Daarin (a) volgde het beleid de “probleemdefinitie” van het Vlaams Blok: ja, er waren ernstige samenlevingsproblemen die het gevolg waren van migratie; (b) en legde ze die problemen ook meteen bij de migranten zelf, die een “integratieprobleem” hadden; (c) dat in hoofdzaak een gevolg was van aspecten van hun cultuur: gebrekkige kennis van het Nederlands, bepaalde “archaische” tradities en “waarden” die niet strookten met de onze (noteer de onvergetelijke frase die hierbij werd gebruikt: “richtinggevende sociale beginselen waarover een autochtone meerderheid het impliciet eens lijkt te zijn”). Dat laatste kreeg geleidelijk aan een focus: Islam. Vanaf het begin van de jaren negentig spreken mensen zoals Guy Verhofstadt, en ook Paula D’Hondt, over de “vergissing” van de erkenning van de Islam als officiële religie in dit land, en over de fundamentele onverzoenbaarheid van Islamitische waarden met die van een “moderne verlichte samenleving” (zo bestempelde men de onze toen). Het beleid neemt dus vanaf 1989 de premissen over van het Vlaams Blok racisme, en daarover ging ons boek uit 1992.
  • Wat racisme betreft: het KCM voerde daarin een uiterst omzichtige koers, waarin “bepaalde vormen” van racisme werden voorgesteld als normale reacties van de autochtonen op het gebrek aan integratie onder allochtonen. Het regende eufemismen zoals “onzekerheid”, “angst voor het vreemde”, “onbekendheid” wanneer men de voorkeur van het Vlaams Blok electoraat voor racisme moest bespreken.
  • Noteer, terloops maar niet onbelangrijk, dat in diezelfde periode het einde van de Koude Oorlog optreedt, gevolgd door een enorme opstoot van etno-nationalismen in Oost-Europa, de Balkan en elders. Racisme (incluis de genocidaire aspecten ervan, zoals in Bosnië en Rwanda) werd dan ook voorgesteld als een “overdreven” vorm van “normaal” en zelfs “universeel” nationalisme – de voorkeur voor de eigen mensen, of, lichtjes geherformuleerd, “Eigen Volk Eerst”. In die periode wint de baseline van het Vlaams Blok dus aan geloofwaardigheid door de ontwikkelingen in, bijvoorbeeld, ex-Joegoslavië, de Baltische staten en de Kaukasus, waar zowat iedereen “Eigen Volk Eerst” lijkt te roepen.
  • In de media slaat deze baseline eveneens aan. Opiniemakers zoals de uiterst invloedrijke hoofdredachteur van de Standaard Manu Ruys worden megafonen voor de stelling dat “het Vlaams Blok de juiste vragen stelt maar foute antwoorden geeft”. De nationale electorale doorbraak van het Vlaams Blok in 1991 wordt door persmensen meteen vertaald als een deugdelijke analyse van een democratisch deficit: “de kloof tussen burger en politiek”, het feit dat de Wetstraat van de Dorpstraat is vervreemd en dat onze “traditionele” partijen (ook dàt beeld ontstaat in die periode) terug moeten naar de basis. De media, met voorop mensen zoals Yves Desmet, Filip Rogiers en Siegfried Bracke, zullen dit motief gedurende jaren blijven hanteren. Het geloof in dit motief zal aanleiding geven tot een hele reeks nieuwe “formats” voor politieke berichtgeving: een versnelling ervan, het “verlichten” ervan in infotainment, de personalisering van politiek (de “mens achter de politicus”, iets waarin figuren als Bert Anciaux de eerste kampioenen worden) en zo meer. De media zullen het motief van de “kloof” niet enkel becommentariêren in de jaren negentig en daarna, ze zullen het ook implementeren in een hele reeks mediatieke ingrepen.
  • Het middenveld raakt diep verdeeld over het migrantenthema, en meer in het bijzonder rond twee deelthema’s: (a) gelijkheid, meer bapaald de toekenning van stemrecht aan hier residerende migranten, en (b) racisme en antiracisme. Wat dit eerste betreft: doorheen de jaren tachtig staat stemrecht voor migranten constant op de agenda van elke regering; met het aantreden van Paula D’Hondt wordt het sine die opgeborgen. Het argument daarvoor (met kracht en gezag verspreid door onder andere Etienne Vermeersch) is dat stemrecht “in de kaart van het Blok zou spelen”. Hetzelfde argument wordt gebruikt als het over antiracisme gaat: een té doorgedreven antiracisme zou het Vlaams Blok wind in de zeilen geven door haar electoraat te aliëneren en te “stigmatiseren” – en dus moest de riem er worden afgelegd. De these dat racisme vaak eigenlijk “iets anders” is (onzekerheid, angst voor het vreemde, overdreven nationalisme en zo meer), of, meer nog, vaak het gevolg is van slecht gedrag vanwege onze allochtonen, een “normale reactie” op “gebrekkige integratie” wordt doorheen het hele spectrum van het publieke debat aanvaard – ook bij de vakbonden, noteer. Over deze thema’s schrijven Jef verschueren en ik in 1994 ons “Antiracisme”.
  • In het gehele politieke veld leidt de doorbraak van het Vlaams Blok tot vertwijfeling. Politici van “traditionele” partijen aanvaarden de stelling van het Vlaams Blok dat zij vervreemd zijn van het gewone volk en beginnen doorheen de jaren negentig aan grootschalige “vernieuwingsoperaties”. De Burgermanifesten van Guy Verhofstadt zijn er het startschot voor. Deze gaan gepaard aan de vernieuwingen in de media die ik eerder aangaf, en de synergie van beide maakt van het populisme van het Vlaams Blok de dominante teneur van de nieuwe politiek. BV’s worden politici, en politici worden BV’s, de oneliner domineert het spreken, en continue opinie- en marktonderzoekjes vervangen de ideologische lijn van partijen. Noteer dat deze vernieuwingsoperaties allemaal de herdefinitie van “democratie” door het Vlaams Blok aanvaarden. De aanvaarding van deze fundamentele punten maakt van het cordon sanitaire dat in de vroege jaren negentig rond het Vlaams Blok wordt gegoten een papieren tijger – de partij wordt uitgesloten van macht, terwijl ze een fenomenale invloed verwerft doorheen het gehele politieke spectrum.
  • Wat dan betreft het beleid van de regeringen, dit gaat vanaf de vroege jaren negentig stelselmatig mee met de basisprincipes van het Vlaams Blok. We zagen al hoe het integratiebeleid van het KCM de problematiek zonder omwegen aan de deur van de allochtonen en hun cultuur legde. Heel het veld van “integratie” raakt bovendien vanaf het midden van de jaren negentig (onder impuls, met name, van Louis Tobback) steeds meer verweven met veiligheid, en “law and order” wordt in de alledaagse praktijk het dominante integratiebeleid. (Over deze thema’s schreef ik in 2001 “Ik Stel Vast”). Tobback bouwt dan ook de gesloten instellingen voor uitgeprocedeerden, die nu kennelijk allemaal crimineel zijn en een veiligheidsrisico op gelijke voet met overvallers en verkrachters; en zowat elke partij gaat elke verkiezing in met een agenda die vooral een “streng en doortastend” migratiebeleid voorstelt. De aanslagen van 11 september 2001 maken van de band tussen “Islam” en “gevaar” tenslotte in heel het Westen ook een staatsdoctrine. Islam is vanaf dat ogenblik niet langer meer gewoon een godsdienst, het is een soort van tijdbom die door politie- en veiligheidsdiensten zeer nauw in de gaten moet worden gehouden.

4. Een kort tussenbesluit. We zien dat vanaf het begin van de jaren negentig, onder impuls van het Vlaams Blok maar snel overgenomen door zowat alle andere partijen en prominente opiniemakers racisme volmaakt bespreekbaar is. Meer nog, aangezien het de electorale successen van het Vlaams Blok kan verklaren wordt het in vele gevallen als normaal voorgesteld, als een verklaarbare reactie op allochtoon wangedrag. Antiracisme, zeker in een doortastende vorm, wordt vermeden, en zelfs de dagvaarding van het Vlaams Blok die in 2004 tot haar veroordeling leidt (en de partij een echte nekslag geeft) kan rekenen op bijzonder veel kritiek vanuit de politiek en de media (het is enkel de koppigheid van Johan Leman die ervoor zorgt dat het juridische spoor wordt volgehouden). Gegeven de electorale slagkracht van het Vlaams Blok is racisme zelfs bepalend voor de politieke agenda van de jaren negentig en daarna, want we zien hoe fundamentele premissen ervan worden overgenomen in alle geledingen van de politiek en de media. Om het kort en bondig te stellen: racisme is al twee decennia op geen enkele manier een “taboe”, het omgekeerde wel – het échte taboe in het migrantendebat gaat over de rol en inbreng van de autochtone meerderheid en haar instellingen inzake racisme en discriminatie. Racisme is de politieke correctheid sinds de jaren negentig in dit land, om het effe stout te zeggen, en zich racistisch uitlaten vergt bijzonder weinig “durf” en “moed”, en is hoegenaamd niet vernieuwend of controversieel. Het volstaat een kijkje te nemen op de discussiefora van grote media om vast te stellen hoe weinig “taboe” racisme nog is in dit land. datgene zeggen wat volkomen normaal is, is niet iets wat men moet “durven”, dacht ik zo.

5. Sinds ruim twintig jaar is de politieke consensus over deze thema’s in dit land dan ook als volgt te omschrijven:

  • Men moet zeer voorzichtig zijn met aantijgingen en beschuldigingen inzake racisme, want racisme kan een “normaal” gegeven zijn dat geen kwade intenties inhoudt, het kan gewoon een “waarheid” zijn. Over aanklachten rond racisme wordt dan ook bemiddeld in dit land, en het aantal veroordelingen op grond van de Antiracismewet is verbijsterend laag – nog geen 2% van de klachten leiden tot een veroordeling. En Staatsecretaris Elke Sleurs kan kortweg verklaren dat “het veld nog niet rijp is” voor doortastende antidiscriminatiemaatregelen zoals praktijktests in privébedrijven.
  • Migranten hebben niet enkel problemen – in onderwijs, tewerkstelling, huisvesting en zo voort – maar ze zijn ook een probleem, en dit probleem is sinds de jaren negentig niet van omschrijving veranderd: het probleem ligt in onaangepastheid inzake identiteit en gedrag.
  • De oplossing van de “migrantenproblemen” liggen dan ook grotendeels bij de migranten zelf, zij zijn verantwoordelijk voor het probleem dat ze zijn. Aan deze verantwoordelijkheid valt niet te morrelen: wijzen op zaken zoals structurele sociaaleconomische achterstelling, racisme en discriminatie worden gezien als excuses die de eigen verantwoordelijkheid evenwel niet kunnen uitvlakken.
  • Beleid uit het verleden – doorgaans aangeduid als “links” beleid – is verantwoordelijk voor het “verrotten” van deze problemen, want het heeft “geweigerd” ze aan te pakken. Dit beleid zou een “opendeurpolitiek” hebben gehouden (vreemd, gegeven de immigratiestop die sinds 1974 van kracht is in dit land), domweg “regularisaties” en een “snel-Belg-wet” hebben goedgekeurd die ongecontroleerde migratie veroorzaakte, wat uiteraard gegeven de eerder beschreven logica “vanzelfsprekend” leidt tot toegenomen problemen en meer racisme.

Noteer een conceptuele en praktische verschuiving die zich geleidelijk aan over twee decennia voltrekt en die uitvoerig is beschreven in de wetenschappelijke literatuur over racisme sinds de jaren negentig. “Racisme” gaat, in zijn traditionele versies, over “ras” – huidskleur en fysieke kenmerken van mensen. Sinds de holocaust (waarin begrippen van “ras” uiteraard centrale instrumenten waren) ziet men een uitbreiding ervan tot “etniciteit” en “nationaliteit”. Maar nog belangrijker is de grote uitbreiding ervan die sinds de jaren tachtig door Etienne Balibar is beschreven: racisme gaat niet meer over “ras” of “etniciteit”, maar over een vaag en potentieel oneindig geheel aan eigenschappen dat men “cultuur” noemt. Het hedendaagse racisme is een racisme dat zich richt op de culturele identiteiten, eigenschappen, opvattingen en gedragingen van mensen – incluis hun religieuze opvattingen gedragingen, zeker in het geval van Islam. De verschoven focus van “grote” kenmerken zoals huidskleur naar “kleine” kenmerken zorgt ervoor dat men racisme deels kan “versnipperen”, en dus minder uitgesproken en zichtbaar kan maken, door zich te richten op haast microscopische eigenschappen van mensen en hun gedragingen.Denk aan de hoofddoek als typisch voorbeeld hiervan: een vestimentair detail dat voor zowat elke andere burger als een vanzelfsprekend deel van de eigen keuzevrijheid zou beschouwd worden, dat echter wordt gezien als een betekenisvolle aanwijzer van iets veel groters, van een “integratieprobleem” en zelfs van het fundamentele conflict tussen de waarden van de Islam en die van onze “moderne en verlichte” samenleving. Ook het dragen van een baard, het houden van de Ramadan, het weigeren van varkensvlees, het uitspreken van de religieuze aanroeping “allahoe akhbar” – al deze microscopische gedragselementen kunnen nu worden voorgesteld als deel van een groter geheel, en kunnen zo het voorwerp worden van discriminaties die, indien toegepast op andere bevolkingsgroepen, tot de heftigste protesten zouden leiden. Elk van deze details kan bovendien gemotiveerd of gerationaliseerd worden op zo’n manier dat men associaties met racisme kan vermijden – zoald de Mechelse Ursulinen deden wanneer ze stelden dat het dragen van lange jurken door jonge Mosmlima’s een gevaar voor valpartijen inhield en dus beteugeld moest worden door de school die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en welbevinden. Het begrijpen van hedendaags racisme is onmogelijk indien men geen rekening houdt met deze verschuiving in het “veld” van racisme, en in het versnipperde en verhullende effect ervan. De politieke consensus van dit moment houdt daardoor nog een element in:

  • Het beteugelen van kleine eigenschappen en gedragingen van allochtonen is geen racisme maar een kwestie van gezond verstand en rationeel bestuur.

6. We kunnen het nu hebben over Liesbeth Homans, Theo Franken en Bart De Wever, en onze analyse hoeft niet veel ruimte te beslaan. We weten dat de N-VA haar verkiezingsoverwinning van mei 2014 nagenoeg volledig te danken heeft aan een overgelopen Vlaams Belang electoraat. Die campagne waarbij deze kiezers naar N-VA werden toegezogen nam haar aanvang in het najaar van 2012, toen de N-VA het Antwerpse stadsbestuur overnam. Vanaf dat ogenblik werd systematisch de oude retoriek van het Vlaams Blok overgenomen, en werd ook de logica van het Vlaams Blok racisme symbolisch gestalte gegeven, met name door Liesbeth Homans. Het was Homans die als eerste het motief hanteerde dat racisme een “relatief” begrip is dat vaak “als excuus voor persoonlijk falen” wordt gehanteerd, terwijl men “de eigen verantwoordelijkheid” maar moet opnemen en “de geboden kansen” maar beter moet benutten. En het was Homans die opperde dat seropositieve illegale migranten enkel AIDSremmers zouden kunnen krijgen vanwege het OCMW op voorwaarde dat ze een vrijwillige terugkeerverbintenis ondertekenden. De continuïteit met de oudere retoriek van het Vlaams Blok is overigens ook treffend in het geval van Theo Francken, die een onderscheid maakte tussen “goede” en “slechte” migranten (rijk versus arm, kortweg samengevat) en van oordeel was dat we in dit land teveel van het tweede type hadden toegelaten. En we zien hoe Bart De Wever beide wegbereiders als springplank gebruikt om op zijn beurt racisme “relatief” te verklaren en zich te beklagen over het feit dat vorige (linkse) regeringen in dit land veel te veel “slechte” migranten hebben toegelaten.

We zien dat deze uitspraken, die rechtstreekse echo’s zijn van de retoriek van het Vlaams Blok die in 2004 als racistisch werd veroordeeld, ook telkens gepaard gaan met de randelementen die het Vlaams Blok er rond gebruikte, en die intussen gemeengoed zijn geworden: het feit dat dergelijke uitspraken gewoon “feiten” zijn die men moet “durven benoemen” om “taboes te doorbreken”, “zaken bespreekbaar te maken” en “het debat te openen”, en dat tegenstanders “politiek correct” reageren door het benadrukken van taboes. Nogmaals: dit deuntje gaat al twee decennia mee, weinig zaken waren zo makkelijk “bespreekbaar” als de slechte eigenschappen van onze migranten, en van een taboe op dit soort uitspraken is al sinds 1989 absoluut geen sprake meer,

Meer nog: de echte politieke correctheid over dit thema houdt in dat men het een “taboe” noemt en dat men het voorstelt alsof erover spreken een grote mate van moed en durf vereist, samen met een grote drang naar waarheid. Net dit is een duizenden malen gezongen refrein van twee decennia oud, en het refrein definieert de traditie van extreemrechts sinds de doorbraak van het Vlaams Blok. Door dit refrein nu over te nemen maakt de N-VA zich eenvoudigweg tot volmaakte en volledige erfgenaam van die partij, incluis van het racisme dat die partij in 2004 haar naam, reputatie en politiek gewicht heeft gekost. Dit past zonder twijfel in een electorale consolidatiestrategie van deze partij, die doorheen talrijke analyses snapt dat haar enige electorale groeimarkt aan de extreemrechtse marge van het electoraat te vinden is, bij zij die tijdens de vorige verkiezingen nog steeds van oordeel waren dat de N-VA onvoldoende racistisch was, en die zo op het Vlaams Belang zijn blijven stemmen.

Het binnen trekken van dat electoraat zal de N-VA gevaarlijk dicht brengen bij de grens die door het Vlaams Blok fataal werd overschreden en die leidde tot haar veroordeling in 2004. Een stevig georganiseerd middenveld houdt deze grens vandaag nauwgezet in de gaten; de N-VA heeft dus zeer weinig bewegingsruimte – de eerste racismeklacht is inmiddels ingediend.

Dat middenveld heeft echter alles te winnen bij een goed geïnformeerde historische blik, en dat is de reden waarom ik dit stuk schrijf. In de mediacommentaren op de gecontesteerde uitspraken van Bart De Wever werd de indruk gewekt dat dit een nieuw gegeven was, en dat De Wever inderdaad een “debat opende” of “thema’s bespreekbaar maakte” en “taboes doorbrak”. Niets is minder waar. De Wever plaatste zich eenvoudigweg in een discursieve traditie van ruim twintig jaar diep – de traditie van Vlaams en Antwerps extreemrechts – en deed dus hoegenaamd niets nieuws. Wat hij wél deed, was een spoor betreden dat z’n extreemrechtse voorgangers gedurende jaren electorale wind in de zeilen gaf, maar hen uiteindelijk aan de foute kant van de wet deed belanden en daardoor hun politieke respectabiliteit liet verliezen. Het is aan het middenveld om, met die historiek in het achterhoofd, deze extreemrechtse versnelling van De Wever zorgvuldig in de gaten te houden, en er keihard op te reageren wanneer het hoort. Immers, wanneer dergelijke uitspraken en hun achterliggende logica racistisch waren in 2004, dan zijn ze dat nu nog steeds. En Filip Dewinter was rond de eeuwwisseling ruim even belangrijk en onaantastbaar als Bart De Wever nu. Ook dat houdt men best in gedachten.

Links

http://nl.wikipedia.org/wiki/70-puntenplan_%28Vlaams_Blok%29

http://www.standaard.be/cnt/dmf09112004_005

http://nl.wikipedia.org/wiki/Antiracismewet

http://www.radio1.be/programmas/interne-keuken/links-van-kerk

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/03/25/e-book-links-van-de-kerk-de-linkerzijde-en-de-multiculturele-samenleving

https://denieuwesocialist.wordpress.com/2014/05/09/blokspraak/

https://www.academia.edu/6851958/Ik_Stel_Vast_Politiek_taalgebruik_politieke_vernieuwing_en_verrechtsing_2001_

https://jmeblommaert.wordpress.com/2014/10/23/laat-ons-deze-regering-gewoon-extreemrechts-noemen/

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s