Koen Calliauw, de democraat

index.html-q=files%2Fimagecache%2Flarge-size%2Ffiles%2FPL-K-cal-6

Jan Blommaert 

Vorige week werd in Edegem Leo Tindemans onder groot vertoon van krokodillentranen en lof ten grave gedragen. Tindemans was een groot democraat, zo mochten we vernemen, want hij haalde haast een miljoen stemmen, was bereid tot compromissen, had een zeer goed strategisch inzicht, was politiek visionair, en had buitengewoon ontwikkelde principiële voelsprieten.

Het was die laatste eigenschap die Tindemans bij de ouderen onder ons nog levend houdt. Want dat ene moment dat iedereen zich herinnert – “ik ga weg van deze tribune en bied het ontslag van mijn regering aan de Koning aan” – was nu net een moment waarop stemmen, compromissen, strategisch inzicht en politieke visie geen rol speelden. Het was een moment van principieel protest, waarbij Tindemans inging tegen de zogeheten “afspraken” die een zo centraal karakter hebben in onze democratie. Tindemans verwierp op dat moment de consensus die de machthebbers bij mekaar hield. En meteen was dit het einde van zijn grote Belgische politieke carrière. Hij werd, weliswaar met een mandaat van een miljoen stemmen, verbannen naar de marge, naar het Europese Parlement.

Nooit was protest populairder dan op dat moment. Wie protesteert vliegt naar de marge van de democratie, net wanneer de democratie dat protest blijkt te waarderen. Hier zijn dus de twee democratieën: de ene van de macht, de andere van het protest tegen de macht; de ene van het centrum, de andere van de marge. Maar allebei zijn ze democratieën.

Iets over Koen Calliauw zeggen, en beginnen bij Leo Tindemans: ik geef toe dat dit een bocht van achttien rijvakken breed is. Maar het is niet Tindemans die mij hier bezighoudt, wel het democratische karakter van protest. Koen Calliauw vond je steevast in de marge – een marge die hij zelf beleefde en waaruit hij zijn waarden haalde: een onverzoenlijke principiële stellingname tegen alles wat mensen uit de eerste democratie weghield, de democratie van de macht en van het centrum. Een een onvoorwaardelijk en nooit ophoudend engagement voor die tweede democratie, de democratie van het protest, de democratie van de marge.

Die marge is een ruimte waarin rechten en waardigheid zeldzaam zijn en plichten en vernederingen domineren; het is een ruimte van machteloosheid en van onmacht om de eigen marginalisering en verdrukking zelf te verbeteren. Het is bovenal een ruimte van stilte, van mensen zonder stem. In een democratie die zichzelf ernstig neemt is zoiets een groot probleem. En hoe dikker die marge wordt, en hoe meer mensen geen stem meer hebben, hoe groter en perverser dit probleem wordt.

Koen bezat unieke verbale talenten. Hij schreef dodelijk scherpe teksten en hield toespraken die detoneerden als een handgranaat. Hij diende haast dagelijks het ontslag van zijn regering in. Die unieke talenten bracht hij naar die marge zonder stem, en hij schonk ze – zonder prijskaartje of eigenbelang – aan de mensen wier woorden men nooit hoort of leest. We zijn er allemaal van onder de indruk geraakt, en we zijn er allemaal door gevormd. Want Koen toonde ons constant het belang van een “volle” democratie, een democratie van iedereen en niet enkel van het centrum. En elke keer wanneer hij zijn rol als spreekbuis en vertaler opnam van stemmen uit die marge, toonde hij ons het democratische belang ervan aan, en legde hij de vinger op het grote en groeiende democratische probleem van een verdikkende marge.

Voor een voorstander van een dergelijke “volle” democratie is elke maatregel van elke overheid die de democratie van de marge negeert en uitsluit een doelwit van compromisloos verzet, ook al lijkt die maatregel klein en relatief onschuldig. Koen schiep wat dat betreft een volle agenda van protest – een agenda die de laatste jaren stilaan begon over te lopen dankzij een beleid dat radikaal voor dualisering en uitsluiting van steeds grotere groepen in de “marge” koos. En die dat bovendien doet met behulp van het woordje “democratie”. De steeds exclusiever en elitairder wordende “democratie” van ’t Schoon Verdiep stonds steeds meer haaks op de inclusieve, totale democratie die Koen voorstond. Hij was dan ook de Gesel van het Schoon Verdiep, het contrapunt van Bart De Wever en Marc Van Peel. Koen deed wat dit betreft het vuile werk, en elk van ons was blij dat hij dat deed. Hij was er immers altijd, en dat gaf ons de luxe van een snipperdag-in-het-protest. Koen klopte wel de late shift terwijl wij onze wonden likten.

Die luxe moeten we nu opgeven. We moéten ze opgeven, en zelf de late shifts kloppen. Want de agenda die Koen noteerde loopt nog altijd over. De democratie van de marge wordt constant groter terwijl die van het centrum steeds verder krimpt. Er is dus steeds meer werk voor zij die, zoals Koen, democratisch protest niet zien als een democratisch probleem maar als een oplossing, een “noodzakelijke en pijnlijke maatregel” (om De Wever even te citeren) die onze samenleving niet verzwakt maar sterker maakt, en die geen teken is van ziekte maar van gezondheid, geen teken van een verzwakte democratie maar van een verbeterde democratie.

De speeltijd is dus voorbij. Het is nu aan ons. Bedankt, Koen, voor je leven van democratische kwaliteitscontrole. Rust in vrede, want wij zetten je werk nu verder.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.