“Ik stap het af”. Over het verschil tussen kunstenaars en ondernemers

rosas460

Jan Blommaert 

De besparingen in de cultuursector zijn desastreus – ik zeg hier niets nieuws, want dit punt is de afgelopen weken zonneklaar gedocumenteerd. De afgelopen dagen deelde De Munt mee wat daarvan de gevolgen zijn voor een instelling die eens tot de wereldtop in de operawereld behoorde en in het aanbod fungeerde van gespecialiseerde opera- en kunst-touroperators wereldwijd. Er sneuvelen 16 voltijdse banen, en het Barokmuziek- en balletprogramma van De Munt moeten eraan geloven.

Anne Teresa De Keersmaeker en haar Rosas ensemble worden rechtstreeks getroffen, en De Keersmaeker reageerde dan ook woest op de besparingen. “Is er nog plaats voor ons in Brussel?” vroeg ze zich af, “of moeten we een andere stad zoeken als basis?”

De Keersmaekers vraag klinkt verdacht veel zoals het deuntje dat onze ondernemers, VOKA en UNIZO voorop, al maandenlang zingen: “steun mij of ik stap het af”. Stop met actie voeren tegen deze VOKA-regering en leg je neer bij haar verarmingsbeleid, want anders blijf je achter in een land zonder ondernemingen – en dus ook zonder arbeidsplaatsen. Ook De Keersmaeker biedt ons die keuze. Alleen is er een fundamenteel verschil tussen dit argument in de mond van ondernemers en in de mond van kunstenaars zoals De Keersmaeker.

Om bij die laatste te beginnen: De Keersmaeker en haar Rosas ensemble zijn niet te vervangen. Rosas heeft zich de afgelopen paar decennia ontwikkeld tot een ensemble dat in de mondiale Champions’ League inzake ballet speelt. Haar ballet was en is volstrekt vernieuwend en uniek, en blijft al die jaren een constant topniveau halen. Als De Keersmaeker Brussel verlaat en haar ensemble verhuist naar, zeg maar, Basel of Birmingham, dan staan er geen vervangers klaar die dezelfde kwaliteit en dezelfde uitstraling kunnen brengen. Dat is trouwens de eigenschap van kunstenaars: ze maken unieke producten die een heel specifieke “markt” bedienen. Neem de concrete kunstenaar weg, en je bent je unieke product kwijt. De “markt” schept zich daarbij ook naar het product: het publiek van Rosas heeft zich geleidelijk gevormd rond dat ensemble, en als dat ensemble verdwijnt verdwijnt ook die markt. Wie Rosas wil is dus niet tevreden met tweede keus, en opvolgers zullen net als Anne Teresa De Keersmaeker jarenlang moeten knokken om hun “markt” te scheppen en te consolideren. De wereld van de creatieve kunst benaderen alsof het een andere, “normale” marktsector is, berust om die reden op een enorme denkfout. In zoverre je over economische processen kan spreken in die wereld – zie de aanhalingstekens die ik rond “markt” plaats – zien die processen er fundamenteel anders uit dan in die van de consumptie-industrie. Wie dat onderscheid niet snapt, die maakt de kunst kapot.

Dat brengt me meteen bij onze ondernemers. Het verhaaltje dat zij ons wel eens zouden durven verlaten, zodat wij achterblijven in een land zonder bedrijven en arbeidsplaatsen, halen ze rechtstreeks uit een fantasy-boek dat in hun milieu steeds populairder wordt: Atlas Shrugged van Ayn Rand. VOKA-leiders gaven een exemplaar van dat boek als geschenk aan Bart De Wever; voor hen is het blijkbaar een wetenschappelijke studie. Rands verhaaltje is flinterdun, maar let op de gelijkenissen met wat al maanden onze media beheerst. Ondernemers torsen het gewicht van de hele samenleving (vandaar Atlas), maar ze worden voortdurend gepest door de overheid, en beslissen op een zeker ogenblik de samenleving te verlaten (vandaar Atlas shrugged, Atlas schudde het gewicht van z’n schouders). Ze vertrekken naar een afgelegen plaats waar ze een ideale samenleving bouwen, geleid door een spontaan aangesteld “natuurlijk” leider. Vanzelfsprekend gaat de hele samenleving binnen de kortste keren naar de haaien, en komt men uiteindelijk de ondernemers smeken om terug te keren en hun ding te doen. In Rands boek zijn de ondernemers een mensensoort met buitengewone “natuurlijke” eigenschappen – vandaar het natuurlijke leiderschap van hun stamhoofd. Daardoor zijn ze onvervangbaar: als zij en zij alleen de samenleving de rug toekeren, dan blijft die samenleving zonder ondernemers achter.

Deze natte droom is het wereldbeeld geworden van onze ondernemerskaste. De samenleving leeft bij gratie van de ondernemer, die hun broodheer is, en is dan ook alle mogelijke dankbaarheid verschuldigd. De samenleving wordt door ondernemers met de grootste ruimhartigheid geduld. Maar te ver mag die samenleving het wel niet drijven. Want dan zou die ondernemer wel eens kunnen ophouden met ondernemen, en zit de samenleving met de gebakken peren: een economieloze woestenij.

Het is uiterst jammer voor hen, maar deze fictie is gewoon bespottelijk, en nog wel omwille van elementaire regels in de kapitalistische consumptie-economie. Die zeggen immers dat een markt nooit onbediend achterblijft: als er een duidelijke markt is, dan komt er een aanbod om aan die vraag te voldoen. Markten verdwijnen dus niet zomaar. Die elementaire regels zeggen ook – hier is het concurrentiebeginsel – dat elke economische actor moeiteloos te vervangen is door elke andere, wanneer ze dezelfde producten naar dezelfde markt kunnen dragen. Markten verdwijnen dus niet, en het verdwijnen van concrete ondernemingen is een vanzelfsprekend effect van concurrentie – ze worden binnen de kortste keren vervangen door andere ondernemingen. Het aantal faillissementen bewijst dat men niet als ondernemer geboren wordt, maar dat de ene ondernemer beter onderneemt dan de andere. En het feit dat er in dit land nog flink wat Ford auto’s verkocht worden ondanks de sluiting van Ford Genk toont aan dat markten niet meteen verdwijnen waneer ondernemingen verdwijnen.

In tegenstelling tot de aparte mensensoort en de bovenmenselijke kwaliteiten die Ayn Rand aan ondernemers toeschrijft, is ondernemen gewoon een bepaalde activiteit en geen identiteit. Men wordt niet als ondernemer geboren (ook al denken ondernemers dat dit wel zo is), men beslist op een bepaald moment om te gaan ondernemen. Dus wanneer de huidige concrete groep ondernemers het ondernemen beu is, dan zullen zij eenvoudigweg worden vervangen door een andere concrete groep. Ik neem me voor om in zo’n geval meteen zelf een onderneming te starten – een coöperatieve die duurzaam onderneemt en realistische winstmarges hanteert als economische leidraad. Ik zal de open liggende markt met plezier bedienen met de producten die de VOKA-ondernemers niet langer wensen te produceren en verkopen. Die producten zijn niet uniek, de processen waarmee ze worden vervaardigd en vermarkt evenmin; ik kan dat dus, mits enige inspanning en toewijding, evengoed als elke andere ondernemer. En nieuwe ondernemingen scheppen nieuwe werkgelegenheid. Dus ook dat stelt minder problemen dan VOKA ons voorhoudt. Mijn coöperatieve zal evengoed mensen tewerk stellen als de KMO die het vervangt. Allemaal even goeie “hardwerkende en ondernemende Vlamingen”.

Dat is immers het grote verschil tussen ondernemers zoals Marc Coucke en kunstenaars zoals Anne Teresa De Keersmaeker. Coucke is al geen eigenaar meer van het bedrijf dat hij startte; zijn rol kan moeiteloos worden overgenomen door iemand anders, en dezelfde producten zullen dezelfde markt blijven aandoen. De Keersmaekers product en rol, daarentegen, zijn niet gewoon inwisselbaar. Tot spijt van de aanbidders van Coucke zijn het mensen zoals De Keersmaeker die eerder lijken te voldoen aan het beeld van “supermensen” in Atlas Shrugged. En wanneer de VOKA-ondernemers hun finale argument – gedraag je of ik stap het af – hanteren, dan denk ik “laat de concurrentie spelen” en zeg ik: “stap het maar af, en dank U voor deze business opportunity”.

 

Links

http://www.demorgen.be/muziek/16-jobs-op-de-tocht-na-besparingen-bij-de-munt-a2154063/

http://www.brusselnieuws.be/nl/cultuur/de-keersmaeker-vol-ongeloof-over-beslissing-de-munt

http://lvb.net/item/8484

http://en.wikipedia.org/wiki/Atlas_Shrugged

http://www.tijd.be/opinie/algemeen/Een_staking_verantwoord_je_niet_met_desinformatie.9579191-7765.art?itm_campaign=newsstream_popular

https://jmeblommaert.wordpress.com/2014/12/16/feiten-weerleg-je-niet-met-slogans/

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s