Gien Vloms, gien ois.

ScreenHunter_85 Nov. 27 12.58

Jan Blommaert 

Deze tekst verscheen in januari 2005 als column in Knack. Bijna tien jaar later (2014) blijkt dezelfde argumentatie nog altijd relevant, want nu wil de Vlaamse overheid een taaltest afdwingen bij allochtone sociale huurders, die bij weigering tot 5000€ boete kan opleveren.

Twee jaar nà de herpublicatie hier – we zijn nu juli 2016 – zingt Minister Homans alweer een identiek liedje. Niets is nieuw in de frontlijn van het flamingantisme.

Vlak voor nieuwjaar, temidden van de verhalen over miljoenen daklozen in Zuidoost-Azië, was er iets interessants te horen op de radio. Een Antwerpse sociale huisvestingsmaatschappij maakte in het puurste Antwerps wereldkundig dat allochtonen een bewijs van kennis van het ‘Standoard Neiderlàns’ zouden moeten leveren om in aanmerking te komen voor een sociale woonst. Marino Keulen, onze Vlaamse Minister van onder andere Inburgering kwam meteen eraan toevoegen dat hij dat een interessante denkpiste vond. Het was immers goed voor de allochtonen indien ze Nederlands zouden spreken, het zou hun sociale kansen aanmerkelijk verhogen.

Een degelijk dak boven hun hoofd zou wellicht ook het zelfde effect resulteren. Of omgekeerd: ik kan me moeilijk inbeelden dat géén dak boven het hoofd de integratie van onze allochtone medemensen bevordert. Nu is de situatie zo dat allochtonen al oververtegenwoordigd zijn op de markt van de lage-kwaliteitswoningen. Marktmechanismen en structurele discriminaties zijn daarbij al lang bewezen oorzaken. Een sociale woning is vaak de best mogelijke woning in de best mogelijke buurt voor die mensen. Het is dus een middel tot integratie, geen resultaat ervan, en nog minder kan het als een soort van beloning gelden. Als men de huidige problemen absoluut wil verergeren, dan is dit wel de manier.

Door het invoeren van een zoveelste discriminerende criterium – ‘toalkennis’ – zal men zwakke gezinnen dwingen hun toevlucht te zoeken op de markt van de krotwoningen of de huisjesmelkers, waar de grofste vormen van uitbuiting heersen. Wie ook daar niet terecht kan, staat op straat. Hoe dat dan te rijmen valt met de doelstellingen van een sociaal huisvestingsbeleid mag men mij altijd eens komen uitleggen. Een dergelijk beleid zou de zwaksten moeten helpen. Het kan niet dienen om de illegale woningmarkt te stimuleren, en zeker niet om de zwaksten dakloos te maken.

Marino Keulen zei nog iets merkwaardigs. Sociale huisvestingsmaatschappijen opereren autonoom – we zijn een Liberaal land – en een gevolg daarvan is dat men moet aanvaarden dat deze autonome partners vrij hun eigen criteria bepalen. In dit geval mogen huisvestingsmaatschappijen dus politieke criteria hanteren – allochtone identiteit, de kennis van het Nederlands, integratiewil en –graad: allemaal speeltuintjes van Rechts.

En ik die dacht dat de afslanking van de overheid en de toenemende samenwerking tussen de overheid en andere autonome ondernemers (de public-private partnerships in het jargon) gingen resulteren in depolitisering, objectivering en verhoogde efficiëntie in de dienstverlening! Wat we hier zien is een verregaande politisering van de sociale huisvesting. En het gaat hier om een politisering met een vies geurtje. Het criterium is hier niet de partijkaart of de lidkaart van een vakbond of ziekenfonds, maar identiteit. De doelgroep van dit nieuwe criterium is duidelijk: allochtonen, en dan nog allochtonen van een bepaald ‘soort’ – tenzij ik me zeer sterk vergis gaat het wellicht niet over Japanners, Amerikanen, Scandinaven of Israeli’s, wel over Marokkanen, Turken, Albanezen, Georgiërs en andere marginale groepen. De gedepolitiseerde sociale huisvesting heeft plots dus weer een kleur: niet rood, blauw of een andere politieke kleur, maar een huidskleur. Onder het mom van partnerships met de privé sluipen allerlei nieuwe politieke discriminaties binnen. En onze Minister van Inburgering knikt instemmend: discriminatie op grond van afkomst is immers bevorderlijk voor de sociale kansen van de gediscrimineerde groepen.

Onze overheid moet dringend begrijpen dat partnerships met privé-ondernemingen haar niet ontslaan van de plicht om discriminaties te bestrijden. Ze heeft die plicht grondwettelijk, afwijkingen ervan zijn dus geen interessante denkpisten. Wat de autonome partners betreft: zij mogen ook wel eens herinnerd worden aan het feit dat hun opdracht niet enkel bestaat uit groeicijfers en verhoogde winsten. En de Antwerpse sociale huisvesters: dat ze zelf ‘Standoard Neiderlàns’ leren.

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s