Stakingen zijn hinderlijk? Juist.

we staken

Jan Blommaert 

De eerste stakingsdag op 24 november 2014 was een succes, ook – of misschien bovenal – in Antwerpen. Daar was immers al vanaf de Brusselse betoging van 6 november een bespottelijk spelletje bangmakerij aan de gang, waarin de anders zo bedaarde burgervader zijn meest groteske angstvisioenen projecteerde op de bevolking. Als we hem moesten geloven dan zou er op 24 november geen staking doorgaan maar een uit de hand lopende betoging, waarbij dankzij een enorme troepenmacht van politiemensen en honden (incluis aan zijn eigen woning) de afbouw van onze democratie door boze dokwerkers zou worden tegengehouden. Dat plezier hebben we hem niet gedaan. De staking was massaal, en de actie van de burgers – waarover straks meer – was dat eveneens. Maar de opgetrommelde ordemacht is grotendeels werkloos gebleven. De vele duizenden die op 24 november de staking in Antwerpen en omgeving een gelaat gaven bleken niet te intimideren door de Tarzankreten van De Wever en Jambon. En evenmin bleken ze zin te hebben in geweld. De Wever moest ‘s avonds dan ook ruiterlijk toegeven dat de staking “al bij al nog meeviel”, en dat de eigen ordediensten van de stakers de zaken behoorlijk in de hand hadden gehouden.

Hinder en schade: wat erg!

Toch was De Wever niet tevreden. Uiteraard niet: de staking had “hinder” en “schade” toegebracht. Hinder in het hele land, want er reden geen treinen, en schade aan “de economie”. Dat laatste is dom, aldus De Wever en andere VOKA-volgelingen, want net in een recessie moeten we ondernemers meer winsten laten maken. Wie dat kapitalistische mechanisme verstoort die zal daar uiteindelijk zelf onder lijden, zo luidde de riedel die eindeloos herhaald werd door zowat alle rechtse opiniemakers. De VRT gaf, net als zowat alle andere media, in de dagen voorafgaand aan de staking hoofdzakelijk informatie over de hinder die men mocht verwachten op de stakingsdag. Dat wil zeggen: ze organiseerde de berichtgeving enkel vanuit het standpunt van zij die niet staken.

Die laatste categorie, zo werd ook op 24 november zelf voortdurend beklemtoond, is van groot belang. Immers, dit zijn mensen die hun recht op werken willen uitoefenen tegenover (en in conflict met) het recht op staken van de anderen. Een staking zou hen dat recht ontzeggen, hen dan ook gijzelen – met zit niet om een hyperbooltje meer of minder verlegen dezer dagen – terwijl ze onschuldig zijn. Meer nog, VOKA schilderde net hén af, in een advertentie die de grenzen van het populisme weeral wat verlegde, als brave “papa’s en mama’s” die door noeste arbeid in dienst van een ondernemer de toekomst van hun kroost veilig stelden. Dat zijn dus de brave mensen, de stakers zijn de stoute mensen. En tot dat soort kindertaal is ons maatschappelijk debat dan ook herleid.

ScreenHunter_81 Nov. 25 14.21

Foto 1: De VOKA-advertentie “bedankt mama en papa”

Dat motief van hinder en schade door stakingen domineerde de pers in de aanloop naar de eerste stakingsdag. Het spreekt natuurlijk een soort voor de hand liggende instant-logica aan: ik wil of moet gaan werken, het treinpersoneel staakt en dus heb ik problemen. Die problemen zijn veroorzaakt door het treinpersoneel, dat mij dus, in zekere zin, tot het “slachtoffer” maakt van hun staking. En ja, inderdaad, het is niet prettig wanneer je in Luik-Guillemins vast komt te zitten wegens een vakbondsactie bij het spoor.

Deze instant-logica domineert de publieke opinie, ze organiseert de doordeweekse vakbonds-bashing en ze is ook de basis voor regeringsinitiatieven inzake minimale dienstverlening. Dat is vreemd, want die logica is makkelijk te beantwoorden met een reeks eenvoudige argumenten.

Wie door een spoorstaking “hinder” ondervindt om op het werk te raken beseft wellicht dat hij/zij afhankelijk is van het spoorwegpersoneel. Met andere woorden: zijn/haar belangen zijn dan afhankelijk van de belangen van de spoorweglui, en zijn/haar functioneren hangt dan af van dat van het spoorwegpersoneel. Als het spoorwegpersoneel met een probleem te kampen heeft, is dat meteen ook ons probleem, want ons eigen functioneren hangt ervan af. Het is dan ook in ons eigen belang dat het probleem van de spoorwegmensen opgelost geraakt, hun probleem is ook het onze geworden, en solidariteit is daarop het beste antwoord.

Hinder ondervinden van een staking is precies het “pedagogische” punt ervan, het punt waarop men tegenover de “slachtoffers” van de staking kan uitleggen hoe het komt dat zij slachtoffer zijn van iets wat in eerste instantie de zaak van iemand anders lijkt te zijn. Het toont precies aan hoe in een samenleving zoals de onze allerhande rollen en functies afhankelijk zijn van mekaar, hoe het adequaat vervullen van de ene functie het vervullen van andere functies mogelijk (of onmogelijk) maakt, en hoe maatregelen gericht tegen één onderdeel van de samenleving meteen effecten hebben op andere delen ervan, ook al waren ze niet daarvoor bedoeld. De zware besparingen bij de NMBS – om ons voorbeeld nog even door te trekken – zijn dan ook niet enkel een probleem voor de spoorwegbonden: ze zullen een effect hebben op de gehele samenleving. Als de spoorbonden daar tegen in actie gaan, dan voeren ze die actie ook voor alle onrechtstreeks getroffenen. Alweer: het beste antwoord hierop is solidariteit.

24 nov politie

Foto 2: Echte hinder vanwege de dokwerkers.

Het duidelijkste voorbeeld van deze onderlinge afhankelijkheid en samenhang is uiteraard de relatie tussen werkgever en werknemer. Wanneer de arbeiders in een fabriek tot staking overgaan, dan produceert die fabriek niets en maakt de werkgever geen winst. De fabriek heropstarten zonder werknemers is uiteraard geen optie, en dus is de werkgever afhankelijk van zijn/haar werknemers om tot resultaten te komen. In de weken voor de staking hoorde men de VOKA- en UNIZO-CEO’s vaak praten op een manier alsof hun bedrijf best wel zonder werknemers zou voort kunnen. Prima, dat het het dan maar proberen, zou ik zeggen, en dat ze het daarna maar gaan uitleggen bij hun aandeelhouders. Want zo eenvoudig is dat niet.

Dat bleek al de dag na de staking. Want dan stonden ze te drummen om hun beklag te doen over de “schade” die “ONZE” economie had geleden. In Limburg becijferde VOKA die schade op 6,5 miljoen. Wiens miljoenen zijn dat? Wiens schade? Het gaat hier om omzetverlies, dus om verlies voor bedrijven, niet voor de samenleving in haar geheel. Het woordje “onze” moeten we hier dus heel erg letterlijk nemen: wanneer VOKA spreekt over “onze” economie spreken ze echt over een economie die van hen is, over hun omzet en hun winsten. Als ze klagen, dan klagen ze over hun verliezen door een staking, over de effecten daarvan op hun jaarrekeningen en dus op de bonussen van hun CEO’s. En misschien helpt hen dat te beseffen dat die miljoenen die zij verliezen worden gerealiseerd door hun werknemers. De “economische schade” is precies het bedrag aan meerwaarde dat die dag normaal gezien door de werkenden zou zijn opgebracht. We weten op die manier precies wie nu de èchte “welvaartscheppers” zijn in deze samenleving, en wie doet alsof.

En wanneer ze, zoals de radiatortycoon Jos Vaessen, hun misprijzen uiten over het enorme “imagoverlies” dat door de staking is aangericht, dan gaat dit over het imago van bedrijven, niet het imago van het land, van de regio of van de werknemers. Zij zitten met een probleem, want investeerders kijken nauwgezet naar de manier waarop een bedrijf omgaat met sociale conflicten. Een bedrijf waarin geregeld gestaakt wordt is een bedrijf dat moeilijk investeerders zal vinden. De beleggers zijn nu eenmaal de keizers van de status-quo. Het imagoprobleem is dan ook niet een zaak die stakers moeten oplossen: het is een probleem voor ondernemers.

Een staking is een succes wanneer ondernemers dit aan hun kant van het bed voelen. Er moet hinder zijn, en er moet economische schade zijn. Een staking is een bijzonder zwaar middel, dat slechts mondjesmaat mag en kan ingezet worden. Het geeft immers de ware verhoudingen in al hun lelijkheid weer: het feit dat geen ondernemer winst kan maken zonder werknemers, en dat die winst moet gemaakt worden met personeel dat tevreden is en zich met het bedrijf verbonden weet via duidelijke afspraken. Worden die condities doorbroken, dan verliest de ondernemer de greep over het bedrijf. Uit de reacties van ondernemers vandaag maak ik op dat minstens sommigen onder hen dit nu eindelijk begrijpen, en het is te hopen dat ook zij nu, via hun Wetstraat-toeters VOKA en UNIZO, zullen aandringen op ernstig sociaal overleg.

Een Vakbond-Plus

In dat sociaal overleg staan ze nu tegenover een “Vakbond-Plus”. De afgelopen jaren kregen de vakbonden voortdurend klappen. Elke staking, zeker van het spoor, lokte een golf van verhitte vakbonds-bashing uit, en dit genre is inmiddels een vast gegeven geworden op alle publieke fora. De Dexia-crisis hakte in op het ACV, dat zich zelfs genoodzaakt zag personeelsleden af te danken. En zeker, maar niet enkel, vanuit de hoek van N-VA werd salvo na salvo aan klachten en schandaaltjes richting Leemans en De Leeuw geschoten. Het sociale overleg raakte dankzij steeds arroganter standpunten van het patronaat geregeld in de knoop, en met “bevriende” partijen in de regering had men aan de top ook nogal vaak het gevoel dat het gaspedaal van de actie met de grootste spaarzaamheid bediend moest worden. Ook al was de basis vaak zeer onrustig, en ook al is actie een chronisch gegeven (en een noodzaak) in diverse sectoren – denk maar aan het personeel van de gevangenissen. De vakbonden zagen er niet goed uit.

Gisteren beleefden de vakbonden echter een tweede hoogdag. Het overdonderende succes van 6 november, toen één van de grootste betogingen door Brussel trok, werd verdergezet in een zeer succesvolle staking die duizenden bedrijven stil legde, incluis één van ‘s werelds grootste havens. De bonden hebben opnieuw vleugels gekregen, hun leiders een nieuwe adem, en je zou Leemans en De Leeuw gisteren moeten gezien hebben op het podium van De Roma: glunderend, eensgezind, strijdvaardig en blakend van zelfvertrouwen, met een achterban die hen volgde en duidelijk te kennen gaf dat dit een strijd is voor meer dan wat knikkers, en dat die strijd gewonnen zal worden.

Zowel Leemans als De Leeuw (Vercamst was afwezig) maakten expliciet melding in hun speeches van de bijdrage die werd geleverd door Hart boven Hard. Zowel op 6 november als op 24 november bleek die jonge en frêle organisatie (die nu al ruim 1000 verenigingen groepeert uit allerhande sectoren in de samenleving) bij machte om te mobiliseren, de kieren en scheurtjes tussen de verschillende deelnemende bonden en partijen te dichten, en zelfs nog wat meerwaarde te bieden ook. Laat me daarover een paar dingen zeggen, en hierbij moet ik het even via de autobiografie spelen.

Ik kreeg een goeie week geleden de vraag vanuit Hart boven Hard om samen met een aantal “BV’s” in de vroege ochtend piketten te gaan bezoeken. Het startpunt van Hart boven Hard was de sector van kunst en cultuur. En dus bevond ik mij om 5.30 ‘s ochtends in het gezelschap van onder andere AKO-literatuurprijswinnares Joke van Leeuwen, de stand-up comedian Nigel Williams, de Antwerpse rap-scene vertegenwoordigd door Slongs Dievanongs en Scale, de muzikant Abdelkader Zahnoun, de kunstenaar Lebuin D’haese en de ontwerpster Rachida Aziz (kleine zelfstandigen! het weze genoteerd). Met uitzondering van Nigel had ik niemand van deze mensen ooit ontmoet. We reden, voorzien van een cameraploeg en een geluidswagen met grote boxen, naar Zwijndrecht waar een groot piket de toegang tot dat deel van de haven afsloot. Daar deden we elk heel kort ons ding: Slongs en Scale rapten, en Nigel, Joke en ik hielden een korte toespraak. Dat was allemaal nogal onwennig aanvankelijk, maar het verbazende was hoeveel geloofwaardigheid we van die stakers haast a priori kregen. We waren welkom, en wat we deden werd geapprecieerd. Onze boodschap was immers: jullie staan niet alleen, er staan duizenden gewone burgers achter jullie, en jullie probleem – zie eerder – is ook het onze.

24 november haven 2

Foto 3: Nigel Williams en Slongs Dievanongs, piket Zwijndrecht, 24/11/2014, 6.15u

Vanuit Zwijndrecht reden we naar het industriepark van Wommelgem, waar we op twee plaatsen ons ding deden. Op één van de piketten ging onze performance spontaan over in een luide Internationale gezongen door de arbeiders. En tegen dan had ik mijn medereizigers al goed leren kennen. Persoonlijk: Joke, Slongs, Scale, Nigel, Rachida, jullie zijn stuk voor stuk kanjers en ik ben dankbaar dat ik jullie nu met de voornaam mag aanspreken. Meer algemeen: ik begon een andere vorm van sociale actie te zien, waarin precies het isolement van vakbonden als sociale actiemachine wordt doorbroken door een middenveldbeweging die er een soort “plus” aan toevoegt – de vakbond PLUS grote segmenten van de samenleving, die nu allemaal zichtbaar en mét mekaar tot de actie overgaan. Diverse vakbondsmensen droegen trouwens badges en stickers van Hart boven Hard – de industriële en de sociale kant van de strijd zijn eigenlijk één front geworden.

De gevolgen: Nog veel meer hinder

Dit heeft verschillende gevolgen. Ten eerste: het heeft de agenda van het sociaal protest verruimd. In een eerdere tekst over de betoging van 6 november 2014, vermeldde ik een kleine twintig grote slogans die in de betoging werden meegedragen, en die liepen van koopkracht over onderwijs en zorg tot het lot van de sans-papiers en van het klimaat. De agenda van het protest is effectief een samenlevingsmodel geworden – iets fundamenteels dat niet door een paar technische ingrepen kan opgelost worden – en ook Leemans en De Leeuw bevestigden dit gisteren in De Roma.

Ten tweede, deze synergie tussen vakbonden en burgerbeweging zorgt voor een grote veelzijdigheid in actievormen. Onze bescheiden tournée langsheen stakingspiketten heeft precedenten – Jon Lundström, Katastroof en Wannes Van de Velde deden het ons voor in Antwerpen – maar is niettemin zeldzaam. Een beweging die op zoveel fronten aanwezig is kan op al die fronten actie voeren op heel bepaalde manieren, en kan daarbij middelen en talenten mobiliseren die anders moeilijk te vinden zijn. Men krijgt niet alle dagen een AKO-prijswinnares op een stakingspiket in de Antwerpse haven.

Ten derde, het schept ook duurzaamheid in de acties. Aangezien er nu een zeer brede en fundamentele agenda op tafel ligt, zal dit protest niet ophouden wanneer de indexsprong met twee jaar wordt uitgesteld, of wanneer er overgangsmaatregelen inzake de pensioenleeftijd van politiemensen worden genomen. Daar is veel meer voor nodig. En één concreet en zeer belangrijk resultaat van Hart boven Hard, in deze prille fase van haar bestaan, is dat de flow van informatie tussen de diverse actoren in dit brede front op gang is gekomen, en dat we nu op de hoogte raken van problemen bij bepaalde groepen waarvan we ons anders slechts met grote moeite bewust van zouden worden. Dat is pure winst. Onze overheid kijkt dus tegen een steeds beter, breder en dieper georganiseerd front aan, dat niet snel tevreden zal gesteld worden. Haar probleem is dus ook niet alleen een probleem met de vakbonden meer.

Ten vierde, het schept een pluralistisch platform waarin groene, blauwe en rode jasjes welkom zijn naast allerlei partijkleuren en andere emblemen van ideologische of maatschappelijke identiteit. Het was hartverwarmend te zien dat Yasmine Kherbache dezelfde piketten afliep als Peter Mertens, en dat Meyrem Almaci op de foto kwam met havenarbeiders op een piket aan de Noorderlaan. Het is even hartverwarmend te zien en horen dat mensen uit de homorechtenbeweging, de allochtone organisaties en de Christelijke seniorenbeweging schouder aan schouder meelopen in het sociale protest. En nog leuker om zien is dat niemand bij zo’n gelegenheden vraagt naar de politieke kleur of kaart die men heeft. Een Facebookgebruiker riep dit gegeven op toen hij bij onderstaande foto (genomen op het piket in Antwerpen-Berchem op zondagavond) de comment plaatste “hoeveel fracties van links zijn hierop te zien”? Het antwoord doet – oef!! – niet langer veel ter zake.

24 Nov 5

Foto 4: VLNR Luc Van de Weyer, Ward Coenegrachts, Stephen Bouquin, Jan Blommaert, Peter Terryn, Berchem station 23/11/2014, 22u

De vakbonden kunnen dus bij het eind van de maand november 2014 met een gerust geweten vooruitkijken. In die maand hebben ze de steun verworven van een brede burgerbeweging. En die beweging kan verrassen: ze is zeker mee aansprakelijk voor het succes van 6 november, en ze was gisteren ook in staat om zo’n 600 Antwerpse fietsers van allerlei kleur en aard doorheen Antwerpen te laten trekken, in weerwil van (en met de grootste minachting voor) de dreigende wapenstokken, waterkanonnen en politiehonden.

De overheid heeft nu te maken met een Vakbond-Plus. Ze heeft er dus sedert deze maand een probleem bij. Ze kan nog een hele hoop “hinder” en “schade” verwachten, en niet enkel van de dokwerkers, zelfs niet alleen vanwege de vakbonden. Ze heeft het aan de stok met een veel en veel groter ding: diverse en ruime delen van haar eigen samenleving waarmee ze alle voeling heeft verloren en van wie ze dus enkel een hoop ellende mag verwachten.

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s