Gratis bestaat niet? Oh, jawel.

Jan Blommaert 

stock-vector-gratis-golden-label-vector-illustration-139283033

“Gratis bestaat niet”. Het is met behulp van deze mantra dat de neoliberale regering de aanval inzet in een reeks voorzieningen zoals openbaar vervoer voor bepaalde kwetsbare doelgroepen. Het is een mantra, dat wil zeggen een religieuze slogan, want de idee dat niets gratis is, is precies de kernidee van het neoliberale denken. Alles – letterlijk alles – kan mogelijk tot koopwaar gevormd worden en dus “for profit” verhandeld worden. De aarde, de lucht, het klimaat, de mens, een idee of gedachte, vrede, vriendschap, vrijheid: dat zijn zaken die traditioneel buiten de markt stonden – die dus altijd gratis waren – en het feit dat allerhande goederen die vroeger uit de markt werden gehouden er nu worden in gezogen is geen effect van een natuurwet. Het is een effect van een ideologische keuze die neoliberalisme karakteriseert, en ze vormt een breukvlak met de “sociaaldemocratische consensus” die in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog domineerde.

De ideologische verschuiving

In die oudere consensus werden een groot aantal goederen en diensten buiten de competitieve “for profit” markt gehouden, vanuit het argument dat nutsvoorzieningen en andere basisbehoeften (brood bijvoorbeeld, waarvan de prijs gereguleerd wordt) voor iedereen nodig waren. Een welvarende samenleving moest die basisbehoeften voor iedereen garanderen, en tant pis indien dat een “inbreuk op de economische wetmatigheden” was. De markt mocht spelen in domeinen waarin die markt het nuttigste verdeelmechanisme was; niet dus in domeinen waarin de markt bestaande ongelijkheden zou versterken of nieuwe zou genereren. Gelijkheid was immers een doelbewuste politieke keuze, en ze was de oorzaak van de spectaculaire economische hausse in de decennia na 1945 en van de opkomst van een brede middenklasse in Europa.

De EU heeft zich, paradoxaal, de afgelopen twee decennia ingespannen om precies dit beginsel doorheen de gehele unie naar de schroothoop te verwijzen. De Unie was en is de voornaamste motor in de ideologische verschuiving van een sociaaldemocratische naar een neoliberale consensus, en ze gaat al decennia uit van een aanname die door de feiten volkomen onderuit wordt gehaald: dat een competitieve markt in de eerste plaats goed was voor consumenten die betere kwaliteit aan een betere prijs zouden verkrijgen. Het effect op, bijvoorbeeld, onze electriciteitsfactuur kennen we inmiddels, en het neologisme “energie-armoede” spreekt boekdelen als het op het argument van “betere prijs” aankomt. De afschakelplannen voor electriciteit en de diverse grote electriciteitspannes van de laatste tijd geven ook aan dat het met de kwaliteit van de voorzieningen niet al te best is gesteld. En we weten dat deze verschuiving – steeds meer basisbehoeften die naar de competitieve markt worden gebracht – niets te maken heeft met economie (een economie draait even goed wanneer er weinig dan wel veel goederen in verhandeld worden) maar alles met politiek. “Gratis bestaat niet” is een politieke regel, geen economische.

Dubbel betaald

Bovendien is er nog van alles fout aan die logica. Als we naar het openbaar vervoer als voorbeeld kijken, dan heeft “gratis” niets te maken met het feit of mensen al dan niet een bedrag betalen voor hun reis. Die voorzieningen zijn immers al gefinancierd: vanuit belastinggeld. Openbaar vervoer was daarom, ook onder Stevaert, nooit gratis. Het was al betaald via publieke middelen. Er was dus niemand die gratis het openbaar vervoer gebruikte.

De aanval op “gratis” voorzieningen komt erop neer dat de burger twee maal betaalt: een keer door middel van de belastingen, en een tweede keer doordat een “marktprijs” wordt gevraagd voor de reis. Ook dat is geen noodzaak maar een keuze, die collectieve financiering (die solidariteit en herverdeling veronderstelt – ook wie nooit de tram neemt betaalt ervoor) wil vervangen door individuele financiering (die dus uit het netto-inkomen, na belastingen, betaald moet worden). Die marktprijs is dan ook gewoon een “pestbelasting” bovenop een reeds betaalde belasting. Het “non bis in idem” beginsel – men kan geen tweemaal betalen voor hetzelfde – wordt graag ingeroepen wanneer het over vermogensbelastingen gaat. Het wordt echter constant overtreden wanneer het om publieke voorzieningen gaat.

Burgerbewegingen en protestgroepen moeten die dwaze “gratis bestaat niet” retoriek onderuit halen. Jawel, het bestaat wel, en het moét ook bestaan. Niet alles is koopwaar, en niet alles is privaat bezit en winstgevend kapitaal. En daarnaast: de collectief gefinancierde voorzieningen zijn al betaald door ons. Dus gratis zijn ze al niet. Waarom moeten we dan prijsverhogingen slikken voor het gebruik ervan?

En toch?

Het is paradoxaal dat net de believers van de “gratis bestaat niet”-mantra allerhande dingen “gratis” maken of houden. Toch is het logisch, want wanneer men enkel de markt laat spelen is er slechts één instrument: de marktprijs. En “gratis” is nu net één van de voornaamste marketingtools. Onze autowegen blijven, in contrast met het openbaar vervoer, “gratis”. Grote bedrijven die zich in dit land vestigen genieten van belastingvoordelen die vaak dichtbij “gratis” komen. Bedrijven investeren niet in onderwijs en krijgen dus “gratis” een permanente stroom van hoogperformante en uiterst goed opgeleide werknemers aangeboden. “Gratis”, uiteraard, heeft hier de betekenis van hier boven: deze dingen zijn reeds betaald uit belastinggeld. Elk van ons moet dan ook solidair en herverdelend handelen tegenover transportbedrijven en gebruikers van bedrijfwagens, tegenover multinationals die hier hun hoofdkwartieren vestigen, en tegenover bedrijfleiders die geen duit in het onderwijs investeren maar er wel maximaal voordeel uit halen. Om de één of andere reden moeten we dus aannemen dat deze zaken “goed voor iedereen” zijn, en dus best “gratis” blijven.

Ik heb een sterk vermoeden dat de neoliberalen het daarmee volledig eens zijn. Want stel je de debatten voor over “loonkost” wanneer wij onze ondernemers een vergoeding zouden vragen voor de publiek gefinancierde opleiding van hun werknemers – hen desnoods maar een deeltje zouden laten betalen voor het “gratis” aangeleverde menselijke deskundigheidskapitaal dat ze nodig hebben voor hun activiteit? Nochtans zou zoiets volledig in het verlengde liggen van de neoliberale logica: wij “produceren” met ons belastinggeld hoog opgeleide mensen (een “grondstof” dus, zoals in human resources, “menselijke grondstoffen”) en bedrijven kopen die producten aan in ruil voor een “marktconforme” vergoeding tegenover de producent. Wat is daar nu fout mee? Want zoals gezegd, wanneer solidariteit en herverdeling niet meer de basis vormen voor de grote processen in een samenleving blijft enkel het mechanisme van aankoop en verkoop, en dus van prijsbepaling, over. “Gratis” bestaat immers niet, nietwaar?

Het gaat dus overduidelijk om keuzen die op ideologische gronden worden gemaakt. Bepaalde dingen mogen onder geen beding “gratis” zijn terwijl andere absoluut “gratis” moeten blijven. Trouwens, ook de idee van “gratis” arbeid is de aanhangers van de neoliberale logica niet ongenegen. Karel Van Eetvelt – iemand die via zijn bedrijf Matexi heel wat zaken “gratis” ontvangt vanwege de belastingbetaler – mijmerde onlangs dat stagiairs even goed onbezoldigd aan de slag zouden kunnen. In een prijzenoorlog is “gratis” het laagste niveau. Het is dus niet onbespreekbaar, integendeel. Maar enkel private ondernemers blijken hierover beslissingen te mogen nemen, niet de samenleving in haar geheel. De logica van privatisering en competitie heeft immers één groot effect – the elephant in the room – de verschuiving van macht weg van collectieve democratische eenheden naar individuele private eenheden. Het zijn dus, merkwaardig genoeg, ondernemers die vandaag de dag lobbyen, niet voor geen gratisverhaal, wel voor een ander gratisverhaal. Voor hen is “gratis” een kernbegrip, terwijl men dat begrip met alle macht uit ons politiek vocabulaire wil peuteren.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s