Wie steunt een besparingspolitiek nog?

No-Austerity-protest

Jan Blommaert

In het “World Economic Outlook” rapport van het IMF, gepubliceerd in oktober 2012, ging een topman van dit eerbiedwaardige instituut tot een opvallende bekentenis over. Olivier Blanchard is als hoofdeconoom bij het IMF één van de machtigste mensen in de wereldeconomie, en de World Economic Outlook rapporten worden over de gehele wereld gezien als toonaangevende richtlijnen voor de economische en fiscale politiek van regeringen. Welnu, in het rapport van 2012 gaf Blanchard toe dat het IMF over de voorbije jaren de vooruitzichten voor economische groei in landen die een radicale besparingspolitiek voerden systematisch overschat had. Het gaat om schattingen die gebaseerd zijn op een hele reeks paramaters, maar schattingen zijn nooit harde wetenschap. Wat Blanchard toegaf in zijn rapport kwam erop neer dat een toonaangevend instituut zoals het IMF zich in z’n ramingen liet leiden door een geloof, een ideologie zo U wil, die austeriteit (loonmatiging, afbouw van de overheidseigendommen, afslanking van de ambtenarij, privatisering en strakke begrotingsdiscipline) spontaan als een economisch positief gegeven bekijkt. En dit in weerwil van de empirische gegevens, de feiten in mensentaal.

Dit rapport luidde een wending in binnen het IMF. Plots kwamen sociale gevolgen van austeriteit heel hoog op de agenda te staan. Steeds meer interne IMF nota’s gaven blijk van een toenemende bezorgdheid over inkomensongelijkheid – een onvermijdelijk gevolg van austeriteitsmechanismen die alles inzetten op “de groei van de economie” (waarbij “economie” gereduceerd wordt tot private bedrijven en hun winstcijfers). Die inkomensongelijkheid, of anders geformuleerd, die toenemende dualisering in samenlevingen die onderworpen zijn aan de besparingsdoctrine, werd nu gezien als (a) een politiek gevaar dat de stabiliteit van politieke systemen over de gehele wereld (en de Eurozone in het bijzonder) bedreigt, en (b) een economisch probleem, want bekende “groei” effecten van austeriteit blijken steeds meer te moeten afgewogen worden tegen averechtse effecten van groeivertraging en structurele verzwakking van economieën. Hoewel IMF analisten zich zelden in categorieke termen uitdrukken, is de boodschap helder: een blind austeriteitsbeleid dat bereid is meer inkomensongelijkheid te genereren in ruil voor “groei” is zowel politiek als economisch van twijfelachtige kwaliteit en uiterst risicovol. Terwijl het op zeer korte termijn een aantal louter economische groeieffecten kan opleveren, bedreigt het de wereldwijde politieke en economische volksgezondheid op langere termijn.

Het verschijnen van het boek van Thomas Piketty, Capital in the 21st Century,gaf deze inzichten een plotse opstoot van populariteit. De nota’s van het IMF circuleren doorgaans slechts onder deskundigen en gespecialiseerde journalisten; Piketty’s boek werd een wereldwijde bestseller, en zijn uiterst didactische stijl zorgde ervoor dat deze ideeën – inkomensongelijk als de centrale dreiging in de wereldeconomie – door allerhande mensen konden worden gelezen en begrepen. Nobelprijswinnaars van het kaliber van Paul Krugman en Joseph Stiglitz hadden al eerder in een lange stroom van artikels ernstige kritiek gegeven op een blind austeriteitsbeleid, pleitend (met veel vuur in allebei de gevallen) voor een investeringsbeleid in tijden van economische krimp. Eind 2013 concludeerde Krugman, in alle nuchterheid, dat “intellectually, the case for austerity has pretty much collapsed”. Wanneer dergelijk beleid nog wordt gehandhaafd dan is het om andere redenen dan economische, want de economische argumenten ervoor zijn definitief onderuit gehaald. En het viel op hoe lang het duurde vooraleer orthodoxe neoliberale economen met wat amechtig en technisch weerwerk kwamen tegen Pikettys stellingen; het was en is een bepaald ongemakkelijk boek voor wie de neoliberale credo’s verkondigt.

Noteer dat we geen enkele van deze stemmen kunnen beschuldigen van linkse vendelzwaaierij. Krugman en Stiglitz spraken zich in het verleden herhaaldelijk fel uit tegen socialisme als economisch model; ze zijn toegewijde kapitalisten-believers. In eigen land kan men Paul De Grauwe evenmin verdenken van warme gevoelens voor socialistische recepten; ook hij beklemtoont voortdurend zijn fundamenteel geloof in een vrije markteconomie. Hij was daar trouwens vele jaren de grote pleitbezorger van; in de jaren 1990 was hij aan de zijde van Guy Verhofstadt te vinden als diens diep-blauwe hofeconoom. Wanneer hij zich nu afzet tegen de austeriteitscultuur die de regering-Bourgeois als de grote sociaaleconomische en politieke vernieuwing voorstelt, dan is dat – zo stelt De Grauwe bij herhaling – als gevolg van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Hij is zelf, als wetenschapper, tot de bevinding gekomen dat de modellen die hij destijds verdedigde uiteindelijk meer kwaad dan goed hebben aangericht, en dat het blind volhouden eraan een economische irrationaliteit reveleert. Zo ook bij Stiglitz, die graag toegeeft dat hij in een vroeger leven, als top-technicus van de vrije markt, bepaald naief was en denkfouten opstapelde. Geen van deze mensen kan “links” genoemd worden; hun kritiek vertrekt vanuit een feitelijk inzicht en maakt gebruik van precies dezelfde techniek en methode die hun eerdere ultraliberale standpunten onderbouwden.

Er is overigens een langere traditie. Toen in de jaren 1920-1930 de wereldeconomie in een nooit eerder geziene recessie belandde waren het hardcore kapitalisten zoals Keynes die een hoge mate van regulering en overheidscontrole op economische processen bepleitten, samen met deficit spending – de opbouw van schulden door middel van investeringen die op de langere termijn een gezonde economie opleveren. En ze deden dat niet om het kapitalisme te vernietigen maar om het te redden. Ze deden dat evenmin, voor alle duidelijkheid, “om de volgende generatie met torenhoge schulden op te zadelen”, maar om die volgende generatie net een leefbare toekomst te bezorgen. Ook zij begrepen dat een economisch model dat de massa uithongert en enkel de Great Gatsby’s bevoordeelt geen duurzaam systeem is, om precies dezelfde redenen die het IMF nu aanreikt. Het schept een diepe politieke instabiliteit en het is een vorm van economisch kannibalisme.

Het begint er stilaan op te lijken dat regeringen die beweren dat “er geen alternatief is” voor austeriteit geen enkel ernstig economisch argument meer hebben, en evenmin kunnen ze nog rekenen op ernstige economen als pleitbezorgers. De economische consensus beweegt zich razendsnel in een tegenovergestelde richting, en het rek met alternatieven raakt wel erg goed gevuld dezer dagen. In diverse interviews heeft Paul De Grauwe de laatste tijd heel eenvoudige en heldere formuleringen hiervoor aangereikt die draaien rond een eenvoudige waarheid. Een economie draait altijd op krediet, dus op de opbouw van schulden die worden omgezet in duurzame assets. Investeren door middel van krediet is in die zin iets geheel anders dan “torenhoge schulden opstapelen”. Juist ja, die schulden moeten worden terugverdiend en terugbetaald met rente; maar dat gebeurt dan door een systeem dat daartoe veel beter is uitgerust – een sterkere en duurzamer economie. Een weigering om te investeren – “schulden opstapelen” in het jargon van Bourgeois en Tommelein – komt neer op een erosie van de diepere economische structuren. Een minder hoog opgeleide populatie, een minder gezonde en weerbare arbeidspopulatie, een verouderde infrastructuur en minder koopkrachtige consumenten zijn er het gevolg van. En die structurele verzwakking zorgt ervoor dat de “crisis” van blijvende aard wordt en dus, op termijn, enorme nieuwe investeringen zal eisen om een duurzame relance en consolidatie te veroorzaken.

Weigeren te investeren is dus niet, zo stelt De Grauwe (samen met Krugman en vele anderen), het “in orde brengen van de boekhouding” of “het land weer op de sporen zetten”. Het is de best mogelijke voorbereiding voor enorme schulden in de toekomst. Een austeriteitsbeleid schopt het probleem van investeringen gewoon voor zich uit, maakt daardoor enorme en blijvende schade, en rijdt zichzelf zo simpelweg in de wielen. Zijn daar dan überhaupt voordelen aan? Jazeker, zo zeggen de IMF-analisten – maar enkel op uiterst korte termijn en enkel voor een heel kleine groep bevoorrechten. In zoverre men van een economisch beleid verwacht dat het iets verder kijkt dan de jaarbalansen van volgend jaar is het funest, een non-beleid.

De Griekse economie, zo verzekert ons EU-president Van Rompuy, vertoont nu “tekenen van heropleving”, en de Griekse regering kondigde in begin september 2014 aan dat er voor het eerst sinds 2008 een bescheiden groeiprognose van 0,6% van het BNP kon worden gemaakt. Enkele weken later werd echter gemeld dat het handelstekort met bijna 30% was gestegen – niet meteen een teken van blakende economische gezondheid. Die gezondheid is overigens ook niet meteen zichtbaar in allerhande andere gegevens. Gezinsinkomens zijn met 1/3 gedaald, 1/4 van de Griekse arbeidspopulatie zit zonder werk, armoede is spectaculair toegenomen, er is een zeer aanzienlijke emigratie van jonge en hoog opgeleide Grieken aan de gang, de onderwijsinstellingen van laag tot hoog zijn zo goed als ingestort, de eerstelijns gezondheidszorg eveneens, er is een huisvestingscrisis en een kredietcrisis – Griekse beginnende ondernemers raken niet aan geld van de banken. De “groeiprognose” van 0,6% op het BNP, aangekondigd door de Griekse overheid, is dus gebaseerd op de toename van grote kapitalen (van die orde dat ze een algemeen groei-effect heeft op het BNP; dit gaat dus over héél véél geld), hoegenaamd niet van structurele aard, en geënt op een samenleving die in toenemende mate alles verliest wat ze nodig heeft om op termijn uit het dal te raken.

Onze Liberale voorhoedevechter Tommelein verwees graag naar Griekenland als een argument om zijn austeriteitsplannen gewicht te geven. Het is het perfecte tegenargument voor die austeriteitsplannen natuurlijk: Griekenland en de andere zwaar getroffen Eurolanden zijn modelvoorbeelden van hoe je niet aan schuldenafbouw doet, van een economisch beleid dat je nergens brengt dan in de diepst mogelijke en blijvende ellende. Griekenland, kortom, is een schoolvoorbeeld van het feit dat wanneer er “geen alternatieven” zijn, deze zo snel mogelijk bedacht moeten worden. Of – want ze bestaan natuurlijk al – grondig gelezen en overdacht moeten worden.

“Intellectually, the case for Bourgeois has pretty much collapsed”, zouden we met Krugman kunnen zeggen. Er is geen deugdelijk economisch argument voor het beleid dat Bourgeois als grote vernieuwing voorstelt. Neen, het is hoegenaamd niet vernieuwend maar net al ettelijke keren getest en getoetst, en telkens met desastreuze uitkomsten. Dat nu opleggen, het voorstellen als het énig mogelijke relancebeleid, en elk tegenargument afdoen als populistisch is, in mensentaal, een uiting van domheid van een zeldzaam niveau, en elke ernstige econoom komt de laatste tijd woorden tekort om dit te beklemtonen. Bourgeois staat alleen met zijn economische logica, en hij maakt zichzelf samen met zijn “vernieuwers” in de regering onsterfelijk belachelijk.

Waarom dit austeriteitsdeuntje dan nog volhouden? Wel, misschien is de bekentenis van IMF-topman Blanchard hier van toepassing. Het geloof in austeriteit als midden tot economische “groei” was een kwestie van geloof, van ideologie, niet van aan de feiten getoeste oplossingen. Het was, met andere woorden, irrationeel en ingegeven door heel andere dan economische argumenten. Laat Bourgeois nu eens klare wijn schenken: vertel ons nu eens eerlijk waarom dit beleid met alle macht moet doorgedrukt worden, ook al betaalt men de prijs van toegenomen dualisering, structurele economische verzwakking en verlies van democratische legitimiteit ervoor? Want we weten nu met de grootste zekerheid dat de argumenten niét van economische aard zijn. Wie dit blijft beweren verdient enkel hoongelach, en niet enkel vanwege De Grauwe, Krugman of de IMF-economen – van ons allemaal.

Links

http://www.imf.org/external/pubs/ft/weo/2012/02/pdf/text.pdf

http://www.washingtonpost.com/blogs/wonkblog/wp/2012/10/12/imf-austerity-is-much-worse-for-the-economy-than-we-thought/

http://www.imf.org/external/np/fad/inequality/

http://www.imf.org/external/pubs/ft/sdn/2014/sdn1402.pdf

http://krugman.blogs.nytimes.com/2013/12/12/unprecedented-austerity/?_php=true&_type=blogs&_r=0

http://www.abc.net.au/news/2014-09-07/greece-set-for-return-to-economic-growth/5725198

http://www.ansamed.info/ansamed/en/news/sections/economics/2014/09/26/economy-greek-trade-deficit-up-29.4-in-july-elstat-says_88447abd-d60d-4e0d-bf9b-c967e2940661.html

http://billmoyers.com/2014/09/11/a-wealthy-capitalist-on-why-money-doesnt-trickle-down/

http://krugman.blogs.nytimes.com/2014/07/01/the-secret-of-belgiums-success/?smid=fb-share&_r=0

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s