De eindeloze komkommertijd

20111114_18080244344ec0dafb6c732

De zomer en nazomer van 2014 gaan onopgemerkt voorbij, en zo zullen ze in de geschiedenisboeken belanden: als maanden waarin de fundamenten van onze samenleving werden hertekend, waarin onze samenleving een heel andere ideologische bovenbouw kreeg – terwijl vrijwel niemand daar een kik om gaf. Onze media hebben de komkommertijd eindeloos gerokken; of beter, ze lijken elke poging te hebben opgegeven om relevant te zijn. Het kleine domineert, het grote komt niet meer aan bod.

Kijk niet naar het grote

Laat ons eerst even kijken waarover we niet worden geïnformeerd. Voorop staat de inhoud van de regeringsonderhandelingen. Er zijn al behoorlijk wat mensen die bij het vermelden van “25 mei” al niet meer weten dat we op die dag verkiezingen hielden, en dat we daarbij alle bestuursniveaus hebben vernieuwd. De Moeder Aller Verkiezingen lijkt stilletjes verdwenen, met Jetair naar een zonnige bestemming allicht, en het ongemene belang dat er vooraf aan werd toegeschreven is op geen enkele manier opgevolgd door een nauwgezette aandacht voor haar effecten. Die effecten zijn echter niet min. Op Vlaams en Federaal niveau hebben partijen de leiding genomen die vastbesloten lijken om komaf te maken met de verwezenlijkingen van anderhalve eeuw emancipatiestrijd. In weerwil van wat we sinds de Piketty-revolutie weten, en in weerwil van wat – merkwaardig genoeg – voordien neoliberale instellingen zoals de OESO en het IMF aanbevelen, willen onze regeringen meer ongelijkheid verwezenlijken – vanuit een geloof in een reeks economische theorieën waarvan nu zowat elke hoogleraar Economie toegeeft dat ze compleet failliet zijn.

Het uitgangspunt dat men “economie” kan vernauwen tot de winstcijfers van ondernemingen, de aandelenkoersen en het BNP, en dat een stijging in deze drie gelijk staat aan “groei” (en dus op gejubel moet onthaald worden), wordt nog enkel in rabiaat-neoliberale kringen geloofd. Elders beseft men dat toenemende kapitaalsconcentratie gekoppeld aan een permanente werkloosheidscrisis het recept is voor maatschappelijke instabiliteit en economische rampen-op-termijn. Het is een systeembedreiging en dus niet iets wat men snel-snel door middel van wat verzachtende omstandigheden kan oplappen. Het economische neoliberalisme is van een wetenschappelijk standpunt – er zijn talloze Nobelprijzen Economie toegekend aan de stamvaders van deze visie – naar het niveau van een ideologisch standpunt getuimeld. Dat wil zeggen: het is een geloofsovertuiging. Mensen mogen die wat mij betreft best huldigen; ze als waarheid verkopen gaat me echter wat te ver.

Nu is het zo dat we ons de regeringsonderhandelingen enkel kunnen inbeelden, want feitelijke informatie krijgen we er niet over. Ik beeld me in dat het gaat om een vergadering – in isolement, waarover verder meer – waarin een klein groepje mensen zonder de minste externe kritische controle een rotsvast geloof in die kreupele uitgangspunten pogen om te zetten in een radicaal “nieuwe” samenleving. De “lekken” die we vanuit de regeringsonderhandelingen opvangen – ook daarover zo dadelijk meer – geven voeding aan dat beeld: elk systeem dat werkloosheid, armoede en marginalisering structureel moet voorkomen of verzachten gaat voor de bijl; de “verworven rechten” van een eeuw syndicale strijd – de ambtenarenpensioenen, het stakingsrecht – worden uitgehold; er wordt schaamteloos de kaart van de ondernemingen en hun aandeelhouders getrokken, want hun “loonlasten moeten omlaag ” – lees, in iets duidelijker taal, “hun winsten moeten omhoog”. Twee volkomen afgeleefde kernreactoren, gelegen in één van de grootste havens van de wereld en vlakbij de grootste Vlaamse stad, zullen open blijven, tot eindeloze vreugde van Electrabel; en de eindeloze vreugde van de betonboeren wordt verzekerd door het versnelde uitvoeren van het Oosterweel-plan, waarvan de (gigantische) kost door middel van aanvullende besparingen op alles wat sociaal en cultureel is wordt betaald. Miljoenen wagens en vrachtwagens zullen de eerstkomende decennia ongehinderd door stadskernen razen. Bovendien – en ook hiervoor moet worden bespaard – koopt ons land nieuwe gevechtsvliegtuigen aan, zodat we in tijden van economische austeriteit nog steeds de veiligheid van het Westen kunnen mee verzekeren. Een gezin hebben, en je kinderen laten studeren, wordt aanzienlijk duurder, net zoals talloze andere diensten die tot nog toe via mechanismen van solidariteit werden mee gefinancierd. Winsten maken en fortuinen beheren, daarentegen, worden goedkoper.

De regeringen die de Moeder Aller Verkiezingen heeft gebaard herschikken de ideologische structuur van het land. Solidariteit – het ideologische mechanisme dat de naoorlogse samenlevingen in Europa gestalte gaf – is vervangen door straf. Mee betalen voor het ongeluk van anderen wordt gezien als een onrechtvaardige sanctie; ervan genieten wordt gezien als fraude en profitariaat. Dit is een verschuiving van historisch formaat, al kijkt de gemiddelde Belg liefst een heel andere richting uit.

De gesprekken die deze verschuiving gestalte geven verlopen immers in de diepste geheimhouding. Ideeën die deze verandering uitbouwen, en daardoor de ongelijkheid en het conflict in het hart van ons systeem installeren, zijn niet publiek te controleren, te bespreken en te bekritiseren; alternatieven kunnen daardoor nooit aan bod komen. Het is typerend dat zowat het enige evenement waarover we uitgebreid zijn geïnformeerd tijdens de regeringsvorming van persoonlijke aard was: de nu al legendarische nacht vol “beklijvende stiltes”, waarin Kris Peeters “zijn” premierschap “opofferde” om de Christendemocraten een lobbyiste in het hart van de EU te laten verwerven, geheten Marianne Thyssen. Het tranerige verhaal van dit koningsdrama werd breed uitgesmeerd; de fundamentele discussies die deze koehandel omringen, daarover horen we niets. De speculaties van de “Wetstraatwatchers” gaan over pietluttigheden: geruchten over geïsoleerde voorgestelde maatregelen en postjes in de regering worden in luchtig proza aaneengeregen met allerlei min of meer plausibele scenario’s, die evenwel – ondanks de SMS-jes en de achterkamertjesgesprekken die “Wetstraatwatchers” hun geprivilegieerde positie verlenen – op net dezelfde fundamentele onwetendheid en onzekerheid zijn gebaseerd als onze eigen inzichten en standputen daaromtrent. Ze zijn, met andere woorden, gebakken lucht en cowboyverhalen.

Kijk vooral naar het kleine

Hierover worden we niet geïnformeerd. Waarover worden we dan wel geïnformeerd? Wel, laat ons de zomer even overlopen. Er was eerst een superdosis sport, met onze Rode Duivels in Brazilië, dan de Ronde van Frankrijk, het EK zwemmen, en de gebruikelijke Wimbledon-weken en de Memorial Van Damme. Er werd een Maleisisch toestel neergeschoten boven Oekraïne, en het conflict tussen Rusland en Oekraïne hield ons eventjes bezig; er was Gaza – altijd ongemakkelijk en altijd aanleiding tot opstoten van zionisme en antisemitisme – en dan was er ISIS en Ebola. Lang was de spanningsboog echter nooit, want er waren belangrijker zaken: de “Ice Bucket Challenge” hield ons gedurende weken onledig, en kijk (elke programmamaker zoekt naar cirkeltjes) ook Vincent Kompany deed mee! En hola! plots wordt aangekondigd dat ons land deze winter wel eens zonder electriciteit kan vallen en dat het licht uitgaat!!

Wie deze laatste kwakkel gelooft is bijzonder naïef: het gaat hier om een zeer goed uitgebouwde hoax die de geesten van de mensen moet kneden voor het behoud van kernenergie – en dat staat al in het regeerakkoord, vernemen we, dus job done – en voor nog hogere energiekosten. Er is immers meer dan voldoende electriciteit beschikbaar – er zijn ongebruikte centrales in het binnenland en beschikbare import-energie in het buitenland. De “afschakel”-hype van 2014 is een zelden gezien staaltje van media-manipulatie, een nieuwe vorm van marketing-door-massahysterie, zeg maar. Ik zet er een pint op: deze winter zullen we niet zonder electriciteit vallen; we zullen wel belachelijke facturen daarvoor krijgen.

ISIS is ongetwijfeld het drukst besproken thema. ISIS is immers bepaald mediageniek. Die jongens schieten, verminken en onthoofden dat het een lieve lust is, doen dat bovendien netjes via de sociale media (zodat we allemaal kunnen meegenieten van de dood van onschuldige mensen), bevinden zich in een “belangrijke” regio en kunnen ook voor “exportdebatten” zorgen. Wat de regio betreft: de gruwelen van ISIS worden als “onaanvaardbaar” en “barbaars” ervaren – en dat zijn ze zeker – terwijl zowat twintig jaar uiterst bloedig en gruwelijk conflict in Oost-Congo de koude kleren van Obama en Cameron nooit blijkt te raken. Het verkrachten en verminken van tienduizenden vrouwen, het recruteren en brutaliseren van kindsoldaten, de moord op alles wat van het mannelijk geslacht is en mogelijk zou kunnen vechten – ik zie weinig moreel of emotioneel verschil met wat ISIS doet; het enige verschil is dat het lijden van de Congolezen zich voltrekt in een voor “de internationale gemeenschap” oninteressante regio. Voor die “internationale gemeenschap” moet mijn hoofd zich naar het Midden-Oosten draaien en mijn blik moet zich op ISIS vestigen, waardoor ik Oost-Congo niet meer zie.

Wat de “exportdebatten” betreft: ISIS heeft het thema van de “Syriëstrijders” in het leven geroepen, en die strijders komen van bij ons. Ze zijn met niet veel – een paar honderd, zeggen de experts – maar de hoeveelheid aandacht die men hen schenkt is verrassend. Diverse steden (die intussen ijverig bezuinigen in hun ambtenarenbestand en allerhande sociale voorzieningen kortwieken) hebben “deradicaliseringsambtenaren” aangenomen (een prachtig woord voor Scrabble-fanaten), want stel je voor dat die gasten naar Borgerhout terugkeren en daar hun voorliefde voor onverdoofd slachten op mensen gaan toepassen. Het hek is waarlijk van de dam. De Maarten Boudry’s van onze samenleving laten zo’n kansen nooit passeren en, hopsakee, we bevinden ons nog maar eens in een hoofddoekendebatje. We weten waarop zulke debatjes uitdraaien: op niets. We kennen ook hun relevantie: nul. Ze zijn een vorm van entertainment.

Uitgeput door de mentale aandacht die we aan al die wereldschokkende zaken moeten besteden ploffen we onze zetel in en schakelen we de TV op “Komen Eten”. Daarin worden we geconfronteerd met een dame die “geen groenten eet” en een jongeman die steak met Coca-Colasaus bereidt; een andere jongeman is manifest homoseksueel, dus we hebben alweer gespreksstof voor morgenvroeg. Als Eden Hazard dan nog eens zijn contract bij Chelsea vernieuwt en 225.000 pond per week zal verdienen, dan weten we zeker waarover we morgen bewonderend dan wel verontwaardigd kunnen mekkeren.

Intusssen draait men onder de vlag van de “vernieuwing” ergens in een besloten ruimte onze samenleving terug in de tijd – naar de periode van het laissez-faire, begeesterend bejubeld door de EU en haar bankiers, door UNIZO, VOKA en haar megafoons in de media en door eenieder die droomt van een eigen woning en de nieuwste Peugeot 308. Aangezien dit “belangrijk” is mag het volk er vooral niets over vernemen. Want stel je voor dat mensen de sereniteit van de regeringsonderhandelingen zouden verstoren met woeste protesten, wanneer ze begrijpen dat ze een hele wereld dreigen te verliezen voor zichzelf en, vooral, voor hun kinderen en opnieuw naar een schaamteloos aristocratische samenleving zullen evolueren. Het volk mag zich bezig houden met wat onbelangrijk is – Steven Defour die zichzelve in het kruis tast, de mooie nazomer, een met Ebola besmette dokter – want belangrijke politiek, dat is iets voor politici.

Na de onderhandelingen en van zodra alle ego’s op ministerposten zijn geplaatst zal de nieuwe regering dan ook glunderend naar het Parlement trekken, daar “de democratie haar werk laten doen”, waarna meerderheid tegen minderheid een stuk geschiedenis zal worden geschreven. Dat zal het moment zijn waarop het volk verneemt wat hen de volgende jaren te wachten staat; en als dat volk dan nog protesteert zal het tot de orde worden geroepen met het argument dat men “respect moet hebben voor de regels van een democratie”. Hou je waffel, je hebt voor ons gestemd (of niet).

Vele decennia later zal een hoogeleraar politiek deze periode in zijn cursus betitelen als “terug naar het verleden, terwijl het volk de andere kant uit keek”.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s