Politieke correctheid en de echte vijand van links

ee654ef896c05078f118196cb473a7b4

Jan Blommaert 

In De Morgen van 5 augustus 2013 geeft de Gravensteen-filosofe Tinneke Beeckman, op vraag van Etienne Vermeersch, haar visie op de rol van de intellectueel in de samenleving vandaag. In dat stuk maakt ze enkele malen melding van ‘politieke correctheid’. Dat begrip heeft al jaren het statuut van feit: het lijkt een sociaal-politieke realiteit op zichzelf, een louter beschrijvend begrip dat objectief toepasbaar is. Dat is het echter niet. Het is een positionerend en evaluerend begrip dat een zeer diffuus geheel aan fenomenen dekt, en dus geen enkele verklarende waarde heeft.

Ik schreef over dit begrip een tekst in 2007, die ik hier onder opnieuw weergeef. De tekst verscheen destijds in De Morgen. Men zal zien dat dit begrip dus al een tijdje meegaat, en men zal ook zien dat de structuur van het gebruik ervan onveranderd is gebleven, ook in het stuk van Beeckman.

Voor het stuk van Beeckman, zie 

http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1680790/2013/08/04/Kritisch-denken-moet-ook-al-doet-het-pijn.dhtml?utm_source=facebook&utm_medium=web#.Uf9q2IZBZpp.facebook

In de Morgen van 24 april 2007 trekt Yves Desmet weer eens van leer tegen de politiek correcte academische intelligentsia. Inhakend op het essay van Patrick Devos (DM 23 april) geeft hij zijn visie op hoe links moet reageren op de verrechtsing. Zijn boodschap: je moet aansluiten bij de belevingswereld van de mensen en intussen een niet-Marxistisch links project ontwikkelen.

Het stuk is grof. De politieke hoofdredacteur van DM slaagt er niet meer in politiek te zien als méér dan het brengen van oplossingetjes voor probleempjes. Bovendien slaagt hij erin zich tegen te spreken, want consistentie is niet meer van deze tijd. We vatten even zijn redenering samen. Links moet ophouden te zeggen wat mensen moeten denken. Het moet de problemen van mensen oplossen. Maar terzelfder tijd moet links terug durven leiding geven, en populaire strenge repressie aanvullen met een onpopulair emancipatorisch beleid tegenover allochtonen. Immers: ‘politiek is voor een stuk pedagogie’, dus opvoeding, dus aanleren wat mensen zouden moéten doen en denken. En dit mag alles zijn, als het maar progressief is, maar geen Marxisme, want dat zit onder de mottenballen. Dus, wees maar belerend en steek je nek maar uit, maar laat alsjeblieft geen linkse intello’s daarin een rol spelen want zij weten niet wat de mensen voelen en willen. Al is dit laatste nu net iets waarbij een pedagogie, en dus liefst ook een deugdelijke analyse en een coherente visie horen. Ziehier de politieke analyse van Desmet.

De linkse intelligentsia is al langer de echte vijand van een bepaalde nieuwe elite: die van politici en zich tegen politici aanschurkende joernalisten en cultuurpausjes. Deze laatsten bedienen zich zoals bij elk vijandbeeld van de meest onnozele stereotypen inzake hun vijand. De academicus is altijd vet betaald en wereldvreemd, hij/zij heeft geen voeling met de ware wereld der sociale feiten en gaat enkel om met even hooggestemde en even wereldvreemde intellectuelen. Diezelfde academici moeten echter wel opdraven om de interview- en opiniekolommen van de krant te vullen, om beleid te ondersteunen of te bekritiseren, of om de progressieve partijen van analytische munitie te voorzien in hun vernieuwingsoperaties. Ze zijn dus à la carte nuttig of onnuttig, en Yves Desmet eigent zich het recht toe uit het menu te kiezen. Zoals altijd is het criterium hierbij: een goede wetenschappelijke analyse is diegene die mij gelijk geeft.

Voor alle duidelijkheid, Desmet verdient zonder twijfel veel meer dan de modale universiteitsprof, en die modale prof loopt in de regel veel meer rond in de realiteit buiten het eigen kantoor dan Desmet. Er is echter een verschil. Voor Desmet telt een anekdote. Ze leidt ons zogezegd recht naar de belevingswereld van de modale mens, en het is die belevingswereld die centraal moet staan in ieder progressief project (ook al moet er daarbij pedagogisch opgetreden worden natuurlijk). Voor wetenschappers zijn anekdoten slechts aanleidingen en is het concreet waarneembare vaak slechts verklaarbaar vanuit grotere patronen die niet overeenstemmen met de belevingswereld van de mensen, maar er niettemin zijn. Voor Desmet wordt die extrapolatie meteen een verwijdering en een smalende ontkenning van de belevingswereld, en dus politieke onzin. In de feiten gaat het echter om een analyse, die de belevingswereld interpreteert en wat situeert. Analyse blijkt volgens Desmet enkel aannemelijk in zoverre ze de anekdoten aanspreekt, wanneer het vrouwtje in de straat ze begrijpt en er haar akkoord over uitspreekt.

Het zou duidelijk moeten zijn dat je slechts beleid kan ontwikkelen indien het niét anekdotisch is, maar net die ruimere patronen aankaart. Dat is de reden waarom onderzoekers door beleidsmensen om onderzoek verzocht worden. Je kan geen beleid voeren rond de fictieve dame van Desmet, wel rond het ontstaan, de structuur en de verspreiding van dat type van geweld. Beleid kan niet gaan over de ene handtassendief, wel over handtassendiefstal. Links heeft in de jaren negentig de analyse opgegeven als politiek instrument. Het gevolg: een enorme afwezigheid van consistent denkwerk omtrent themata die nochtans duidelijk ‘links’ hadden kunnen aangepakt worden. Een ander gevolg: men gaat leentjebuur spelen bij de politieke tegenstrever en men verliest zowel de eigen politieke identiteit als het initiatief in belangrijke beleidsdomeinen. Links is allerlei nonsens gaan geloven inzake de eigen samenleving en de politiek. Ze betaalt daar al heel de jaren negentig de prijs voor, en de factuur kan nog oplopen in de eerstkomende jaren. Het afstoffen van de analyse, die noodgedwongen over veel meer gaat dan anekdotes, is dan ook een mogelijkheid die men best niet a priori uitsluit.

Wie zich echter met die analyse van ruimere patronen bezighoudt valt bij Desmet in de categorie van de wereldvreemden. Wie daarbij nog eens de vergissing begaat enig nut te zien in elementen van een Marxistische analyse omdat die analyse nu net de best mogelijke verklaring voorziet voor die feiten, die valt in de categorie van de politiek correcten, degenen die taboes uitspreken, de betweters en de misleiders van de progressieve partijen. Ze hebben per definitie ongelijk, want ze hebben het niet over anekdotes en dus niet over wat men kan zien en horen – de enig echte politiek relevante realiteit volgens Desmet.

Politieke correctheid is in dit land een ironisch begrip. Het wordt enkel gebruikt om te schelden op linkse standpunten die in de regel volstrekt marginaal zijn qua impact in vergelijking met een rechts discours over vergelijkbare themata. Dat rechtse discours is echter de reëel bestaande hedendaagse politieke correctheid, en een vast ingrediënt ervan zijn scheldtirades aan het adres van de ‘politiek correcten’.

Om de ware taboes even te identificeren: men zegt keer op keer dat de mogelijke criminele betrokkenheid van allochtonen een taboe is. Niets is in realiteit echter zo weinig een taboe geweest in dit land over de laatste tien jaar als dat thema. Precies door te verwijzen naar een vermeend taboe heeft men honderden pagina’s invloedrijke teksten gewijd aan de relatie tussen allochtonen en misdaad, en heeft men boven Antwerpen een surveillantie-helikopter laten cirkelen. Het ware taboe, datgene wat verketterd wordt als politieke correctheid, is spreken over de mechanismen waardoor er een relatie ontstaat tussen allochtonen en misdaad, daarbij de klemtoon leggend op het feit dat een deel van die problemen niet onmiddellijk oplosbaar is en dat men maatregelen moet nemen die veel verder en dieper gaan dan surveillantie-helikopters of ruiterpatrouilles in de fijne winkelstraten onzer steden. Het ware taboe is racisme en discriminatie, en dàt is wat men in dit land niet meer mag zeggen zonder als ‘politiek correcte taboevormer’ uitgekreten te worden.

Een ander taboe, en één waar met name Desmet zich als groot-inquisiteur opstelt, is kapitalisme. Analyses die uitmonden in een systeemkritiek en die stellen dat concrete dingen slechts kunnen opgelost worden als er aan de kapitalistische mechanismen wordt geraakt mogen steevast rekenen op etiketten als ‘versleten Marxisme’, ‘communistische verzinsels’, ‘utopieën’ en dergelijke meer. Ziehier alweer een ingrediënt van de hedendaagse politieke correctheid: je aanvaardt de onbetwistbare dominantie en de onbetwistbaar beste eigenschappen van de vrije markteconomie. Doe je dat niet, dan ben je wereldvreemd.

Academici hebben inmiddels wel begrepen dat dit blijkbaar een deel is van hun maatschappelijke rol: hofnar voor de hoog opgeleiden zijn, intellectueel genoegen verschaffen aan zij die daaraan behoefte hebben wanneer zij er behoefte aan hebben, en weggehoond te worden wanneer er geen behoefte aan genoegen bestaat. Academici haken dan ook één na één af en trekken zich terug uit de maatschappelijke debatten, want er zijn momenten waarop men een duidelijk gevoel heeft van zinloosheid. Immers, argumenten worden er zelden gegeven, wel allerhande uitlatingen over wereldvreemdheid en ongepastheid gekoppeld aan volslagen triviale voorbeelden of voorstellen.

Desmet mag hiermee rustig verder doen. Het effect laat zich raden: hij zal schitterende overwinningen halen op zijn échte vijand, de linkse academische intellectueel. Zijn waarheid zal gestalte geven, zoals ze dat nu al doet, aan het publieke discours. Wie daar veel baat bij heeft is die vergeten vijand, extreem rechts, de écht politiek correcten van het moment.

Heel veel van wat we als intellectuelen doen heeft geen onmiddellijk nut, in de zin dat het niet als kant-en-klare oplossing dient voor anekdotische problemen. Veel van wat we doen heeft enkel een opvoedend doel, de pedagogie waarover Desmet het heeft. Het dient om ideeën in de samenleving te doen circuleren, om het grote gelijk dat sommigen menen te bezitten van voetnoten en vraagtekens te voorzien. Het dient bovenal om een batterij grondige kennis over onze samenlevingen aan te leggen en die bruikbaar te maken voor de samenleving. Het is aan anderen om die dan ook te gebruiken. Wenst men dat niet te doen, dan gebruikt men de aanwezige mogelijkheden niet.

In academische milieus zal men dit gebrek aan wil om te zoeken en te reflecteren als een zware fout bestempelen. Maar de reden hiervoor is de wetenschappelijke basishouding die steeds weer de vraag stelt, “que sais-je”? Voor velen in deze samenleving blijkt dit jammer genoeg geen relevante vraag te zijn.

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s