Marc Leemans: het zal wel loslopen

Afbeelding

Een journalist van een personeelsblad van LBC-NVK legde recent de idee van een vakbondspartij voor aan ACV-voorzitter Marc Leemans. Ik neem de gehele passage hier over.

“Marc Leemans timmert aan sociale correcties”. DIXIT – Informatieblad voor personeelsleden werkzaam in Belfius aangesloten bij LBC-NVK 32/3, mei-juni 2013.

DIXIT: In het vorige nummer lieten wij Jan Blommaert aan het woord die pleitte voor een eigen arbeiderspartij.

Marc Leemans: Volgens mij is dit een recept dat vroeger had kunnen werken, maar ik zie dit nu niet meer haalbaar in onze versnipperde Belgische samenleving. Om te beginnen komen we er niet met een eigen arbeiderspartij. We moeten er één hebben in Vlaanderen, in Brussel en in Wallonië. De opdeling van de federale en provinciale kieskringen maakt dat je met één partij nergens geraakt. België is een heel complex land dat communautair verdeeld is. Wij worden nu geregeerd door zes partijen. Hoe kunnen wij ons daar met een arbeiderspartij tussenwringen?

DIXIT: Hoe kan u met drie miljoen leden (ACV en ABVV samen) op het beleid wegen zonder politieke mandatarissen of vertrouwenspersonen?

Marc Leemans: Het komt erop aan om een evenwicht te vinden tussen wat wij als vakbond naar voor schuiven en wat de partijen in hun programma opnemen. Wij gaan geen alliantie aan met één partij, maar met alle partijen die onze standpunten in overweging willen nemen. Daarom hebben wij contacten met alle democratische politieke partijen. Als er politieke verkiezingen zijn, maken wij een analyse van alle partijprogramma’s. Welke van onze programmapunten vinden we daarin terug? Dan is het aan onze achterban om zijn stemkeuze te maken. Onze analyse resulteert in een memorandum voor een regeerakkoord. Wij zijn ook van plan om weer een kopstukkendebat te organiseren voor onze militanten. Dit is heel leerrijk voor wie met zijn stem werknemersstandpunten wil helpen realiseren.

Leemans lijkt me hier het graf van zijn beweging te graven. Ik overloop:

-Het argument dat dit een complex land is slaat nergens op, temeer aangezien de vakbondsstructuren en -werking deze complexiteiten nu al precies reflecteren. Het kan geen enkel probleem zijn afdelingen in de verschillende kiesomschrijvingen op te zetten.

-Het probleem van zich “tussen te wringen” in het kluwen van partijen is eveneens een non-probleem; De Wever heeft het hem recent voorgedaan, De Decker eveneens. Bovendien beschikt de vakbond over een stevige organisatie, van een niveau dat weinige andere organisaties in dit land kunnen voorleggen. En als zo’n partij 6 of 8 procent haalt is ze sowieso een factor van belang in het politieke landschap, die voor, maar ook na de verkiezingen nog altijd een alliantie kan aangaan met andere partijen met het oog op onderhandelingen voor een regering.

-Het “objectief informeren” van de achterban door middel van een kopstukkendebat, een memorandum bij de regeringsvorming en zo meer: dit zijn de beproefde recepten, en wat is er het resultaat van? Heeft de vakbond doorgewogen bij de vorming van de Vlaamse regering? de federale?

-Wie rijdt er trouwens voor de vakbond? Staatssecretaris Servais Verherstraeten is zogezegd de “ACW-man” in de buurt van de regeringen; diezelfde jongen zit samen met Jan Jambon in de Antwerpse Diamantclub als lobbyist. Het pro-vakbond gewicht is dan ook gering, zeker in de Vlaamse regering en in vergelijking met het patronaat. Die laatsten genieten in de Vlaamse regering de gunsten van twee leidende politici die rechtsreeks van op bestuurszitjes bij hen naar de regering verkasten: Kris Peeters, Minister-President en daarbuiten bevoegd voor van alles, incluis Economie (UNIZO) en Philippe Muyters, Financies, Begroting, Werk (VOKA). De bevoegdheid inzake arbeidsorganisatie valt volledig onder deze twee afgevaardigden van het patronaat. Waar is het tegengewicht vanuit de zijde van de vakbond?

-Het wordt duidelijk dat arbeidsmateries tot de inzet van de volgende verkiezingen gaan behoren; de extreme standpunten van N-VA en Open VLD inzake de CAO’s, minijobs, de afbouw van de vaste benoeming en de index wijzen daar al op. De volgende regering zal verregaande ingrepen uitvoeren in de organisatie van arbeid, de loonvorming, de sociale rechten uit arbeid, het werklozenbeleid. Die ingrepen zullen in de context van zeer complexe evenwichten in het regeerakkoord belanden; ze zullen niet aan een plebisciet onderworpen worden. Concreet: men zal via de omweg van een communautair akkoord een diepgaande afbouw van de arbeidsorganisatie en de sociale rechten uit arbeid doorduwen. En met de GAS-boetes hebben we gezien hoe dat in zijn werk gaat: niemand zag die wet echt zitten, maar toch stemde men voor omdat het nu eenmaal als deel van evenwichten in het regeerakkoord stond, en dit ondanks zeer luid protest vanuit grote delen van de samenleving. Acta sunt servanda nietwaar. Leemans zou moeten weten – uit ervaring, onderhand – dat een memorandum van de vakbonden aan de Formateur gewoon niets waard is, en dat het degenen zijn die effectief rond de tafel zitten die beslissen, niet zij die een memorandum doorzenden.

-Het gevolg van die ingrepen zal een verregaande reductie zijn van de armslag van de vakbonden. Een reeks nieuwe wetten inzake arbeid (met EU-richtlijnen als veilige paraplu voor de nationale bewindslui) zal ervoor zorgen dat de inspraak van de vakbonden herleid wordt tot een zeer gering, en weinig structureel, aantal zaken. Dat is het einde van de vakbond als cruciaal speler in de organisatie van arbeid in ons land.

-Besluit: Leemans stelt het voor alsof er geen vuiltje aan de lucht is en dat de geijkte middelen (voorlichting, “contacten over de partijgrenzen heen”, geen ordewoorden of stemadviezen) wel een gunstige situatie zullen scheppen. Ik deel zijn mening niet.

ACV-ers: reageer naar Leemans toe en wijs hem op zijn historische verantwoordelijkheid in deze. Dit keer is het “to be or not to be” voor Marc Leemans.

PS: Wat het ABVV betreft, ook daar lijkt er nog heel wat werk aan de winkel. Ik citeer uit De Gazet van Antwerpen van 17 juni 2013, onder de kop “ABVV topman Rudy De Leeuw haalt uit naar socialisten”: Ook kondigt De Leeuw aan dat hij er alles aan zal doen om te wegen op de congressen van de socialistische partijen, en dan vooral die van de sp.a. “Ze moeten zich ook eens realiseren hoeveel leden wij hebben en hoeveel kiezers zij nog kunnen aantrekken met hun huidige boodschap.” Het zou goed zijn indien De Leeuw daar ook alternatieven voor zou brengen: ABVV’ers kunnen best op andere partijen stemmen, zoals PVDA+.

Die laatste, dat is duidelijk, is de echte vijand van Bruno Tobback, eerder dan het patronaat; en Tobback zal dus maar uit z’n kot komen wanneer er een dreigement is voor duizenden extra stemmen naar de PVDA+, niet naar CD&V of N-VA. Bij stemmen voor die laatsten blijft de sp.a de hegemonie over Vlaams links houden, dus dat kan voor Tobback geen kwaad. Enkel een forse doorstoot van de PVDA+ kan hem uit zijn slaap houden. De Leeuw is lid van het sp.a partijbureau; hij zou daar klare wijn kunnen schenken. Een wortel EN een stok zijn immers altijd beter dan slechts een van beide.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s