De N-VA over CAO’s: Vakbonden, ontwaak!

Na de Open VLD heeft nu ook de N-VA klare wijn geschonken inzake z’n visie op de arbeidsmarkt. CAO’s gaan eraan, de indexering heeft z’n tijd gehad, en minijobs zijn best okee. Tijd voor de vakbonden om hun conclusies te trekken.

Afbeelding

Ben Weyts was de man van dienst deze keer, maar het liedje van N-VA is inmiddels welbekend: Vlaanderen moet zelf zijn arbeidsmarktbeleid kunnen voeren, en dat beleid bestaat uit een drastische verlaging van de lonen, de verregaande flexibilisering  van de arbeidsmarkt, een uiterst restrictief beleid tegenver werklozen, met minijobs als een instrument voor een radicale ‘activering’ van de vele luiaards onder de Vlamingen. Het liedje wordt al maanden uit vele kelen gezongen, doorgaans met Jan Jambon – vriend van de Antwerpse diamantairs – in een tenorenrol en met VOKA en UNIZO als achtergrondkoor.

Deze keer gaat de N-VA echter heel erg ver. Het systeem van de Collectieve Arbeids Overeenkomsten – de CAO’s – moet eraan geloven. Werknemers moeten hun looneisen vanaf nu op het niveau bespreken van het individuele bedrijf, niet meer op nationaal niveau en onder toezicht van de overheid. Daardoor wordt loonvorming volledig afgestemd op het ritme van de bedrijfsresultaten, en – zo argumenteert N-VA – ontstaat een win-win stuatie tussen ondernemer en werknemer. Immers, bij groei kan de werkgever besluiten een winstdeelname uit te keren aan de werknemers – de bonuscultuur – terwijl een neerwaartse knik in de resultaten snel en soepel kan doorgerekend worden in de lonen. Werknemers en werkgever vormen zo een front van gedeelde belangen: er moet winst gemaakt worden.

Het gaat nog verder: elk aspect van de arbeidsorganisatie moet vanaf nu gedecentraliseerd worden naar de bedrijven toe. De structuur van ploegenarbeid, flexwerk, overuren: laat dat maar over aan de individuele ondernemer en zijn/haar werknemers. Ze raken er wel uit. Het solidarisme lacht ons in alle glorie toe, de verzoening van de tegengestelde belangen van arbeid en kapitaal is een feit, we worden terug concurrentieel en iedereen geniet mee van de groei.

Oh Ja?

Dat is het ‘sociaaleconomisch confederalisme’ voor de N-VA: de volledige liberalisering, of privatisering, van de arbeid, en de volledige verschuiving van de macht in het veld van arbeid naar de ondernemer en de aandeelhouders toe. Arbeid is geen algemeen belang meer, en de staat heeft er zich dus niet mee te bemoeien. Het is een simpele afspraak tussen ondernemer en werknemer, en die afspraak wordt compleet bepaald door de ondernemer.

De loonvorming wordt immers volledig afhankelijk gemaakt van de bedrijfsresultaten – de winstvolumes met andere woorden. Niet van de behoeften van de werknemer, niet van een algemeen welvaartsniveau, niet van een besef dat winsten worden gegenereerd door arbeid en dat wie winsten wil maken die arbeid ook moet koesteren. Die overwegingen behoren allemaal tot datgene wat de N-VA, samen met vele anderen, voortdurend afschrijven als verouderd, verstard, conservatief, onrealistisch. In de plaats daarvan komen de winstverwachtingen van de aandeelhouders en de kwartaalcijfers die er een antwoord op zijn.

Want dat is het punt: werknemers hebben op geen enkele manier inspraak in de bepaling van de winstverwachtingen. Indien aandeelhouders een groeivoet van 10% per kwartaal eisen van hun management dan hebben de werknemers daar geen enkele vorm van inspraak in. Het zijn de aandeelhouders en niemand anders – de “eigenaars” van het bedrijf – die uitmaken wat ‘voldoende’ en wat ‘onvoldoende’ winst is. De werkelijke onderhandelingsmarge van de werknemers is dan ook zero: als de vooropgestelde winst niet behaald wordt gaan de lonen niet omhoog, en de werknemers hebben geen greep op de bepaling van die vooropgestelde winst.

Dit gegeven sleurt nog twee andere gevolgen mee. Een: de logica van dit systeem is dat werkgever de laagst mogelijke lonen als basis zal nemen, en alles daarboven – de flexibele verloning – verbindt aan de bedrijfsresultaten. Gezien wat ik hierboven aangaf leidt dit naar een ‘race to the bottom’ inzake lonen. Het ligt ook voor de hand dat de verleiding groot zal zijn voor ondernemingen om constructies op te zetten waarin niet-rendabele delen van het bedrijf, met veel werknemers, worden afgescheiden van rendabele delen met weinig werknemers. Dat is allemaal volstrekt legaal, en alweer heeft de werknemer daarop niet de geringste inspraak. Hoe zou U zelf zijn nietwaar?

Twee: het is het einde van de vakbond zoals we die kennen. De actieradius van de vakbonden wordt binnen dit N-VA model gereduceerd tot het bedrijfsniveau. Vermits er geen hoger niveau van overleg meer wordt geduld betekent dit het einde van de vakbonden als structurele partner in het veld van arbeid in dit land. Ben Weyts en zijn makkers bepleiten dus, zoals ongeveer elke dictatuur maar zonder het met zoveel woorden te zeggen, de afschaffing van de vakbonden. Vakbonden vertragen de ‘business cycle’, heet dat dan. En als we willen concurreren met de VS, Japan en Zuid-Korea moet ook ons systeem van vakbonden daaraan aangepast worden.

De onderliggende visie bij dit alles is die van Hayek en Friedman: dat er maar een enkele hoge vorm van vrijheid is, en dat is de vrijheid van winstaccumulatie. Het is de ondernemer en de kapitalist die vrij moeten zijn; als dat zo is dan profiteert de rest daarvan mee. Siegfried Bracke zei het mooi: het ergste wat de armen kan overkomen is dat er geen rijken meer zijn. Dat dit soort vrijheid voor een elite de onvrijheid van de massa inhoudt werd door Hayek als een kinderziekte van het kapitalisme afgedaan die mits een verbeterde werking van het systeem spoedig zou verdwijnen. Inmiddels weten we dat Hayek op een andere planeet leefde dan de Planeet Aarde.

Goed gezelschap

De N-VA bevindt zich in goed gezelschap. Ook Gwendolyn Rutten en haar Open VLD zijn de weg van het extremisme ingeslagen: geen CAO’s meer, geen loonaanpassing aan ancienniteit, geen statutaire benoemingen meer. De ondernemer en enkel de ondernemer bepaalt wat de uren arbeid die z’n winst scheppen nog waard zijn. We gaan aan een sneltreinvaart terug naar datgene wat zelfs Hayek als een aberratie beschouwde: het laissez-faire van de late negentiende eeuw, het absolutisme van de ondernemer.

Voor Rutten moet het ook gedaan zijn met die ‘heksenjacht’ van de fiscus op ondernemers, en we weten dat ook Jan Jambon zijn beminde diamantairs ziet als door de hebzuchtige staat uitgeperste citroenen. Het was ongelukkig voor Rutten dat haar geweeklaag samenviel met de publicatie door Offshoreleaks van een enorm volume aan details over offshore-constructies gericht op het ontwijken van belastingen en het fiscaal beschermen van private vermogens. Het was bijvoorbeeld verhelderend te zien dat de familie Lehman – juist ja, de Lehman Brothers die de kredietcrisis van 2008 lieten detoneren – haar geld veilig in allerhande belastingparadijzen heeft geparkeerd. En uit eerdere documenten weten we dat captains of industry zoals de baggerfamilie De Nul zeer actief zijn in belastingparadijzen, maar toch schaamteloos overheidsgaranties aan de belastingbetaler vragen om te kunnen gaan boren op de Noordpool. En dat nog krijgen ook.

Het is dus de hoogste tijd dat mensen zoals Rutten, Weyts en hun medestanders de ‘echt bestaande economie’ bekijken en ophouden met de sociaaleconomische science fiction die uitgaat van een perfecte economie vol goedmenende, humane en niet-hebzuchtige kapitalisten, en met werknemers die graag bereid zijn voor een habbekrats te werken voor dat soort brave mensen. Die ideale economie, als ze al bestaat, is een aberratie; de echte economie ziet er helemaal anders uit. En de maatregelen die Rutten en Weyts voorstellen zullen deze economie niet verbeteren; ze stimuleren net de slechtste aspecten ervan.

Vakbonden: ontwaak

Ik zeg het al maanden en herhaal het telkens het nodig blijkt: als de vakbonden niet opletten en de zaak op zijn beloop laten worden ze spoedig wakker in een land zonder vakbonden. Zonder collectief overleg inzake loon, sociale rechten en koopkracht, zonder ancienniteit of vaste benoeming, met minijobs en miniwelvaart. De macht die vakbonden nu nog hebben, en de verantwoordelijkheid die ze dragen voor een paar miljoen werkenden, zijn uiterst fragiele dingen die hen zonder pardon, zeer snel en onder algeheel gejuich van de OESO, de EU, het IMF en de industrie-lobby’s kunnen worden afgepakt.

In de brave new world die daarop volgt wordt de vrijheid van de elites afgekocht met de toenemende onderwerping van de massa’s. De macht over de economie, en zo over de gehele samenleving, ligt uitsluitend nog bij de kapitalisten. Als die in een goede bui zijn kan het meevallen voor de meerderheid; op andere dagen zullen we ons moeten troosten met de wetenschap dat “onze economie groeit” – en doen alsof dat over onszelf gaat en dat wij daar baat bij hebben.

Het radicalisme waarmee men deze totale machtsverschuiving bepleit moet gecounterd worden door een even radicale tegenmacht. Dit is geen staatsgreep, maar een ‘samenlevings-greep’ waarin een kleine elite, met behulp van een totaal kromme logica, haar hand legt op wat wij allen zijn, kunnen, mogen en willen zijn. Dat recht hebben ze niet en kunnen ze nooit verwerven.

De vakbonden zijn het doelwit van dit extremisme; het is aan hen om vol gas terug te komen. En nu  het duidelijk is dat twee Vlaamse partijen in dit land de vakbonden willen platwalsen, kan de vakbond haar leden daarover informeren, en hen duidelijk maken dat men niet enerzijds van vakbonden kan verwachten dat ze jouw eigen arbeidsproblemen oplost, en anderzijds even kan stemmen op partijen die precies die probleemoplossers willen liquideren. Een duidelijke stemoproep moet daarvan het gevolg zijn.

Het is zo silaan voor de vakbonden een strijd op leven en dood aan het worden, en de verkiezingen waarin over dit soort zaken zal beslist worden liggen minder dan een jaar van ons. Het is dus tijd. Vakbonden: sta nu eindelijk eens op.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

2 Responses

  1. Jan Bel

    De N-VA radicaliseert …

    We leven in een artificieel klimaat dat de ondernemer of beter nog, de manager, verheerlijkt en de loontrekker minacht. Toen Bart De Wever na de verkiezingen van 2010 Atlas Shrugged, het evangelie voor de ultrakapitalisten volgens Ayn Rand, uit de handen van enkele VOKA-voormannen in ontvangst mocht nemen, had er al een alarm moeten afgaan. Ultrakapitalisten huldigen immers het ‘TANSTAAFL’-principe: ‘There Ain’t No Such A Thing As A Free Lunch’.

    In dit gebaar schuilde dus een niet mis te verstane boodschap: succesvolle individuen – een eufemisme voor meedogenloze egoïsten – moeten als ware helden op de vrije markt worden rondgedragen, omdat ze anderen voor hun eigen voordeel ‘durven’ gebruiken; profiteurs en potverteerders die afhankelijk zijn van onze rijkdommen en zich vol overgave in het sociaal vangnet hebben laten vallen, moeten buiten ‘het systeem’ worden gehouden.

    In de absurde wereld van Ayn Rand, Milton Friedman en Murray Rothbard zullen we allemaal en ten allen tijde gevreesde concurrenten van mekaar zijn, in een omgeving die door permanente schaarste wordt geregeerd. Het enige dat nog telt is het eigenbelang, en bij uitbreiding de belangen van het ‘eigen volk’ dat deze wanpraktijk cultiveert.

    Tot nog toe hebben we van de gevierde durfkapitalisten alleen maar meer van hetzelfde te zien gekregen: socialiseren van de lasten, privatiseren van de lusten. De krachtdadige verandering is vooralsnog uitgebleven.

    In zijn studie over ‘De utopie van de vrije markt’ zet Hans Achterhuis de dystopische trekken van deze neoliberale samenleving op een rijtje: “… verschraling van menselijke relaties omdat de wereld tot een markt wordt gereduceerd, gewelddadige onteigening en ontworteling van grote groepen mensen, toenemende sociale ongelijkheid, uitsluiting van burgers die de concurrentiestrijd op de markt niet aankunnen, afbraak van de politieke macht van gemeenschappen, een paradoxale toename van toezicht en controle.” [p. 296]

    Wie de actualiteit een beetje volgt kan deze beschrijving met talloze voorbeelden illustreren, gaande van de invoering van de flexicurity-arbeid (straatveger met contract wordt steuntrekkende straatveger) en de afslanking van de publieke dienstverlening tot de uniformisering van de samenleving onder dwang van de GAS-boetes.

    Vandaag vernemen we in de media dat N-VA na de verkiezingen van 2014 op alle niveaus van de Belgische politiek vertegenwoordigd wil zijn. Liefst met CD&V en Open-VLD. Dit monsterverbond zou een nieuwmodische democratie op de sporen moeten zetten. Nu ja, nieuw? Zo te zien is het niet meer dan een platvloers ‘ostracisme’, een ‘schervenparlement’ naar het model van de oude Atheners die eens om de zoveel tijd ongewenste burgers uit de gemeenschap mochten verbannen.

    Er wordt met andere woorden niet meer gestemd vóór een bepaald regime dat ons beterschap kan brengen, maar tegen burgers die zich niet zomaar kunnen of willen plooien naar de nieuwe orde.

  2. regine laverge

    Merci voor uw scherpe analyse Jan. We kunnen ons best zeer goed informeren, alert zijn voor alle bedoelingen en overtuigingen achter dergelijke retoriek. En jij bent in staat om de achterliggende denkpatronen naar boven te brengen ! Dank je, grootmeester (ik mag dat zeggen want ik ben bij jou in de leer geweest indertijd) Regine

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s