GAS-boetes: een overzicht van de argumenten

Deze week keurde de Kamer de verstrenging van de wet op de GAS-boetes goed. Degenen die het ontwerp goedkeurden bedienden zich van een kleine reeks argumenten. We overlopen ze even.

Afbeelding

De kogel is door de kerk. In dit land mogen lokale besturen vanaf nu zelf uitmaken welke wet geldt in hun gebied. Ze hebben daar een enorme ruimte voor gekregen. En die ruimte houdt in dat jongeren vanaf 14 jaar gestraft kunnen worden.

De remmen en beperkingen

Of dat na bemiddeling is of niet, doet geen afbreuk aan het fundamentele feit; of dat een geldboete dan wel een alternatieve straf betreft doet daar evenmin afbreuk aan: in beide gevallen zijn het lokale bestuurders en niet professionele rechters die de straf opleggen. En of bij dit alles de plaatselijke Jeugdraad wortdt geraadpleegd of niet maakt ook niets uit: het Schepencollege beslist soeverein. We hebben gezien hoe de Kamercommissie – voorgezeten door Siegfried Bracke als ik me niet vergis – geen zin had in hoorzittingen met jeugd- en andere organisaties. De kwaliteit van dat soort ‘inspraak’ en ‘advies’ kennen we dus, en het wekt geen vertrouwen.

De boetes worden ook opgetrokken tot 300 Euro, 12000 oude Belgische franken: een wel heel forse boete waar alweer geen professionele rechter bij komt kijken. De plaatselijke GAS ambtenaar, met daar achter het Schepencollege, volstaat en zal wel slim en deskundig genoeg zijn om dit alles met de grootste zorgvuldigheid te doen. De manieren waarop deze ambtenaren zullen worden opgeleid, begeleid, of gecontroleerd zijn evenmin vastgelegd. Elk College kan dus in essentie eender wie aanstellen om in de gemeente of stad recht te spreken.

Dit was het eerste argument van de pro-stemmers: er zitten in deze nieuwe wet allerhande remmen en beperkingen. Ten eerste: het zijn geen wezenlijke beperkingen want er wordt geen afzonderlijk, neutraal lokaal orgaan opgericht om de GAS-reglementering te beheren en er de procedurele zorgvuldigheid van te garanderen. De Colleges beslissen soeverein. En deze zijn samengesteld uit niet-professionele rechters die daarenboven per definitie niet neutraal zijn – ze zijn immers verkozen.

Ten tweede: het fundamentele feit blijft dat vanaf nu een minderjarige rechtstreeks kan bestraft worden door een daartoe aangestelde ambtenaar die niet binnen het kader van Justitie valt en waarvan de kwalificaties en competenties zeer uiteenlopend kunnen zijn. Jongeren lopen dus in het vizier van onprofessionele rechtspraak. Dat men dit als een punt van verbetering van de samenleving ziet blijft me verbijsteren

Het sheriff systeem

Wat deze nieuwe wet NIET doet is een limitatieve lijst aanleggen van de feiten die aanleiding kunnen geven tot een boete. Met andere woorden: wat de wet niet doet is grenzen opleggen aan de ruimte die lokale besturen krijgen. De zogeheten ‘karikaturen’ waarmee de verdedigers van de strengere wet keer op keer uitpakten – UITZONDERINGEN nietwaar? – worden op geen enkele wijze uit de wet gehouden; de wet garandeert op geen enkele manier dat lokale besturen niet aan absurd micromanagement zullen doen. De debatten daarover moeten maar lokaal gebeuren – zie het overleg met jeugdraden en zo meer dat ik boven al vermeld heb.

We zitten dus de facto in een sheriff systeem: lokale besturen kunnen vrij beslissen wat hen uitkomt of niet in termen van gedrag. Wat ‘storend’ is zal afhangen van zaken zoals: een conservatieve versus progressieve coalitie; een goedmenende burgervader wiens opgroeiende kinderen zelf wel eens in een brievenbus pissen; lokale spanningen tussen een jeugdcafe of jeugdclub en bestuurders; ergernis van lokale bestuurders over weerspannige buurt- of actiegroepen die hun beleid afwijzen; persoonlijke of electorale vendetta’s en zo meer. Op deze willekeur staat geen wezenlijke rem. We riskeren dus situaties zoals in bepaalde Amerikaanse gebieden, waar de sheriff, om de gunst van de lokale middenklasse-kiezers te behouden, lang haar, heavy metal of reggae, of het verkopen van condomen kan verbieden. Op niets daarvan staat een werkelijke rem. Of er al dan niet geremd kan worden hangt af van de plaatselijke sheriff. En die kijkt naar z’n electoraat, niet naar Vrouwe Justitia.

Dit heeft twee grote gevolgen. Een: de gelijkheid van elke burger voor de wet is verdwenen, want de wet verandert nu van gemeente tot gemeente. Wat in een bepaalde gemeente toegelaten is, kan verboden zijn in een andere; wat in een gemeente een boete van 60 Euro oplevert kan in een andere gemeente op 300 Euro boete getrakteerd worden. En zo meer. En kom nu niet af met ‘dit zijn geen wetten maar reglementen’: de reglementen zijn voor een GAS ambtenaar even bindend als de wet. Het effect van beide is hetzelfde; maar de controle op reglementen is van een heel andere aard dan die op wetten; ze geschiedt namelijk niet door autonome neutrale organen, wel door degenen die de reglementen zelf hebben ontworpen.

Ten tweede: men heeft het nogal vaak gehad over ‘respect voor lokale besturen’ in het debat. Vertrouwen we die of niet? Peter Van Velthoven (sp.a), bijvoorbeeld, schreef in antwoord op een email aan een actievoerder het volgende:

“Nog even voor de duidelijkheid: het is uiteindelijk uw gemeenteraad, de verkozenen van uw gemeente, die in alle autonomie en vrijheid kunnen beslissen of er in uw gemeente overlast bestaat die moet bestreden worden, of daartoe gasboetes moeten worden voorzien, of ook minderjarigen moeten kunnen bestraft worden, hoe hoog die boetes dan wel moeten zijn, .. Eigenlijk een mooie oefening van lokale democratie.”

Zo, dat is de verbetering van onze democratie: elk College kan nu ‘justitie-op-mensenmaat’ verzorgen. Men gaat hier even voorbij aan een simpel feit: dat mensen, jongeren zowel als ouderen, hun leven niet meer in hetzelfde dorp of stad slijten, maar ook wel eens durven rondbewegen. Wanneer ik naar m’n werk rijd doorkruis ik elf gemeenten. In elk van die gemeenten zijn heel andere zaken strafbaar, en ik heb (a) geen kennis van de lokale beperkingen, en nog erger, (b) geen inspraak in de reglementen van, zeg maar, Schilde of Oostmalle. Ik woon in Antwerpen, ziet U. Dus – Van Velthoven, goed luisteren a.u.b. – het is niet MIJN gemeenteraad die bepaalt voor welke gedragingen ik bestraft kan worden. Het is ELKE gemeentraad in dit land die dat nu bepaalt. En ik moet maar zien te achterhalen of het openen van een blikje cola toegelaten is in Schilde of Oostmalle.

Het argument dat het hier om een versterking van de lokale democratie gaat werkt dus van geen kanten: we zijn nu strafbaar in relatie tot elk lokaal bestuur apart in dit land, en we hebben slechts ‘inspraak’ (alhoewel) bij een enkel lokaal bestuur. Zoals eerder gezegd: er zijn geen limitatieve lijsten opgesteld voor alle besturen (zoals in Nederland wel is gebeurd). Niemand kan dus weten waar de grenzen liggen van het toelaatbare en het niet-toelaatbare in ELKE plek in dit land. De rechtszekerheid is verdwenen, en daarnaast is er ook geen nieuwe democratische controle: er is geen enkel niveau waarop we inspraak kunnen laten gelden tegenover degenen die ons bestraffen. Dit is dus nonsens.

Een voetnoot. Bart Somers maakte groot misbaar in het Parlement over het feit dat men als politicus geen ideale toestand mag aannemen maar zich moet laten leiden door de realiteit. Dat is vreemd, want in deze wet zit een logica die is gebaseerd op een beeld van mensen die netjes, heel hun leven en de hele tijd, in zeg maar Buggenhout leven en daar prima inspraak hebben in het lokale bestuur. Merkwaardige realiteit, toch?

Parallelle justitie

Van doorslaggevend belang bij zowat alle voorstemmers was het argument dat de GAS boetes zaken bestraffen die door het gerecht in de feiten niet worden vervolgd. De straffeloosheid die bepaalde gedragingen kenmerkt wordt nu eindelijk straafbaar, en effectief strafbaar gesteld. Dat is dan een wezenlijke vooruitgang, en zowat alle pro-stemmers beklemtoonden dit.

Het is achteruitgang. Want om dat gebrek bij de formele justitie te repareren schept men nu een parallel justitiestysteem. De zwakheden – perversiteiten – ervan heb ik hierboven en in andere teksten al uitvoerig beargumeneerd. Er staan nu twee systemen naast mekaar in dit land: een formeel justitiesysteem dat door wetten en onafhankelijke rechters wordt geleid, dat daardoor uniform is en dus de fundamentele gelijkheid voor de wet garandeert. Moord is overal strafbaar volgens precies dezelfde wetten; fraude eveneens. Daarnaast staat nu een informeel rechtsysteem, geleid door niet-onafhankelijke actoren – lokale besturen moeten verkozen worden en zijn dus onderworpen aan de gunst des volks – en verschillend van gemeente tot gemeente.

Die laatste vorm van justitie schept rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid, want de wet voorziet zoals gezegd geen enkel middel om afwijkingen en willekeur ten gronde te corrigeren. Wat strafbaar is in A is niet strafbaar in B; er wordt recht gesproken door amateurs die afhangen van politici die per definitie partijdig zijn (ze horen tot een politieke partij, dames en heren) en niet van onafhankelijke en specialistisch opgeleide juristen. Dit moet dan een oplossing zijn voor een falende justitie.

Sorry, maar dit is grotesk. Het enige goede antwoord op een falende justitie is: hervorm justitie en investeer er fors in. Regering na regering in dit land heeft dit ontweken; justitie is nog steeds niet in staat het recht in dit land te garanderen. Dit is een schande, en het antwoord erop is een nog grotere schande. We scheppen nu een alternatief buiten het rechtsysteem om, in de laats van te doen wat moet gedaan worden: het garanderen van een justitie die een democratische rechtstaat verdient en nodig heeft. Schande.

Geld

Dat brengt me bij een laatste punt. Er wordt met deze wet niet in justitie geinvesteerd. Neen: een hele reeks feiten en handelingen worden nu buiten justitie geplaatst, en het is aan de lokale besturen om dit te begroten. Concreet: men had enkele miljarden in justitie kunnen investeren. In de plaats daarvan schuift men deze kost door naar de lokale besturen, die het maar moeten terug verdienen.

De Wever – alweer niet zo’n goeie timing, Bart – liet de dag na de goedkeuring weten dat in de begroting van Antwerpen een stijging van inkomsten uit GAS boetes met ongeveer 20% voorziet. Hopsakee: de GAS boetes moeten in lokale begrotingen opgenomen worden. De Rijksbegroting moet er zich niets meer van aantrekken.

Helaas valt dit tegen. De Wever verweerde zich tegen lastige vragen door te wijzen op de hoge kost van GAS boetes. Ook ik heb daarop al herhaaldelijk gewezen: GAS boetes zijn dure administratieve handelingen. Elk lokaal bestuur staat dan ook voor een risico: veel GAS boetes uitschrijven zou wel eens, eerder dan toenemende inkomsten, grotere gaten in de begroting kunnen opleveren. Als elke boete het dubbele kost van wat ze oplevert dan loopt dit, voor Antwerpen, snel in de miljoenen.

Besturen hebben dan ook weinig keuze: als ze de GAS boetes kostendekkend willen maken, moeten ze zeer hoge boetes uitschrijven. De Wever geeft ons, hulpvaardig als hij is, een cijfer: de gemiddelde inkomst van een GAS boete is 90 Euro, terwijl de administrtieve kost van een verbalisering rond de 180 Euro draait. Men moet dus boetes uitschrijven die meer dan 180 Euro bedragen, zoniet wordt het systeem volstrekt, en catastrofaal, verlieslatend.

Dat ook dit element een factor van belang is, ligt voor de hand. Lokale besturen beschikken niet enkel over een grote marge van subjectiviteit en electoraal belang in het bepalen van wat strafbaar is, ze hebben ook een objectieve prikkel om de hoogte van GAS boetes op te trekken, simpelweg om uit de kosten te raken. Het geranderen van de rechtstaat krijgt nu dus een financieel argument, dat in de weegschaal van Vrouwe Justitia komt te liggen. Neutrale justitie? Rechtszekerheid? Neen, precies het tegendeel.

Zo, wat nu?

Voor dit alles hebben parlementsleden deze week gestemd. Het is een systeem vol gaten en perversiteiten, dat kreupel loopt van de manke argumenten, en dat een reeks heel belangrijke argumenten simpelweg niet blijkt te hebben opgemerkt.

Milquet en andere verdedigers van het voorstel merkten herhaaldelijk op aan de critici dat de GAS boetes al sinds 1999 bestaan, en dat verzet daartegen op dit moment dus vreemd is. Het systeem bestaat al, dus waarom zouden we het niet uitbreiden?

Wel, misschien omdat we sinds 1999 hebben ontdekt dat dit systeem nergens op lijkt, en dat een grote hervorming en versterking van een onafhankelijke justitie een veel beter antwoord is op de problemen die men nu door middel van GAS boetes wenst te bestrijden. Ja, er zijn wantoestanden en talloze zaken die bestreden moeten worden. Maar nee, niet op deze wijze.

Dat voortschrijdend inzicht is best een deugdelijk argument. Men haalt het immers de hele tijd aan in het Parlement. Bijvoorbeeld om te argumenteren dat de Belgische staatsstructuur versleten is, teveel uitwassen produceert, en dus totaal moet hertekend worden. Kom dus a.u.b. ook met dit argument niet af.

Het Parlement heeft de taak wetten voortdurend aan te passen aan de realiteit; een deel van die realiteit is de manier waarop bestaande wetten worden gehanteerd. En bij dit alles heeft ze de plicht – niet de keuze – de grondwettelijke vrijheden van de burgers te garanderen. Parlementsleden zweren daartoe een eed wanneer ze het Parlement binnen treden, en die eed zorgt voor hun parlementaire onschendbaarheid. Ze moeten die dus ernstig nemen. Wie ermee lacht is geen zitje in het Parlement waardig.

In het geval van de GAS boetes zou het experiment dat in 1999 is opgestart hebben moeten leiden tot het inzicht dat dit niet de beste gang van zaken is, en dit omwille van zowel operationele redenen – de zogeheten uitzonderingen die in feite de regel uitmaken – als omwille van fundamentele redenen die te maken hebben met de fundamentele grondrechten van burgers in een democratische rechtstaat.

Degenen die voor de nieuwe wet hebben gestemd zijn dan ook zwaar in de fout gegaan. Er circuleren namenlijsten van zij die voor hebben gestemd. Ik heb ze al bekeken, en geen enkele van de figuren op die lijst krijgt in 2014 mijn stem. Een fout tegen de plicht om de grondrechten van de burgers te garanderen vind ik immers onvergeeflijk – deze mensen hebben gezworen ze te waarborgen, en ze hebben ze op 30 mei 2014 zeer ernstig in gevaar gebracht.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s