GAS-lucht alom: waarom dit systeem pervers is

Afbeelding

Morgen stemt het parlement over een wet die het systeem van de GAS-boetes verder uitdiept. Het ziet er naar uit dat die wet zal worden aangenomen, ondanks het protest van een ongezien groot koor aan organisaties en individuen.

Indien het parlement die wet goedkeurt, is het van groot belang te blijven vechten tegen deze wet. Ik heb daar in een eerder stuk al uitvoerig argumenten voor gegeven. Ik voeg er hier nog enkele bij.

1. De informalisering van het recht

In een rechtstaat is het recht een formeel gegeven, gebonden aan strakke en vaak merkwaardige procedures, die een aantal zaken moeten garanderen:

(a) de gelijkheid van elke burger tegenover de wet, zonder discriminatie van eender welk soort; dit is een grondvest van de Verlichte samenleving na het absolutisme, en de hoeksteen van wat men onder de rechtstaat en het begrip ‘rechtszekerheid’ begrijpt;

(b) het betekent ook dat enkel de wet als baken voor alledaags gedrag geldt; wat anderen van ons vinden is bijzaak; zolang we de wet niet overtreden doen we niets strafbaars

(c) de helderheid en doorzichtigheid van de wet: zowel de overtreding als de strafbaarheid, de strafmaat en de strafuitvoering zijn gebonden aan procedures die voor alle partijen dezelfde zijn, en voor iedereen toegankelijk;

(d) de plicht tot sluitende bewijsvoering: een feit wordt slechts strafbaar nadat het is bewezen; indrukken zijn van geen tel (ze spelen een mineure rol bij de straftoekenning: de schuldige moet bijvoorbeeld blijk geven van berouw). In die bewijsvoering is eveneens het wederwoord voorzien: tegenbewijzen en -argumenten van de verdediging spelen een even grote rol als argumenten en bewijzen ten laste.

(e) de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de neutraliteit van de rechter en het recht op wederwoord: zowel het vaststellen van overtredingen (de politie) als de vervolging (de rechter) en de strafuitvoering (de rechter) zijn onderworpen aan de strengste eisen inzake neutraliteit en onbevooroordeeldheid.

Rechtspraak geschiedt dus op basis van overtredingen van de wet, en verloopt via formele, vaste en transparante procedures waarin wederwoord voorzien is, ten overstaan van een onpartijdige rechter en op grond van gewogen en sluitende bewijzen. Enkel wanneer aan die voorwaarden is voldaan is er sprake van een sluitende rechtspraak.

Deze beginselen zijn, of beter waren, heilig. Ze werden door Westerse regimes gehanteerd als maatstaf voor het afwegen van het morele en ideologische kaliber van tegenstrevers zoals de Soviet-Unie en Mao’s China, waarin “schijnprocessen” en “show processen” plaats grepen, “gedachtenmisdrijven” van “dissidenten” een ontoelaatbare vorm van krom recht waren, waarin het kleinste gedrag van mensen, incluis elk mogelijk ‘afwijkend’ denkbeeld over eender welk them, gronden voor vervolging waren. We spraken dan ook met misprijzen over de “STASI-files” die na de val van de DDR vrij kwamen en waaruit bleek dat zowat 70% van de bevolking “klikte” over anderen, en dan nog vaak over “bourgeois gedrag” zoals het luisteren naar opera of het vermelden van een merk van koelkasten dat enkel in het Westen te krijgen was. Wij – het Vrije Westen – deden zo’n dingen niet, zo luidde de redenering.

Sinds 9/11 is dat beeld wel stevig veranderd. Het Vrije Westen heeft nu een War on (Muslim) Terror ontketend waarbij gedachtenvergrijpen – “fundamentalisme” – actief worden opgespoord, waarin mensen zonder formele aanklacht of proces een decennium lang in een militaire gevangenis zijn opgesloten, waarin is gefolterd, waarin politieke moord plots toelaatbaar is, waarin de mobiliteit van mensen beperkt wordt omdat ze “verdacht” worden van “banden met” “potentieel gevaarlijke” personen of organisaties, waarin websites, email verkeer en telefoons kunnen worden gecontroleerd, samen met bankgegevens en allerhande andere private informatie. Die informatie is vaak “geheim” en dus niet toegankelijk voor de verdachte of beklaagde zelf, evenmin als voor parlementsleden en instanties die toezicht moeten houden op de correcte gang van zaken.

De Westerse rechtstaat is dus al ruim een decennium bezig aan een proces van toenemende informalisering, waarbij naast formele en aantoonbare overtredingen van de wet een ruimte is ontstaan waarin sancties worden opgelegd ZONDER dat is voldaan aan de eerder beschreven regels. De mensen in Guantanamo Bay zijn van geen enkel strafbaar feit beschuldigd; bewijzen zijn er evenmin; ze hebben geen toegang tot normale rechtsmiddelen, maar toch zitten ze in een militaire gevangenis en zijn ze aan het meest rigide en mensonterende stelsel van bewaking onderworpen. Het enige dat over hen te zeggen is, is dat ze “enemies of the United States” zijn of waren en dat “they hate our way of life”. Maar dat is op zich geen strafbaar feit.

In het zog van 9/11 hebben we ook hier een vergelijkbare verglijding gezien van de rechtszekerheid, zeker waar het Moslims, of migranten in ruimere zin, betrof. Minister Dewael verklaarde destijds dat website van Moslimorganisaties in de gaten zouden worden gehouden, maar wist niet te vertellen waarom enkel Moslim-organisaties een ‘dreiging’ zouden zijn. Premier Verhofstadt schreeuwde in de Kamer dat, indien er geen wet was waarmee de Moslim en “oproerkraaier” Abou Jahjah veroordeeld zou kunnen worden, de Kamer er maar spoorslags een moest vervaardigen. In Nederland pleiten de sociaal-democraten ervoor illegaal verblijf tot strafbaar misdrijf te verheffen; bij ons is dat niet zo, maar kunnen illegalen in gewone gevangenissen worden opgesloten wanneer er elders geen plaats is (in gesloten opvangcentra – in de praktijk eveneens gevangenissen dus). En wat de STASI-files betreft: de Antwerpse Procureur Dams riep enkele maanden geleden op om verdachte feiten of personen meteen aan te melden bij het parket – kijk ‘s avonds nog eens door Uw raam, was het motto. Iets “verdachts” is al genoeg – je hoeft geen overtreding op te merken om Procureur Dams uit z’n slaap te wekken.

Bezorgdheid over migratie en integratie leidde, zeker sinds 9/11, tot de ontwikkeling van het thema “leefbaarheid” in steden met een aanzienlijke (arme) allochtone gemeenschap. Integratiebeleid werd beetje bij beetje opgezogen in het veiligheidsbeleid, want allochtone jongeren werden al sinds medio de jaren negentig een focus van “overlast”. Ze “hingen maar wat rond” en vertoonden “storend gedrag”.

Dit “storend gedrag” leidde soms tot arrestaties. Maar oh, – en hier komt opnieuw een bekende trope – de opgepakte jongeren liepen enkele uurtjes later vrolijk fluitend terug het politiekantoor uit, middenvinger opgestoken tegen de agenten die hen hadden opgepakt. Tekort aan gerechtelijke capaciteit in een reeds hopeloos traag en overvraagd justitie-systeem, laag op de lijst van prioriteiten van justitie, geen plaats meer in de ondergefinancierde gevangenissen of jeugdinstellingen – noem maar op. Daar moest iets aan gedaan worden.

Wie ontkent dat de oorsprong van GAS boetes ligt in de neiging tot controle en bestraffing van jonge allochtonen, die heeft een belangrijk stuk van de afgelopen twintig jaar gemist. GAS boetes ontstonden met allochtone hangjongeren in het achterhoofd, snel vergezeld van illegale migranten, daklozen, bedelaars, wildplassers, honden-wandelaars en ander tuig van de richel, dat weliswaar geen wetten overtrad maar hoe dan ook “storend gedrag” vertoonde en dus op de ene of andere manier een sanctie moest kunnen krijgen. Die sanctie moest mogelijk zijn BUITEN de geijkte gerechtelijke weg; die werd immers als hopeloos inefficient gezien en was daarenboven hopeloos vertraagd en verstopt.

Daardoor werd “overlast” een zaak die kordaat en prompt zonder veel poeha moest kunnen worden vervolgd en bestraft. We stellen iets vast, en hop, de bon op zonder pardon. Het systeem voldoet dan ook aan geen enkele van de eisen die wij aan die rechtstaat mogen en moeten stellen. Het is, naast het formele rechtssysteem, een informeel kanaal van bestraffing geworden – en het buist voor alle punten waaraan het zou moeten voldoen.

Het systeem van de GAS boetes is niet enkel een overtreding, maar ook een ontkenning van het rigide en procedureel transparante mechanisme van rechtszekerheid. Het is ontstaan net vanuit een ergernis over de traagheid en de onvolkomenheid van dit formele rechtskader. Het antwoord erop – een volkomen impressionistisch geheel aan zaken die we “overlast” noemen wordt zonder noodzaak aan bewijsvoering bestraft door “hiertoe bevoegde ambtenaren”, waarbij de agent tevens de rechter en de stafuitvoerder is – gooit het formele rechtskader gewoonweg geheel overboord. Het recht is nu informeel.

Daardoor schept het, gek genoeg, absolutisme: de willekeurige interpretatie van regels en overtredingen en de willekeur van de bestraffing die eigen waren aan het absolutisme vervangen nu het systeem dat met veel zorg en moeite precies die absolute willekeur moest wegwerken. Er is geen moderne staat, geen democratie en rechtstaat zonder de strenge toepassing van de vaste formele procedures – Montesquieu beklemtoonde het keer op keer. De informalisering van het recht is het einde ervan, want we hebben nu twee langs elkaar heen lopende systemen van bestraffing: een via de rechter en een ander via de GAS-ambtenaar. Die laatste heeft voordelen: hij kan altijd en zonder belemmeringen straffen; een rechter moet zich houden aan bewijzen, procedures en wederwoord, en moet dus ook soms mensen vrijspreken. De GAS-ambtenaar kan nu optreden om dat “falen van justitie” te repareren – het feit dat de rechter soms een slechterik moet laten gaan of niet tot vervolging wenst over te gaan.

Rechtszekerheid: nul.

2. Moraal in plaats van wet

Het recht is in het systeem van GAS boetes ook informeel geworden op een andere wijze: de notie “overlast” en de invullingen die men eraan geeft slaan op morele oordelen, geen juridische oordelen. Wat de GAS-boeten bestraffen zijn vormen van wat men beschouwt als moreel wangedrag. Wie zoekt naar synoniemen daarvoor komt al snel bij woorden als “asociaal gedrag”, “storend gedrag” en wat weet ik al. En die termen hebben een zaak gemeen: ze houden telkens een perspectief in. Asociaal: tegenover welke ‘sociale’ eenheid? Storend: tegenover wie? Concreet: hier is geen wetboek dat een duidelijke omschrijving biedt van wat, bijvoorbeeld, “fiscale fraude” is, of “vandalisme”; wel is er een bliksemsnelle correlatie die wordt gelegd tussen een handeling – iemand die een liedje loopt te zingen op straat bijvoorbeeld – en een morele categorie waarmee ik die handeling vind aansluiten: “overlast”, want wie op straat loopt te zingen “doet niet normaal” en is dus “fout”.

Men heeft zich in het verdedigen van de GAS-boeten uitgeput om aan te tonen dat dergelijke impressionistische en associatieve vormen van be- en veroordeling “uitzonderingen” zijn. Ja, ‘t is waar, in Mechelen kregen jongens die een sandwich aan het eten waren op de trappen van een kerk een boete, en dat is er wat over. Maar dat is een uitzondering. Ja, ‘t is waar, in Leuven kreeg een student een boete omdat z’n fiets op de stoep was omgevallen terwijl hij in een winkel stond, en ook dat is er wat over. Ja, ‘t is waar dat in Berchem drie allochtone jongens een boete kregen omdat ze op de leuning van een bank zaten, en het is ook waar dat een autochtone buurtbewoner die tegen die boete kwam protesteren eveneens een GAS boete wegens onbetamelijk gedrag kreeg aangemeten. En ja, ook dat was er over. Maar dat zijn allemaal uitzonderingen! Ik heb al een hele reeks GAS boetes van naderbij bekeken, en weet U: het zijn telkens weer uitzonderingen, want ze zijn telkens weer van voor naar achter betwistbaar en gebaseerd op een extreem impressionisme gekoppeld aan grote beroepsijver van de verbalisant.

Als uitzonderingen de regel zijn dan is er iets fout met de regel. Ik hoorde gisteravond Burgemeester Van Quickenborne over dit thema aan het woord in TerZake. Hij zat tegenover de Jeugdraad, en verzekerde die dat boetes voor minderjarigen echt zooo uitzonderlijk zijn. In Kortrijk zijn het er slechts een handvol. Daarom moest de Jeugdraad zich daar vooral geen zorgen over maken: Van Quickenborne zal morgen een wet stemmen die hij, naar eigen zeggen, eigenlijk niet nodig acht omdat het over zooo weinig gevallen gaat. Uitzonderingen.

Wat Van Quickenborne ons ook wist mee te delen is dat in zijn stad drie grote types overtredingen beboet werden: wildplassen, hondenpoep, en sluikstorten. Over dat laatste heb ik in een eerder artikel al uitvoerig geschreven: sluikstorten is een categorie die gaat van hele inboedels die op de stoep worden gezet tot het weggooien van een sigarettenpeuk. En samen met de twee andere categorieën van GAS-achtige vergrijpen rijst de vraag: zijn dit nu overtredingen die een buurt “onleefbaar” maken? Zijn dit de dingen die een buurt “onveilig” maken? Is dit nu de kern van een nieuw veiligheidsbeleid voor onze steden en gemeenten?

Nee. Dit zijn in wezen pietluttigheden die mits wat ernstige buurtwerking en sensibilisering zeer snel en effectief kunnen verholpen worden. Er zijn geen miljoen plaatsen in een stad waar men ongestoord kan wildplassen. Als ervaringsdeskundige weet ik dat er concentratiepunten zijn, om het zo te zeggen. Posters, buurt-acties en zo meer kunnen dat oplossen. Wat hondenpoep betreft: ook dat is enorm verbeterd de laatste jaren, en de sensibilisering daar rond is zeer effectief gebleken. Wat sluikstorten betreft: ook daar is al heel veel rond gebeurd met ferme effecten, lang voor de GAS boetes.

Dus waarvoor dienen die dingen dan? Wel, om ‘morele waarden’ te bevorderen. Om de “morele gemeenschap” die De Wever in Vlaanderen ontwaart gestalte te geven. Om ervoor te zorgen dat de “hardleerse” “dwarsliggers” in de pas gaan lopen – waarover zo meteen meer. Om “de grenzen duidelijk te trekken” tussen “wat kan” en “wat niet kan”. En dat gaan we dan allemaal doen met een enorm uitgebreid systeem van informele bestraffing. De vette staat krijgt er een ferme knuppel bij. En de morele gemeenschap van de Wever wordt zo stilaan meer en meer gelijk een goed ouderwets Katholiek internaat, waar de Christelijke deugden er door middel van vele uren strafstudie werden ingeramd. Dat heeft, zoals we weten, geleid tot grote aantallen overtuigde vrijzinnigen.

Morele kaders komen vanuit de gemeenschap, niet vanuit een bestraffende overheid. Zeker niet wanneer die overheid, in haar drang om haar moraal op te leggen aan elkeen, zelf blijk geeft van vooringenomenheid, onrechtvaardigheid, rancune en revanchisme. En noem een moreel systeem vooral geen juridisch systeem – de vraag bij het eerste is immers telkens weer: wiens moraal geldt hier? hanteer het dan ook niet als dusdanig.

3. De onrechtvaardige overheid

Het laatste punt sluit aan bij wat ik zonet aangaf. We merken wanneer we een groot aantal gevallen bekijken dat de overheid nogal vaak selectief, en dus gericht en onrechtvaardig, gebruik maakt van GAS boeten. Ik legde eerder uit dat de oorsprong van het systeem te vinden is in het ongenoegen over het als straffeloos en storend gepercipieerde gedrag van allochtone jongeren. Ik zegde erbij dat vooral het gedrag van zwakke groepen – armen, illegalen, bedelaars, daklozen – in het vizier loopt als het op GAS boeten aankomt. Je riskeert eerder een GAS boete wanneer je een blikje CARA-pils staat te drinken aan het Centraal Station in Antwerpen dan wanneer je je Maserati doorheen een een-richting straat stuurt. En wildplassers vind je ook eerder zelden onder de betere klanten van de propere boetieks, juweliers of koffiehuizen.

Er is nog meer. Zeker in Antwerpen worden GAS boeten gebruikt als een vorm van informele collectieve politieke ordehandhaving. Recente voorvallen getuigen daarvan. Noot vooraf: het ligt voor de hand dat deze reeks feiten meteen als een reeks “uitzonderingen” zal afgedaan worden. Maar ik heb al toegelicht hoe ik daarover denk.

Een kleine groep demonstranten van Geneeskunde Voor Het Volk voert aktie in verband met een vaccinatiecampagne op de trappen van het Antwerpse justitiepaleis. Het gevolg: iedereen krijgt een GAS boete. Het zelfde lot ondergaan tachtig demonstranten die vreedzaam demonstreren tegen het chemiebedrijf Monsanto. Het argument was twee maal: de demonstratie was niet aangevraagd of toegelaten en veroorzaakte hinder. Ruim driehonderd Antwerpenaars krijgen een GAS boete op 1 mei, omdat ze die dag hun vuilniszak op straat hadden gezet. Daar was het argument: dat is een vorm van informatie aan de mensen, zodat ze weten dat ze op feestdagen geen vuilnis mogen buiten zetten.

Een goeie duizend Antwerp-supporters houden op 27 mei een “mars van de schande”, van de Groenplaats naar de Grote Markt. Ze steken Bengaals vuurwerk aan, schieten voetzoekers af en gebruiken megafoons, waardoor ze de zitting van de gemeenteraad hinderen. Tijdens de niet-aangevraagde betoging zelf geeft de Burgemeester snel toelating voor de manifestatie. Er worden ook geen GAS boeten uitgedeeld, al worden er een dertigtal heethoofden naderhand administratief aangehouden wegens baldadigheden. Ze worden wel niet beboet. De honderden blikjes en pamfletten die na afloop de Grote Markt sieren zijn deze keer ook geen vorm van sluikstorten en worden dus evenmin beboet.

Twee maten en twee gewichten? Zou het kunnen dat een overheid zo vooringenomen is en het instrument van de GAS boeten aanwendt om partijdige signalen de wereld in te sturen?

Het zou kunnen. In de stad Genk werd na de sociale ramp bij Ford een voetbalwedstrijd van Racing Genk aangekleed als benefiet. Honderden werknemers van Ford kregen vrijkaarten en er werd opgeroepen tot solidariteit. De spelers van Genk wilden een solidariteitsteken dragen maar dat werd verboden door de Voetbalbond (niet bekend wegens haar sociale gevoeligheden). Voor aanvang van de wedstrijd deelden militanten van de PVDA pamfletten uit aan de poorten van het stadion. Ze ruimden de achtergelaten pamfletten netjes op, maar werden niettemin bedacht met een GAS boete omdat ze “ongewenste reclame” hadden gemaakt. Ongewenste reclame? Voor een stadion dat vol reclame hangt? En reclame voor solidariteit – bij een wedstrijd die precies in dat teken stond? Zeer merkwaardig.

Het geeft aan dat de GAS boeten, gegeven hun informele karakter en het impressionisme dat het systeem in z’n kern herbergt, minstens het potentieel hebben om volkomen fout ingezet te worden: tegen bepaalde groepen wiens acties of boodschappen door de autoriteiten als ongewenst worden beschouwd. Het is dan geen instrument meer om individuele overtredingen van eender welke regeltjes te bestraffen, maar om collectieve politieke sancties uit te delen. De GAS boeten worden zo precies het tegendeel van de rechtstaat: een middel om ongelijkheid voor de wet te organiseren, om censuur en ideologisch ostracisme te organiseren, om politieke tegenstrevers te muilkorven, de kritische burger te ontraden zich te verzetten tegen onrecht of bestuurlijke domheid – kortom, een middel om de democratie lam te leggen. Niemand overtreedt een wet, maar toch gaan we sanctioneren, want we haten die gasten.

4. Een wet die discriminatie organiseert

Het was Montesquieu alweer die zei dat er van recht geen sprake is wanneer de overheid een enkele overtreding van de wet ongestraft laat. Het kan dus niet zijn dat een instrument dat het recht moet verzekeren aangewend wordt om politiek of ideologisch ongewenste groepen – neem bijvoorbeeld de artsen van Geneeskunde Voor Het Volk – te vervolgen, en anderen – neem bijvoorbeeld Antwerp supporters – ongestraft laat voor vergelijkbare feiten. Als een systeem dat potentieel bezit, moet het bestreden worden. Elk systeem dat rechtvaardigheid moet scheppen moet ten gronde onbetwistbaar en onvervalsbaar zijn. Het systeem van de GAS boeten is dat niet, integendeel.

Het informele en moraliserende karakter van GAS boeten schept dat potentieel. En het nieuwe wetsontwerp bied wat dat betreft geen enkele nieuwe garantie: in een kwaadwillige lezing kan men zeggen dat het de gemeentebesturen nu wettelijk toelaat te discrimineren. Wie het goedkeurt keurt een tweesporenbeleid goed, waarin een deel van wat fout loopt in de samenleving via formele en veeleisende procedures wordt berecht, en een ander deel wordt overgelaten aan de indrukken, a priori’s en ideologische geneigdheden van individuele ambtenaren en besturen.

Een dergelijk juridisch tweestromenland is geen rechtstaat meer. Ook na een eventuele goedkeuring moet het daarom bestreden worden. Wie morgen stemt in het parlement zal daar in mei 2014 de electorale afrekening voor krijgen. Want wie als wetgever onze samenleving slechter en zieker maakt, die hoort niet in het parlement. Ook daarover had Montesquieu een uitgesproken mening.

Afbeelding

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

1 Response

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s