Vakbonden, vakbondbashing en de macht

Afbeelding

Jan Blommaert

Wat een heerlijke week was het voor de valbondbashers. De Dag van de Arbeid was de ideale gelegenheid om alle registers open te trekken, en dat deden ze. Halfweg tussen 1 mei en Rerum Novarum staan de vakbonden nogmaals met de broek op de enkels. Wat gaan ze er aan doen?

Een topweek

Karel Van Eetvelt, Pieter Timmermans, Jo Libeer – the usual suspects – waren niet uit de media weg te slaan deze week. De thema’s liggen voor de hand: vakbonden zijn onmogelijke partners in het sociale overleg, ze verdedigen privileges in plaats van rechten, ze gaan niet mee met de onvermijdelijke veranderingen die zich opdringen in het veld van arbeid, ze beseffen niet dat de wereld veranderd is, ze plaatsen zichzelf buitenspel, en ga zo maar voort.

Jo Libeer wist in een reactie op een nieuw voorstel van ACV inzake de flexibilisering van de arbeidsmarkt te melden dat dit wat hem betreft een stap in de goede richting was. Maar mon dieu! De vakbonden willen zoiets collectief afspreken, terwijl “het woord alleen al” voor Libeer zooooo uit de tijd is, en indruist tegen de “vrijheid van de ondernemingen en van onze medewerkers”. Werknemers zijn plots “medewerkers” wanneer het gaat over het doorduwen van het flexwerk; medewerkers van de ondernemer en dus niet van de vakbonden. Mooi en clever gesproken van Libeer.

Op de vooravond van 1 mei wist de VRT er niets beter op te vinden dan Karel Van Eetvelt ruim z’n zeg te laten doen op TerZake. Van Eetvelt herhaalde de mantra van het moment: het is nu eenmaal zo dat de tijd van de oude arbeidsrelaties voorbij is en dat vakbonden de boot dreigen te missen wanneer ze zich “blijven vastklampen” aan een arbeidsmodel dat stamt uit de tijd van de industrialisering. Let alweer op de goed bestudeerde bewoordingen: we ondergaan een soort Natuurwet – de oude tijd is “nu eenmaal” voorbij – en wie zich daar tegen verzet “klampt zich vast” aan een fantoombeeld.

De Belendende partijen

Opvallend deze week: ook vanuit de belendende partijen werd salvo na salvo afgevuurd richting vakbonden. Frank Van Massenhoven – de topmanager-met-partijkaart – vloog in Humo Rudy De Leeuw naar de keel over de rol van het ACOD in de ambtenarij. Een rol die hij met precisie omschreef als “de vakbond van de luiaards”. Voila Rudy, steek dat maar even op zak. De dag daarna mocht De Leeuw nog eens optreden met Tobback. Zijn strijdbare boodschap (te downloaden van de website van het ABVV) werd in de berichtgeving bedolven onder, en in het verlengde geplaatst van, de flinkse stelling van Tobback dat sociale en fiscale fraudebestrijding de financiering van een loonkorting kan verzorgen (met een lofzang aan het adres van John Crombez). Noteer: het gaat om een fiscale loonkorting voor bedrijven, niet een verlaging van de belastingen op inkomens uit arbeid. Een fiscaal geschenk aan bedrijven dus, in ruil voor – voor wat? het niet-overtreden van de fiscale wetgeving? het niet-begaan van een misdrijf? Ziehier de nieuwe ‘linkse’ bocht van Tobback: we belonen U als je niet steelt.

Tegen het einde van deze bewogen week kwam ook onze vriend Wouter Beke opduiken. Volgende week is het aan het ACV om zijn feest van de arbeid te houden, dus ook CD&V moest even van zich laten horen. Beke had zich voor zijn INNESTO vernieuwingsvoorstellen laten inspireren door een groep young high potentials. Als er nu een term is dat de ziekelijkheid van het neoliberale arbeidsmodel incorporeert dan is het deze wel. YHPpen zijn piepjonge hoogopgeleide haantjes die de ballen ervaring hebben met arbeid, scheef staan van de ambitie en de zelfzucht, neerkijken op het klootjesvolk en zichzelf zien als de toekomst van dit sterrenstelsel. Bij gebrek aan ervaring produceren ze echo’s van hun goeroe’s, en dat zijn onveranderlijk de fors betaalde herauten van het flexwerk, de loopbaan-op-maat, de zogeheten ‘meritocratie’. “Beter een goed persoonlijk gesprek dan een CAO” – met dat soort slogans lopen de YHPpen rond. In de INNESTO-groep van Beke noteerden we de naam van Caroline Ven van het ondernemersplatform VKW – de Vlaamse Queen der High Potentials, en een dame die zelden verhult voor wiens belangen ze zich inzet.

Geen wonder dan ook dat Beke een verbijsterende reeks voorstellen de wereld instuurde, die allemaal rechtstreeks uit de strategische nota’s van Van Eetvelt, Timmermans en Libeer leken te komen. Ook Beke herhaalde dat “de tijd vanzelfsprekend voorbij is” waarin men na de studies de arbeidsmarkt op komt en tot het pensioen in dezelfde sector of hetzelfde bedrijf – de overheid met name – actief blijft. Hier is de Natuurwet alweer: flexwerken is een nieuwe vorm van zwaartekracht, en wie ze ontkent valt op z’n gezicht. Dus: weg met de vaste statutaire benoemingen bij ambtenaren, laat mensen vooral “kiezen” voor “werk dat hen ligt”, eerder dan hen “vast te zetten” in een vlakke loopbaan. (De luie ambtenaar van Van Massenhoven was ook hier op de achtergrond te horen.) Ook vond Beke dat alle werkenden het zelfde statuut moeten hebben – arbeiders, bedienden, zelfstandigen en ambtenaren in dezelfde pot. Immers, aangezien we allemaal flexibel moeten en zullen zijn, zijn dat soort onderscheiden zinloos. Elk van ons zal wel ergens in de “loopbaan”, arbeider, bediende, zelfstandige en ambtenaar zijn.

Om “de Vlaming sterker te maken” moeten diens kinderen veel minder schoolvakantie krijgen vindt Beke. Immers, leekrachten ervaren nu tijdverlies in september, omdat ze de leerstof van het afgelopen jaar moeten herhalen. De twee maanden verlof zijn nergens goed voor. Onze kinderen moeten de young potentials van de toekomst worden, en dus leggen we ze best zo snel mogelijk een regime op dat zich spiegelt aan het arbeidsregime: werken werken werken, met precies voldoende verlof om daarna nog harder te kunnen werken. Dit deel van de INNESTO voorstellen van Beke was getekend, weinig verrassend: Fons Leroy, koning van de activering en advocaat van een zo vroeg mogelijke toeleiding van kinderen naar de arbeidsmarkt.

De week van het Feest van de Arbeid bood dus een rijke oogst aan uitspraken en voorstellen die lijnrecht in gaan tegen datgene wat de vakbonden voorstellen en voorstaan. Zelden zijn ze zo zwaar aangepakt, en zelden kwamen er zo’n radicale aanvallen vanuit zoveel diverse hoeken. Volgende week – dat is mijn voorspelling – zal dit gewoon doorgaan, want volgende week viert de Christelijke Arbeidersbeweging Rerum Novarum. Ook dat zal een hoogdag zijn voor de heren Van Eetvelt, Timmermans, Libeer en hun aanhangers in de partijen.

De onvermijdelijke verandering

De vakbonden mogen nog maar eens hun wonden likken. Ze vertegenwoordigen in dit land zo’n drie miljoen mensen, maar toch worden ze aangevallen en bekogeld alsof ze niets of niemand representeren – ze zijn loslopend wild waarop de jacht is geopend.

Vakbonden staan in het veld van arbeid, en dit veld is in volle beweging. Maar die beweging wordt niet gestuurd door een Natuurwet. De zogenaamde ‘onvermijdelijke’ overgang naar flexwerk heeft niets, absoluut niets, te maken met grote wetmatigheden: het is een politieke optie die ideologisch gemotiveerd is. De ‘onvermijdelijkheid’ en ‘vanzelfsprekendheid’ die de vakbondbashers deze week keer na keer uitkraaiden zijn enkel onvermijdelijk en vanzelfsprekend indien men de politieke opties aanvaardt die er ten grondslag aan liggen. En die zijn simpel samen te vatten: neoliberalisme.

Voor het geval men dit een vaag begrip zou vinden omschrijf ik het: een politieke keuze voor een samenleving waarin slechts één actor in de economie de regels van de economie bepaalt, de ondernemingen met daarachter de financiers die hun aandelen bezitten. Het is een politieke keuze voor een bepaalde machtsverhouding in de samenleving. Het gaat hier om een keuze voor een maatschappij die volledig ten dienste wordt gesteld van de winstmaximalisatie, en waarin de individuele mens herleid wordt tot een stuk koopwaar in een arbeidsmarkt, wiens werking alweer volkomen beheerst wordt door de ondernemingen en hun financiers. De logica van die ondernemingen wordt voorgesteld als de logica van onze eigen levens: we zijn er om keihard te werken zodat de ondernemingen meer winsten maken. Dat laatste noemen we dan ‘economische groei’. En flexwerk is daarin een kern-element: ondernemingen willen, op puur individuele basis, werkers doen werken aan wisselende voorwaarden, en aannemen of ontslaan op het ritme van de winstcurve; de doelstelling is niet het werk humaner te maken, maar de werker zo productief mogelijk te houden. Wie mij wijsmaakt dat het allemaal veel ingewikkelder is dan dit, die probeert mij te misleiden, want het basispatroon, de essentiele logica van het systeem, is precies datgene wat ik hier heb geschreven.

Wel, de keuze voor een neoliberaal antwoord op de veranderingen in de arbeidsorganisatie – en die veranderingen zijn er – is een heel specifieke politieke en ideologische keuze uit een reeks mogelijkheden. Die andere mogelijkheden worden daardoor uitgesloten uit het debat, want de gemaakte keuze wordt voorgesteld als ‘onvermijdelijk’ en ‘vanzelfsprekend’. Onze TINA komt weer langs. Denksporen zoals cooperatieve arbeidsorganisatie, arbeidsherverdeling, minimum-inkomens en noem maar op worden op deze manier systematisch buiten het blikveld van de goegemeente gehouden, en die goegemeente kan dus enkel nog debatteren over de vraag of men pro of contra flexwerken is. In de twee gevallen aanvaardt men de basislogica: dat de economie niet meer een veld is dat door VERSCHILLENDE partijen wordt georganiseerd – ondernemingen, overheid en werkenden – maar dat een enkele partij daarin de absolute macht geniet, de ondernemingen.

Het is door die totale vernauwing van het debat dat het sociaal overleg op alle vlakken mank loopt. De voorwaardelijkheid van flexwerken bijvoorbeeld, is niet bespreekbaar want flexwerken is een Natuurwet geworden. Mijn eigen standpunt zou zijn: okee we moeten flexwerken, dat is een nieuwe en zeer veeleisende competentie, daar moeten dus nieuwe arbeids- en loonvoorwaarden tegenover staan. Een flexwerker moet betere arbeids- en loonvoorwaarden genieten dan een niet-flexwerker, want dat flexwerk levert meer winst op en decentraliseert het economische risico, weg van het bedrijf naar de werker. Het is de werker die moet aanvaarden dat hij eruit geflikkerd wordt als de winstcurve van de onderneming een kleine neerwaartse knik vertoont. Het Nieuwe Werken stelt nieuwe en scherpe eisen aan het personeel, dus dat personeel moet dat merken in het loonzakje.

Dit is onbespreekbaar natuurlijk, want de nieuwe vormen van arbeid zijn een onvermijdelijkheid, zo zegt men. Lees: er is een politieke consensus over die nieuwe vormen van arbeid, en ook al is er geen bal sociaal draagvlak voor deze politieke keuze, toch wil men ze doordrukken. Vraag maar eens aan duizend werkers of ze om de vijf jaar bereid zijn afgedankt te worden, zich volledig te herscholen en aan wisselende loonvoorwaarden telkens weer te herbeginnen – vraag hen simpelweg of ze akkoord zijn met een levenslange loopbaan als interim-werker. Is het niet vreemd dat dit soort opinie-onderzoek niet wordt uitgevoerd in een land waarin men over de banaalste zaken even de poll van de bevolking neemt?

De kwestie is dus politiek, niets anders, en zoals altijd worden er in politieke beslissingen duidelijke belangen vertegenwoordigd. Het enige politieke antwoord dat we hierop horen komt van … vakbonden. Lees de 1 mei toespraak van Rudy De Leeuw nog eens na: hij heeft het over een quid pro quo. Ja, de vakbond wil het gesprek aan gaan. Maar tegenover die inspanning moet er een andere staan: een rechtvaardige fiscaliteit met verregaande ingrepen gericht tegen speculatieve winsten en onaantastbare fortuinen, incluis die van Grote Ondernemingen zoals Arcelor-Mittal en andere economische weldoeners. Dit antwoord is politiek, ik onderstreep het.

Het wordt van de hand gewezen door jongens zoals Johan Van Overtveldt, hoofdredacteur van Trends, die mijmert dat, helaas, de opbrengsten van fraudebestrijding onzeker zijn en dus nooit een solide basis kunnen zijn voor de structurele verlanging van de loonkosten. Enkele interventies van economen verder hebben we het door: laat die fraudebestrijding en vermogenstaks maar zo; geef bedrijven vooral nieuwe fiscale kortingen, DAT is tenminste zeker. Zeker voor de verhoging van de winsten natuurlijk. En zeker ook qua effect op tewerkstelling. Wie de fiscale geschenkjes aan ondernemingen van de laatste decennia overloopt ziet een constante: de verlaging van belasting-inkomsten via fiscale geschenken aan bedrijven levert geen nieuwe banen op. Het verse geld wordt immers niet aangewend voor het scheppen van nieuwe jobs, het gaat naar de winsten. Denk aan Ford en Arcelor-Mittal als recente voorbeelden.

Dit zijn politieke kwesties. Ernstige politieke kwesties, want in een tijd van recessie heeft de overheid meer dan ooit middelen nodig om te investeren in armoedebestrijding, het in stand houden van het sociale vangnet, en in onderwijs, opleiding en innovatie. De overheid heeft op zo’n momenten GEEN middelen om de bedrijfswinsten van private ondernemingen op peil te houden. Ze heeft belangrijker zaken aan haar hoofd. Het zijn dus ernstige politieke kwesties, en de vakbonden zijn zowat de enigen in het politieke veld die ze aanhalen. Er wordt niet geluisterd, integendeel, vakbonden worden steeds verder gemarginaliseerd in het politieke debat. Daarom rijst, opnieuw, de volgende vraag.

Wat gaan we eraan doen?

Ik stelde een aantal weken terug de vraag waarom er niet werd gedacht aan een vakbondspartij. Ik herhaal de vraag nu nog eens. Ik argumenteerde, en blijf dat doen, dat we zo’n partij absoluut nodig hebben: het gaat hier om politieke standpunten en niet om Natuurwetten, en we hebben dus een politieke kracht nodig die gewicht in de schaal kan werpen. Een kracht die aan Tobback zegt dat zijn flauwe linkse bocht echt wel een U-turn mag zijn. Een kracht die aan Beke zegt dat hij zijn YHPpen moet aanvullen met mensen uit de wereld van de arbeid. En een kracht die aan de bevolking uitlegt dat het hier om brutale machtspolitiek gaat, niet om onvermijdelijke krachten die “nu eenmaal” eisen dat onze kinderen steeds meer en harder moeten leren, en steeds minder mogen spelen.

Het kan niet zijn dat twee miljoen mensen in dit land vertegenwoordigd worden door organisaties die politiek gemarginaliseerd worden, die constant in de verdediging worden gedrukt, en wiens standpunten – gedragen door twee miljoen leden – blijkbaar minder zwaar wegen dan die van Caroline Ven, Jo Libeer, of de Onafhankelijke Denktank die we allemaal kennen. De grootste organisaties van dit land – de enige massaorganisaties in het politieke veld bovendien – MOETEN politieke zwaargewichten zijn.

Ik kreeg na het eerdere artikel talloze reacties van mensen die erop wezen dat de vakbondsleiding nog steeds nauw verweven is met de top van de belendende partijen. Uiteraard wezen de nodige commentatoren mij er ook op dat het ACW tot de nek in een financieel moeras zit en alle morele gezag heeft verloren als het gaat over fiscale rechtvaardigheid. De vakbondstop knoeit dat het een lieve lust is.

Dat kan allemaal goed zijn. Maar de basisvraag blijft: hoe krijgen we de belangen van deze drie miljoen leden effectief politiek vertaald en vertegenwoordigd? En daaraan gekoppeld: hebben we daarvoor de vakbondstop nodig? Moeten die drie miljoen leden gewoon wachten tot wanneer de hoofdkwartieren het ordewoord geven? Ik denk het niet. Die drie miljoen leden kunnen zelf het nodige initiatief nemen om hun belangen electoraal gestalte te geven. Ze kunnen zelf een partij oprichten of strategisch samenwerken met partijen en organisaties die electoraal van wanten weten. Als niemand anders het initiatief neemt moeten ze het zelf maar doen.

Ze MOETEN dat doen, want de zaken die op het spel staan zijn fundamenteel van aard. Wie de politieke elite en haar consensus vandaag aan kop laat, die riskeert binnen de kortste keren een diepgaande hervorming van het gehele veld van arbeid, en daaraan vastgeklonken het veld van onderwijs. De richting ervan heb ik beschreven: de hervorming volgt de logica van de ondernemingen en hun financiers, en dient hun belangen, niet die van de samenleving. Die hervorming is al bezig en ze verloopt aan een razende snelheid: in enkele jaren tijd worden zaken afgebroken die gedurende een eeuw, met veel conflict en strijd, zijn opgebouwd. De argumentatie daarvoor heb ik eveneens beschreven: het is “nu eenmaal” “onvermijdelijk” en “vanzelfsprekend”. There Is No Alternative.

Ik heb voor mezelf lang geleden vastgesteld dat telkens ik termen zoals “vanzelfsprekend” en “onvermijdelijk” hoor, ik zeer goed moet opletten, omdat de kans dan zeer groot is dat iemand mij bij de neus wil nemen. Ik dwing mezelf dan telkens tot een zorgvuldig onderzoek van de argumenten voor die vanzelfsprekendheid en onvermijdelijkheid, en ik aanvaard deze termen enkel als ik concludeer dat ze terecht gehanteerd worden.

Welnu, er is niets vanzelfsprekends aan het invoeren van een neoliberale maatschappelijke orde. Het is een staatsgreep, of beter, een greep naar de samenleving. Het is een brutaal opleggen van een nieuw model dat politiek reduceert tot de economische logica van de ondernemingen en het geld. De economische logica van de samenleving, en het feit dat de HELE samenleving een economische actor is, worden kaltgestellt. Daar is niets vanzelfsprekends aan.

Er is ook niets onvermijdelijks aan. Er zijn alternatieven genoeg, en heel andere onafhankelijke denktanks hebben al vele jaren lang deze alternatieven ontwikkeld en bekend gemaakt. Ze worden echter niet gedragen door de belangengroepen die onze samenleving thans hervormen, en dus is er een forse tegenkracht nodig. Als die er nu niet is, moet die er spoorslags komen.

Deze omwenteling is dus te vermijden, maar ze zal niet vanzelf vermeden worden. De twee miljoen leden van de vakbonden in dit land moeten dringend, luid en nadrukkelijk de machtsvraag stellen: wie vertegenwoordigt onze belangen? Moeten wij met z’n allen ons leven laten bepalen door de fata morgana’s van de Young High Potentials, van UNIZO en Trends? Zijn wij bereid om, als gevolg daarvan, zowat alles op te geven wat deze samenleving als verwezenlijkingen (en dus NIET als ‘privileges’) beschouwt? Moeten wij het soort beeldvorming over ons, dat de afgelopen week langs alle hoeken is verspreid, nog langer pikken?

Die machtsvraag stellen is ze beantwoorden. Vakbondsleden, jullie zijn aan zet. Doe er iets aan.

Links:

De 1 mei toespraak van Rudy De Leeuw: http://www.abvv.be/web/guest/news-nl/-/article/1466348/&p_l_id=10187)

Over de INNESTO groep: http://www.standaard.be/cnt/DMF20121215_023

Facebook pagina “de 360 graden werknemer”: https://www.facebook.com/De360GradenWerknemer?ref=hl

Het standpunt van Van Overtveldt: http://www.knack.be/opinie/columns/johan-van-overtveldt/tobback-en-de-leeuw-willen-lagere-loonkosten-maar/opinie-4000291186654.htm

Waarom geen vakbondspartij? http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/03/19/waarom-geen-vakbondspartij

Over onderwijs en arbeidsmarkt: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/03/31/studeren-voor-de-kenniseconomie-open-brief-aan-fons-leroy

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s