Welk soort crisis? Over de relevantie van de alfa’s

[Opiniestuk in NRC, november 2012]

Het is een gegeven dat we niet enkel in Nederland opmerken, maar in de hele EU: de economische crisis heeft een effect op de visie van beleidsmensen op hoger onderwijs. Specifieker: het beleid is van oordeel dat hoger onderwijs in de eerste plaats mensen moet opleiden die meteen na de studies aan de slag kunnen in innovatieve spits-sectoren die hoge meerwaarde genereren.

Ingenieurs, economen, managers, accountants en juristen hebben we nodig, en wel dringend en wel in overvloed. Geen geesteswetenschappers. Zij zijn nuttige idioten die minder rendabele mensen opleiden, een irrelevante luxe die men zich in tijden van crisis niet kan permitteren.

Deze redenering lijkt plausibel. Dat is ze maar in zoverre men het uitgangspunt ervan onderschrijft: dat deze crisis een economische crisis is die economische antwoorden nodig heeft. Vanuit die omschrijving is het inderdaad zo dat universiteiten hoogwaardig economisch personeel moeten opleiden, die economische innovaties zullen doen.

Innovatie wordt hier vernauwd tot innovatie in het economische proces. Er is een ander soort innovatie: innovatie qua ideeën en probleemomschrijvingen. Het in vraag stellen van datgene wat velen als waarheid aanhouden en het aangeven van alternatieve denksporen – datgene wat geesteswetenschappers doen. En dat is hard nodig.

Dit is immers een veel ruimere crisis. Het is ook een crisis van de politiek, de democratie, het sociale, culturele weefsel, van het mensbeeld en de moraal.

Wie de EU sinds 2008 heeft geobserveerd kan er moeilijk omheen: de democratie is kaltgestellt omdat men de crisis als uitsluitend economisch definieert. De ‘trojka’ die de toestand monitort is een niet-verkozen lichaam dat regeringen en parlementen maatregelen oplegt en weinig debat tolereert. Wie deze maatregelen bekijkt merkt ook dat ze een veel ruimere impact hebben dan enkel een economische: het sociale weefsel wordt afgebroken, vormen van democratisch overleg worden vernietigd, er wordt armoede geschapen, bevolkingen worden tegen mekaar opgezet, en onrust en conflict worden in het sociale systeem ingebouwd. De economische crisis wordt zo een reusachtige, en langdurige, politieke en sociale crisis.

Het gevolg: in een aantal landen ziet men enorme electorale verschuivingen en nieuwe vormen van politiek en sociaal extremisme. Het ongenoegen van mensen drukt zich uit via de Indignados zowel als via een stem op Syriza, de Ware Finnen of separatistische partijen. Ook daar ziet men dat de crisis veel ruimer is dan men denkt en dat de politieke en sociale effecten de economische crisis ruim zullen overleven.

Doorheen dit alles zien we hoe overheden mensen reduceren tot arbeidskrachten, hoe welzijn en wat men eertijds een ‘goed leven’ noemde in de marges verdwijnen, en hoe onze persoonlijkheid wordt samengeklapt in onze economische positie.

De crisis is dus veel breder. Ze treft de hele mens en de maatschappij. Wie de crisis enkel denkt op te lossen via economische ingrepen zal achterblijven met een enorme restfractie van aanvullende problemen. Om die op te lossen heeft men geen economen of ingenieurs nodig, maar geesteswetenschappers, mensen die het ruimere plaatje zien. Een regering die dit niet ter harte neemt, neemt enorme risico’s.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s