Over onafhankelijkheid, neutraliteit en zo meer: enkele feiten

 

arton436

Onderstaand tekstje stuurde ik (in een eerdere versie) als reactie aan een blogger die het werk van Ico Maly, “N-VA: analyse van een politieke ideologie” besprak, en al van bij aanvang tot de conclusie kwam dat dit werk niets inhoudelijks te betekenen heeft omdat de auteur ervan “niet onafhankelijk” was. Idem voor de promotor van dit werk – ikzelf: extreem-links en dus per definitie inhoudelijk onbetrouwbaar. Ook op fora allerhande domineert dit argument: een academicus moet volstrekt neutraal zijn, mag onder geen beding een “kleur” hebben, zo niet moet hij/zij wel liegen, propaganda voeren, “een wetenschappelijk schaamlapje” hanteren om “ons iets te doen denken” en wat weet ik al. Zie https://jmeblommaert.wordpress.com/2013/01/17/voor-de-onderzoeker-hoe-vlaanderen-in-2013-argumenteert/ hier onder voor voorbeelden. Dit argument is volkomen fout. Precies het tegendeel is waar: academici komen tot uitmuntendheid vaak net omwille van een uitgesproken sociaal of politiek engagement. “De waarheid” is immers iets wat door-en-door vermengd is met emotie: er wordt over weinig zaken zo veel ruzie gemaakt als over “de feiten”. Een passie voor de waarheid is dan ook vaak de drijvende kracht achter academisch werk.

Beste Meneer M, U maakt er zich hier wel erg makkelijk vanaf. Maly en ikzelf zijn links – extreem-links zo U wil – en dus zijn we niet “onafhankelijk”. En volgens U “staat of valt” de betrouwbaarheid van een academisch werkstuk daarbij.

Sta mij toe even een tochtje door de geschiedenis met U te maken. Martin Heidegger, Carl Schmitt en Werner Von Braun waren lid van de NSDAP, Werner Eisenberg werkte in opdracht van Albert Speer aan een Duits atoomwapen; Benedetto Croce was minister in de Italiaanse regering, Bertrand Russell zat diverse keren in de gevangenis omdat hij de vredesbeweging in WOI aanvoerde, Marc Bloch stierf in het verzet tegen de Nazi’s, Sartre was militant anticommunistisch Marxist, Keynes adviseerde de Britse regering en was lid van de Bloomsbury groep die bij het Fabianisme aanleunde, Milton Friedman (Nobelprijswinnaar) was adviseur onder Reagan, hij en diverse andere economisten uit de Chicago School adviseerden ook Pinochet, Arthur Schlesinger en John Kenneth Galbraith werkten onder Roosevelt en Kennedy; Eric Hobsbawm was communist; Immanuel Wallerstein Marxist, Johan Galtung en E.P. Thompson waren de voortrekkers van de antinucleaire beweging in de Koude Oorlog; Robert Oppenheimer verloor zijn job in de ontwikkeling van het atoomwapen omwille van linkse sympathie; Gunnar Myrdal (Nobelprijswinnaar) was sociaaldemocraat; Joseph Stiglitz (Nobelprijswinnaar) was adviseur van Clinton; de kritische anti-imperialisme opstelling van Edward Said en Noam Chomsky is welbekend; Michel Foucault was lid van klein-links en engageerde zich in allerhande vormen van basisprotest, Amartya Sen (Nobelprijswinnaar) adviseerde de Indische regering en de VN vanuit een progressieve opstelling; de Frankfurther Schule met Horkheimer, Adorno, Marcuse, Habermas en anderen was uitgesproken links, terwijl Karl Popper en Michael Polanyi aanleunden (samen met o.a. Hayek en Friedman) bij de ultraliberale Mont Pelerin Society die werd gesteund door het Amerikaanse neoconservatieve Volcker Fund. Frank Furedi, een interessant geval, was eerst stichter van de Revolutionary Communist Party en dreef dan af naar de extreem-rechtse en neoconservatieve Institute of Ideas en LM Group.

Ik kan, wees gerust, nog even voort doen.

Gaan we dieper in de geschiedenis? Plato was politiek adviseur; Cicero een dienaar van de aristocratie en hevig gekeerd tegen de plebejers; Darwin was een radicaal tegenstander van de slavernij en dat had invloed op zijn theoretisch werk; en in de Renaissance waren zowat alle wetenschappers in dienst van aristocratische patroons – zelfs Voltaire genoot veel later de hoge bescherming van Catherina De Grote en Frederik II, John Locke werd gepatroneerd door Lord Shaftesbury, terwijl Edmund Burke op de loonlijst stond van de Earl Verney en zelf de grondlegger was van het politieke conservatisme. De Philosophes – Diderot en zijn maats – waren vanzelfsprekend uitgesproken politiek bezig, en de grondleggers van het Liberalisme – denk aan Tocqueville en John Stuart Mill – waren, inderdaad, liberalen. Marx was een marxist (al ontkende hij dat zelf), en Adam Smith was, niet onverwacht, een adept van de vrije markt.

In eigen land zien we dat evengoed. Mark Elchardus was een prominent SP.A-er, Ruddy Doom eveneens; Paul De Grauwe een VLD-er; Boudewijn Bouckaert was bij LDD; Brice De Ruyver was de veiligheidsadviseur van Verhofstadt; Eva Brems is actief lid van Groen; Bea Cantillon van CD&V; Marleen Temmerman van sp.a; de affiliatie van Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte is welbekend; Matthias Storme zit aan de rechtervleugel van de N-VA, Eric Defoort eveneens; en dan is er de Gravensteengroep (N-VA dus) met o.a. Etienne Vermeersch, Ludo Abicht en wat mindere goden. Ook hier kan ik, zo U dat verkiest, nog wel even verder gaan.

Nu kan U het werk van al deze mensen afdoen als onbetrouwbaar omdat ze “niet onafhankelijk” waren. Voor mij geen enkel probleem, alleen denk ik dat U dan in een zeer schrale intellectuele wereld zal achterblijven. De zaak is immers dat de kwaliteit van een intellectueel product niets te maken heeft met de “onafhankelijkheid” van de auteurs, wel integendeel. De beste werken van grote deskundigen – denk aan Galbraith, Friedman en Stiglitz in de economie – kwam tot stand net omdat ze zeer betrokken waren op beleid, en dus op de ideologie achter het beleid. Het Manhattan-project, de ontwikkeling van de eerste atoombom, is wat dat betreft een uitstekend voorbeeld. Honderden wetenschappers werkten aan een moordend ritme aan dat wapen en verlegden daarbij voortdurend de grenzen van de wetenschap, omdat ze een eind wilden maken aan het regime van Hitler. Het feit dat dit project talloze Joodse wetenschappers telde, naast talloze wetenschappers die om ideologische redenen Europa ontvlucht waren (ze waren links), is daaraan niet vreemd.

De kwaliteit van academisch werk wordt gemeten aan allerhande criteria – ik neem aan dat U ze kent – maar dus niet aan ideologische maagdelijkheid, persoonlijke “onafhankelijkheid” of neutraliteit tegenover maatschappelijke en politieke keuzes.

Als U daarvoor nu een iconisch voorbeeld zoekt, dan neem ik U graag mee terug naar 1974, toen de Nobelprijs Economie werd uitgereikt aan twee wetenschappers: Friedrich Von Hayek (de vader van het rechtse neoliberalisme en anti-etatisme) en Gunnar Myrdal (de linkse vader van de Scandinavische welvaartsstaat). Het feit dat beide laureaten diametraal tegenovergestelde politieke opvattingen huldigden belette niet dat hun werk een Nobelprijs waard was. En wat hun werk zelf betrof: het had telkens een uitgesproken politieke bijklank en bedoeling.

Telkens wanneer regimes ideologische zuiverheid – altijd verwoord als “onafhankelijkheid” en “neutraliteit” – introduceerden als criterium voor academische kwaliteit, resulteerde dit in tragedies. Het feit dat de Nazi’s geen Joodse wetenschappers aan instellingen in het Reich duldden leidde tot een intellectuele exodus die de Duitse academische wereld kreupel maakte (en die van de VS een enorme boost gaf), en is volgens velen een reden waarom Duitsland niet als eerste een atoomwapen kon ontwikkelen. Idem bij de Sovjets die in een hele reeks wetenschappen enkel een geheel eigen versie van historisch materialisme toelieten, met vaak lachwekkende gevolgen in de literatuur en dramatische gevolgen voor wetenschappers die het ietwat anders zagen. Mao’s Culturele Revolutie leidde tot de ontmanteling van de hele wetenschappelijke infrastructuur en de fysieke liquidatie van duizenden wetenschappers in China en verklaart waarom China nu vele duizenden jonge academici moet laten opleiden in het Westen. En het McCarthyisme in de VS resulteerde evengoed in een ideologische zuivering van de academies, en dus tot een ontstellend verlies aan dynamiek en kwaliteit.

De huidige klemtoon op “onafhankelijkheid” van academische stemmen staat dan ook haaks op de historische feiten: academici hebben precies engagement nodig om tot grote prestaties te komen; ze hebben een passie voor de waarheid omdat die waarheid zelf een doel kan dienen: het bouwen van een betere wereld. De hardnekkigheid waarmee ze op zoek gaan naar de waarheid is slechts te verklaren wanneer je buiten de wereld van de objectieve feiten stapt, in de subjectieve wereld van het eigen persoonlijke engagement. Wetenschappers ARGUMENTEREN: een licht gepolijste vorm van ruzie maken.

Zoek dan ook geen “objectiviteit” in de stijl en bewoordingen van wetenschappers, want een puur “objectieve” mededelende stijl is even goed een uiting van subjectiviteit (“ik ben volstrekt zeker”) als een bevlogen en emotionele stijl. Objectiviteit is een eigenschap van methodologie, van de techniek om vanuit nietszeggende feiten tot de waarheid te komen, en niet van de woorden waarin deze waarheid wordt uitgedrukt.

Ik heb over gerelateerde thema’s een essay geschreven, te vinden op https://jmeblommaert.wordpress.com/2012/12/29/het-verraad-van-de-klerken/

Ik hoop dat U het eens leest.

 

by-nc

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s