Superdiversiteit, of de irrelevantie van integratie

Voor Angela Merkel en Yves Leterme heeft het integratieproject gefaald. Het standpunt van Wilders hierover is eveneens welbekend, en doorheen heel Europa hoort men vergelijkbare standpunten. Het integratieparadigma heeft zich twee decennia voortgesleept; nu is het uitgeleefd.

Dat is volkomen juist, zij het om heel andere redenen dan degene die Merkel, Leterme en Wilders in gedachten hebben. Het integratieparadigma was van bij de aanvang uiterst problematisch en controversieel. En tijdens de twee decennia waarin het werd toegepast op migratie veranderde die migratie volkomen van vorm en inhoud. Integratie heeft dus inderdaad gefaald, want integratie deugde niet van bij de aanvang en is vandaag sociologisch volkomen irrelevant.

Om bij het verleden te beginnen: het effect van het integratiebeleid in dit land was desastreus, en de reden daarvoor is vrij eenvoudig. Via het begrip integratie werd aan migranten een reeks niet nader gedefinieerde plichten opgelegd – ‘aanpassing aan onze normen en waarden’ – die geen enkele wettelijke basis hadden. Lijstjes van die plichten eindigden steevast met ‘enzovoort’, en zowat alles kon eronder schuil gaan. De constanten in die lijstjes waren de kennis van het Nederlands, zowel in de publieke als in de private sfeer, en de gelijkheid van man en vrouw. Het eerste is (men hoort dit wellicht niet graag) niet wettelijk af te dwingen; het tweede staat al in de Grondwet vervat en is dus overbodig. Het valt trouwens op dat een aantal van die opgelegde ‘waarden en normen’ haaks staan op de vrijheden die eenieder op basis van de Belgische Grondwet geniet. Zo schiep ‘integratie’ een ruimte van discriminatie, van regels en plichten die niet af te dwingen zijn maar toch afgedwongen worden, en niet opgaan voor iedereen maar slechts voor een bepaald deel van de bevolking. Het was discriminerend en werd ook zo ervaren bij de doelgroep. Het is daardoor van bij de aanvang conflictstof gebleven. Integratie was geen oplossing maar een deel van het probleem.

Wat het heden betreft: elke deskundige van migratie zegt al lang dat sinds de vroege jaren 90 het hele profiel van migratie veranderd is. De redenen daarvoor zijn complex, stopwoorden erin zijn het einde van de Koude Oorlog en de wereldorde die ermee verband hield, met toenemende instabiliteit in uiteenlopende delen van de wereld; economische globalisering die nieuwe migratiestromen op gang trok; evoluties binnen de EU zoals het Maastricht Verdrag en de uitbreidingen naar het Oosten; en tenslotte de diepgaande veranderingen in culturele en sociale beleving ten gevolge van het internet en de GSM. Daar waar tot de vroege jaren 90 migratie vanuit een beperkt aantal landen naar een beperkt aantal landen plaatsgreep, ziet men nu migratie vanuit meer landen naar meer landen. De grote en residente migrantengemeenschappen – Turken, Marokkanen – worden aangevuld door een wirwar van types migranten, alle met andere achtergronden, motieven en migratiegedrag. We zien de derde-generatie Turkse jongere nu op dezelfde straathoek praten met een Somalische asielzoeker die wacht op een beslissing, een Chinese kok die hier enkele maanden werkt om dan naar London over te steken, of een Pool die hier van maandag tot vrijdag in de bouwnijverheid werkt. De Turkse migrant verhuurt zijn (tot voor kort zeer laag gewaardeerde) woning nu voor veel geld aan transit-migranten, en kan zo zelf naar ‘betere’ wijken verhuizen. Nigeriaanse kinderen zijn in staat dagelijks urenlang hun moedertaal te spreken met familie in Nigeria, dank zij Skype. Ze verliezen die moedertaal dan ook niet, in tegenstelling tot vele van de oorspronkelijke residente migranten. Via hetzelfde medium kan een politieke balling nu actief blijven in het land van herkomst en kan een Afrikaanse evangelische kerk in Berchem in ‘real time’ deelnemen aan een viering in een voetbalstadium in Lagos. De zogeheten ‘diaspora’ is volledig veranderd.

We noemen dit patroon ‘superdiversiteit’: het is een nieuwe vorm van diversiteit die fundamenteel anders is dan degene waarop het integratieparadigma gebouwd is. Met dat oude ‘etnische minderheden’ model kunnen we niets meer aanvangen, want die minderheden zijn nu bijzonder verscheiden en veranderen om de haverklap van samenstelling. We kunnen nog minder aanvangen met het uitgangspunt dat migranten hier zijn en blijven, en dat ze zich bijgevolg moeten aanpassen aan ons. De meesten blijven niét lang in België, en kennis van het Nederlands is voor velen hetzij een luxe die ze zich niet veroorloven, hetzij een zinloze onderneming.

Tenzij we dit nieuwe gelaat van diversiteit erkennen en leren begrijpen zijn we gedoemd om, zoals Merkel, Leterme en Wilders, inhoudsloze uitspraken te blijven doen. Wanneer we het erkennen en begrijpen zullen we zien dat migratie thans heel andere uitdagingen stelt dan vroeger, en dat we de oude recepten best eens heel kritisch bekijken.

Jan Blommaert is hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan de Universiteit van Tilburg, waar hij ook het Babylon-Centrum voor de Studie van de Multiculturele Samenleving en het Superdivers Consortium leidt.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s