Het DNA van een politiek mediaformat. Of: hoe men ons informeert over belangrijke thema’s

media_xll_8058066

Jan Blommaert 

(een tekst geschreven tijdens de verkiezingscampagne van 2010)

Vorm en inhoud

De doorsnee burger in dit land neemt enkel kennis van de politiek via de massamedia. Datgene wat die media tonen is de politiek voor die overgrote meerderheid van de bevolking. De politiek bestaat voor hen enkel op de manier waarop de media er vorm aan geven, en het zijn de media die de politieke thema’s, prioriteiten, evenementen en personen voor hen schetsen. Wat de massamedia tonen, en hoé ze dat tonen, wordt door vele duizenden gezien; wat ze niet tonen wordt slechts door een kleine minderheid gezien. Wat de massamedia belangrijk vinden wordt als zodanig aan vele duizenden opgegeven en wordt zo een thema van ‘publiek debat’; wat ze niet belangrijk vinden krijgt die ruimte niet en moet een veel langere weg afleggen vooraleer het een publiek thema wordt.

De massamedia bezetten immers de publieke ruimte en vullen die nagenoeg volledig. Kleinere nieuwe media zoals internetkranten, blogs, Facebook en Twitter hebben een invloed in de rand van de publieke ruimte, en hoewel men een steeds intenser interactie ziet tussen de massamedia en de nieuwe media (journalisten halen steeds meer nieuws uit blogs, Facebook pagina’s enzovoort), toch is de verhouding tussen massamedia en nieuwe media strak hiërarchisch. Het is nog altijd zo dat een thema pas ‘nieuws’ wordt van zodra het is opgepikt door de massamedia. En dat maakt dat de vorm waarin mediaberichten worden opgeleverd uiterst belangrijk wordt: indien de media een voorval als een ‘drama’ voorstellen, of als een ‘crisis’, dan belanden die voorvallen ook als drama’s en crises in de publieke ruimte, waar ze als zodanig worden besproken en verwerkt. Indien de media iets als ‘spannend’ of ‘grappig’ voorstellen, dan komt dit ook zo over bij duizenden mensen; als het ‘tragisch’ wordt gemaakt eveneens, want de vorm bepaalt de inhoud – de inhoud krijgt gestalte via de concrete vorm die eraan wordt gegeven. De massamedia scheppen zo wat we in het jargon een ‘iconiciteitsverwachting’ noemen: de suggestie dat hetgene wordt besproken samenvalt met de manier waarop het wordt besproken. Als iets ernstig wordt besproken gaat men ervan uit dat het een ernstig thema is, als het grappig wordt besproken is het grappig, als het kort wordt besproken is het niet belangrijk en als het veel tijd krijgt is het belangrijk, en zo voort. Dit is de macht van de massamedia: ze scheppen ideeën over hoe de realiteit eruit ziet aan de hand van de manieren waarop ze die realiteit weergeven.

Het is opvallend hoe weinig grondige aandacht die vorm krijgt. In politieke analyses kijkt men er graag over en richt men zich bij voorkeur op de zogeheten ‘inhoud’, ook al is die inhoud volledig verweven met de vorm waarin hij wordt gegoten, en dus op geen andere manier kenbaar dan in de vorm waarin hij wordt doorgegeven. De vorm van politieke programma’s ziet men louter als verpakking: een functioneel en oppervlakkig elelement dat lost staat, strikt genomen, van de inhoud. Af en toe duikt er eens een korte discussie op over de vorm, maar zonder dat die duscussie veel diepgang heeft of wordt gekoppeld aan meer fundamentele vragen. Zo had men het in de aanloop naar de Federale verkiezingen van 2010 kort over de 12 seconden, de gemiddelde tijd die politici volgens een onderzoek tijdens de vorige verkiezingen kregen vooraleer ze in de massamedia werden onderbroken. Over dat onderbreken was ook af en toe wat te doen in de media: mensen schreven lezersbrieven en blogs waarin ze hun ergernis uitdrukten over de nieuwe stijl van ‘hard interview’ op TV, een stijl die erin blijkt te bestaan mensen vooral niet te laten uitspreken, voortdurend in de rede te vallen, en van één onafgewerkt thema bliksemsnel naar een ander te leiden. Mensen ergeren zich inderdaad aan dit gebrek aan elementaire hoffelijkheid in de media, maar discussies daarover hadden geen enkel waarneembaar effect.

De vorm wordt verwaarloosd, en dat is een blinde vlek met ernstige gevolgen. Daardoor zien we immers niet hoe politiek concreet gestalte wordt gegeven in de massamedia, en we stellen ons daarbij geen vragen – we gaan ervan uit dat vorm secundair is en inhoud primair, terwijl er geen enkele manier is waarop men beide aspecten kan scheiden. Ik wil in wat volgt die vorm grondig analyseren en er een aantal conclusies aan vastknopen die naar mijn gevoel politiek-analytisch zijn. Ze boren naar het wezen van de huidige politiek, ze gaan dus helemaal niet enkel over die oppervlakkige schil, die verpakking. De vorm van politieke berichtgeving is immers geen verpakking. Het is het product zelf.

Het format: Oog in Oog 2010

De vormen die de massamedia geven aan een thematisch veld zoals politiek worden bepaald door media-professionals, en die vormen noemt men ‘formats’. Een format is een geheel van concrete vorm-richtlijnen, die gaan van de algemene architectuur van een programma (duur, grote blokken, thema’s) tot en met de details van de stijl van de presentatoren, de aankleding van de studio, de achtergondmuziek en zo meer. Niets wordt aan het toeval overgelaten, alles wordt in het grootste detail in een draaiboek vastgelegd, en dit draaiboek verdraagt geen improvisatie of creatieve invallen vanwege degenen die het vorm moeten geven. De dingen die in het draaiboek staan moéten worden uitgevoerd, zoniet draait het hele format (en dus de hele uitzending) grondig in de soep. Formats zijn geen spel, ze zijn bittere professionele ernst, en het zijn de formats die de iconiciteitsverwachtingen gestalte geven. Formats moeten helderheid, structuur en begrijpelijkheid brengen. Ze zijn altijd ‘intertextueel’, d.w.z. dat ze elementen opnemen en vermengen van andere formats. Zo worden bepaalde formats gekoppeld aan andere formats – informatieve formats aan entertainment-formats bijvoorbeeld. En op die manier, via die constante ontlening, zorgen formats voor de begrijpelijkheid die ze beogen: mensen begrijpen ‘informatie’ nu in termen van ‘entertainment’, ze vinden de kennis die wordt doorgegeven amusant, schokkend, tragisch en zo meer.

Ik bespreek in wat volgt één zo’n format. Oog in Oog 2010 was hét verkiezingsprogramma van de VRT in 2010. Vanzelfsprekend was Oog in Oog 2010 niet het enige VRT-programma waarin de verkiezingen aan bod kwamen, het was het enige nieuwe en specifieke verkiezings-gerelateerde programma. Naast Oog in Oog 2010 kon de VRT-kijker ook van de verkiezingscampagne genieten in TerZake, Phara en De Zevende Dag, en ook de VRT-radiokanalen waren gul met hun verkiezingsinformatie. Maar Oog in Oog 2010 was een programma dat exclusief rond de verkiezingen draaide. Het liep (zoals de website meldt) “in de eindspurt naar 13 juni”. Van maandag 7 juni tot vrijdag 11 juni kwamen telkens twee politici tegenover mekaar te staan; de apotheose op zaterdag 12 juni was een debat tussen de voorzitters van zeven Vlaamse partijen. De presentatoren waren Freek Braeckman en Goedele Devroy. Op de VRT-website werd het programma als volgt geschetst: “In elke aflevering krijgen twee toppolitici persoonlijke vragen voorgeschoteld van Freek, kritische vragen van Goedele, verrassende vragen van mekaar, maar vooral veel vragen van kijkers”. We zullen verder zien in hoeverre en hoe deze beschrijving concreet gestalte krijgt.

Zoals gezegd waren er vijf Oog in Oog 2010 uitzendingen waarin twee politici oog in oog met elkaar kwamen te staan: Alexander De Croo tegenover Yves Leterme (7 juni), Caroline Gennez tegenover Meryem Almaçi (8 juni), Filip Dewinter tegenover Vincent Van Quickenborne (9 juni), Bart De Wever tegenover Rik Torfs (10 juni) en Jean-Marie Dedecker tegenover Johan Van de Lanotte (11 juni). Die laatste uitzending bekijk ik zo meteen in detail, maar laat ons eerst even enkele algemene observaties formuleren. Er is immers al meteen iets merkwaardigs aan de hand met de selectie en verdeling van de “toppolitici”. We zien een uittredend Eerste Minister (Leterme) en minister (Van Quickenborne), een voormalig vice-premier (Van de Lanotte), vier partijvoorzitters (De Croo, Gennez, De Wever, Dedecker), en een Vlaams fractieleider (Dewinter). Laat ons deze mensen uit hoofde van hun prominente vroegere en/of huidige functies maar “toppolitici” noemen. De twee resterende deelnemers, Almaçi en Torfs, zijn ietwat moeilijker als “toppolitici” te beschrijven, de eerste aangezien zij voor het eerst een lijst trekt, de laatste omdat hij nog nooit een politiek mandaat heeft gehad.

Ook wat de verdeling van de deelnemers over de partijen betreft valt er iets op. Groen! (Almaçi), Vlaams Belang (Dewinter), LDD (Dedecker) en NVA (De Wever) krijgen elk één deelnemer; Open VLD (De Croo, Van Quickenborne), CD&V (Leterme, Torfs) en SP-A (Gennez, Van de Lanotte) krijgen er twee. Waarom?

Laat ons eerst en vooral even kijken naar wie er niét bij was, en daarvoor moeten we even een stapje achteruit zetten. De VRT had van bij aanvang van de verkiezingscampagne beslist om enkel de zeven partijen die nu al in het Federale parlement zetelen op te nemen in haar programma’s. Die beslissing was enerzijds pragmatisch – men heeft maar zoveel zendtijd ter beschikking – en anderzijds ook politiek-principieel. De VRT wilde mee ‘de versnippering in de politiek’ tegengaan, een thema dat geregeld terugkeerde in de campagne en dat we ook lager in de analyse nog zullen zien opduiken. Dat is natuurlijk een heel ingrijpende beslissing. Die informeel opgelegde media-kiesdrempel creëert namelijk een Mattheüs-effect, want degenen die al veel mediatijd hadden krijgen er meer, degenen die er weinig kregen krijgen nu nog minder. Die drempel zorgde er dus voor dat kleinere partijen geen enkel platform kregen.

Dat is met name merkwaardig in het geval van de PVDA+, die als achtste Vlaamse partij in elke kiesomschrijving lijsten indiende, en die dus evenwaardig zou moeten zijn aan de zeven ‘zetelende’ partijen indien men uitgaat van het feit dat verkiezingen een tabula rasa in het politieke veld zouden moeten betekenen en dat in een democratie alle concurrerende partijen evenwaardige kansen moeten krijgen in de campagne. Het behoort niet tot de opdracht van de VRT zich actief te bemoeien met de kwestie of het politieke veld al dan niet verder versnippert, dat is een beslissing die men best aan de liefst goed geïnformeerde kiezer overlaat. (Noteer dat de PVDA+ in deze verkiezingen haar stemmenaantal verdriedubbelde, en dit zonder de geringste media-exposure.) Het precedent is bovendien ook gevaarlijk. Het is niet ondenkbaar dat ‘gevestigde’ partijen op een bepaald moment onder de kiesdrempel duiken, en tot en met 13 juni was het zo dat Groen! of LDD in de peilingen met de kiesdrempel flirtten. Stel dat ze eronder waren gedonderd, dan zouden zij de volgende keer ook geen mediatijd krijgen. Stel (en dit is hoegenaamd niet onmogelijk) dat in de toekomst slechts drie partijen de kiesdrempel halen, zal de VRT dan enkel zendtijd geven aan en over die drie partijen?

De media scheppen zo een politieke realiteit: ze zorgen ervoor dat enkel ‘grote’ partijen als volwaardige en geloofwaardige partijen worden voorgesteld, de anderen niet. Enkel de heersende status-quo wordt geloofwaardig geacht, en hoe vernieuwers, nieuwe ideeën en alternatieve politieke projecten ooit kunnen doorbreken is een raadsel. Het is een door de media geschapen self-fulfilling hiërarchie in het politieke veld. En als bij wonder hoorden we dan ook een overweldigende consensus tijdens deze campagne, een nationalistische en liberale consensus respectievelijk over de staatshervorming en het anti-crisis beleid. De keuze voor de politiek status-quo leverde ons dus een vloedgolf aan status-quo ideeën, visies en personen op – waarmee de keuze van de kiezer meteen door de media vernauwd wordt tot die status-quo. Wie goed wil stemmen moet op de zetelende partijen stemmen.

Uit dit eerste punt leiden we af dat de VRT de huidige parlementaire realiteit als uitgangspunt heeft gebruikt voor het uittekenen van Oog in Oog 2010. Maar wacht even, als dat zo is dan duiken er vragen op inzake de verdeelsleutel voor de deelnemers. Vlaams Belang had in het Federale parlement meer zetels dan de SP-A; toch krijgt Vlaams Belang slechts één deelnemer in de debatten, en de SP-A twee. De geldende machtsverhoudingen waren dus kennelijk geen maatstaf voor het format. Wat dan wel? Waren de verhoudingen in opiniepeilingen dan de leidraad? Neen, want in dat geval zou ook de NVA twee deelnemers moeten gekregen hebben – en zouden LDD en Groen! misschien géén deelnemers hebben mogen leveren, want zij vochten zoals gezegd in de peilingen tegen de kiesdrempel. Wat was dan wél de maatstaf? De twee meest voor de hand liggende rationele criteria blijken niet te kloppen, dus misschien was het platte politiek – een afspiegeling van de krachtsverhoudingen binnen de Raad van Bestuur van de VRT bijvoorbeeld? Neen, ook dat kan niet, want ook dan hadden Vlaams Belang en SP-A evenveel plaatsen moeten krijgen. De selectie en samenstelling van de “toppolitici” is dus een mysterie, of om het minder eerbiedig te zeggen, impressionisme.

Dedecker versus Van de Lanotte

Op 11 juni stonden Ostend’s Finest Jean-Marie Dedecker en Johan Van de Lanotte tegenover mekaar in Oog in Oog 2010. Het programma duurt een uur, al is dat netto heel wat minder omwille van de generieken en de overgangen in het programma. Een goeie vijftig minuten werden gespendeerd aan de gesprekken, en laat ons die nu een van dichtbij bekijken.

We beginnen met de algemene architectuur van de uitzending, en we kunnen daarin twaalf eenheden onderscheiden.

1. Opening (generiek en inleiding)

2. Interview tussen Freek Braeckman en Dedecker in de fauteuil: er worden drie vragen gesteld, en er worden twee beeldfragmenten getoond. De duur van dit deel is ongeveer vier minuten.

3. Reacties op Dedecker van jonge kiezers. Dit is een bliksemsnelle collage van in totaal tien uitspraken gedaan door drie jonge mensen. Dit deel duurt ongeveer een halve minuut.

4. Vragen van kiezers aan Dedecker, rechtstaand. Vijf mensen komen aan bod, en ze stellen elk één vraag met enkele nevenvragen. Goedele Devroy modereert en regisseert. Dit deel duurt ongeveer negen minuten.

5. Interview tussen Goedele Devroy en Dedecker, rechtstaand. Er worden weer drie vragen gesteld, en dit deel duurt ongeveer vier minuten. Dit is het einde van het deel ‘Dedecker’, en nu duikt Van de Lanotte op.

6. Interview van Freek Brackman met Van de Lanotte in de fauteuil. Drie vragen, twee beeldfragmenten, totaal ongeveer vier minuten.

7. Reacties op Van de Lanotte van jonge kiezers. Alweer krijgen we tien gemonteerde uitspraken, ditkeer van vier jongeren, en dat in ongeveer een halve minuut.

8. Vragen van kiezers aan Van de Lanotte, rechtstaand. Freek Brackman modereert en regisseert. Vijf mensen stellen één vraag met opvolgvragen, in alweer ongeveer negen minuten.

9. Interview van Goedele Devroy met Van de Lanotte, rechtstaand. Drie vragen in vier minuten.

10. Nagesprek met twee van de kiezers die vragen hebben gesteld, één uit de groep Dedecker en één uit de groep Van de Lanotte. Het gesprek vindt plaats in de fauteuil, Freek Braeckman modereert. Elk krijgt één vraag, en dit blokje duurt iets minder dan één minuut.

11. Debat tussen Dedecker en Van de Lanotte, rechtstaand. Goedele Devroy modereert en regisseert. Elk stelt twee vragen met opvolgvragen, en Goedele besluit na ongeveer negen minuten.

12. Afkondiging en aankondiging van het programma van de volgende dag.

Zo. Eén ding is al duidelijk: het uurtje Oog in Oog 2010 wordt gevuld met een adembenemende reeks van verschillende activiteiten. Mensen zitten neer, staan recht, springen van het ene thema op het andere, worden met telkens andere mensen geconfronteerd – never a dull moment. Het programma vliegt als het ware aan de kijker voorbij. Is dit een voordeel of een nadeel? Om die vraag te beantwoorden moeten we enkele details bekijken.

Snelheid en versnippering.

De kern van het programma – zo stelt de VRT het zelf voor – zijn de gesprekken met de kiezers. Die gesprekken nemen in totaal zo’n 18 minuten in. Hoewel ze centraal staan in het programma zien we dus dat ze niet het gros van de tijd in beslag nemen. Ze worden immers omkaderd door de voor- en na-interviews, de reacties van de jonge kiezers, de nagesprekken met de vraagstellers en het directe debat tussen Dedecker en Van de Lanotte. Oog in Oog 2010 is dus meer dan een gesprek met de kiezers, het is een supersnelle aaneenschakeling van gesprekken met, tussen en over politici.

Om die snelheid te vatten moeten we even kijken naar het aantal thematische eenheden in het programma. Concreet, we moeten kijken naar het aantal vragen en naar de thema’s die in de clips en de reacties worden weergegeven. Ik overloop even.

-Elk van de politici krijgt drie vragen in het pre-interview

-Daarin komen ook telkens twee beeldfragmenten voor. Het eerste verwijst altijd naar het verleden, het tweede naar het heden, en telkens gaat het over de persoonlijkheid van de politicus.

-Dit wordt gevolgd door tien razendsnel gemonteerde uitspraken van jongeren, telkens over de look, het imago en de stijl van de politicus. Er komen in totaal vier jongeren aan bod.

-Daarna komen er vijf vragen per politicus, van telkens vijf kiezers.

-Gevolgd door een post-interview waarin opnieuw drie vragen gesteld worden.

-Er worden twee vragen gesteld aan de twee kiezers.

-En tenslotte worden er in het afsluitend debat twee keer twee vragen gesteld door de politici.

Ik tel in totaal 29 thematische units: 28 units die uit de vragen komen, en één unit (stijl, persoonlijkheid) die uit de beeldfragmenten en de reacties van jongeren komt. Die 29 thematische units worden door 18 verschillende mensen aangebracht, veertien mannen en vier vrouwen, en dit alles in zowat 53 minuten uitzending.

Sta even stil bij deze getallen. In minder dan een uur komen 18 stemmen aan bod over 29 verschillende thema’s. Dat betekent dat elke thematische eenheid minder dan twee minuten aandacht krijgt, en dat de gemiddelde spreektijd van de stemmen zowat drie minuten is. Dat laatste is vanzelfsprekend een foute weergave en we zullen die straks corrigeren, want de presentatoren en politici krijgen vanzelfsprekend veel meer spreektijd dan bijvoorbeeld de jonge kiezers die twintig uitspraken produceren in zowat één minuut – drie seconden per uitspraak. Maar de gemiddelden zijn zoals gezegd adembenemend. Er wordt een enorme reeks politieke thema’s afgehaspeld, a rato van minder dan twee minuten per thema. Ja mensen, Oog in Oog 2010 was een programma waar vaart in zat.

Maar zat er inhoud in? Wanneer politieke thema’s minder dan twee minuten toegewezen krijgen kan men moeilijk enige diepgang verwachten. Politici stonden in Oog in Oog 2010 derhalve maar bloot aan één soort druk: tijdsdruk. Inhoudelijke druk was volstrekt afwezig. Ze moesten niets grondig en tot in de details uitleggen, ze moesten het vooral kort houden. Dit blijkt uit het feit dat naast de 28 vragen in de gesprekken er ook nog eens 19 ‘regie-aanwijzingen’ worden gegeven door de moderatoren. Die regie-aanwijzingen zijn uitspraken zoals “heel kort nog”, “snel nog”, “we gaan niet te lang uitweiden”, en ze situeren zich in de debatten tussen de politici en de kiezers, en in het slotdebat tussen beide politici. In totaal nemen deze blokken zowat de helft van het programma in (ca 27 minuten), en dat betekent dat de presentatoren gemiddeld om de anderhalve minuut tussenbeide kwamen met een aansporing om het kort te houden. Korte inhouden dus, en laat ons deze even van naderbij bekijken.

De inhoud

Zoals aangekondigd op de website krijgen de politici “persoonlijke” vragen van Freek in het voorgesprek en “kritische” vragen van Goedele in het nagesprek. Van elkaar krijgen ze “verrassende” vragen, en de vragen van de kiezers worden niet nader omschreven. Hoe zat het nu met die verdeling van inhoud?

Het voorgesprek met Dedecker

Freek en Dedecker zitten gezellig naast mekaar in de fauteuil. Freek opent met de vraag of Dedecker niet “vermoeid” is. Die vermoeidheid is overigens een vast thema bij Dedecker, want ook het nagesprek met de kiezer die Dedecker aan de tand voelde komt snel op dit thema. Dedecker antwoordt met de uitspraak dat hij niet snel moe is, en dit leidt dan tot een clip uit het verleden. We zien Dedecker samen met zijn ster-judoka’s bezig aan de beklimming van de Mont Blanc. Vermoeidheid sluipt weer het gesprek binnen, want Dedecker moest toegeven dat hij de top van de berg niet had bereikt omwille van hoogteziekte. De clip uit het verleden is een ‘trage’ clip; we zullen zien dat de clip uit het heden een ‘snelle’ clip is: een flitsende collage van uitspraken uit recente debatprogramma’s. Dan komt de tweede vraag, en die gaat over sport en democratie (alweer een constante bij Dedecker, zie lager). Freek opent met de stelling dat sport en democratie niet goed samengaan, en dit leidt tot een gesprek over hoe en waarom Dedecker in de politiek beland is. Dan komt een derde vraag: volgens Freek heeft Dedecker een fenomenaal geheugen. We krijgen een tweede beeldfragment, waarin we Dedecker voortdurend cijfers en percentages horen vermelden. Dedecker monkelt en vertelt dat hij in een ver verleden nog bankbediende is geweest, vandaar zijn fenomenaal cijfergeheugen.

De reacties van de jongeren

Tien bliksemsnelle uitspraken van drie jonge mensen (één man en twee vrouwen), allemaal over de stijl, het voorkomen en het uiterlijk van Dedecker.

 De vragen van de kiezers

Dedecker wodt geconfronteerd met vijf mannen, allemaal van middelbare leeftijd. De vraag-en-antwoord sequensen nemen tussen de één minuut en de 2.15 minuten in.

-Vraag 1 gaat over het feit dat België onbestuurbaar is geworden en of daardoor de kiesdrempel niet zou moeten opgetrokken worden tot tien procent. De vraagsteller heeft het over “overdemocratie”.

-Vraag 2 gaat over de afschaffing van het brugpensioen. Een ex-werknemer van Ford Genk ondervraagt Dedecker over het verlengen van de loopbaan, en of iets dergelijks ook voor parlementsleden moet ingevoerd worden.

-Vraag 3 gaat over de aanpak van de jeugdcriminaliteit. Dedecker wordt ondervraagd over zijn voorkeur voor ‘boot camps’ waarin jongeren ‘heropgevoed’ worden. Freek neemt over en vraagt naar het verschil tussen dergelijke boot camps en gesloten jeugdinstellingen.

-Vraag 4 gaat over de dubbelmandaten, en haalt Ulla Werbrouck als voorbeeld aan. Na twee minuten meldt Freek “ik ga het hier afbreken”, en we gaan over naar vraag vijf.

-Vraag 5 is de langste, want de vraagsteller neemt ongeveer een volle minuut voor de formulering van zijn vraag. De vraag is een soort spelletje, en de man meldt dat Dedecker “punten kan halen” voor een goed antwoord. Dedecker moet zeggen wie hij “de beste coach voor het land” vindt. Hier is de band tussen sport en politiek weer. De man legt regeltjes op: Dedecker moet zeggen wie dit zou zijn, en waarom, en hij mag niemand van zijn eigen partij vermelden. Dedecker doet dit vanzelfsprekend wel (“ikzelf”), en wordt daarop door Freek onder druk gezet – Freek benadrukt de afgesproken regels en suggereert De Wever als beste coach. De vraagsteller sluit af met “ik ga Uw score niet zeggen”.

Nagesprek met Dedecker

Goedeles eerste vraag is “wat is Uw relevantie?”, en verwijst naar het dissidente gedrag van Boudewijn Bouckaert in LDD. Vervolgens komt de vlaktaks aan bod – een sociaal-economisch voorstel van LDD. Goedele vraagt of dit niet onbetaalbaar en asociaal is. En tenslotte vraagt ze of Dedecker iets positiefs kan zeggen over Van de Lanotte. Mooi brugje, want hier komt…

Voorgesprek met Van de Lanotte

Freeks eerste vraag is: “wat is Uw houdbaarheidsdatum?”, want Van de Lanotte heeft er al een lange carrière op zitten. Dit wordt duidelijk in de eerste clip, waarin we een langharige en besnorde Van de Lanotte zien als dertiger. Dit is weer een ‘trage’ clip. Algemeen jolijt in de studio uiteraard. De tweede vraag is of de oppositie Van de Lanotte deugd heeft gedaan. Van de Lanotte bevestigt dat en meldt dat hij vanuit de oppositie terug meer belangstelling heeft gekregen voor armoede. De laatste vraag gaat dan over het luistergedrag van Van de Lanotte, en ze wordt geïllustreerd met een tweede clip, een supersnelle collage waarin we Van de Lanotte andere sprekers in de rede zien vallen.

Reacties van de jongeren

Vier mensen (twee vrouwen en twee mannen, waarvan één allochtoon) spuien hun indrukken over de stijl en het uiterlijk van Van de Lanotte in ongeveer 30 seconden. Jonge mensen hebben kennelijk enkel oog voor dat soort oppervlakkigheden in de politiek.

De vragen van de kiezers

Er komen alweer vijf mensen aan bod, waaronder één vrouw. De vragen nemen alweer tussen de een en drie minuten in beslag.

-Vraag 1. Een oudere man vraagt of men in de huidige toestand niet zou moeten kiezen voor een regering van technocraten. Freek volgt dit op met het voorbeeld van de econoom Geert Noels.

-Vraag 2 gaat over armoede. Een man van middelbare leeftijd vraagt Van de Lanotte of het leefloon wel voldoende hoog is, en verwijst naar het Internationale Jaar van de Armoede. Freek waarschuwt dat Van de Lanottes voorstel in dit verband wel geld zal kosten. Deze vraag neemt in totaal drie minuten in.

-Vraag 3 wordt gesteld door de enige vrouw in de selectie van kiezers. Ze stelt zich vragen bij het aantal parlementsleden in dit land en legt door middel van opvolgvragen Van de Lanotte het vuur aan de schenen. Na ongeveer anderhalve minuut vraagt Freek of hij mag samenvatten, en we gaan over naar de volgende kiezer.

-Vraag 4: een oudere man vraagt zich af hoe het komt dat politici die eerder duidelijk hebben gefaald in hun opdracht niettemin terug hoog op de lijsten staan. Na zowat één minuut is dit thema afgerond.

-Vraag 5 gaat terug over pensioenen. Een gepensionneerde man meldt dat hij meer dan het vereiste aantal dienstjaren heeft, en vraagt of hij daarvoor geen bonus kan krijgen in het pensioen. Na ca twee minuten sluit Freek af met de aankondiging dat dit thema nog aan bod komt in het afsluitende debat.

Nagesprek met Van de Lanotte

Goedele opent met een frontale vraag: Frank Vandenbroucke blijkt populairder dan Van de Lanotte. Om de vijftien seconden port ze Van de Lanotte aan over dit thema: “wordt hij opnieuw opzijgeschoven” na deze verkiezingen? Of “komt hij weer voorgoed in de gratie?”. De tweede vraag gaat over belastingen: socialisten hebben een ‘parfum van belastingen’. Gedurende twee minuten gaat Goedele daarop in met Van de Lanotte, en ze begaat daarbij een inhoudelijke blunder. Ze stelt dat de onroerende voorheffing een Vlaamse bevoegdheid is, terwijl het duidelijk een federale bevoegdheid is. Zoals gezegd, politici staan hier niet onder inhoudelijke druk. De derde vraag gaat dan over achterkamertjespolitiek. Goedele vraagt of er al een linkse regering in de maak is, of er al afspraakjes gemaakt zijn voor na de verkiezingen, en of Dedecker nog een plaats heeft in dit plaatje. Ze geeft alweer om de 15 seconden een vrij agressieve opvolgvraag. In 1.45 minuten is dit klusje afgewerkt.

Nagesprek met de kiezers

In zowat 45 seconden interviewt Freek de vrouw die Van de Lanotte ondervroeg over het teveel aan parlementsleden en de man die Dedecker ondervroeg over de kiesdrempel en de ‘overdemocratie’. De vrouw wordt gevraagd naar haar indruk, de man of hij tevreden was met het antwoord en of Dedecker geen vermoeide indruk maakte (een herhaling van de openingsvraag in het voorgesprek).

Debat tussen Dedecker en Van de Lanotte

De twee politici staan recht tegenover mekaar, en Goedele staat ertussen.

-Dedecker opent met de stelling dat de “snel-Belg wet een nefast effect heeft gehad op de sociale zekerheid”. Na 15 seconden port Goedele hem al aan: “en wat is Uw vraag?” Het debat gaat snel over hoeveel geregulariseerde asielzoekers er eigenlijk werk hebben – het gaat dus over “de juiste cijfers”, en het wordt snel een bekvecht-partij.

-Dedecker vervolgt met een vraag over het Zilverfonds en de pensioenen, en verwijt Van de Lanotte vele jaren wanbeleid. Na 15 seconden begint er een muziekje te lopen: dit is aftellen naar het einde. Alweer wordt het een bekvecht-partij, en 45 seconden later klinkt een luide ‘bam’ – de tijd is om. Het geheel heeft zowat vier minuten in beslag genomen.

-Van de Lanotte valt de plannen van Dedecker inzake ziekteverzekering aan, en wijst op de gevaren van privatisering in die sector. Het patroon blijft ongewijzigd: Goedele is actief als regisseur, en de twee politici bekvechten maar.

-Vervolgens kaatst Van de Lanotte het thema van de pensioenen terug naar Dedecker en valt diens plannen aan. Dedecker antwoordt, maar wordt snel door Goedele aangespoord om het kort te houden, want het muziekje is intussen gestart. Van de Lanotte zegt dat hij geen antwoord heeft gehoord, en dan klinkt de ‘bam!’

-Goedele vat samen in één zin: “Ik stel vast, U houdt allebei van cijfers”.

‘De politiek’ volgens Oog in Oog 2010

Goed, dat zijn de inhouden die in dit programma besproken werden. Noteer dat grote thema’s zoals pensioenen in brokjes van maximum anderhalve minuut worden verkapt. Eén vraag – één argument, dat is zowat het formaat.

We kunnen die inhouden opdelen in vier grote thematische delen. Hier zijn ze, in volgorde van belang in deze uitzending.

Persoonlijkheid en stijl van de politici

In totaal 14 units vallen binnen dit geheel, en dat is nagenoeg de helft van alle thematische eenheden. De reacties van jongeren, het nagesprek met de kiezers en de beeldfragmenten uit het voorgesprek zijn er helemaal aan gewijd. De voorgesprekken  gaan als formaat-binnen-formaat trouwens helemaal over dit punt. Maar Dedecker krijgt ook een kiezersvraag hierover – de vraag over de beste coach voor dit land – en allebei de politici moeten antwoorden op vragen over andere personen. Dedecker moet iets liefs zeggen over Van de Lanotte, en die laatste krijgt het lot van Vandenbroucke om de oren geslagen. Opmerkelijk is dit: de presentatoren halen dit thema in totaal elf keer aan. Het thema wordt derhalve hoofdzakelijk door hén binnengebracht, en niet door de kiezers.

Sociaal-economische thema’s

Negen keer gaat het in dit programma over sociaal-economische thema’s (zowat één op drie thematische eenheden), en het thema van de pensioenen komt op zich vier keer voor. Opvallend is dat het hele debat tussen de twee kopstukken over zulke thema’s gaat. Voor hen gaat de inzet van de verkiezingen hierover, en zijn de verschillen tussen beider partijen voornamelijk sociaal-economisch.

De vorm van de democratie

Zes keer gaat het over thema’s die over de structuur en de werking van ons politiek systeem gaan (zowat één op vijf thematische units), en de helft van de kiezersvragen gaat hierover. Men spreekt over dubbelmandaten, de kiesdrempel, het teveel aan parlementsleden, technocraten in de politiek en zo meer. Maar ook Goedele doet met haar vraag naar de achterkamertjespolitiek een duit in het zakje. Noteer hier het verschil met het thema van persoonlijkheid en stijl. Terwijl deze vragen over individuele politici vooral door de presentatoren werden aangebracht, worden vragen over de werking van het politieke systeem vooral door kiezers aangebracht.

Justitie

Eén schamele vraag gaat over dit nochtans controvesiële thema: een kiezer stelt Dedecker de vraag naar het belang van ‘boot camps’.

Wat is ‘de politiek’ nu in dit programma? Ik herhaal wat ik boven zei: de doorsnee burger ervaart de politiek uitsluitend via media-formats zoals Oog in Oog 2010, en de vorm die daar aan ‘de politiek’ wordt gegeven is meteen ook ‘de’ politiek voor heel wat mensen.

Welnu, als we dit zo beschouwen dan merken we dat ‘de politiek’ hoofdzakelijk wordt geconstrueerd in termen van persoonlijkheid en stijl van individuele politici, en dat dit zeer zeker de constructie is die door het programma zelf wordt gemaakt, want Freek en Goedele halen het thema in totaal elf keer op – meer dan eender welk ander thema in deze uitzending. De kiezers daarentegen halen vooral de werking van het politieke systeem naar voor als kernthema, en de politici zelf concentreren zich op sociaal-economische thema’s. In de onderlinge  verhouding tussen thema’s zien we duidelijke voorkeuren. Persoonlijkheid en stijl staan vooraan, puur ‘inhoudelijke’ thema’s zoals pensioenen en armoede komen op de tweede plaats, en de werking der instellingen op de derde, zij het dat dit laatste thema de kiezersvragen domineert. Ziedaar ‘de politiek’ zoals die door Oog in Oog 2010 thematisch wordt opgebouwd en wordt meegegeven aan de kijkers.

Kort samengevat…

Laat ons nu de verschillende elementen samenbrengen in een synthese. Wat hebben we nu gezien?

1. Oog in Oog 2010 brengt ‘toppolitici’ in stelling, maar ze doen dat vanuit een methodiek die in de feiten een media-kiesdrempel introduceert en dus actief en effectief een boodschap van politieke legitimiteit en eerbiedwaardigheid inhoudt: enkel de ‘zetelende’ partijen zijn deel van ‘de politiek’ zoals die door VRT wordt geconstrueerd.

2. In dit programma wordt ‘politiek’ bovendien voorgesteld als een ultra-snelle reeks gesprekken over geïsoleerde thema’s. Ter illustratie van dit isolement waarin thema’s worden aangereikt en besproken kijken we even naar de structuur van het nagesprek. Goedele houdt Dedecker achtereenvolgens deze thema’s voor: de politieke relevantie van LDD (persoonlijkheid en stijl), de vlaktaks (sociaal-economisch), en Van de Lanotte (persoonlijkheid en stijl). Voor Van de Lanotte heeft ze in petto: het lot van Vandenbroucke (persoonlijkheid en stijl), extra belastingen (sociaal-economisch) en de achterkamertjespolitiek (werking van het systeem). Wie nog eens naar de sequens van kijkersvragen terugblikt zal hetzelfde merken: thema’s worden in stukjes gehakt en in uiterst korte brokjes besproken. Thema’s zijn nooit groot en complex, ze kunnen uit mekaar gerafeld worden in kort bespreekbare stukjes. Ook dit is een ‘iconisch’ beeld van ‘de politiek’: politiek, dat zijn korte statements, individuele argumenten die niet aaneengesloten worden tot grote analyses en beschouwingen. Kort, duidelijk en liefst ook zwart-wit, dat is het formaat.

3. Tenslotte worden de thema’s gedomineerd door uiterlijkheden en komt inhoud pas op de tweede plaats. Ziehier het bewijs van wat ik eerder stelde: de vorm domineert de inhoud. De massamedia zelf concentreren zich geweldig op hoe politici overkomen, zich een imago aanmeten, een stijl hebben of ontbreken – en dat alles geschiedt uiteraard in de media. Wanneer journalisten politici ondervragen over persoonlijkheid en stijl dan ondervragen ze hen eigenlijk over de media zelf, over hoe de media hen een gestalte geeft. Door dergelijke vragen en constructies laten de media met andere woorden hun eigen macht en impact zien, want zij zijn degenen die de doorslag geven in de constructies van zo’n pesoonlijkheden en stijlen.

4. Daarnaast ziet men nog enkele randfenomenen. Politiek is iets dat vele stemmen aan bod moet laten – 18 stemmen per uur in dit voorbeeld – en dat is het bekende ‘vox populisme’ dat ik destijds in Ik Stel Vast  beschreef. En we zien ook dat jonge mensen worden voorgesteld als oppervlakkige waarnemers, enkel begaan met hoe politici eruit zien en zich voordoen in de media. De jonge kiezer wordt voorgesteld als de politieke consument bij uitstek: geïnteresseerd in merknamen, imago’s, cool, en zo meer.

We kunnen over deze bevindingen nu oeverloos moraliseren; ik ga dat niet doen, ik laat de bevindingen en hun conclusies over aan de lezer. Wat ik wel wil meegeven is het volgende. De massamedia zijn dringend toe aan een uiterst kritisch zelfonderzoek, want indien persoonlijkheid en stijl de voornaamste eigenschappen zijn van hoe massamedia de politiek construeren, dan mag men niet verbaasd of geschandaliseerd zijn wanneer politici nauwelijks nog inhoud hebben. Wanneer een prominente journaliste zoals Goedele Devroy zich compleet vergist over de onroerende voorheffing, dan is het duidelijk dat journalisten geen kaas hebben gegeten van inhoud en dat de politici dan ook een makkelijke klus krijgen. Het volstaat dat ze weerstaan aan de tijdsdruk die de journalist oplegt om ‘goed over te komen’; naar samenhangende en voldragen argumentaties en analyses wordt immers gewoonweg niet gepeild, er is in deze formats simpelweg geen tijd voor.

Ten tweede, men moet in die kritische bevraging niet doen alsof de formats bijkomstigheden zijn – ze zijn van fundamenteel belang. Oog in Oog 2010 was opgevat als de inhoudelijke aanloop naar het voorzittersdebat van 12 juni. In zo’n debat is nauwelijks ruimte voor inhoudelijke ontwikkeling, dus was het dit programma dat de kijkers moest informeren. Welnu, trek op basis van deze analyse even Uw conclusies inzake die ‘informatie’, en stel tevens de vraag of de openbare omroep hierbij zijn opdracht vervult. Ja, het programma snelde vooruit als een trein; nee, het was niet saai; ja, er werden heel wat thema’s besproken; en ja, het was ook een esthetisch verzorgd programma. Maar nee, geen enkel thema, hoe belangrijk ook, kreeg meer dan enkele minuten aaneengesloten spreektijd. En ja, het beeld van politiek dat zo geschapen wordt kan moeilijk doorgaan voor degelijke informatie, welke definitie die men van dit laatste begrip ook hanteert. Het is een entertainment format – de ‘talkshow’ – dat toevallig over politiek gaat en waarin politici de hoofdrol spelen.

De massamedia moeten ophouden te proclameren dat ze hun job goed doen, en enquêtes bij luisteraars en kijkers die stellen dat zij tevreden zijn over de omroep zou men dus best niet te veel au sérieux nemen. Oog in Oog 2010 stelt politiek voor als een show. We krijgen dan ook showbeesten als politieke leiders.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s