de woordenbrij rond de crisis

Woorden zijn wapens, dat weten we. Het zijn flexibele wapens die zowel in een frontale aanval kunnen ingezet worden als in een sluipende guerrilla-oorlog vol misleiding en list. Het virtuoze gebruik van woorden geeft machtseffecten, wanneer mensen gaan geloven wat gezegd wordt, wanneer ze de uitspraken normaal vinden en een goeie weergave van de werkelijkheid-zoals-ze-is, wanneer een ‘mening’ een ‘feit’ wordt. Ik beklemtoon dit: goed gebruikte woorden maken weinig ophef, ze verhitten de gemoederen niet en zorgen niet voor razernij. Ze zorgen voor een simpele hoofdknik en goedkeurend gebrom: juist, ja, zo zit dat ineen, en dat wist ik al. ‘We moeten nu eenmaal de noodzakelijke maatregelen nemen, we hebben geen keuze’ – dat soort uitspraken.

Sinds het uitbreken van de ‘financiële crisis’ in 2008 beleven we een hoogtepunt van effectieve communicatie. We hebben een heel vertoogcomplex zien ontstaan, en dat vertoogcomplex is in geen tijd volslagen normaal geworden. Er is met woorden een geheel nieuwe wereld geschapen. Experts bewegen zich erin, journalisten en ook de man en vrouw in de straat. De logica die deze nieuwe wereld aandrijft is dwingend, zo dwingend dat wie ze niet volgt meteen als radicaal, of erger nog als gek, dom of misdadig overkomt. Laat me deze logica even schetsen.

De als onbetwistbaar voorgestelde kern van deze logica is de autonomie van de economie. Sinds 2008 is de economie uit de rest van de samenleving verwijderd, en ze vormt nu een apart zonnestelsel dat geheel eigen wetten heeft, lichtjaren af van de wereld van de democratie en de samenleving. Meer nog, de economie mag enkel haar eigen wetten gehoorzamen, want deze wetten worden voorgesteld als natuurwetten die geen gelaat hebben. We krijgen van opiniemakers uitsluitend abstracte begrippen te horen wanneer het gaat over evoluties en voorvallen in de economie. Men spreekt over ‘de financiële markten’, ‘de beurzen’, ‘de dynamiek op de markt’, ‘de koersen’, ‘de ratings’, ‘de banken’, ‘de grote beleggers’.  De concrete mensen en instellingen die achter deze begrippen schuil gaan worden haast nooit met naam genoemd, en de complexe netwerken van belangen die elk van deze begrippen inhouden nog minder. Het gevolg is dat we nu denken over de economie als een autonoom bewegende machine waarop concrete mensen geen invloed hebben: de economie is naamloos geworden, daardoor stuurloos, en daardoor niet te sturen.

Nochtans worden aan deze abstracte begrippen menselijke eigenschappen toegeschreven. De economie is immers irrationeel. De markten zijn ‘onrustig’ of ‘nerveus’ en hebben ‘geen vertrouwen’; ze moeten dan ook ‘gekalmeerd’ en ‘gerustgesteld’ worden met maatregelen die ‘het vertrouwen herstellen’ en ‘de rust doen terugkeren’. Dat is iets anders, uiteraard, dan zeggen dat Warren Buffett en Roman Abramovich moeten gekalmeerd worden, of het Centraal Bureau van de Chinese Communistische Partij, of een club van Indische miljardairs.

Dit leidt tot merkwaardige kronkels. Overheden zoals de EU proberen immers met rationele middelen iets aan te pakken wat door diezelfde overheden als fundamenteel irrationeel wordt gezien. En daarmee belanden we bij een tweede punt.

De economie beantwoordt niet meer aan de wetten van de samenleving, en dus krijgen we twee afzonderlijke eenheden: de economie en haar markten enerzijds, de samenleving en haar overheden anderzijds. En tussen beide heerst een duidelijke relatie: de economie domineert en de overheden moeten de economie volgen. Vrijwel niemand stelt dit gegeven in vraag. Meer nog, we horen steeds meer opiniemakers suggereren dat het tijdperk van de parlementaire democratie afloopt en dat de soevereiniteit van bijvoorbeeld de EU lidstaten moet wijken voor de wetten van de economie. Want, kijk, die economie opereert veel en veel sneller dan parlementaire commissies en kabinetsraden. En, kijk, die economie laat zich weinig gelegen aan de grenzen van staten of aan de wetgeving ervan.

Daarom moeten de hele samenleving zich aanpassen aan de economie, moeten die samenlevingen bereid zijn een groot stuk democratie af te staan, hun verkozen leiders ondergeschikt maken aan de niet-verkozen leiders van ‘de markten’, en zo meer. Regeringen springen op wanneer private ratingbureaus – men mag ze ook bookmakers noemen – wijzigingen in de ratings van hun landen aankondigen. De EU zet, onder luid gejuich van diverse staatshoofden, soevereine landen zoals Griekenland onder curatele van een niet-verkozen trojka bestaande uit de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF. Deze trojka aarzelt niet om maatregelen op te leggen aan de verkozen regeringen. En de Euro-lidstaten moeten een Europees pact in hun grondwetten opnemen dat een zeer specifieke economische theorie vertolkt: die van de neoliberale budgettaire orthodoxie. Elke andere economische theorie – denk aan Keynes – wordt zo plots ongrondwettelijk, en de grondrechten van de Europese burger worden nu bepaald door een zeer specifieke en gecontesteerde visie op de relatie tussen samenleving en economie die de afhankelijkheid van regeringen tegenover de markten bestendigt. Zeer merkwaardig.

We zijn dit alles de afgelopen jaren volkomen normaal beginnen vinden. We aanvaarden dat de economie geen democratische inspraak meer verdraagt, en dat onze levens en onze welvaart volkomen ondergeschikt worden aan de welvaart van bedrijven en hun financiers. We zijn de idee kwijt gespeeld dat er zoiets is als het algemeen belang dat door alle actoren gediend moet worden en waarin dus ook de economie een dienende rol speelt. We zijn ook vergeten dat een democratie een bestuursvorm is waarin alles wat de samenleving aanbelangt ook inspraak van die samenleving vereist – dus ook de economie en haar markten. En we zijn gaan geloven dat er buiten onze echte wereld een magische en ongrijpbare wereld bestaat, de economie, die we nooit zullen doorgronden en voor wiens onvoorspelbare kracht we enkel kunnen buigen.

Niets van dat alles is vanzelfsprekend en al deze elementen zouden het voorwerp moeten zijn van grote en heftige debatten over de fundamenten van ons bestel, van referenda en verkiezingen. Het feit dat ze dit niet zijn is de grootste overwinning van degenen die deze crisis van nuttige woorden en uitdrukkingen hebben voorzien. De crisis zelf kunnen ze vooralsnog niet oplossen, maar een belangrijk obstakel is opgeruimd: het volk kijkt netjes de andere richting uit.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s