De tijdbom onder het asielbeleid (2010)

In 2001 gaf ik met een aantal collega’s een lijvig boek uit, getiteld “Het Belgische asielbeleid: kritische perspectieven”. In het boek bespraken we de juridische, etische en culturele aspecten van het probleem, en één van onze conclusies was dat als het op asielzoekers aankomt, de overheid de ene na de andere overtreding van grondrechten, beginselen van de rechtstaat en principes van behoorlijk bestuur aan zijn laars lapt. De niet aflatende verstrenging en versnelling van de asielprocedures bleken tien jaar terug een tijdbom onder onze rechtstaat te zijn.

We zijn nu zowat tien jaar verder. Er is op dit ogenblik alweer een asielcrisis aan de gang. Duizenden mensen slapen op straat, werknemers van de asiel- en immigratiediensten zijn in staking gegaan, politieke verantwoordelijkheden worden van links naar rechts doorgeschoven, en België kampt (net als andere landen) weer met een enorme en niet aflatende vloed aan nieuwe instromers. Vorige week werd op Malta een Europees agentschap voor asiel opgericht, en kort daarvoor bezochten Belgische ministers in hun hoedanigheid van Europees Voorzitter het Oosten van Griekenland, waar de dijkbreuk compleet lijkt te zijn. Over heel Europa zingen de overheden dan ook in koor dat asielprocedures verscherpt, verstrengd, vereenvoudigd en versneld moeten worden. Ziedaar het eeuwige wiel van dood en wedergeboorte inzake asiel.

Tien jaar geleden hadden we in ons boek fundamentele kritiek op de uitgangspunten van het asielbeleid. Die uitgangspunten zijn snel en eenvoudig samen te vatten: (1) asielzoekers zijn een probleem; (2) want ze zijn met teveel; (3) en de meerderheid onder hen kan geen aanspraak maken op asiel; (4) daardoor genereren ze hoge kosten, juridische kosten zowel als opvangkosten en dergelijke; (5) en misbruikt de meerderheid onder hen de procedure en de beschikbare rechtsmiddelen; (6) en dat moet hard aangepakt worden.

Het is vanuit die logica dat onze bevoegde Staatssecretaris enkele weken terug met de idee op de proppen kwam om asielzoekers wiens aanvraag in beroep is afgewezen meteen ook een boete op te leggen wegens misbruik van rechtsmiddelen. Dat zo’n idee een aanslag is op het meest elementaire beginsel van een rechtstaat, dat eenieder gelijke en onbelemmerde toegang heeft tot alle rechtsmiddelen, was onze bestuurder ontgaan. En dat misbruik van rechtsmiddelen dan misschien ook eens onderzocht (en desgevallend bestraft) kon worden bij grote fraudezaken – Beaulieu komt spontaan bij me op – waar een bataljon advocaten via esoterische procedurekwesties de verjaartermijn haalt en daar vet voor vergoed wordt, nee, daar was helemaal geen sprake van. Voor asielzoekers geldt blijkbaar een a priori dat ze eigenlijk geen recht hebben op juridische behandeling, dat ze schuldig zijn aan leugen en bedrog van zodra ze asiel aanvragen en zolang het tegendeel niet bewezen is. Voor fraudeurs gelden enkel de ijzeren regels van de rechtstaat en geldt het uitgangspunt dat men onschuldig is tot de schuld bewezen is. Met de verklaringen van asielzoekers wordt op de meest lapidaire manier omgegaan – er zijn inmiddels boeken geschreven met grondige analyses van dergelijke structurele wantoestanden – terwijl een rechter zich met grote ernst moet buigen over de al dan niet procedurele correctheid van inbeslagnames bij de Operatie Kelk.

We zijn fier op onze rechtsorde en we voelen er ons veilig bij. Zaken zoals procedurele correctheid zijn van immens belang als controlemiddel tegen willekeur en machtsmisbruik; beroepsprocedures behoeden ons tegen het gevaar van vergissingen, onzorgvuldigheden en onrechtvaardigheden op het eerste rechtsniveau; het uitgangspunt van onschuld tot de schuld bewezen is dwingt de aanklager tot bewijsvoering, niet de beschuldigde. We zouden moord en brand schreeuwen wanneer deze elementaire rechtsbeginselen zouden worden aangetast, teruggeschroefd of afgeschaft – en terecht. De rechtsorde waarin we leven is één van de meest waardevolle elementen van een samenleving zoals de onze. Asiel bestaat nu net als een opvangsysteem voor mensen die vluchten uit landen waarin een dergelijke rechtsorde niet geldt.

Het is omdat we fier zijn op die rechtsorde en er de waarde van begrijpen dat we ons met hand en tand moeten verzetten tegen de uitgangspunten van het asielbeleid. Ons rechtsstelsel is inclusief en absoluut: elke ingezetene van dit land heeft er dezelfde rechten en plichten in, en geen enkele groep kan die rechten verminderd zien of de plichten vermeerderd: het gelijkheidsbeginsel staat zwart op wit in de grondwet, en het is dat gelijkheidsbeginsel dat ons de vrijheden geeft die we zo belangrijk vinden. Men kan dat beginsel niet heel even, en voor één beperkte groep opheffen. Indien men dan doet, dan heft men het hele systeem van gelijkheid op, want één groep mensen is nu niet gelijk aan de anderen.

De oprichting van het Europese agentschap moet zeer nauwlettend in de gaten gehouden worden. De EU is al langer dan vandaag nogal creatief in z’n interpretatie van basisrechten en vrijheden, dat weten we. Zeker in de context van het veiligheidsbeleid en het antiterreurbeleid neemt men het niet nauw met de grondwettelijke en wettelijke beperkingen die de lidstaten kennen. Europa werkt via een ‘stapje-voor-stapje’ tactiek, waarin één kleine maatregel gevolgd wordt door nog één, en als die onopgemerkt gepasseerd zijn komt er nog een reeksje maatregelen, en nog één, tot wanneer het hele systeem veranderd is. Kleinigheden zoals wettelijke en grondwettelijke beperkingen zijn daarbij collateral damage. Ik hou mijn hart vast voor wat dit EU asiel-agentschap als koers zal varen, en ik heb er zo’n voorgevoel over wanneer ik onze ministers bezig hoor, en de Nederlandse, en de Griekse, en de Italiaanse, en … allemaal eigenlijk. Het eerder gegeven lijstje – verscherping, verstrenging, versnelling, vereenvoudiging, enzovoort – komt nu onder de altijd feilloos werkende paraplu van Europa op ons af.

De uitholling van de basisvrijheden en van de basis-rechtsbeginselen is voor mij een opstand waard, want het gaat hier om een tijdbom onder onze samenleving. Men begint met de zwakste groep z’n rechten te ontnemen of voorwaardelijk en beperkt te maken. Daarmee schept men een precedent, een uiterst gevaarlijk precedent, een precedent van het soort dat Bush met Guantanamo maakte. En een precedent schept een nieuwe logica, waarbij vol gebruik van rechten afhankelijk wordt van allerhande ad hoc beperkende criteria. En zoiets betekent het einde van een rechtsorde. Wie denkt dat dit vandaag niet op hem of haar van toepassing geldt, moet zich daarbij steeds de bedenking maken dat het hem of haar morgen even goed kan overkomen. Wie de beperkende maatregelen inzake asielprocedure steunt, of even de andere kant opkijkt terwijl ze worden ingevoerd, neemt derhalve een gigantisch risico: vanaf dat moment is hij of zij slechts voorwaardelijk drager van rechten. De grondrechten en fundamentele vrijheden zijn vanaf dat moment in feite afgeschaft. Men is al voor minder op de barricaden geklommen.

De asielcrisis gaat dan ook niet enkel om het humanitaire schandaal dat we elke avond op TV zien, of om de overuren die de ambtenaren van Vreemdelingenzaken moeten kloppen. Het gaat er evenmin om of de duizenden mensen die hier asiel vragen dit terecht of onterecht doen. Al die kwesties worden nu aangewend om een beeld te scheppen van een catastrofe die dus snelle en doortastende maatregelen vereist – maatregelen waarvoor men niet teveel democratische inspraak zal vragen, en waarvoor men toevallig net nu de EU als ideale bliksemafleider in stelling heeft gebracht. De inzet is veel en veel groter: de asielcrisis is permanent, en gaat over de grote dingen: rechtvaardigheid, rechtszekerheid, gelijkheid voor de wet, het uitgangspunt van onschuld, en de plicht van een overheid die zich democratisch noemt om elke ingezetene dezelfde grondrechten en vrijheden te waarborgen. Wanneer de overheid verdraagt dat de advocaten van Beaulieu spitstechnologie hanteren om de verjaringstermijn te halen, dan moet die overheid ook verdragen dat asielzoekers asiel aanvragen en ook beroep aantekenen tegen hun afwijzing. Daarover gaat het gelijkheidsbeginsel.

Het is gek dat we in 2010 naar dergelijke grote en versleten woorden moeten verwijzen. Het wijst erop dat we al een tijdje in een crisis zitten: niet enkel een economische crisis, maar een morele, politieke en ideologische crisis, een crisis van ons systeem. Zoals gezegd, het is een proces dat in kleine stapjes vooruit gaat. En wie de kranten leest weet dat dergelijke kleine stapjes hetzij over het hoofd worden gezien, hetzij als pragmatische oplossingen voor probleempjes worden aangeprezen, waarbij men steevast in de verkeerde richting kijkt. Moge de schuldige staatssecretaris hangen! schreeuwen de krantencommentatoren vandaag. Intussen heeft men stilaan en stapje voor stapje het recht op een degelijke en rechtvaardige behandeling van asielaanvragen afgeschaft. Ziedaar ons maatschappelijk bewustzijn.

Advertisements

About jmeblommaert

Taalkundig antropoloog-sociolinguist, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan Tilburg University. Politiek publicist.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s